Leo Lucassen

Waarom we niet de straat op gaan voor Samuel Paty

26 oktober 2020 06:06

Vier dagen na de afschuwelijke moord op de Franse leraar Samuel Paty vroeg Fidan Ekiz zich in het door haar en Renze Klamer gepresenteerde programma De Vooravond af waarom er zo lauw werd gereageerd in Nederland. Waarom stroomde, net als bij Black Lives Matter, de Dam niet vol en waarom bleef het in de politiek muisstil?

Een mogelijk antwoord op die vraag gaf ze vervolgens zelf: het is angst voor radicale moslims, maar ook omdat problemen met de integratie van moslims niet bovenaan de politieke agenda staat. Een mening die door velen werd gedeeld. Zo lieten het voormalige PvdA kamerlid Keklik Yücel en vele anderen zich in vergelijkbare bewoordingen uit.

Het antwoord van Ekiz overtuigt mij maar ten dele. Er ging een weekend overheen, maar toen spraken politici, eensgezind, hun afschuw uit, en intussen deden alle media er uitgebreid verslag van.

Voor iedereen is duidelijk dat dit niet alleen een schokkende terroristische aanslag is, maar ook dat we ons moeten realiseren dat de dreiging van het jihadisme geenszins verdwenen is, zoals mijn Leidse collega Jeanine de Roy van Zuijdewijn in NRC opmerkte. Bovendien wordt het publieke debat al twintig jaar gedomineerd door de problematische kanten van de islam.

Daarnaast is het sowieso niet zo duidelijk waarom sommige terroristische aanslagen gepleegd in het buitenland tot collectieve maatschappelijke  verontwaardiging leiden, met demonstraties als meest zichtbare uitingsvorm, en andere niet.

Afgelopen week begreep ik van historica en terrorismedeskundige Beatrice de Graaf dat hier geen onderzoek naar is gedaan, maar desgevraagd sprak zij het vermoeden uit dat mensen pas de straat op gaan als er aan de volgende drie zaken is voldaan: 1) er moet een eigen kernwaarde in het geding zijn, 2) er moet sprake zijn van een schokeffect 3) er moet een organisatie achter zitten.

Kijken we naar de afgelopen tien jaar waarin er wereldwijd een golf van jihadistische en extreemrechtse aanslagen werden gepleegd, dan blijkt maar een klein deel überhaupt aandacht te krijgen in de media.

Het door De Graaf genoemde schokeffect doet zich vrijwel alleen voor als dit type terrorisme in een westers land plaatsvinden, zoals de  reeks jihadistische aanslagen in Europese landen en de extreemrechtse aanslagen op twee moskeeën in Christchurch en op synagogen in Pittsburgh.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Hou op BLM-beweging te criminaliseren

Maar zelden leidt dit soort wandaden in andere landen hier tot collectieve vormen van protest en solidariteit. Eigenlijk bracht alleen de aanslag tegen de redactie van Charlie Hebdo in 2015 veel mensen (maar liefst 18.000) op de been. Toen speelde angst voor mogelijke reacties van jihadisten, of om moslims niet voor het hoofd te stoten in ieder geval geen rol.

De reacties op andere jihadistische aanslagen, maar ook de moordpartij door Breivik (2011) en die door Tarrant in Nieuw Zeeland (2019) beperkten zich grotendeels tot de (sociale) media. Waarschijnlijk belangrijker is de derde door De Graaf gesuggereerde voorwaarde, namelijk de organisatie die ervoor nodig is. Die stamp je namelijk niet zomaar uit de grond.

Nu is verontwaardiging altijd selectief en de ene kernwaarde (vrijheid van meningsuiting) raakt de een meer dan de andere (non-discriminatie). In plaats van elkaar op dit punt de maat te nemen, kunnen we beter een open gesprek voeren over het belang van die kernwaarden.

En als je dan toch wil weten waarom de Dam soms wel, maar meestal niet volstroomt, dan is een vergelijking tussen jihadistische en extreemrechtse aanslagen meer op haar plaats dan met Black Lives Matter.

In het laatste geval ging het niet om een aanslag door een terrorist tegen de samenleving, maar om de staat zelf (in dit geval de VS) die al eeuwen een belangrijk deel van haar eigen bevolking uitsluit, achterstelt en verantwoordelijk is voor de moord op tienduizenden African Americans zonder vorm van proces.

Want het politiegeweld van de afgelopen decennia staat in een langere traditie van door een door de staat gesanctioneerde slavernij, en na de afschaffing ervan het vervolgens wegkijken bij duizenden lynchpartijen tussen 1880 en 1968.

Kortom, het betreft geen incident door buitenstaanders, maar structureel openlijk geweld door de samenleving. Anders dan bij terrorisme wordt het onrecht veroorzaakt door ons zelf en door onszelf gevormde instellingen. Protest tegen institutioneel racisme is in dit opzicht dan ook van een andere orde. Daarmee is de vraag van Fidan Ekiz niet onterecht, maar haar aannames lijken mij te selectief en voor discussie vatbaar.