Roderick Veelo

Halsema en Jetten kijken weg bij Marokkaanse rel-jongeren

14 mei 2020 06:24

De eerste keer ging hij nog achter zijn belagers aan en filmde de jongens die hem en zijn vriend uitgescholden voor ‘kanker homo’s.’ Toen er de tweede keer ook geschopt en gespuugd werd, durfde hij niet meer voor de camera van de Amsterdamse tv-zender AT5. Intimidatie werkt.

Het gaat slecht met het homostel, dat afgelopen week in Amsterdam-Oost voor de tweede keer in korte tijd is aangevallen. Een van hen lijdt aan posttraumatische stress. Ze willen weg uit Amsterdam: “Het is hier een hel”, zegt een van hen.

Een gesprek over die hel, op de landelijke televisie met hun advocaat, fractievoorzitter Rob Jetten (D66) en burgemeester Halsema, draaide 25 minuten lang om de oorzaak van het probleem heen. Gastvrouw Margriet van der Linden probeerde het welgeteld één keer: ‘Mevrouw Halsema, weet u om welke groep het gaat?’

De burgemeester hield haar antwoord vaag en probeerde weg te komen door de open deur, dat ‘het een illusie is om te denken dat homohaat onder één groep voorkomt’. Rob Jetten knikte de burgemeester toe. En zo kon iedereen verontwaardigd blijven en bleven de aanstichters onbesproken.

Er gaat iets goed en er gaat iets niet goed in het debat dat schrijver Arnon Grunberg sinds 4 mei nieuw leven heeft ingeblazen. Het is het debat over het veroordelen van mensen vanwege hun afkomst en de overlast van jongeren met een Marokkaanse achtergrond.

Wat goed gaat is dat eerste. Grunberg heeft de afgelopen dagen op radio en televisie uitgelegd om welke waarschuwing het hem gaat en waarom ‘Marokkanen’ daarbij horen. Mensen die ongevraagd worden ingedeeld bij een groep op basis van afkomst, geaardheid of geslacht, is een schending van het individu. En dat kan gruwelijk mis gaan.

Daarmee bewijst Grunberg iedereen een dienst. Niemand komt er goed vanaf als anderen hem veroordelen op basis van een groep waar hij toevallig toe behoort. Kijk maar naar de gevechten over kleur en ras die voortkomen uit het gif van de identiteitspolitiek.

Waar het debat misloopt is als achtergrond taboe wordt verklaard. Dat is aan de hand bij groepen Marokkaans-Nederlandse jongeren die door heel Nederland een buitenproportionele rol spelen in overlast op straat en de serieuze criminaliteit. Intimidaties van buurtbewoners, berovingen, rellen in zwembaden, geweld tegen homo’s.

Uit angst om te discrimineren en een bevolkingsgroep te demoniseren hebben veel politici, bestuurders en journalisten besloten het fenomeen ‘Marokkaanse probleemjongeren’ niet meer als zodanig te benoemen. In plaats daarvan lezen we termen als ‘jongeren’, ‘tieners’ of ‘scooterjeugd’. En we zien Halsema en Jetten op televisie geroutineerd de daders mijden.

De goede verstaander en de mensen die zich de intimidaties op straat moeten laten welgevallen weten precies om wie het gaan. Zij raken gefrustreerd omdat dit fenomeen al 20 jaar niet wordt opgelost en ze de wind van voren krijgen als ze het over Marokkanen hebben.

Voor hen mag het dan duidelijk zijn dat de term ‘Marokkanenprobleem’ gaat over de rel-jongeren. Maar het ligt voor de hand dat alle andere Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond zich ook aangesproken voelen. En wel in de onaangename hoedanigheid als probleem voor de samenleving. En daarom deugt die term niet.

Tegelijkertijd is niet vol te houden dat je met ‘Marokkaanse rel-jongeren’ álle  jongeren met een Marokkaanse achtergrond zou bedoelen. Toch is dat een rede voor het taboe.

Zo mocht Joost Eerdmans (in een uitzending met Arnon Grunberg) van presentatrice Sophie Hilbrand alleen van Marokkaanse probleemjongeren spreken als hij ook iets positiefs te melden had over Marokkaans jongeren. Hilbrand suggereerde Marokkaanse meisjes die het zo goed doen in het voortgezet onderwijs.

Een ander argument voor het taboe is, dat afkomst er niet toe doet. De langjarige  oververtegenwoordiging in de ‘verkeerde lijstjes’ verdraagt geen geheimzinnigheid. Waarom gaat het met deze jongeren thuis en op straat al zo lang mis?

De Marokkaans-Nederlandse auteur Abdelkader Benali (ook in het programma met Eerdmans) schreef eerder over de rampzalige relatie van deze jongeren met hun vader en moeder en over de schaamte die als een klamme deken over de Marokkaanse gemeenschap ligt. Een zwijgcultuur waarin lastige jongeren niet worden gecorrigeerd en gemakkelijk kunnen ontsporen.

Als we dat die jongeren (en alle komende generaties) echt willen besparen en de samenleving willen bevrijden van een aanzienlijk deel van de straatintimidaties, de berovingen en de serieuze criminaliteit, dan dienen politici, bestuurders en journalisten die zwijgcultuur in geen geval over te nemen.

Want het kan ook gruwelijk mis gaan door stilte, schaamte en angst om te discrimineren. De afgelopen jaren zijn in Engeland naar schatting 19 duizend meisjes en jonge vrouwen misbruikt. De daders opereerden in groepen en waren vrijwel allemaal mannen uit de Pakistaanse gemeenschap.

Familieleden van de daders hielden hun mond uit schaamte. Politiefunctionarissen en lokale bestuurders wisten van het misbruik, maar grepen niet in uit angst om van racisme beschuldigd te worden.  

Als er van Grunbergs’ speech mag blijven hangen dat het onverdraaglijk is dat een individu veroordeeld wordt als afgezant van een hele groep, dan mogen we uit de speech van de koning herinneren, dat we niet zullen wegkijken. En dat we nooit normaal mogen maken wat niet normaal is.