Wimar Bolhuis

Het IMF tegen de VVD

01 oktober 2021 07:03

Deze week presenteerde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) weer zijn beleidsaanbevelingen voor Nederland, nadat een team onze economie en overheidsfinanciën had onderzocht. Het is een intrigerend blokje Engelse tekst, als je er wat langer over nadenkt.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

IMF laaiend enthousiast over Nederlandse economie

Het is niet de inhoud van de aanbevelingen uit Washington die verrast. Het IMF adviseert al jaren dat wij meer moeten investeren in onderzoek en ontwikkeling en het onderwijs, dat onze fiscale bevoordeling van eigenhuisbezitters pervers en te royaal is, onze kloof in sociale bescherming en belastingvoordelen tussen vaste en flexibele contractvormen te diep, en dat we te weinig uitgeven en reguleren om klimaatverandering te bestrijden.

Boodschap: vanuit macro-economisch perspectief doet Nederland zich tekort. We gunnen onszelf minder welvaart dan mogelijk. Toch doen we - buiten erover praten en schrijven - weinig met deze adviezen.

"Zo min mogelijk verliezen staat hoger in de pikorde dan maximaal winnen."

Een reden is dat brillen van buitenlandse, internationaal opgeleide macro-economen simpelweg scherper lijken geslepen bij de beoordeling van onze economie en overheidsfinanciën. Ook zijn deze beleidseconomen eerder bereid om beleidsveranderingen te adviseren, als wij er hier nog niet klaar voor zijn. Nederlandse beleidsmakers vliegen dezelfde vraagstukken in eerste aanleg trouwens vaak meer aan als boekhouder dan als macro-econoom: "Hoeveel gaat nieuw beleid ons kosten?" Hier zijn hele ambtelijke directies voor opgericht.

Daarbij herhalen we dat het berekenen van de baten van dit soort IMF-ideeën erg lastig blijft – jammer voor het weer hot zijn van de term inverdieneffecten in het parlement – en dit wordt het argument om beleid onveranderd te laten. Het voorkomen van geldverspilling lijkt in Nederland geregeld belangrijker dan het ontdekken van de bepalende beleidskoers die de welvaart fors gaat verhogen. Zo min mogelijk verliezen staat hoger in de pikorde dan maximaal winnen.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Onze overheid is er niet voor iedereen

Verder bewees het blokje IMF-tekst opnieuw dat economische beleidskeuzes inherent politieke beslissingen zijn. Vanzelfsprekend hebben zulke keuzes aanzienlijke materiële (geld) en immateriële (onzekerheid) gevolgen voor specifieke roepen burgers en bedrijven. Bepaalde deelbelangen winnen, andere verliezen. Daarom bestaat er geen pure 'economie', maar alleen 'politieke economie' – zoals het vakgebied vroeger ook heette.

"Het is bij uitstek de VVD die deze economische keuzes voorstaat en verandering tegenhoudt."

De link met het hier en nu is duidelijk. Een essentiële oorzaak van jarenlange achterblijvende investeringen in onderzoek, ontwikkeling en onderwijs, het blijven bestaan van de hypotheekrenteaftrek, de groeiende, minder beschermde en goedkopere flexibele schil, en achterblijvende klimaatinspanningen is de dominante positie van de politieke partij VVD in Nederland. Het is bij uitstek de VVD die deze economische keuzes voorstaat en verandering tegenhoudt.

En alle begrip hiervoor. Buiten ideologische overwegingen bestaat de electorale basis van deze partij immers uit de economische en politieke insiders in ons land. Inwoners die hun onderwijs hebben afgerond, een koopwoning bezitten, een vaste baan of winstgevende onderneming hebben, en klimaatbeleid bekijken als een kostenpost die leidt tot hogere belastingen en dalende bedrijvigheid. En deze inwoners stemmen vaak.

Van deze insiders weinige kwade woorden over het uittrekken van 80 miljard euro belastinggeld om liquiditeitssteun te geven aan bedrijven en zelfstandigen in de coronacrisis. Het CPB liet overtuigend zien dat deze steun bovenal terecht is gekomen bij oudere werknemers met een vast contract en deels bij niet-levensvatbare bedrijven. Maar de electorale VVD-basis verandert in een principiële tegenstander bij politieke voorstellen om meer te gaan spenderen aan onderwijs, arbeidsmarkt, woningmarkt of klimaatbeleid, of deze met regelgeving te hervormen. Want dat bedreigt de bestaande economische orde.

Je vraagt je af in hoeverre het IMF deze strijd tussen economische advisering en politiek-democratische legitimiteit doorziet.

Het IMF tegen de VVD.