Leo Lucassen

Nee, rellen in Schilderswijk zijn geen 'cultureel probleem'

17 augustus 2020 06:37

Het was te verwachten. Met de rellen in de Haagse Schilderswijk en op Kanaleneiland in Utrecht, waarbij ook jongeren met een migratieachtergrond betrokken zijn, is ook de discussie over integratie weer opgelaaid.

Geert Wilders tweette, geheel conform zijn obsessie met Marokkanen, om 'al het criminele tuig, inclusief hun familie' het land uit te zetten.

Op dezelfde dag pleitte het Haagse CDA-raadslid Kavish Partiman voor onorthodoxe maatregelen en oppert hij om te 'snijden in subsidies en uitkeringen die worden verstrekt aan huishoudens waar deze herrieschoppers toe behoren', want 'als de ouders geen normen en waarden kunnen overbrengen aan hun kinderen, moeten we hen misschien met de harde hand herinneren aan de normen en waarden die gelden in onze samenleving'.

In beide gevallen is de suggestie dat we hier te maken hebben met een etnisch probleem dat is geworteld in de cultuur van de groepen waar deze jongeren uit voort komen. Het pleidooi van Partiman sluit nauw aan bij de proefballon van VVD-fractieleider Klaas Dijkhoff uit 2018 om criminelen uit probleemwijken dubbel zo hard te straffen en hun ouders te verplichten hun kinderen naar de opvang te sturen om daar de Nederlandse taal en cultuur te leren.

De beschuldiging van 'postcode-racisme' wuifde hij destijds geërgerd weg. Het ging hem in navolging van de Deense regering, namelijk om 'verheffing'.

Het is in dit verband interessant te melden dat die aanpak in Denemarken ook bij de sociaaldemocraten aldaar wordt omhelsd. Zo voerden zij bij de verkiezingen in 2019 campagne met een streng immigratie en integratiebeleid, inclusief het omstreden 'gettoplan' dat Dijkhoff inspireerde.

Door de coalitie met andere linkse partijen moesten de socialisten onder leiding van premier Mette Frederiksen wat water bij de wijn doen, maar de toon was gezet en criminaliteit en werkloosheid worden in hoge mate als een etnische probleem neergezet

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

De mythe van 'de open grenzen'

Dat mag verleidelijk lijken, maar als je er wat langer bij stil staat moet je al gauw tot de conclusie komen dat dit een denkfout is. Dit soort problemen, inclusief de rellen, zijn namelijk helemaal niet nieuw, noch voorbehouden aan jongeren met een migratieachtergrond.

Denk in dit verband ook nog even aan de Gooise jeugd die in juli de Belgische badplaats Knokke-Heist onveilig maakte. Bovendien werd dergelijk gedrag in het nog niet zo heel verre verleden vooral met lager geschoolde landgenoten in de slechtere wijken verbonden.

Zo schreef het Algemeen Dagblad op 2 januari 1960 over de traditionele nieuwjaarsrellen in de Schilderswijk: "Het nieuwe jaar was nauwelijks vijf uur oud toen de beruchte Schildersbuurt er uitzag als na een burgeroorlog: opgebroken bestratingen, smeulende vuren, kapotgeslagen straatlantaarns, verbrijzelde ruiten, kromgebogen verkeerspalen en beschadigde auto's. De wegen lagen bezaaid met stenen, stokken, kapotte flessen, half verbrande meubelen, planken en meubilair." 

Toen een groep jongeren de politie uitdaagde , greep die op bevel van de hoofdcommissaris, bijgenaamd 'Jan Hak' in met de beruchte 'blanke sabel', waarbij een 16-jarige scholier op weg naar het ziekenhuis aan een slagaderlijke bloeding overleed

Vijfendertig jaar eerder liep het volgens veel Hagenaars ook al de spuigaten uit. Zo is in een ingezonden brief in de liberale krant Het Vaderland (27 maart 1926) te lezen: "Het is helaas een treurige waarheid dat de Nederlandsche jeugd, vooral die der groote steden bekend staat om haar buitengewone neiging tot baldadigheid en straatschenderij". Het 'Comité tegen Volksverwildering' pleitte in dat verband voor de inzet van burgerpolitie. 

In Zweden ging men in die tijd nog een stapje verder en zetten de sociaaldemocraten, die in de jaren dertig aan de macht kwamen, eugenetica in om het 'onderklasse'-probleem te bestrijden. Daarbij werden tussen 1934 en 1975 zo’n 63.000 mensen gedwongen gesteriliseerd. Bovendien probeerde de staat kinderen zoveel mogelijk uit de invloedssfeer van hun ouders te halen door het op grote schaal opzetten van crèches en naschoolse opvang.

Kortom, rellende jeugd, criminaliteit en sociale problemen zijn niets nieuws, evenmin als rigoureuze plannen om die te bestrijden. Net als vroeger beschouwden velen - ook ter linkerzijde -  dit niet zozeer als een gevolg van sociaaleconomische achterstand, maar als een cultureel en zelfs genetisch probleem. Alleen ging het toen om de eigen autochtone 'Lumpenproletariaat' en zijn de – tamelijk bijziende - pijlen nu op immigranten en hun nakomelingen gericht.