Hans Stegeman

Hopen op snel economisch herstel is een recept voor teleurstellingen

18 augustus 2020 06:20

Afgelopen vrijdag kwamen de kwartaalcijfers over de economische groei van Nederland naar buiten. De historische krimp in het tweede kwartaal van 8,5 procent ten opzichte van het kwartaal ervoor kwam bepaald niet als een verrassing. Daarbovenop komt de waarschuwing van Minister Hoekstra dat 'er nog meer ellende aankomt'.

Dit was geen nieuws. Als mensen niet meer op pad mogen, als bedrijven dicht moeten, kan dat tot niets anders leiden dan minder economische activiteit.

Maar hoe nu verder?

Het standaard economenverhaal over de komende tijd is als volgt: de eerste schok - de effecten van de lockdown - zijn deels opgevangen met behulp van de overheidsmaatregelen. Mede daardoor (maar dat geldt voor elke crisis) duurt het even voordat de effecten van de schok zich doen voelen: bedrijven houden het nog even uit, maar gaan dan failliet. Dan worden mensen ontslagen, dalen de bestedingen en de huizenprijzen; zie daar, de neerwaartse spiraal. Daarna zouden we langzaam uit het dal moeten klimmen, als bezuinigingsdrift een herstel niet in de weg gaat zitten.

Maar kunnen we nu wel van zo'n herstel uitgaan? Er zijn twee belangrijke redenen voor mijn twijfel. Ten eerste is er deze keer grote fundamentele onzekerheid. Hoe gaat het aantal coronabesmettingen zich ontwikkelen? Hoelang kan en wil de overheid de economie nog op deze manier ondersteunen? Dit zijn grotere onzekerheden dan bij een normaal herstel en die hebben hun weerslag op hoe mensen handelen: meer sparen en minder consumeren en investeren.

Een andere verschil met een 'gewone' recessie is het dat hele sectoren tijdelijk op slot zijn gezet. In een normale recessie vindt er in de meeste sectoren een soort natuurlijke selectie plaats: bedrijven die er het slechtst voor staan gaan failliet, de rest doorstaat de crisis. Nu gaat het over hele sectoren die failliet dreigen te gaan.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

De hypotheekrenteaftrek: een dure manier om de woningmarkt om zeep te helpen

Zo’n harde neergang en traag herstel leidt tot veel leed. Dat wens je niemand toe.

Maar het betekent wel dat we nu de mogelijkheid hebben om 'die ellende' zoals minister Hoekstra die ziet aankomen, om te buigen. Ons niet blindstaren op groei, maar nadenken hoe we 'postgroei' kunnen opereren.

Hoe? Ten eerste: mik niet op zoveel mogelijk behoud maar op transitie. Vanuit maatschappelijk perspectief is het namelijk helemaal niet erg als bepaalde zaken veranderen. Als Amsterdammers minder toeristen willen en daardoor minder economische activiteit, prima! Als veel fysieke winkels in de binnenstad permanent sluiten door een versnelde transitie naar online: geen probleem. Economische dynamiek zorgt voor vernieuwing.

Ten tweede: wen eraan dat een economie of bedrijfswinsten niet altijd toenemen. Dat hebben we nu ervaren. Maar als we in de financiering van bedrijven of de overheidsbegroting wel met economische groei of winstgroei blijven rekenen alsof dat het normaal is, dan is dat dus een zelfgecreëerd probleem als die groei tegenvalt.

Ten derde: denk beter na over verdeling. De welvaart in ons land is meer dan toereikend om iedereen een fatsoenlijk bestaan te kunnen garanderen. Nu doen we dat liever niet, omdat de 'koek groter moet worden'. Maar het is dom om daarop te blijven wachten. Wellicht iets met belastingen?

Ten vierde: accepteer een lagere productiviteitsgroei, of zelfs minder productief werk. Telkens toenemende productiviteit zorgt ervoor dat we niet alleen steeds meer moeten consumeren, maar ook altijd met werkloosheid geconfronteerd zullen worden.

Ik weet het, dit laatste is vloeken in de economenkerk. Want productiviteitstoename is toch onze welvaartswinst? Ja, als je uitsluitend denkt in termen van materiële welvaart en niet in termen van een prettige samenleving.

Aan ons de keuze. We kunnen gaan zitten wachten op 'meer ellende', maar we kunnen ook van de gelegenheid gebruikmaken en eens  goed gaan nadenken over wat voor samenleving we willen.