Nora Neuteboom

Elf vierkante meter, boompje, beestje

02 september 2021 07:04

Een gemiddeld gesprek met een gemiddelde jongvolwassene in een gemiddelde grote Nederlandse stad komt al snel uit op het volgende onderwerp: de woningnood. Want inderdaad, een koopwoning in een stad is voor veel jonge Randstedelingen volledig buiten bereik.

Een alleenstaande met een modaal inkomen, weliswaar 20.000 studieschuld, maar wel 15.000 spaargeld kan zo’n 120.000 lenen. Met de uitgebreide zoekfunctie op Funda kom je uit op precies één hit in Amsterdam: een kamer van 11 vierkante meter op de Korte Geuzenstraat.

Waarom zijn steden zo vol? Om dit probleem te begrijpen moeten we eerst naar de onderliggende factoren kijken. Want hoewel kapitalistische investeerders en hypotheekrenteaftrek vaak als de boosdoeners worden gezien, ligt het probleem dieper.

We leven nu met meer mensen in de stad dan vroeger omdat onze behoeftes zijn veranderd.

Steden zijn in de afgelopen jaren bewust aantrekkelijker gemaakt voor een grote groep Nederlanders, zowel voor migranten en alleenstaanden als voor gezinnen. Denk aan de Vinexwijk maar ook het aantal speeltuintjes binnen een straal van twee kilometer in het centrum van Amsterdam.

Bovendien leven jongeren langer in de stad. Gingen ze voorheen nog rond hun dertigste met hun gezin naar de provincie, nu blijven gezinnen in de stad wonen. Bovendien hebben we ook meer (vrijwillige) vrijgezellen. Sommige van deze vrijgezellen – die wel toegang hebben tot de woningmarkt – leven in een gezinswoning.

Bovendien blijven senioren, nadat de kinderen het huis uit zijn, plakken in de (te grote) woning. Daardoor leven we ruimer dan ooit. Amsterdam is vol, maar de stad heeft nu net zoveel inwoners als in de jaren 60, bericht het Parool, terwijl het stadsoppervlakte nu veel groter is.

Bijbouwen is voor veel steden een moeilijke exercitie. De grond is schaars, we willen niet meer in torenhoge flats wonen en de Natura 2000 gebieden zitten in de weg. Het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek zet weinig zoden aan de dijk met de huidige, lage hypotheekrente. De jonge stedeling motiveren om een huis in Nieuw-Amsterdam - dat ligt in Drenthe - te kopen lijkt een oeverloze zaak.

Maar de Randstedeling zonder welvarende (en schenkende) ouders is niet volledig verloren. We moeten gewoon de definitie van wat 'wonen' inhoudt veranderen. Martin van der Maas doet in zijn column een aantal uitstekende voorstellen.

In plaats van 'gestraft' te worden door samen te wonen (in de vorm van korten van bijstand, AOW of alimentatie) moet het juist aangemoedigd worden. Dat brengt het gemiddelde vierkante meter woonruimte per individu omlaag.

Bovendien moeten we buiten de traditionele familiebanden gaan denken als het om samenwonen gaan. De kans dat een stel uiteengaat is misschien wel groter dan twee beste vrienden – alleen denkt de hypotheekverstrekker daar nog anders over. Woongroepen – bijvoorbeeld in de vorm van CPO’s – moeten de norm worden in plaats van uitzondering. Zo kunnen we de ruimte veel beter gebruiken: want niet iedereen wil een eigen parkeerplek, voor- en achtertuin, als je de lusten (en vooral de lasten) ook met iemand anders kunt delen.

Een huis moet meegroeien met de levensfase en dat betekent ook kleiner wonen als je kinderen de deur uit zijn. Te veel senioren blijven hangen in grote gezinswoningen als de kinderen de deur uit zijn, mede dankzij de perverse financiële prikkels om kleiner te gaan wonen. Door de vermogensbelasting en de bijleenregeling is het ongunstig voor senioren om hun te grote huis met overwaarde te verkopen en kleiner te gaan wonen.

Bovendien moeten we nadenken over hoe wonen voor ouderen er in de toekomst uitziet. Die wonen vaker nog alleen – in het oude gezinshuis - omdat ze zich nog goed genoeg kunnen redden en nog niet in een bejaardentehuis horen.

Maar waarom bouwen we geen woningen of woongroepen speciaal voor deze groep? Deze woningen moeten comfortabel zijn voor ouderen, maar ook dichtbij voorzieningen zijn zoals het openbaar vervoer, zorg en winkelvoorzieningen.

En laten we vooral ook leren van de geschiedenis. Na de oorlog hadden we – weliswaar om andere redenen – ook een groot tekort aan huizen. Toen werd het Centraal Bureau Huisvesting opgericht om de woningen eerlijk te verdelen. Misschien hebben we nu een soortgelijke organisatie nodig die zich volledig richt op het woonbeleid. Om te zorgen dat geen enkele groep achterblijft.