Nora Neuteboom

Minder werkloosheid lijkt goed nieuws, maar is dat ook zo?

04 februari 2021 10:23

Een breakdancer die stukadoor wordt en een stewardess die in de zorg gaat werken. Deze maand kwamen veel van dit soort verhalen voorbij in de media. Mijn collega Piet Rietman schreef er afgelopen maand een stuk over: een deel van de mensen die tijdens de eerste corona golf werkloos werden, denk aan winkelmedewerkers, horecapersoneel en werknemers in de culturele sector, vonden snel weer een baan in de sectoren die wel groeiden.

En zo lijkt een van de traditionele zorgenkindjes van economen – de arbeidsmarkt – deze crisis buiten schot te blijven. De werkloosheid is de afgelopen maanden zelfs gedaald, van 4,6 procent van de totale beroepsbevolking in augustus naar 3,9 procent in december.

Fantastisch nieuws, zal minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees hebben gedacht. Werklozen bewegen van de hard getroffen sectoren naar de sectoren waar wel werk is. Onze dynamische arbeidsmarkt past zich razendsnel aan! Geen reden tot zorg dus, of toch wel?

De vraag is of mensen niet te veel inschikken. Gaan ze niet voor minder geld of minder uren ergens anders aan de slag? Of: doen ze geen werk wat onder hun niveau is? Dit fenomeen – waar mensen onvrijwillig minder uren gaan werken, of een nieuwe baan vinden waarvoor ze overgekwalificeerd zijn en dus onderbetaald worden – is wat economen latente werkloosheid of ondertewerkstelling noemen.

Het probleem: ondertewerkstelling is niet zo gemakkelijk te meten. Helaas hebben we geen gegevens over in hoeverre werknemers overgekwalificeerd zijn. Wat we wel weten is dat het aantal werknemers dat meer uren wil werken fors is toegenomen.

Het aantal werkenden in het derde kwartaal van 2020 nam, in vergelijking met het derde kwartaal van vorig jaar, met ongeveer 0,6 procent af. Terwijl het aantal mensen in dezelfde periode dat meer uren wil werken met ruim 15 procent steeg.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Krijgen we spijt van die gigantische schuldenberg?

De bekende arbeidsmarkteconomen Bell en Blanchflower deden onderzoek naar de nasleep van de financiële crisis in 2009 en concludeerden dat ondertewerkstelling heeft bijgedragen aan het structureel achterblijven van loonstijgingen in de jaren erna.

Bovendien raakt het een bepaalde kwetsbare groep in de arbeidsmarkt disproportioneel hard: de jongeren. Wie tijdens de coronacrisis afstudeerde, komt nu moeilijk aan een baan en neemt sneller genoegen met een tweede stage of een minder goede baan. Zo'n (onvrijwillige) keuze heeft langdurig negatieve gevolgen op de loonontwikkeling.

Ondertewerkstelling zorgt ook voor een langzamer herstel uit de crisis. Eerst zullen de werknemers die meer uren willen werken de extra arbeidsvraag inlossen, vervolgens kunnen er pas nieuwe werknemers worden aangenomen.

Dus – voordat we ons blindstaren op een percentage – is het  een goed idee om eens onder de motorkap van de afnemende werkloosheidscijfers te kijken.