Hans Stegeman

We hebben last van exponentiële kortzichtigheid

31 oktober 2020 13:11

Onze fossiele hersenen vinden exponentiële groei maar een lastig concept. We komen vaak niet verder dan lijntjes rechtdoor trekken doortrekken (lineair) of verwachten dat 'alles hetzelfde blijft'.

Of het nu gaat over economische groei, de toename van besmettingen of opwarming van de aarde, we zien niet dat deze exponentieel toenemen. Doordat onze frontale voorkwab nog steeds denkt dat de wereld zich ontwikkelt zoals in het stenen tijdperk (kortom: niet heel snel), zijn we telkens te laat met het reageren op ontwikkelingen.

We zijn te dom voor exponentiële groei. En dat leidt tot veel schade.

Een mooi voorbeeld om duidelijk te maken hoe lastig wij exponentiële groei vinden is het bekende verhaal over het allereerste schaakbord.

De uitvinder ervan deed zijn eerste exemplaar cadeau aan de keizer. Die was er blij mee en vroeg de uitvinder wat hij ervoor terug wilde hebben. "Rijst", zei de uitvinder, "een korrel rijst op het eerste veld en die dan op elk van alle 64 velden verdubbelen". 

De lineair denkende keizer realiseert zich niet dat als hij aan dit exponentiële verzoek wil voldoen, hij in totaal 9,2 triljoen rijstkorrels zal moeten ophoesten op het laatste bord - ongeveer 2000 keer de huidige wereldwijde productie.

Dit verhaal kent twee versies. In de ene laat de in paniek geraakte keizer de uitvinder onthoofden, in de andere stelt hij hem aan als economisch adviseur.

Het snappen van exponentiële groei kan dus helpen. Zo zien mensen die zich bezig houden met technologische ontwikkelingen de exponentiële toename van rekenkracht als de poort naar het walhalla van overvloed. Economische adviseurs met een tech-bias komen aan met de 'tweede helft van het schaakbord' en zijn enorm optimistisch over de toekomst.

Maar niet alle exponentiële groei is positief en dat hebben we niet eens door. Neem het coronavirus. We denken te lang dat het wel meevalt, totdat we worden overvallen door de snelheid van de ontwikkelingen en zitten we in de tweede golf.

Ook onze economie groeit exponentieel, zonder dat we het door hebben. De groei van de Nederlandse economie van gemiddeld ongeveer 3 procent per jaar sinds de jaren vijftig zorgt elke 23 jaar voor een verdubbeling van de economische activiteit. Zou de groei slechts 1 procent zijn geweest, dan zou het van 1950 tot nu hebben geduurd voordat de economische groei was verdubbeld.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Wat is het domst: meer werken of minder?

Van de exponentiële economische groei zouden we nog kunnen zeggen dat dit ook exponentiële materiële welvaart heeft opgeleverd en dus positief is. Het heeft echter ook geleid tot een exponentiële belasting van de leefomgeving: in materiaal- en grondgebruik, in de aantasting van de biodiversiteit, in vervuiling. En hier komt de crux die we maar niet willen begrijpen: ons ecosysteem groeit niet exponentieel.

En dan werkt het dus ook nog eens zo dat de veranderingen die we door onze overbelasting van het ecosysteem in gang hebben gezet vaak niet-lineair (soms exponentieel) zijn. Vaak weten we niet eens precies hoe die veranderingen doorwerken. We weten alleen wel dat er bepaalde kantelpunten zijn waarna ontwikkelingen niet meer zijn terug te draaien.

Iemand die hier op wijst krijgt nu vaak die andere behandeling die de keizer volgens het verhaal toepaste: virtuele onthoofding. Exponentiële economische groei ter discussie stellen past nog steeds niet in het fossiele denkraam van velen. Die tech-goeroes zijn veel aantrekkelijker.

En zo blijven we de snelheid of de mate van verandering onderschatten. Wat kunnen we hieraan doen?

Onderzoek van de Amerikaanse National Academy of Sciences laat zien dat het helpt om mensen statistiek uit te leggen om draagvlak te creëren voor de sociale beperkingen bij de bestrijding van de coronapandemie. Hetzelfde zouden we ook kunnen doen met de beperkingen van de leefomgeving voor economische groei.

Hetzelfde onderzoek toont echter ook aan dat mensen wel de noodzaak moeten zien om hun gedrag te veranderen. En dat blijft toch vaak het probleem, want juist als mensen het juiste gedrag vertonen ontwikkelt het probleem zich niet meer exponentieel.

Dan kunnen ze altijd achteraf zeggen dat er helemaal geen sprake was van exponentiële groei. En zo leven we verder in onze lineaire perceptie.