Cody Hochstenbach

Stop met die zwalkende linkse woonpolitiek

19 oktober 2020 06:05

Langzaam druppelen de partijprogramma’s voor de komende landelijke verkiezingen binnen. De afgelopen weken presenteerden de D66, GroenLinks en SP hun plannen. De andere partijen zullen niet lang op zich laten wachten.

De programma's die er nu liggen, tonen ruimschoots aandacht voor wonen. De partijen zijn het er over eens dat er weer een minister van wonen moet komen die de regie neemt. GroenLinks en SP kiezen bovendien nadrukkelijk voor het omarmen van, en investeren in de sociale volkshuisvesting, en ook de D66 zegt woningcorporaties meer financiële ruimte te willen geven om betaalbare woningen te bouwen. Van de PvdA valt te verwachten dat zij in haar (nog niet gepubliceerde) verkiezingsprogramma eveneens vol zal inzetten op volkshuisvesting.

De aandacht voor wonen en de keuze voor volkshuisvesting staan in contrast met recente verkiezingen. Deze kentering deed mij denken aan een recent wetenschappelijk artikel van de Duitse socioloog Sebastian Kohl. Hij analyseerde maar liefst 1809 verkiezingsprogramma's uit 19 landen sinds 1945 op hun woonstandpunten. Hij richtte zich specifiek op de vraag hoe politieke partijen tegen de woningmarkt aankijken, en hoe zij denken over het kopen versus het huren van een woning.

Zijn conclusie: rechts conservatieve partijen verkondigen consistent een voorkeur voor eigenwoningbezit. Zij geloven dat de koopwoning zelfstandige en verantwoordelijke burgers creëert en aansluit bij traditionele familiewaarden. De koopwoning moet bovendien als spaarpot en pensioen dienen, wat minder sociale vangnetten en een algeheel kleinere verzorgingsstaat mogelijk maakt.

Linkse politieke partijen zijn daarentegen veel minder eenduidig in hun woonstandpunten. Zij verkondigen standpunten die zowel pro-koop als pro-huur zijn, met duidelijke verschillen tussen partijen, landen en tijdsperioden.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Het Rijk verwaarloost doelbewust de Nederlandse volkshuisvesting

Vooral de sociaaldemocratische partijen omarmden woningbezit. De Britse Labour partij schreef in 1970 in haar verkiezingsprogramma: "Home ownership will be further encouraged." Tien jaar later begon de massale uitverkoop van sociale huur middels het beruchte right-to-buy beleid.

In 1986 schreef de PvdA onder Joop den Uyl in haar verkiezingsprogramma: "Mensen met een bescheiden inkomen, die een eigen koopwoning wensen moeten daartoe in staat worden gesteld." Overigens was dit onderdeel van een programma waarin ook de volkshuisvesting nog ruimschoots aandacht en ondersteuning kreeg.

Kohl stelt in zijn artikel dat het voor veel linkse partijen bijzonder lastig is tegen meer eigenwoningbezit te zijn. Zeker in landen met een grote koopwoningmarkt steunen linkse partijen woningbezit met grote regelmaat, niet in de laatste plaats omdat woningbezitters een electorale meerderheid vormen. Daarnaast geloven zij in de emancipatoire werking van woningbezit: voor de arbeidersklasse kon bezitsvorming een ticket naar de middenklasse zijn.

De steun voor woningbezit door linkse politieke partijen blijft niet zonder gevolgen, zo toont Kohl. In landen waar die steun prominenter is, is de koopsector doorgaans groter. Maar dat niet alleen. De hypotheekschulden zijn er doorgaans omvangrijker wat zich vertaalt in allerlei risico's en prijsopdrijving. Bovendien waren de gevolgen van de financiële crisis van 2008 op de huizenmarkt er schrijnender.

Mijn analyse is dat het linkse politieke partijen vaak ontbreekt aan een duidelijk eigen verhaal over wonen. Veel te vaak zijn zij meegegaan met rechtse woonpolitiek. Dan juichten zij bijvoorbeeld belastingverhogingen voor woningcorporaties (de verhuurderheffing) toe, of stimuleerden zij de uitverkoop van sociale woningbouw in de grote steden waar zij aan de macht zijn. Tegelijkertijd blijven allerlei onterechte voordelen voor de koopwoningmarkt in stand. Denk bijvoorbeeld aan de hypotheekrenteaftrek of de jubelton.

Er is daarom wat mij betreft behoefte aan linkse partijen die met deze recente geschiedenis durven te breken en kiezen voor een ambitieus en inspirerend verhaal over de volkshuisvesting. Zij kunnen putten uit de rijke Nederlandse volkshuisvestingstraditie.

In de aanloop naar de komende landelijke verkiezingen lijken de linkse partijen nu tegemoet te komen aan deze oproep. Na jaren van desinvestering willen zij weer investeren in een brede sociale huursector die ook voor middeninkomens bedoeld is.

De historische analyse van Kohl roept echter de vraag op: zullen linkse partijen deze keer vasthouden aan dit verhaal? Of gaan ze toch weer overboord om de koopsector te stimuleren?