Cody Hochstenbach

Ook onze stedenbouw moet inclusiever

15 juni 2020 06:25

De afgelopen weken waren indrukwekkend. De beelden van massale Black Lives Matter protesten in steden overal ter wereld bleven maar komen. Ongehoorde en onderdrukte stemmen eisen hun verdiende plek op. Deze stemmen leggen bloot hoe structureel racisme, onacceptabel politiegeweld en aanhoudende discriminatie diepe littekens nalaten en tegelijkertijd verantwoordelijk zijn voor scherpe ongelijkheden.

In de Verenigde Staten hebben de protesten in razend tempo een ongekende aardverschuiving in de publieke opinie ontketend. In het voordeel van de BLM-beweging welteverstaan.

In Nederland lijken de opiniemakers het vooral niet over het werkelijke onderwerp, racisme, te willen praten. Liever spreken zij over de anti-slavernijbutton van een burgemeester of de woordkeuze van een rapper. Maar ook hier waren de demonstraties ongekend en inspirerend, van Amsterdam tot Maastricht en van Rotterdam tot Groningen.

Vooral de demonstratie in de Bijlmer in Amsterdam Zuidoost sprak mij als stadsgeograaf tot de verbeelding. Niet alleen vanwege de ongekend hoge opkomst, maar ook vanwege de plek. Het is de plek waar veel mensen van kleur na aankomst in Nederland zijn neergestreken, waar zij een leven hebben opgebouwd, waar zij zijn opgegroeid en waar zij hun wortels hebben.

Tegelijkertijd is het een wijk die de afgelopen jaren onherkenbaar is veranderd, en ook de komende jaren flink zal blijven veranderen. Grote delen van de wijk zijn platgegooid. Modernistische honingraatflats uit de jaren zestig moesten plaats maken voor burgerlijke rijtjeshuizen.

De vernieuwing van de Bijlmer is een typisch voorbeeld van de stedelijke vernieuwing die de afgelopen decennia massaal is toegepast in onze grote steden. Zogenaamde achterstandsbuurten moesten worden gemengd, en dus aantrekkelijker worden gemaakt voor een ander soort mensen.

Kijken we naar recente ruimtelijke ontwikkelingen in onze steden, dan zien we een opvallend patroon. Waar de ruimtelijke scheidslijnen tussen arm en rijk toenemen, daar neemt de woonsegregatie naar migratieachtergrond opvallend genoeg af.

Preciezer geformuleerd: de segregatie van mensen met een eerste of tweede generatie niet-westerse migratieachtergrond (een overigens problematische categorisering in de Nederlandse statistiek die een symbolische hiërarchie met de witte Nederlander bovenaan veronderstelt) is in de vier grote steden gedaald, zoals je ook ziet in onderstaande grafiek.  

De segregatie index becijfert in hoeverre bevolkingsgroepen gescheiden wonen. Een score van 0 betekent complete menging, een score van 100 betekent complete scheiding. De segregatie index becijfert in hoeverre bevolkingsgroepen gescheiden wonen. Een score van 0 betekent complete menging, een score van 100 betekent complete scheiding.

Een van de verklaringen voor deze dalende lijn is het stedelijke beleid van vernieuwing. Is dat beleid daarmee een succesverhaal, een toonbeeld van stedelijke rechtvaardigheid? Niet bepaald.

Dat beleid gaat doorgaans namelijk als volgt te werk. Eerst stigmatiseer je de wijk waar je wil ingrijpen als een smoezelige probleemwijk waar allerlei achterstanden opeenhopen. Vaak wordt zelfs puur en alleen maar de aanwezigheid van veel migranten als probleem gezien, ook al is er verder niet veel aan de hand in de buurt.

Dat stigma biedt stadsbestuurders vervolgens de legitimatie, of zelfs de plicht, om fors in te grijpen. De oplossing is dus steevast hetzelfde: sloop goedkope huurwoningen en vervang deze door duurdere koophuizen. Zulk beleid dempt de ruimtelijke segregatie, er worden immers dure woningen toegevoegd aan arme buurten, maar is in feite onderdeel van het probleem. Het is ontworpen met de witte, goedverdienende woningbezitter als standaard, en met de valse aanname dat de aanwezigheid van veel migranten, uitkeringsgerechtigden en sociale huurders een probleem vormt.

Dan heb je weliswaar een meer gemengde buurt als uitkomst, maar ten koste van al gemarginaliseerde bevolkingsgroepen. Begrijp me niet verkeerd. Ook ik hecht aan het ideaal van de gemengde buurt en de ongedeelde stad, maar graag op een inclusieve manier.

Een inclusieve stedenbouw biedt gemarginaliseerde groepen juist een plek, in plaats van hun buurten te slopen. Een inclusieve stedenbouw ziet de goedverdienende witte woningbezitter niet als redder van de buurt, maar koestert de betaalbare huurvoorraad voor iedereen. Een inclusieve stedenbouw streeft ruimtelijke menging na, maar beschermt en versterkt daarbij bestaande buurtkwaliteiten.

Op die manier pak je ruimtelijke ongelijkheid op een werkelijk rechtvaardige manier aan.