Nora Neuteboom

Tijd om vooruit te kijken

30 september 2021 06:40

Meestal is Prinsjesdag het moment dat we met z'n allen vooruit kijken. Wat is het plan van het kabinet? Welke investeringen doet ze?

Niet deze Prinsjesdag. Omdat het kabinet demissionair is hadden we dit jaar een beleidsarme Prinsjesdag. Jammer. Want nu de coronacrisis op z'n retour is, wordt het tijd dat we vooruit gaan kijken. En daarmee bedoel ik niet 4 jaar, maar 40 jaar.

Sinds de vorige financiële crisis is de productiviteitsgroei van Nederland gehalveerd. Groeiden we gemiddeld voor 2007 nog ongeveer 1,5 procent per jaar, in de jaren 2010 – 2019 was dat slechts 0,7 procent per jaar. In het artikel IV-rapport waarschuwt het IMF dat het lange termijn groeimodel van Nederland onder druk ligt.

De factoren die tot dusver hebben bijgedragen aan groei, zoals bevolkingsgroei, vergroten arbeidsparticipatie en gasbaten zijn inmiddels uitgewerkt.

De SER constateert terecht in het rapport Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving dat een langetermijnvisie in Nederland ontbreekt. Vragen zoals: waar halen we onze groei vandaag in de toekomst? En in welke technieken en innovaties willen in Nederland verder uitbouwen? Worden niet eens gesteld, laat staan beantwoord.

De factoren die tot dusver hebben bijgedragen aan groei, zoals bevolkingsgroei, vergroten arbeidsparticipatie en gasbaten zijn inmiddels uitgewerkt. Bovendien staan we aan de vooravond van structurele veranderingen. De klimaattransitie, maar ook transities in de zorg en wonen zijn bewegingen die de komende jaren het economische en maatschappelijk beeld zullen veranderen. Nederland als de op een na grootste voedselexporteur ter wereld is niet houdbaar, zeker niet vanwege de grote uitstoot van CO2 die hiermee gepaard gaat. Ook onze status van 'doorsluisland' of 'belastingparadijs' staat onder druk.

Natuurlijk, tijdens Prinsjesdag werd bekend gemaakt dat er 300 miljoen beschikbaar komt om de Nederlandse techindustrie een inhaalslag te laten maken. Het geld zal worden gebruikt om nieuwe technieken en diensten op te tuigen in twee sectoren: onze chipindustrie en voor het opzetten van een Europese cloudinfrastructuur. Maar dit is een druppel op een gloeiende plaat.

Er zijn een aantal relatief simpele oplossingen, die ook weer door het IMF worden aangehaald: meer investeringen in onderwijs en onderzoek en ontwikkeling (R&D).

Alleen duurt het soms jaren voordat investeringen in onderwijs en R&D opbrengsten opleveren. Daardoor kunnen politieke partijen die zo wijs zijn om deze investeringen te doen, niet altijd met de eer strijken. Ook niet onbelangrijk: tijdens het doorrekeningen van de verkiezingsprogramma's neemt het CPB investeringen in innovatie en onderwijs niet mee in de modellen, waardoor politieke partijen niet met de 'baten' kunnen pronken tijdens de verkiezingsdebatten. Investeringen in onderwijs is dus dan slechts een kostenpost, zonder dat daar iets tegenover staat.

Problematisch, zo dachten ook Wopke en Wiebes: en daar was het Nationaal Groeifond geboren (ook wel het Wopke-en-Wiebesfonds genoemd). Een fonds met gepaste afstand tot de politiek, dat als doel heeft het verdienvermogen van Nederland op de lange termijn te vergroten. Maar de criteria zijn de streng, of de procedures te bureaucratisch. Er komen in ieder geval te weinig projecten van de grond. Terwijl voor komend jaar 3,4 miljard euro beschikbaar is, wordt er naar verwachting nog geen 216 miljoen euro uitgegeven.

Of de daadkracht van het fonds moet worden versterkt, of er moet structureel meer geld worden vrijgemaakt binnen de begroting voor de posten onderwijs en R&D. Uiteindelijk is ons groeimodel de kenniseconomie, laten we daar dan ook de bijpassende investeringen in doen.