Cody Hochstenbach

Beleidsmakers brengen arme bewoners bewust in de verdrukking

30 november 2020 06:10

In het debat over gentrificatie heeft Massih Hutak zich ontwikkeld tot een prominente stem. Met zijn initiatief 'Verdedig Noord' en zijn columns in Het Parool levert hij geregeld felle kritiek op stedelijke ongelijkheid, gentrificatie in het bijzonder. Over dat laatste onderwerp publiceerde Hutak vorige week zijn boek Jij hebt ons niet ontdekt, wij waren hier altijd al. Zijn Amsterdam Noord is dan ook volop aan gentrificatie onderhevig.

Voor de duidelijkheid: gentrificatie is de ruimtelijke uitdrukking van klasse ongelijkheid. Het is het proces waarbij arbeidersbuurten – vaak na decennia van verwaarlozing – in trek raken bij hoogopgeleide en goed verdienende tweeverdieners met (veel) hogere woningprijzen als gevolg.

Zo geformuleerd klinkt gentrificatie wellicht als een autonoom proces gedreven door de woonvoorkeuren van welgestelde huishoudens. Dit is inderdaad het clichébeeld in de media. In zijn boek benadrukt Hutak echter dat gentrificatie zeker geen spontaan proces is, maar juist sterk gestimuleerd door overheidsbeleid. 'Gentrificatie is geen natuurwet.'

Op sociale media roerden de Amsterdamse planologen en stadsontwikkelaars zich vervolgens. Volgens de ene planoloog zou gentrificatie wél een autonoom proces zijn, van overheidssteun geen sprake. Gentrificatie beleid? Onzin. Een andere planoloog maakte Hutak's kritiek belachelijk: "Bakfietsen en toffe koffietenten. The horror. THE HORROR."

Alsof gentrificatie niet meer is dan dat.

Massih Hutak heeft namelijk wel degelijk gelijk: er is een uitgebreide wetenschappelijke literatuur die aantoont dat stadsbesturen over de hele wereld gentrificatie inzetten als beleidsinstrument. Het doel is een hoogopgeleide creatieve klasse aan de stad te binden om zo aan economische concurrentiekracht te winnen.

Die creatieve klasse zou naarstig op zoek zijn naar authentieke buurtjes met hippe horeca en designwinkels. Gentrificatie is dan het antwoord. Tegelijkertijd ziet de overheid gentrificatie als middel om arme buurten op te krikken en te ontdoen van ongewenste elementen.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Ik schaamde me voor mijn dakloze vader

Amsterdam is geen uitzondering, zo laten wetenschappelijke studies van mij, mijn collega’s en anderen keer op keer zien. Sla mijn proefschrift er maar op na. Sterker nog, het stadsbestuur is hier juist bijzonder actief geweest in het aanjagen van gentrificatie. Niet zo heel lang geleden deed zij hier ook niet zo geheimzinnig over: de Amsterdamse woonvisie uit 2007 omarmde gentrificatie nog expliciet als beleidskans.

De overheid stimuleert gentrificatie op allerlei manieren: door de rode loper uit te rollen voor nieuwe horeca, door tenenkrommende buurtmarketing (Bos en Lommer wordt BoLo), of door dure prestigeprojecten als visitekaartje voor de buurt.

Maar bovenal stimuleert de overheid gentrificatie met haar woonbeleid. Ze moedigt de massale verkoop van sociale huurwoningen aan, of sloopt hele woonblokken om die te vervangen door glimmende nieuwbouw. Het ziet er wellicht gelikt uit, maar is simpelweg onbetaalbaar voor de oude buurtbewoners.

Dit gentrificatiebeleid heeft er mede toe geleid dat het aantal corporatiewoningen in Amsterdam de afgelopen twintig jaar met zo'n 30.000 is afgenomen. Dat terwijl de behoefte aan betaalbare huisvesting alleen maar is toegenomen.

Zo groeide Amsterdam tussen 2000 en 2020 met 140.000 inwoners verdeeld over ruim 70.000 huishoudens. De gemiddelde Amsterdamse koopwoning kost inmiddels bijna een half miljoen euro. Redenen genoeg om vol in te zetten op de bouw van betaalbare woningen, in plaats van deze te slopen.

Kritiek op gentrificatie gaat dan ook niet om die hippe bakfietsouders of om dat nieuwe toffe koffietentje in de buurt. Gentrificatie is een proces van verdringing en uitsluiting dat direct bijdraagt aan de onbetaalbaarheid van wonen.

Hoewel er zeker ook oude bewoners zijn die de veranderingen waarderen, zijn er genoeg oudgedienden die gentrificatie heel anders ervaren. Zij zien de buurt waar zij geworteld zijn onherkenbaar veranderen: buren verhuizen, ontmoetingsplekken verdwijnen en sociale netwerken ontbinden. Vervreemding van de eigen buurt is het resultaat.

De defensieve reflex van stadsbestuurders op gentrificatiekritiek is weliswaar niet nieuw – ik heb het vaak genoeg mogen meemaken – maar des te kwalijker. Er is een omvangrijke wetenschappelijke literatuur die de nadelige effecten van gentrificatie benadrukt, én er is een groeiende groep stadsbewoners die van zich laat horen. Gentrificatie ondermijnt hun recht op de stad.

Dat beleidsmakers deze kritiek bewust blijven bagatelliseren, legitimeert een verdere toename in woonongelijkheid in de stad. Uiteindelijk levert dat voor iedereen een minder aantrekkelijke stad op.