Leo Lucassen

Speel extremisten niet in de kaart

09 november 2020 06:12

Toen vorige week dinsdag de eerste berichten over de aanslag in Wenen doorsijpelden, dacht ik onmiddellijk 'als het maar geen jihadisten zijn'. Alsof het voor de slachtoffers en hun nabestaanden ook maar iets uit had uitgemaakt.  

De rechtvaardiging voor deze reflex is dat je op je vingers kunt uit tellen dat moslims die hier part nog deel aan hebben er niettemin op aangesproken worden. Was het een actie à la Breivik of Tarrant geweest, dan zou niemand uit de groep waarvoor zij zeggen te strijden ('witte' Europeanen en Amerikanen) het in zijn hoofd halen zich voor hun racistische terreurdaden te verontschuldigen.

Niettemin stemt de reflex op de aanslag in Wenen tot nadenken. De angst voor een islamofobische backlash kan er namelijk toe leiden dat je de voedingsbodem van rechts-extremisme ten onrechte problematischer vindt dan die van jihadistisch fundamentalisme.

Maar er is nog een andere belangrijke reden om de ideologische achtergrond van de terroristen minder centraal te stellen.

Je kunt terroristen namelijk geen groter plezier doen dan hun extreme ideologie een podium te geven. Want uiteindelijk is het alle terroristen erom te doen om hun binaire goed-kwaad wereldbeeld ingang te doen vinden.

In het geval van racistische 'white supremacists' gaat het om het idee van 'wij de blanken' tegen 'zij' de immigranten, zwarten, minderheden, joden, moslims etc. Terwijl jihadisten strijden tegen iedereen die niet de juist interpretatie van de islam aanhangt en de daaraan verbonden maatschappelijke utopie van het kalifaat.

Daarom hebben dit soort terroristen er alle belang bij dat de groep waarvoor zij zeggen te strijden met hun daden wordt vereenzelvigd of er op zijn minst medeverantwoordelijk voor wordt gehouden.

Zo hopen jihadisten dat hun aanslagen leiden tot verdere stigmatisering van moslims zodat die groep geïsoleerd wordt, zich als slachtoffer gaat beschouwen en zo in hun armen gedreven wordt.

Of, zoals Murtaza  Hussain het in 2015 in The Intercept formuleerde: de Islamitische Staat is erop uit om 'de grijze zone' van het vreedzaam samenleven tussen moslims en niet-moslims te elimineren en zo een spiraal van haat en wraak te ontketenen. Extreemrechtse extremisten op hun beurt hopen ‘hun’ achterban wakker te schudden en duidelijk te maken dat zij op het punt staat ‘omgevolkt’ en geïslamiseerd te worden.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Hou op BLM-beweging te criminaliseren

Anders dan het terrorisme uit de jaren zeventig en tachtig (de RAF, Rode Brigades, IRA, of de neo-fascische Nuclei Armati Rivoluzionari) dat sterk politiek was geïnspireerd, lenen de huidige racistische en jihadistische varianten zich veel beter voor het stigmatiseren van bevolkingsgroepen dan hun voorgangers. Het gaat nu immers niet om abstracte begrippen als 'kapitalisme' of 'democratie', maar om concrete mensen: immigranten, moslims, zwarten voor de ene of ongelovigen voor de ander, met in beide gevallen joden als mikpunt.

Welbeschouwd kunnen extreemrechts en jihadisten niet zonder elkaar en hun gedachtengoed vormt twee zijden van dezelfde medaille. In dat opzicht draagt iedere aanslag van welke kant dan ook even veel bij aan de door hen zo vurig gewenste maatschappelijke polarisatie.

Deze etnisch-religieuze tegenstelling is geworteld in het idee dat we leven in een tijdperk van botsende beschavingen, zoals gemunt door de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington in 1993. Ging het in de naoorlogse periode vooral om de strijd tegen het communisme, met de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989, werd 'de islam', en haar aanhangers, als nieuwe vijand ontdekt.

Moraal van dit verhaal is dat burgers met toegang tot belangrijke communicatiekanalen, of het nu wetenschappers, journalisten, politici, of 'influencers' zijn, niet mee moeten gaan in dit frame. In plaats daarvan kunnen we ons beter richten op de hele grote middengroep van burgers die beide vormen van extremisme afwijst en bij aanslagen juist de menselijke reacties voor het voetlicht halen.

Zo berichtte de Oostenrijkse krant Kurier een dag na de aanslag in Wenen over drie mannen, inwoners van de stad Wenen die onmiddellijk te hulp schoten. Twee van hen hadden een Turkse achtergrond, Mikail Özen (25) en Recep Tayyip Gültekin (21). De derde was een 23-jarige Palestijn, Osama Joda , (23) die een gewond geraakte politieman eerste hulp bood.

De aandacht voor hun spontane reactie benadrukt juist de gemeenschappelijke menselijkheid, die zich niet door etnische of religieuze stereotypen laat gijzelen.