Cody Hochstenbach

Ik schaamde me voor mijn dakloze vader

24 augustus 2020 06:22

Ik was een jonge middelbare scholier toen het gebeurde. Ik zat in de brugklas of misschien wel in het tweede jaar, ik weet het niet meer precies. Mijn vader raakte dakloos. Het ging financieel niet zo lekker, waardoor hij zijn winkel en bovenwoning in de binnenstad van Maastricht verloor. Tegenwoordig zouden we hem een economisch dakloze noemen. Ik woonde bij mijn moeder.

Een paar maanden geleden schreef ik er voor OneWorld een veel gelezen artikel over. Eigenlijk was dat pas de eerste keer dat ik er in het openbaar over sprak. Ik vond het spannend om er over te schrijven, en heb lang nagedacht of ik het wel moest doen.

Veel van mijn vrienden reageerden verbaasd, zij wisten helemaal niet dat mijn vader ooit dakloos was geweest. Ook vrienden die ik destijds al goed kende waren verrast. Dat is niet zo gek. Als jonge tiener schaamde ik me voor mijn dakloze vader. Ik vond dat mijn vader had gefaald, en ik dacht dat dat negatief op mij af zou stralen. Ik hield het daarom zo veel mogelijk verborgen.

Ik wist dat hij wel vaker op Plein 1992 te vinden was. Was ik met vrienden, dan probeerde ik die plek te vermijden om te voorkomen dat we elkaar tegen het lijf zouden lopen. Ging ik met mijn vader een rondje fietsen, dan hoopte ik evenzogoed niemand tegen te komen. Ik vond het vervelend dat ik niet 'gewoon' bij hem thuis kon afspreken.

Na verloop van tijd krabbelde mijn vader op. Hij vond een baan en kon zo voorrang voor een sociale huurappartement krijgen. Maar ook toen, toen zijn periode van dakloosheid achter de rug was, zweeg ik er over. Ik bleef bewust vaag over die periode.

Mijn schaamte staat niet op zichzelf. Er hangt een flink stigma rondom dakloosheid. Nog steeds voelt het ongemakkelijk om er vanuit mijn persoonlijke ervaring over te schrijven. Vanuit mijn rol als wetenschapper schrijven voelt een stuk veiliger. Toch denk ik dat het belangrijk is om te doen. Het persoonlijke is immers politiek.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Het Rijk verwaarloost doelbewust de Nederlandse volkshuisvesting

Voor mij is het een manier om te laten zien dat dakloosheid niet een of ander abstract en marginaal fenomeen is. Het overkomt de mensen om ons heen – mensen met vrienden, met kinderen, met een gezin. Dakloosheid treft niet alleen de dakloze, maar haalt ook de levens van al die naasten overhoop.

Bovendien vind ik dat de individuele schaamte die ik als jonge tiener voelde, moet plaatsmaken voor collectieve schaamte. Anders gesteld: dakloosheid is niet het gevolg van individueel falen, maar van een falend systeem dat kwetsbare mensen in de steek laat.

Volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 2018 zo’n 40.000 dakloze volwassenen in Nederland, een verdubbeling ten opzichte van 2009. Dat zijn bovendien conservatieve schattingen, alles wijst er op dat de werkelijke aantallen nog hoger liggen. Deze cijfers zijn nogal een reality check voor iedereen die gelooft dat de welvaart in Nederland eerlijk wordt verdeeld.

Die schrikbarende toename is echt niet de individuele schuld van al die mensen. Bovendien, zelfs als je er een potje van hebt gemaakt, behoud je gewoon het recht op een fatsoenlijk huis. Het recht op huisvesting is verankerd in de Nederlandse grondwet.

Dakloosheid is een wijdverbreid en bovenal structureel probleem is. Velen van ons kennen wel direct of indirect iemand die er mee te maken heeft.

Willen we dakloosheid echt als een structureel in plaats van individueel probleem beschouwen, dan moeten we af van het stigma dat er aan kleeft. We moeten de schaamte weghalen bij het individu en neerleggen bij de politiek, zodat zij eindelijk eens met een fatsoenlijke aanpak komt.