Hidde de Vries

Waarom de focus op burnout het probleem niet oplost

15 september 2020 06:11

Het tijdschrift de Psycholoog plaatste in augustus de afscheidsrede van Wilmar Schaufeli als hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht. De 67-jarige, in mijn ogen, internationale koploper als het gaat om onderzoek naar burnout sluit daarmee zijn academische carrière af.

Frappant zijn zijn volgende woorden: "Er is al jarenlang een afvalrace aan de gang. Er is een sterke verschuiving van fysieke naar mentale belasting. Van steeds meer werknemers wordt klantgericht werken geëist. Werknemers worden bovendien geconfronteerd met bezuinigingen en flexibilisering. In personeelsadvertenties wordt steeds vaker de nadruk gelegd op het belang van sociale vaardigheden; je goed kunnen uitdrukken, in een team kunnen werken, en tegenslagen kunnen incasseren." 

Dit zijn alleen geen recente woorden van Schaufeli, maar woorden uit zijn oratie die de Volkskrant 25 jaar geleden kopte op haar voorpagina.

Dit lezend lijkt er niet veel veranderd te zijn over de afgelopen jaren. Dat wat wij 'burnout' noemen bestaat dus al heel lang. Alleen is het nu gehypet. Schaufeli zegt dat eigenlijk ook in zoveel woorden. Zo legt hij, als tegengeluid van wat er in de media vaak beweerd wordt, de nuance bloot dat er in principe geen burnout-epidemie heerst. Er is weliswaar een stijgende lijn in burnoutsymptomen onder werknemers, maar dit zegt niets over het daadwerkelijke aantal burnoutgevallen.

In verhouding tot andere Europese landen doen wij het in Nederland niet eens slecht. Gemiddeld voelt 1 op de 16 werknemers zich aan het einde van de werkdag geregeld uitgeput, tegen 1 op de 10 in Europa gemiddeld. Daarnaast blijkt meer dan 18 procent van de Nederlandse beroepsbevolking bevlogen te zijn tegen een Europees gemiddelde van 11 procent.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Werkgevers zetten bedrijfsartsen onder druk om burnout

Dat wil overigens niet zeggen dat we achterover kunnen gaan leunen. Net als dat in de vorige eeuwen lichamelijke klachten inherent waren aan het veelal fysieke werk, zo worden psychische klachten een steeds grotere uitdaging inherent aan de moderne kenniseconomie.

Alleen is de manier waarop je daarmee omgaat cruciaal in de effectiviteit. Zo is Wilmar Schaufeli betrokken geweest bij het in 2006 in Utrecht ontwikkelde Job Demands-Resources Model. Uit dit model komt misschien wel Schaufeli's belangrijkste bijdrage aan de moderne bestrijding van een burnout.

In het kort: het model gaat uit van 2 krachten. Aan de ene kant de job demands (taakkenmerken) zoals bijvoorbeeld werkdruk. Aan de andere kant de job resources (energiebronnen) zoals bijvoorbeeld meer zeggenschap of vrijheid in het werk.

Het model toont aan dat zowel bij een verbetering van de energiebronnen (meer vrijheid in het werk), als bij een verlaging van de taakkenmerken (lagere werkdruk), de kans op burnout kleiner wordt. Echter, bij een hogere focus op bijv. meer vrijheid in het werk (energiebron) neemt daarbij ook de kans op bevlogenheid van het team toe. Met alle positieve resultaten tot gevolg.

Focus op het verlagen van de werkdruk (taakkenmerk) verlaagt weliswaar de kans op burnout, maar het draagt niet bij aan de bevlogenheid van medewerkers. Bovendien loop je hiermee het risico op een bore-out (burnout door verveling) of vertrekkende werknemers. Plus dat de verlaging van de werkdruk ook automatisch de output verlaagt. Voor niemand wenselijk.

Schaufeli's kijk op burnout en hoe we die het beste bestrijden biedt daarmee een positieve aanpak. Een waarbij we aan de slag gaan met de verbetering van de mogelijke energiebronnen op het werk, in plaats van dat we onszelf als slachtoffers van de moderne werkdruk beschouwen. 

Belangrijke vraag om jezelf dan ook te stellen is of jij op jouw werk over de juiste energiebronnen beschikt? Je kan de werkdruk wel verlagen, maar dat gaat je niet per se meer energie opleveren in je werk.