René Cuperus

Leve de volgende mediahype!

03 juli 2020 13:00

Wat blijft fascineren (en vaak ook irriteren) is de enorme willekeur waarmee media iets tot nieuws verklaren of juist tot non-nieuws. Het blijft onnavolgbaar waarom het ene bericht een nieuwswaterval op gang brengt en het andere nieuwsbericht helemaal doodvalt. Waarom het ene nieuwsfeit aanleiding is voor uitgebreide verslaggeving en eindeloos gepraat in praatprogramma’s, en een andere gebeurtenis als zuchtje wind aan ons voorbij trekt. Aan de mechanismen van nieuwsselectie is nauwelijks een touw vast te knopen.

De afgelopen anderhalve week is het natuurlijk mega-uitgebreid gegaan over 'de Grap die geen Grap genoemd mocht worden': de Akwasi/Zwarte Piet-opmerking van Johan Derksen. Uitentreuren is die besproken. Van alle kanten belicht. Met voor- en nabeschouwingen, in zo goed als alle media. We weten nu weer wat een echte mediahype is.

Al die aandacht voor '#Johangate' was verklaarbaar door het wereldwijd opgelaaide racismedebat, maar het nam wel hysterische proporties aan.   

Ongeveer dezelfde tijd passeerden andere belangrijke nieuwsfeiten bijna geruisloos het kluitjesvoetbal van de media. Nieuwsberichten waar het ook wel een week lang over had mogen gaan.

Waarom ontstond er zo weinig ophef over de verijdeling van de grootst denkbare terroristische aanslag op Nederland? Nederland was, volgens de politie, maar net ontkomen aan een Parijse Bataclan-achtige aanslag op de Amsterdamse Gay Pride.

Een groep jihadistische ‘Arnhemmers’ met IS-sympathieën had het idee opgevat om met bomgordels en automatische wapens huis te houden op de vrolijke botenparade. Dat zou een ongekende nationale ramp zijn geweest. Toch heb ik daar in al die babbelprogramma’s op TV weinig over gehoord en heeft dat nieuws, op de sensationele filmpjes van de arrestatie na, weinig losgemaakt. Hoezo?

Iets soortgelijks geldt voor een ander heftig nieuwsfeit: de dodelijke steekpartij op Rik van de Rakt door een verwarde Soedanese statushouder in Oss. Rik van de Rakt is niet echt de Nederlandse George Floyd geworden, zal ik maar zeggen. Deze week verscheen er een schokkend onderzoek waaruit blijkt hoe slecht de opvang en begeleiding van verwarde, getraumatiseerde asielzoekers en statushouders in Nederland is geregeld.

COA en azc’s zijn zeer terughoudend in het verschaffen van sociaal-medische informatie, waardoor gemeenten in het duister tasten over de statushouders die ze huisvesten. Daarmee wordt nogal een veiligheidsrisico genomen, wat het draagvlak onder het asielbeleid fors kan ondermijnen.

Deze week werd ook bekend dat de laatste maanden honderden niet-uitzetbare ‘ongedocumenteerden’ uit vreemdelingendetentie zijn ontslagen. Het merendeel van die afgewezen vreemdelingen komt op straat terecht, vaak geestelijk instabiel door de onzekere situatie waarin zij moeten verkeren. Hoe gerust kunnen we daar op zijn? Over de zwaar tekortschietende geestelijke begeleiding van vreemdelingen, hoor je al die pleitbezorgers van de opvang van vluchtelingen-jongeren uit de Griekse horrorkampen zelden. Hoezo?

Waar het ook zeker een week over had moeten gaan, is over Europa. Deze week vond in de Tweede Kamer een belangrijk debat plaats over de staat van de Europese Unie, met boeiende aanvaringen tussen Kamerleden en Nederlandse Europarlementariërs. Maar ook daarover kon ik weinig in de media en praatshows terugvinden. Terwijl de EU zich nu op een cruciaal moment bevindt. We zijn met het Duitse EU-voorzitterschap getuige van het eindspel van bondskanselier Angela Merkel.  

Duitsland en Frankrijk koersen aan op een historische versterking van de Europese Unie. Duizenden miljarden euro’s worden geïnvesteerd in post-corona crisismanagement. Landen, zoals Italië, die door ‘onderliggend lijden’ harder door de coronacrisis zijn getroffen, mogen op gulle solidariteit rekenen.

Grote landen kopen met ‘solidariteit’ Europees leiderschap. Dat geldt niet voor Nederland en de Zuinige Vier. Die worden weggezet als ‘asociaal’ en beschimpt als ‘rijkdoms-separatisten’ (Martin Schulz). Daarom is er binnen de EU sprake van schurende onenigheid.

De Nederlandse bevolking moet veel beter geïnformeerd en betrokken worden bij dit cruciale Europese debat, maar in Nederland komt serieuze meningsvorming over de Europese Unie nauwelijks van de grond. Te complex voor de praatprogramma’s, te weinig sexy voor het kluitjesvoetbal van de media, te ‘ver van het bed’ van de kiezers. Leve de volgende mediahype!