Hyung-Ja de Zeeuw

Nederland wil liever zonneweides dan turbine-terreur

16 juni 2021 07:07

Aan het einde van deze maand is het zover. Dan moeten dertig regio's in Nederland hun zonne-en windenergieplan af hebben.

Door de regio's zelf te laten puzzelen, worden de windmolens en zonnepanelen daar geplaatst waar ze het beste passen in het landschap en in het bestaande stroomnetwerk. Bovendien wordt er draagvlak gecreëerd onder de lokale bevolking door deze inspraak te geven in de plannen.

Maar is dat ook zo? Want wie wil er nou een windmolen in zijn achtertuin? Niemand. Ook de 'GroenLinks-enclave' IJburg niet, weten we inmiddels. Vrijwel overal waar men lucht krijgt van windmolenplannen, schieten de actiegroepen als paddenstoelen uit de grond. Meestal blijft het verzet netjes, maar af en toe glijdt het af naar bedreiging en vernieling. Het noopte de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid tot het uiten van zijn zorgen over het groeiende extremisme bij het verzet tegen de bouw van windmolenparken. Turbine-terrorisme.

Dat het maatschappelijke draagvlak voor windmolens afkalft, is ook de minister van Economische Zaken en Klimaat opgevallen. Hij rept in zijn brief aan de Tweede Kamer van 8 maart over een 'levendige discussie' als er een zoekgebied is aangewezen. Zoekgebieden zijn potentiële locaties die de beleidsmakers op het oog hebben voor de plaatsing van duurzame energiebronnen. De minister benadrukt dat 'een zorgvuldig participatieproces' veel weerstand kan wegnemen.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Meer windmolens en zonnepanelen: hier kunnen ze komen te staan

Zelf denk ik dat windmolens op land altíjd veel weerstand zullen opwekken. Want wat is een zorgvuldig participatieproces waard als het besluit daarna toch wordt doorgedrukt? De voordelen zijn voor de maatschappij, de nadelen voor de directe omgeving.

Want naast horizonvervuiling zorgt het geluid van windturbines voor gezondheidsklachten bij direct omwonenden. Volgens een RIVM-rapport uit 2019 zijn er 7.000 mensen die ernstige hinder ondervinden van het geluid van windturbines. Voor deze mensen zal turbine-terreur ongetwijfeld een andere betekenis hebben.

Om problemen voor te zijn, kiezen daarom steeds meer beleidsmakers voor zonneweides. En dat is terug te zien in de zon-windverhouding in de regionale plannen. Volgens de NOS kwam deze in een tussentijdse meting uit op 20 procent wind en 80 procent zon.

Dat betekent dat er 7 TWh windenergie komt en 28 TWh zonne-energie. Met een achterkant-sigarendoos-berekening kom ik dan op ruim 1.300 windmolens voor op land en 100 miljoen zonnepanelen, wat ongeveer overeenkomt met 60 duizend voetbalvelden.

Als wij straks in 2030 rustig tussen de zonneweides fietsen, zullen we dus beperkt last hebben van nare turbinegeluiden of horizonvervuiling. Maar daar hebben we dan wel een behoorlijk stuk landoppervlak voor moeten opofferen.

Tenzij we zon op elk dak gaan stimuleren. Ook dáár is steeds meer steun voor, zo blijkt uit het Coöperatief convenant voor Nederland dat mijn collega's onlangs presenteerden. Het is maar een idee.