Welkom bij RTL Nieuws! Hier vind je voortaan al jouw RTL Z nieuws, actuele beurskoersen, nieuwsuitzendingen en meer.

Heb je nog vragen? Check onze FAQ.

×
Cody Hochstenbach

Sociale huurwoningen hoeven niet armzalig te zijn

20 april 2020 10:34

Om me te onttrekken aan de dagelijkse sleur van thuiswerken, maak ik de afgelopen weken lange wandelingen door Amsterdam. Tijdens die wandelingen kom ik talloze voorbeelden van de rijke geschiedenis van de Nederlandse volkshuisvesting tegen.

Onlangs liep ik door de Spaarndammerbuurt in Amsterdam West. Ik was daarheen gelopen om het recent op prachtige wijze gerenoveerde 'Gele Blok' uit 1918 te aanschouwen. Architect Michel de Klerk ontwierp het blok in de kenmerkende Amsterdamse Schoolstijl, met een overvloed aan details. De trots en rijkdom spatten van het gebouw af. Het gaat hier echter niet om een luxe appartementencomplex, maar om sociale huisvesting gebouwd voor de arbeider.

Tegenover het Gele Blok staat arbeiderspaleis Het Schip, eveneens van de hand van De Klerk, en mogelijk hét hoogtepunt van de Nederlandse volkshuisvesting. Beide complexen zijn gebouwd in opdracht van de destijds socialistische woningbouwvereniging Eigen Haard, en nog steeds in haar bezit.

De blokken zijn kenmerkend voor een eerste hausse aan volkshuisvestingsprojecten aan het begin van de twintigste eeuw. Ze waren een reactie op de krakkemikkige revolutiebouw uit het eind van de negentiende eeuw. Particuliere pandjesbazen hadden destijds goedkope woningen van belabberde kwaliteit neergezet om de snel groeiende stedelijke arbeidersklasse een zo sober mogelijk dak boven het hoofd te bieden.

De nieuwe paleizen van de volkshuisvesting vormden een prachtig contrast met de verpauperde revolutiebouw. Betaalbare huisvesting realiseren? Zo kan het dus ook!

Een paar dagen later liep ik door de Dapperbuurt in Amsterdam Oost, typisch zo'n buurt die vroeger vooral bestond uit dergelijke revolutiebouw. Grote delen van de wijk werden gedurende de jaren zeventig dan ook gesloopt, maar dankzij collectieve bewonersprotesten kwamen er betaalbare sociale huurwoningen voor de oude bewoners voor terug. Dit principe kwam bekend te staan als het 'bouwen voor de buurt'.

Voor de bewoners betekende het een gigantische sprong in woonkwaliteit. Zij konden hun krot verruilen voor een spiksplinternieuwe woning van veel hogere kwaliteit met alles er op en er aan. De huur bleef echter laag.

Deze historische projecten bieden belangrijke lessen voor het heden. Onze volkshuisvesting moet geen goedkopere kopie van de markt proberen te zijn. Samen met Barend Wind betoogde ik onlangs dat het heel gek zou zijn geweest, als woningbouwverenigingen begin twintigste eeuw visieloos de schrale revolutiebouw van pandjesbazen hadden gekopieerd. Waarom is sociale huur tegenwoordig dan wel vaak een goedkoop aftreksel van de markt?

Onze volkshuisvesting is op haar sterkst wanneer ze een nieuwe standaard zet, door een hoge woonkwaliteit aan betaalbaarheid te koppelen. Duurzaamheid mag daarbij zeker niet ontbreken.

Juist nu, te midden van de coronacrisis, is het belangrijk na te denken over de toekomst van de volkshuisvesting, en hoe die er uit moet zien. Allereerst omdat het woningtekort vooralsnog onverminderd groot blijft. Tijdens de komende economische recessie zal het daarom zaak zijn de woningproductie op peil te houden. Woningcorporaties zijn hierbij van cruciaal belang. Zij nemen traditiegetrouw het voortouw in het anticyclisch bouwen wanneer marktpartijen het laten afweten als gevolg van de economische neergang.

In de nasleep van de vorige economische crisis strafte de overheid de woningcorporaties af, wat het woningtekort alleen maar heeft verergert. Met de huidige herwaardering van de publieke sector lijken er kansen te zijn het anders aan te pakken, en de volkshuisvesting weer serieus te nemen.

Gaan we weer voor volkshuisvesting, dan is het zaak geen genoegen te nemen met kleine, sobere en tijdelijke appartementen voor de allerarmsten. Er is zo veel meer mogelijk: bouw appartementen die de levens van haar bewoners significant verbeteren en daarnaast zorgen voor aantrekkelijke buurten. Daar hebben we over enkele decennia nog steeds profijt van.

Dat gaat allemaal geld kosten, zeker, maar dan doen KLM en Booking.com het maar met wat minder staatssteun.