Piet Rietman

Columnisten zijn vreselijk, en nu ben ik er een

14 januari 2021 07:23

Het is natuurlijk iets vreselijks, de columnist. Ik ben blij dat ik deze column kan schrijven om dat kwijt te kunnen.

In theorie draagt een columnist bij aan de gedachtenvorming over een politiek of economisch onderwerp. In de praktijk is een columnist zelf de speelbal van economische wetten waardoor die gedachtenvorming verstoord wordt. De column moet gelezen worden, dus zijn onderwerpen die afwijken van de middelmaat populairder dan dingen die we al vaker gelezen hebben. De meest relevante politieke en economische gedachten zijn uiterst saai en kennen we al.

Zo zijn goed functionerende instituties belangrijk. Coalitievorming is goed, het poldermodel ook. We moeten als samenleving gebruik maken van economische kennis. Internationale samenwerking is verstandig. En in een stabiele economie is enerzijds ondernemerschap en innovatie nodig, maar anderzijds herverdeling en sterke collectieve voorzieningen. En de lonen moeten omhoog.

Saai natuurlijk.

Minder saai is de columnist die doorkrijgt dat een edgy mening lezers oplevert, en daardoor steeds verder afglijdt. Als je marktwaarde bestaat uit het roepen van dingen die opvallen, ga je die dingen roepen, waarna ze niet opvallend meer zijn. Dan moet je iets roepen dat nog meer opvalt en daardoor minder waard is. Meningen zijn dus inflatoir. Er zijn grofweg drie types aan inflatie onderhevige columnisten:

De columnist die 'taboes doorbreekt'. Vaak opgegroeid in de jaren '60 of '70, een tijd waarin er daadwerkelijk veel taboes waren die doorgebroken moesten worden. Bijvoorbeeld op homoseksualiteit, polygamie of religiekritiek.

Maar dat betekent niet dat als anno 2020 iets niet besproken wordt, het niet besproken wordt omdat het een taboe is. Soms worden dingen niet besproken omdat ze dom zijn, discriminerend of insensitief. En worden ze in columns alsnog besproken omdat domme, discriminerend en insensitieve teksten lekker veel aandacht trekken.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Zoombies zijn een groter gevaar dan corona

De doolhofcolumnist. Grossierend in lauwe teksten waar zoveel aan mis is dat je het niet kunt bijhouden. Zo lees je wel eens varianten op 'vroeger was ik ook links, maar links heeft het alleen nog maar over genderneutrale wc's en niet meer over armoede'. 

Ten eerste was deze columnist vroeger waarschijnlijk nooit links. Ten tweede wordt een gehele column gebruikt om het zélf over genderneutrale wc's en vooral niet over armoede te hebben.

Ten derde is het een stropop: links heeft het niet alleen maar hierover. En ten vierde zijn genderneutrale wc's, hoewel een beetje een detail, gewoon een goed idee. Je zou dus zomaar drie keer door kunnen hebben dat je misleid wordt, maar alsnog de vierde keer de mist in kunnen gaan.

En tot slot de precies op de achterban afgestemde columnist, die in de Telegraaf zegt dat de horeca weer open moet. Die in Trouw zegt dat we moeten blijven steunen op het maatschappelijk middenveld. Die in het FD zegt dat multinationals banen creëren. Het direct bedienen van een achterban is natuurlijk het meest doorzichtig, al zou je dit ook 'eerlijk' kunnen noemen.

De taboedoorbreker, de doolhofcolumnist en de achterbanbediener staan volgende week op dezelfde plek in dezelfde krant met een op het oog dezelfde mening. Maar wie goed kijkt ziet dat ze nét iets vreemdere taboes aanpakken, nét iets grotere doolhoven maken en nét iets beter het publiek behagen. Zoals bij inflatie voel je het als consument wel aan, maar kun je niet goed je vinger er op leggen.

De deflatoire columnist, ook wel de anticolumnist, doet dat natuurlijk allemaal totaal anders. Of pretendeert dat. Op deze plek zal ik de komende tijd schrijven over bijvoorbeeld faillissementen, schulden en de toeslagenaffaire. Over de bijstand die niet genoeg meer stijgt. Over vergrijzing.

En als dat niet genoeg opvalt, ben ik weer weg.