Leo Lucassen

Hoogste tijd voor politiek nee tegen racisme en haat

06 september 2021 07:05

Op donderdag 15 november 1956 heette koningin Juliana Hongaarse vluchtelingen hartelijk welkom in de Utrechtse Jaarbeurs. Het contrast met de ontvangst die Afghanen onlangs ten deel viel kan bijna niet groter zijn.

Hoewel zij – anders dan de Hongaren – een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan Nederlandse belangen, door de hulp aan Nederlandse militairen in hun geboorteland, was er geen enkele autoriteit om hen welkom te heten, laat staan te bedanken. Zoals de Zuid-Koreaanse minister van Justitie Park Beom-gye deed, die hen omschreef als 'onze Afghaanse vrienden', ondanks xenofobische reacties onder een deel van de Koreaanse bevolking.

In plaats daarvan werden zij in Ede bij legerplaats Harskamp geconfronteerd met jongeren die hen ontvingen met vuurwerk en grove racistische leuzen, met 'Auschwitz back for blacks' als absoluut dieptepunt. Een aantal commentatoren wees er terecht op dat we dit moeten zien als het gevolg van de normalisering van radicaal (en extreem) rechts gedachtengoed, zoals continu rondgepompt door politici als Geert Wilders, Martin Bosma en, meer recent, Thierry Baudet. Zij domineren het publieke debat al jaren met nauwelijks verholen racistisch taalgebruik als 'testosteronbommen', een 'dominant blank Europa', 'eigen volk eerst' en 'minderheid in eigen land'.

Het is echter te gemakkelijk de ontsporingen bij Harskamp alleen op hun conto te schuiven. Minstens zo belangrijk is het ontbreken van een stevig tegengeluid door autoriteiten die geacht worden de rechtstaat en de grondwet hoog te houden en zo als moreel kompas te dienen. En dan niet alleen de usual suspects aan de linkerkant van het politieke spectrum, maar vooral het kabinet zelf en de minister-president in het bijzonder.

De symbolische betekenis van een ferme stellingname tegen racisme en vreemdelingenhaat van iemand als Mark Rutte kan moeilijk worden overschat. Dat zien we niet alleen bij Angela Merkel, maar ook de Nederlandse geschiedenis kent een aantal interessante voorbeelden. Waar Juliana nog meedreef op Koude Oorloggolven van publieke verontwaardiging na het neerslaan van de Hongaarse opstand in 1956 door Sovjettroepen, is de opstelling van Willem Drees ten aanzien van de Repatrianten uit Nederlands-Indië relevanter.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Protest opvanglocatie Afghanen in Harskamp loopt uit de hand, politie grijpt in

Hoewel Drees als minister-president na de oorlog niet zat te wachten op de immigratie van uiteindelijk 300.000 Indische Nederlanders en Nederlandse expats – hij vond Nederland met tien miljoen inwoners namelijk overbevolkt – smoorde hij het ongenoegen onder veel Nederlanders die deze deels gekleurde migranten als concurrenten op de woningmarkt zagen.

Niet alleen werd een grootscheeps opvangprogramma in het leven geroepen, maar hij koos ook bewust voor de term 'repatrianten' (terug naar het vaderland) om zo te benadrukken dat het eigenlijk gewone Nederlanders waren, voor wie iedereen een beetje moest inschikken. Dat de meesten hier nooit waren geweest en hun Indische cultuur afweek van wat men in Nederland gewend was, werd opzettelijk genegeerd.

Nu zijn er uiteraard allerlei verschillen tussen de ontvangst van eerdere migrantengroepen en de huidige vluchtelingen uit Afghanistan en is de context een heel andere. Maar dat neemt niet weg dat de opstelling van gezaghebbende instanties en autoriteiten van groot belang is voor het creëren van draagvlak in de samenleving. En op dat punt moeten we constateren dat Nederland in de afgelopen decennia een pover figuur slaat.

Een veel gehoorde verklaring voor het ontbreken van helder moreel standpunt door de kabinetten-Rutte is de electorale angst voor stemmenverlies aan radicaal-rechtse partijen. Dat zou, met name bij de VVD, hebben geleid tot een permanent 'PVV-corvee'. Inmiddels lijkt het er echter op dat de partij het corvee met overtuiging heeft omhelsd. Het laatste verkiezingsprogramma laat goed zien dat waar je mee omgaat, je ook wordt besmet. Met als gevolg dat jongeren in Ede zich nog meer gelegitimeerd voelen om hun racistische sentimenten vrij baan te geven.