Piet Rietman

Zijn we er echt zo op vooruit gegaan? Het CBS heeft gelijk, maar u ook

22 april 2021 09:14

Ik ben een 37-jarige provinciaal in Amsterdam. Iedereen komt natuurlijk uit een provincie, Amsterdammers uit Noord-Holland bijvoorbeeld. Maar de term ‘provinciaal’ betekent in Amsterdam: van buiten de grote stad. Een Rotterdammer zal niet snel ‘provinciaal’ genoemd worden, iemand uit Assen of Maastricht wel. 

Ik behoor tot een demografische subgroep die zo ongeveer rond de eeuwwisseling in Amsterdam is komen studeren. Aangetrokken tot een bepaalde cultuur. Een stad met universiteiten, debatcentra en antiquaire boekhandels. In de kroeg journalisten en schrijvers tegenkomen.

Maar ook een stad met repressieve nonchalance. Op het gebied van smaak doen alsof het allemaal niks uitmaakt, terwijl een misser precies laat zien wie er wel of niet bij hoort. Zoals een korte broek of witte sokken iemands sociale afkomst tonen, laat je Spotify-playlist zien aan welke kant van de culturele kloof je staat.

Best jammer dat we zo in elkaar zitten, zeker als je bedenkt dat die culturele kloof op latere leeftijd een economische kloof kan worden.

Want bezit betovert. Als een konijn staar je in de koplampen en blijf je zitten. Niet de stad uitgaan. Nooit de stad uitgaan. Wie dat doet is af. Een ongezond proces dat streberige, ongelukkige, te hard werkende mensen oplevert.

Maar hoe hard je ook werkt, de ene provinciaal komt er wel tussen op de hoofdstedelijke woningmarkt en de ander niet. De overwaarde van je ouders voor de kosten koper, de erfenis van je oma voor het overbieden, het spaargeld van je tante voor de verbouwing. Heb je dat niet, dan doe je niet mee.

Nadat je het familievermogen in stenen steekt, gebeurt er nog van alles. Wie blijft ziet niet alleen zijn woningwaarde sneller stijgen dan wie weggaat. Wie blijft behoudt ook een sociaal netwerk dat kans biedt op beter betaald werk.

En wie blijft vindt via een datingapp (straal 3 kilometer) spontaan iemand met net zo'n leuk inkomen, netwerk en woningwaarde. De kinderen die daar uit voortkomen gaan spelen bij vriendjes met hoogopgeleide ouders. Achter ongelijkheid zitten processen die sociologen beter begrijpen dan mensen die alleen naar harde cijfers kijken.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Coronacrisis raakt salaris nog niet: lonen fors gestegen

Zoals bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS publiceerde vorige week harde cijfers over het besteedbaar inkomen: wat heeft een huishouden gemiddeld te besteden? De conclusie: het besteedbaar inkomen is wel degelijk flink gegroeid. 

Terwijl de cijfers kloppen, de berekening transparant is en het CBS al jaren dezelfde definitie hanteert, kwam er toch veel kritiek. Want door de publicatie leek het alsof de inkomens niet achterblijven bij de economische groei, terwijl heel Nederland dat wel denkt.

Maar het ligt er maar net aan welke definitie je kiest. Beter zou het zijn om andere definities van besteedbaar inkomen te gebruiken, die wel scheefgroei laten zien. Zoals mooi door de Rabobank wordt geschetst.

Ook kun je zeggen: scheefgroei is het verschil tussen kapitaal en arbeid. Dus tussen mensen die hun inkomen uit loon of uitkering halen, tegenover mensen die het beter getroffen hebben.

Maar in de CBS-definitie van besteedbaar inkomen zitten ook ondernemers die zichzelf winst uitkeren. Dan is het niet gek dat je een cijfer krijgt dat zo ongeveer meegroeit met de gehele economie.

Het wordt pas een ander verhaal als je die twee inkomstenbronnen uit elkaar haalt. Dit gebeurt bij andere indicatoren zoals de arbeidsinkomensquote of loonquote. Die laten de verhouding zien tussen inkomen uit arbeid en inkomen uit winst, huur, pacht of rente.

Of je kijkt helemaal niet naar inkomen, omdat je vindt dat ongelijkheid over vermogen gaat. Maar ook dan zeg je niet genoeg, want zowel vermogen als inkomen drukken we uit in cijfers.

Ongelijkheid gaat niet over cijfers, maar over sociale processen die hooguit cijfers als uitkomst hebben.

Arm CBS, dat er slechts is om cijfers aan te leveren. Cijfers die dus gewoon blijken te kloppen. Maar de in de samenleving breed gedeelde gedachte van scheefgroei klopt ook. Die gedachte is deels te vangen door het besteedbaar inkomen beter te definiëren.

Nog beter is het om er een heel andere indicator bij te pakken. Maar dan zijn we er nog niet. Om ongelijkheid echt te snappen hebben we niet alleen een Centraal Bureau voor de Statistiek nodig, maar ook een Centraal Bureau voor de Sociologie.

RTL Z First Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de Z First nieuwsbrief

Wil jij elke ochtend als eerste op de hoogte zijn van wat er speelt op economisch gebied? Schrijf je dan nu in voor de Z First nieuwsbrief