Wimar Bolhuis

Tijd voor een kabinet dat moderniseert, niet bezuinigt

08 januari 2021 12:29

"Bevolkingen komen in opstand als regeringen weer gaan bezuinigen en lastenverzwaren om hun overheidstekort terug te dringen", zo waarschuwde de Franse econome Laurence Boone deze week.

"Nu de coronacrisis aanhoudt, moeten overheden anders over hun uitgaven en schuld gaan denken. Hogere uitgaven, lagere belastingen, grotere schulden en ruimere tekorten zijn de komende jaren geen probleem, mede door de lage rente."

Het bijzondere aan deze uitspraken is dat Boone de hoofdeconoom van de OESO is, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Deze prominente internationale adviseur, gevestigd in Parijs, veranderde in tien jaar tijd volledig van gedachten over verstandig begrotingsbeleid.

Gelukkig. Terecht. Erg laat.

De les van het korte termijn bezuinigingsbeleid dat in 2010 werd ingezet, is dat het meerjarige economische schade en werkloosheid veroorzaakte. Toen was dat in mijn ogen al zeer voorzienbaar, maar nu stapelt bewijs zich op. Amerikaans onderzoek laat zien dat de bezuinigingsaanpak in westerse landen zorgde voor aanzienlijk bbp-verlies van 2010 tot en met 2014. Enkele landen eindigden zelfs met hogere schuldratio's dan ze zonder ombuigingen hadden gehad. 

Vooral het verlagen van overheidsuitgaven – de klassieke bezuiniging – verslechtert in slechte tijden de economische ontwikkeling fors. Dit klinkt wellicht wat verrassend, omdat politici en columnisten herhalen dat lastenverzwaringen het land ten gronde richtten. Toch zorgen belastingverhogingen in crisistijd voor minder pijn; zo vonden ook DNB-onderzoekers recent.

Tegen deze achtergrond adviseerde DNB-president Klaas Knot afgelopen week dat de overheid pas weer wat aan het tekort moet gaan doen als onze economie weer op het niveau is van voor deze coronacrisis.

Goed advies. Nu een slagje dieper.

Eigenlijk zeggen deze adviseurs dat de nieuwe regeringsploeg niet mag bezuinigen.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Minister van Financiën Wopke Hoekstra: komende tijd geen bezuinigingen

In ieder geval raamt het Centraal Planbureau dat onze economie pas in 2025, het laatste jaar van de komende kabinetsperiode, op het normale productieniveau terugkeert. In 2025 draait het land weer de potentiële productie. Overigens minder in dan in 2019-hoogtijdagen, het pre-crisisniveau dat Knot het cijfer 9 gaf.

Het zou dus goed zijn als we tot 2025 niet te maken krijgen met knellende Brusselse begrotingsregels van een maximaal 3% tekort en 60% schuld tot 2025. Geen nieuw regeerakkoord met harde streefcijfers voor het EMU-saldo en de EMU-schuld. Geen bindende kaders met minstens binnen te halen belastinginkomsten. 

Krijgen we dan een richtingloze regering?

Nee. Nederland heeft nu grote behoefte aan een moderniseringskabinet, niet aan een bezuinigingskabinet. Grote (sociaaleconomische) dossiers wachten op politici die baanbrekende stappen durven te zetten. Die wet- en regelgeving bij de nieuwe tijd brengen. Structuurbeleid dat onze economie en samenleving versterkt, de lusten en lasten gelijkmatiger verdeelt, en vele inwoners meer zekerheid geeft.

Het arbeidsmarktbeleid heeft een enorme update nodig. Hoe zorgen we dat alle werkenden in Nederland - onafhankelijk van hun contractvorm - voldoende inkomenszekerheid, verzekering tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid, en pensioenopbouw hebben? De toenemende scheefgroei tussen vaste werknemers, tijdelijke krachten en zelfstandig ondernemers moet de goede kant opgebogen. De coronacrisis bewijst weer dat de arbeidsmarktpijn van een economische recessie heel ongelijk neerkomt, vooral bij jongeren, bij mensen met een migratie achtergrond, en bij de lagere inkomens.

Het belastingstelsel vraagt om groot onderhoud. De lasten op arbeid zijn in internationaal perspectief hoog, de lasten op kapitaal (of vermogen) juist laag. Daarbij is de uitdaging hoe het belastingstelsel beter in lijn gebracht wordt met de gewenste overgang naar een duurzamere economie en samenleving – dit vraagt om de juiste fiscale prikkels. Verder ligt het toeslagensysteem terecht onder spervuur. Maar het toeslagen-oerwoud kan alleen gekortwiekt worden met een hele goede ondersteuning van belastinghervormingen (en een hoger minimumloon).

Het vergroeningsbeleid moet bij de tijd gebracht. Onze CO2-reductie doelstellingen worden zonder nieuwe maatregelen gewoon niet gehaald. Een impuls is nodig. Dit kan gefinancierd worden door die negatieve rente en de opbrengsten meer gericht op gewone burgers en innovatieve bedrijven. Maar belangrijker: zet de juiste groene kaders, waarbinnen de innovatiemotor van de markteconomie moet werken. Technologische vooruitgang is al enorm, in de kringen van (publiek) onderzoek en ontwikkeling. De grote uitdaging is marktpartijen deze innovaties op te laten nemen in hun productieprocessen.

De bevolking zal niet in opstand komen tegen zo een moderniseringskabinet.