Cody Hochstenbach

Mijn generatie blijft stil over de wooncrisis

21 september 2020 06:31

Regelmatig krijg ik van vrienden, kennissen, journalisten maar ook volstrekt onbekenden de vraag of ik nog een gouden tip heb in de zoektocht naar een betaalbare woning. Een lastige vraag: wetenschappers zijn doorgaans beter in het benoemen van problemen dan het aanreiken van kantenklare oplossingen.

Hoewel ik deze vraag dus uit allerlei hoeken krijg, is er doorgaans één gemene deler: het gaat om mijn generatiegenoten, pak 'm beet mid-twintigers tot mid-dertigers. Deze groep heeft het inderdaad lastig op de woningmarkt, en kan dus wel een gouden tip gebruiken.

Waar vorige generaties makkelijker aan een koopwoning konden komen, blijkt dit voor mijn generatie steeds vaker een onhaalbare droom. In 2011 had nog 53 procent van de 18 tot 39 jarigen een koopwoning, in 2018 was dat minder dan 47 procent.

In grote steden, waar mijn generatie in toenemende mate samenklontert, was die afname nog een stuk sterker. Ook het huren van een betaalbare woning hoort door lange wachtlijsten en strenge maximale inkomensnormen vaak niet tot de mogelijkheden.

Jongeren vallen tussen wal en schip en zoeken hun toevlucht dan maar in de veelal dure particuliere huursector. Daar zijn zij gemiddeld genomen 46 procent van hun inkomen kwijt aan de maandelijkse huur, een onverantwoord hoge 'woonquote'. Dit gemiddelde suggereert bovendien dat een forse groep jongeren zelfs ruim meer dan de helft van hun maandsalaris kwijt is aan de huur. Dat is al helemaal een onverantwoord risico.

Geen wonder dat jongeren, bij gebrek aan beter, langer in het ouderlijk huis blijven plakken en daar vaker als boemerangkinderen terugkomen.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Het Rijk verwaarloost doelbewust de Nederlandse volkshuisvesting

De terugkerende vraag of ik nog een gouden tip heb, is weliswaar begrijpelijk maar ook exemplarisch voor hoe we deze woningmarktproblemen benaderen: we hebben ze geïndividualiseerd. Kun je geen woning kopen? Dan had je maar harder moeten werken, spaarzamer leven, of vroeger beginnen met zoeken.

Ook de kritiek van doorgaans oudere generaties komt hier vaak op neer. Wij jongeren zouden simpelweg niet met geld om kunnen gaan. We verbrassen alles maar aan verre reizen, dure craft beers en Instagrammable diners.

De problemen zijn echter structureel van aard: woningprijzen zijn geëxplodeerd, betaalbare huuralternatieven beleidsmatig uitgehold, de inkomens van jongeren gestagneerd, en hun kansen op een vaste baan zienderogen verslechterd.

Het is voor mij daarom niet zo interessant om na te denken over individuele tips en oplossingen. Ik kan wel zeggen dat je iedere maand geld moet sparen, maar hoeveel zin heeft dat als de huur een groot deel van je inkomen opeet? Mijn cynische antwoord is vaak dat er geen betere tip is dan er voor te zorgen dat je rijke (en gulle) ouders hebt.

Dat is echter niet bepaald hoopvol. Mijn oprechte antwoord is daarom dat jongeren hun individuele ervaringen van woningmarktuitsluiting moeten zien als onderdeel van een breed gedeelde ervaring, en moeten bundelen. Omarm je deze gedachte, dan kun je vanuit jouw individuele perspectief pleiten voor een structurele aanpak van de breed gedeelde wooncrisis.

Dat is dan ook de gouden tip: kom in opstand – opstand op welke manier dan ook – tegen de wooncrisis en eis het recht op degelijke en betaalbare huisvesting op. Maak duidelijk dat dit structurele probleem een structurele oplossing vereist.

Een regering die de bouw van betaalbare huurwoningen heeft gehalveerd en de prijs van nieuwbouw koopwoningen heeft laten oplopen tot ruim 4 ton is er niet voor de starter, niet voor mijn generatie. Een kleine tegemoetkoming in de vorm van het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor koopstarters verandert niets aan dat gegeven. Tijd om fundamentele verandering te eisen.