Leo Lucassen

Fijn dat de VVD eindelijk naar Piketty luistert

22 juni 2020 06:28

Een van de interessante gevolgen van de coronacrisis van de afgelopen maanden is dat het thema armoede en sociale ongelijkheid weer prominent op de politieke agenda staat, ook aan de rechterzijde van de politieke spectrum. Dit ging ten koste van de identitaire massamigratie-mantra dat politici van rechts tot links al decennia gebruiken om de echte sociale en economische problemen te verhullen.

Het ging zelfs zover dat Mark Rutte, neo-liberaal ten voeten uit, begin april in de Tweede Kamer voor een sterke staat pleitte en in een debat met o.a. Lilian Marijnissen (SP) Nederland karakteriseerde als een ‘land dat in de kern diep socialistisch is’, waar hij zich als liberaal ‘zeer bij thuis’ voelde. En hij was niet de enige politicus die opmerkte dat de coronacrisis lager opgeleiden en werkenden met een onzekere positie veel sterker raakte dan de rest van de bevolking.

Als klap op de vuurpijl volgde de stormachtige Black Lives Matter-beweging, die Rutte (maar ook Dijkhoff) aanzette om toe te geven dat er wel degelijk institutioneel racisme bestaat in Nederland en dat daar nodig iets aan gedaan moet worden. Wat onderzoek na onderzoek over structurele discriminatie op de arbeids- en woningmarkt, alsmede het etnisch profileren bij de politie en de belastingdienst niet vermochten, kantelde onder druk van wereldwijde protesten.

Hoewel het uiteraard zeer de vraag is hoe principieel deze vrome woorden zijn, sluiten zij in zekere zin heel goed aan bij het pleidooi van de Franse econoom Thomas Piketty in zijn nieuwe boek Ideologie en kapitaal. Daarin waarschuwt hij voor de misleidende en gevaarlijk tweedeling in de huidige gepolariseerde politiek tussen progressieven en nationalisten, waarbij de eersten globalisering en immigratie zouden omarmen en de tweede richting opkomt voor de (arme) autochtonen.

Een tegenstelling die radicaal-rechtse populistische partijen zoals de PVV en het Front National in Frankrijk zich graag aan laten leunen. Zo kunnen zij zich namelijk uitstekend profileren tegenover een ‘linkse’ vijand die in hun ogen de nationale identiteit verkwanselt en door het bevorderen van de globalisering sociale ongelijkheid juist aanjaagt.

Piketty, onlangs nog in gesprek met Lodewijk Asscher, noemt dit de ‘social nativist trap’. Een valse tegenstelling die doet het voorkomen alsof de bestrijding van sociale ongelijkheid alleen mogelijk is door de welvaartsstaat af te schermen van immigranten en die stelt dat sociaaldemocraten hun natuurlijke electoraat (de autochtone arbeider) hebben verraden.

In zijn vuistdikke boek laat hij zien dat vanaf de jaren tachtig de klassieke links-rechts tegenstelling is verdwenen en er een vierdeling is ontstaan: 1. egalitair (gelijkheid nastrevend) & globaal; 2. niet-egalitair & globaal; 3. niet-egalitair & etnocentrisch (gericht op eigen cultuur); 4. egalitair & etnocentrisch. Toegepast op Nederland zijn achtereenvolgens GroenLinks, D66, VVD en PVV de belangrijkste vertegenwoordigers van deze vier varianten.

Althans als we afgaan op wat politici zeggen. Want achter de schermen loopt het soms anders. Zo blijkt het stemgedrag van de PVV als het om sociale kwesties gaat, veel meer op dat van de (niet-egalitaire) VVD te lijken dan ze graag doen voorkomen. Maar ook de VVD heeft aardig wat boter op haar hoofd. Want waar Bolkestein in 1994 immigratie doelbewust tot electoraal kernthema maakte en Rutte sinds 2008 niet ophoudt om tegen ‘massamigratie’ te waarschuwen, werkte de partij, en Bolkestein in zijn functie als Eurocommissaris (1999-2004), enthousiast mee aan het creëren van een Europese Unie zonder binnengrenzen en met een grote vrijheid voor ondernemers en uitzendbureaus om werkenden uit te buiten. En ook multinationals en internationaal kapitaal werd geen strobreed in de weg gelegd.

Wat dat betreft is het Forum voor Democratie, die een nauwelijks verholen racisme combineert met een radicaal neoliberale koers, een stuk eerlijker.

Voor partijen die de idealen van sociale gelijkheid en internationale solidariteit serieus nemen, is het zaak niet in die ‘social nativist trap’ te vallen. En zich niet in de hoek van ‘oikofobe globalisten’ te laten drukken. Dat kan alleen als zij duidelijk maken dat sociale gelijkheid wel degelijk samen kan gaan met diversiteit en migratie. Dat betekent voor sociaaldemocraten dat zij veel duidelijker afstand moeten nemen van Koks ‘derde weg’, voor GroenLinks dat zij meer aandacht moeten hebben voor laag opgeleiden aan de onderkant van de arbeidsmarkt, terwijl de SP (maar ook de PvdA) haar nationalistische reflexen zal moeten onderdrukken.

En de VVD zou haar naam als volkspartij meer eer aan kunnen doen als ze erkent dat juist ongebreideld marktfundamentalisme een groot deel van dat volk in de armen van Baudet en consorten duwt.