Welkom bij RTL Nieuws! Hier vind je voortaan al jouw RTL Z nieuws, actuele beurskoersen, nieuwsuitzendingen en meer.

Heb je nog vragen? Check onze FAQ.

×
Cody Hochstenbach

Anderhalve meter afstand? Dan weg met de auto

06 april 2020 06:12

In mijn dichtbevolkte buurtje in Amsterdam Oost is een stukje gaan wandelen ‘sinds corona’ een stuk uitdagender geworden. Zigzaggend over de stoep probeer ik andere mensen zo ruim mogelijk te ontwijken, in de hoop dat ik dan ook daadwerkelijk die anderhalve meter afstand houd.

Soms is dat simpelweg onmogelijk: een onhandig geparkeerde auto, canta of bakfiets blokkeert al snel het pad, straatmeubilair blijkt opeens onhandig geplaatst, of de stoep is gewoon te smal. Er rest dan niet veel anders dan een ongemakkelijke, verontschuldigende blik richting je tegenligger. Vaak is dat wederzijds, hoewel sommige buurtgenoten nog steeds geen enkele moeite lijken te doen om ook maar enige afstand te houden.

Juist in die dichtbevolkte buurten is de straat, de publieke ruimte, alleen maar belangrijker geworden. Woon je suburbaan of landelijk in een ruim huis met tuin, dan is het makkelijk thuisblijven. In een krap bemeten stadsappartementje is dat toch een ander verhaal, zeker als er ook nog eens kinderen in het spel zijn.

Nu je je strategisch door de stad moet zien te navigeren, is het volkomen duidelijk van en voor wie de straat in de praktijk is: de auto. De gemiddelde Nederlandse stadsstraat wordt gedomineerd auto's. Die auto's staan ook nog eens een groot deel van de tijd geparkeerd te niksen. Een gigantische verspilling.

Een studie uit 2017 laat zien dat auto's bijna de helft van het Amsterdamse straatoppervlak claimen. Dat terwijl nog geen kwart van de volwassen Amsterdammers een auto bezit. Amsterdammers doen bovendien slechts 19 procent van hun verplaatsingen per auto. Reken je bezoekers en forensen van buiten de stad mee, dan ligt het aandeel autoverplaatsingen op 27 procent.

Nu laten deze percentages zich lastig vergelijken, maar ze zijn indicatief voor de scheve verhouding. Auto's slokken buitenproportioneel veel van onze publieke ruimte op.

Onze steden hebben behoefte aan veel meer ruimte voor langzaam verkeer: voetgangers en fietsers. De huidige noodzaak tot fysieke afstand maakt dit alleen maar duidelijker. Naarmate wij onze steden blijven verdichten, zal het conflict om de schaarse ruimte bovendien verder oplopen.

Eerdere pandemieën vormden veelal de aanleiding voor aanzienlijke ingrepen in de fysieke structuur van onze steden. Pandemieën nopen stadsbestuurders de stad aan te passen aan nieuwe behoeften, aan een nieuwe werkelijkheid. Een voorbeeld is de negentiende-eeuwse aanleg van riolering om de cholera te bedwingen. Auteur Jack Schenker concludeert daarom in The Guardian: "Public health crises rarely fail to leave their mark on a metropolis."   

De huidige coronacrisis biedt de mogelijkheid de inrichting van de publieke ruimte van onze steden te overdenken, om de publieke ruimte opnieuw vorm te geven. In dit geval moeten we een einde maken aan de suprematie van de auto.

Juist nu moeten we straten afsluiten voor autoverkeer, om mensen de hoognodige ruimte te gunnen. Dit kan als katalysator dienen voor lange termijnbeleid gericht op het verder terugdringen van autobezit en het versneld afbouwen van het aantal parkeerplaatsen. Het liefst zie ik ze helemaal verdwijnen, maar desnoods verplaats je ze naar ondergrondse garages.  

Veel meer straten in Amsterdamse buurten, en andere steden, kunnen zo helemaal autovrij gemaakt worden. Zo worden de straten eindelijk teruggegeven aan de overgrote meerderheid die geen auto bezit. Je bouwt bovendien aan een duurzame, schone en leefbare stad.

Het beperken van de auto is ook nog eens economisch verstandig. Nog steeds is parkeren naar verhouding spotgoedkoop in Amsterdam, zo betoogde Jesse Frederik eerder voor de Correspondent. De parkeerkosten per vierkante meter liggen immers vele malen lager dan woonkosten. Waarom mag een auto goedkoper in de stad verblijven dan ik?

Uiteraard moet de auto niet volledig uit de stad verdwijnen. Voor bepaalde functies blijft die gewoon hoognodig, denk aan spoeddiensten en bevoorrading. Ook sommige mensen kunnen niet zonder.

Maar de mate waarin de auto het straatbeeld domineert mag wel een flinke slag minder. Een auto voor de deur is geen recht, zeker niet als het flink ten koste gaat van ruimte voor de autoloze meerderheid. Een aantrekkelijker en rechtvaardiger straatbeeld is het resultaat.

Bovendien maakt de coronacrisis het maar als te duidelijk dat heel veel mensen prima zonder die auto kunnen.