Cody Hochstenbach

Wat er mis is met de 'Randstad versus regio'-tegenstelling

11 januari 2021 07:10

In het publieke debat worden de verschillen tussen enerzijds de Randstad, en dan in het bijzonder Amsterdam, en anderzijds 'de regio' regelmatig breed uitgemeten en flink vergroot.

Het zijn de grote steden waar de economische kansen, de politieke en culturele macht, en de welvaart in toenemende mate zich concentreren. De sociale, economische, culturele en politieke kloof met de rest van het land neemt toe.

De duiding is vervolgens al snel dat er een welhaast onoverbrugbare kloof tussen de Randstedelijke elite en Jan Modaal in de regio is ontstaan.

Hoewel het mij als sociaal geograaf goed doet dat ruimtelijke ongelijkheid aandacht krijgt, is het huidige debat op zijn zachtst gezegd te simplistisch, en doet het meer kwaad dan goed.

Laat er geen twijfel over bestaan: die ruimtelijke verschillen zijn op allerlei vlakken wel degelijk flink toegenomen. Dat is het geval op de woningmarkt, zo toonden Rowan Arundel en ik aan in een vorig jaar verschenen wetenschappelijke studie.

Dure buurten zijn alleen maar duurder geworden, en goedkope plekken juist (relatief) goedkoper. Dat heeft weer gevolgen voor vermogensopbouw en ruimtelijke segregatie. Een andere studie toont toenemende verschillen in politieke voorkeuren tussen stad, suburb en platteland, en weer een andere studie toont een forse toename in regionaal economische verschillen.

De toename in ruimtelijke ongelijkheid is niet alleen wijdverbreid, maar ook gelaagd. Ze creëert winnaars en verliezers op iedere plek en op ieder schaalniveau.

De hoge druk op grote steden – Amsterdam wederom voorop – en enkele succesvolle middelgrote steden, biedt de bewoners van die steden niet alleen kansen, maar kan hen net zo goed in de knel brengen.

De Raad voor de Leefomgeving waarschuwde eind vorig jaar voor de snel toenemende ontoegankelijkheid en onbetaalbaarheid van onze steden. Het wonen in de stad kan veel kansen en voordelen bieden, maar is niet meer voor iedereen weggelegd.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Beleidsmakers brengen arme bewoners bewust in de verdrukking

Nu is het zeker niet zo dat Amsterdam verworden is tot reservaat voor uitsluitend de rijken. De niveaus van armoede zijn er nog steeds bovengemiddeld. Wel moeten lage inkomens steeds grotere offers maken om in de stad een plekje te vinden of behouden. Ze betalen dan een groot deel van hun inkomen aan de huur, zijn afhankelijk van tijdelijke en precaire woonsituaties, of moeten het doen met een woning die eigenlijk veel te klein of ongeschikt is.

Ook binnen de grote steden en stadsregio's nemen de ruimtelijke verschillen toe. Woningcorporaties huisvesten de meest kwetsbare en benadeelde bewoners steeds vaker in de goedkoopste woningen in de goedkoopste buurten. Ruimtelijke concentraties van armoede en marginaliteit zijn het weinig verrassende resultaat.

Andere lage inkomens vertrekken door het gebrek aan betaalbare woonruimte noodgedwongen uit de stad, ook al hebben zij er belangrijke economische, sociale en emotionele banden. Tegelijkertijd zonderen de huishoudens met de hoogste inkomens en de grootste vermogens zich af in luxe villawijken waar de menging ver te zoeken is.

Ruimtelijke verschillen zijn niet alleen een uitkomst, maar kunnen ook een bron van sociale ongelijkheid zijn. Denk alleen al aan de woningmarkt: koop je op het juiste moment en op de juiste plek een woning, dan kun je binnen een paar jaar jaren tonnen bijschrijven op je bankrekening.

Doe je dat op het verkeerde moment en de verkeerde plek, dan blijf je zitten met een restschuld. Daarnaast beïnvloedt je woonplek de mate waarin je toegang hebt tot werkgelegenheid, scholingskansen, voorzieningen en sociale contacten – allemaal factoren die bij kunnen dragen aan je levenskansen. 

De ruimtelijke ongelijkheid neemt kortom toe, en kan zo andere vormen van sociale ongelijkheid bestendigen en versterken. Dat betekent echter niet dat het makkelijk, of überhaupt mogelijk, is een geografie van winnaars en verliezers op te tekenen.

Het economische succes van een regio zorgt lokaal ook voor forse uitsluiting en verdringing. Dat is precies de reden waarom het narratief over 'de Randstad versus de rest' zo wringt. Dat narratief negeert zowel de aanhoudende marginaliteit als de toenemende ruimtelijke uitsortering binnen onze grote en economisch 'succesvolle' steden.

Hoog tijd dus voor serieuze aandacht voor ruimtelijke ongelijkheid, maar dan moeten we eerst afrekenen met simplistische tegenstellingen tussen stad en land; tussen een Randstedelijke elite en de gewone burger in de regio.