Leo Lucassen

Media en politiek moeten ophouden met de kunstmatige 'wij-zij' tegenstelling

06 januari 2020 06:12

Twintig jaar geleden maakte Nederland de opkomst van Pim Fortuyn mee. En na diens dood op 6 mei 2002 was er de enorme verkiezingswinst van de door hem opgerichte Lijst Pim Fortuyn (LPF). Voor velen kwamen de 26 zetels, en de eraan ten grondslag liggende maatschappelijke onvrede over immigratie en integratie als een volslagen verrassing.

Met name journalisten en commentatoren, maar ook veel politici putten zich uit in zelfkastijding, omdat het niet hadden zien aankomen.

Nu waren de geesten al vanaf de jaren negentig rijp gemaakt door de toenmalige fractieleider van de VDD Frits Bolkestein, de columns van Fortuyn in het weekblad Elsevier en door het NRC artikel 'Het multiculturele drama' van Paul Scheffer uit januari 2000. Maar het was vooral de dood van Fortuyn en de komeetachtige opkomst van de LPF die het startpunt vormden van een tot op de dag van vandaag voortdurend integratiepessimisme.

Uit schuldgevoel dat ze in de jaren tachtig en negentig naar eigen idee veel te politiek correct geweest waren, sloeg het roer bij menig journalist en politicus radicaal om. In de ban van het uit Amerika overgewaaide en onder meer door Bolkestein in Nederland geïntroduceerde idee van een 'çlash of civilizations' van politicoloog Samuel Huntington, die na de implosie van de Sovjet Unie een nieuwe existentieel conflict voorzag tussen de 'westerse beschaving' en de islam, ontstond een tamelijk pessimistische klimaat met betrekking tot de integratie van met name Marokkaanse en Turkse arbeidsmigranten en hun kinderen. 

Problemen van de tweede generatie, zoals criminaliteit, radicalisering - denk aan de moord door Mohammed Bouyeri op Theo van Gogh op 2 november 2004 - , werkloosheid en schooluitval, kregen niet alleen erg veel aandacht, maar werden beschouwd als het ultieme bewijs dat het multiculturele ideaal een faliekant mislukte linkse utopie was.

De leden van de Parlementaire Onderzoekscommissie Integratiebeleid , onder leiding van het toenmalige VVD kamerlid Stef Blok, die concludeerden dat de integratie geheel of gedeeltelijk was gelukt, werden in januari 2004 nog net niet met perk en veren van het Binnenhof afgevoerd. Want dat kon en mocht niet waar zijn.

Achteraf bezien had dit gedegen onderbouwde rapport het echter wel degelijk bij het goede eind. Ja er waren allerlei problemen en achterstanden, maar de trends wezen in de goede richting.

En nu, vijftien jaar later, blijken kinderen van laagopgeleide arbeidsmigranten het, ondanks het nog steeds dominerende integratiepessimisme en allerlei vormen van uitsluiting, het steeds beter te doen op school en op de arbeidsmarkt. En in 2016 constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat het aandeel verdachten Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse Nederlanders sinds 2006 met bijna de helft is afgenomen

Uit de eind vorig jaar verschenen 'Burgerperspectieven'-monitor van hetzelfde SCP blijkt echter dat nogal wat Nederlanders, met name laag opgeleiden en ouderen, daar weinig oog voor hebben en blijven vinden dat nieuwkomers nauwelijks integreren.  

Ruim de helft meent dat voormalige gastarbeiders en koloniale migranten uit Suriname en de Antillen mee moeten doen aan 'de Nederlandse culturele tradities' en hun eigen cultuur en gewoonten meer los moeten laten. Bovendien menen velen dat 'zij' en er op uit zijn om 'onze' tradities, zoals Zwarte Piet, 'af te pakken'. Sowieso vindt de grote meerderheid (80 procent) dat migranten 'de Nederlandse waarden en normen' moeten overnemen.

Op zich lijkt dat laatste een redelijke stelling, zeker als het gaat om het leren van de taal, belasting betalen en je aan de wet houden, maar desgevraagd blijken velen dit heel anders op te vatten. Zij vatten 'Nederlandse waarden en normen' als unieke culturele kenmerken die immigranten en hun kinderen die nog moeten leren.

In werkelijkheid zijn veel van die waarden echter helemaal niet typisch Nederlands en denken veel nieuwkomers helemaal niet zo anders over dit soort zaken. Bovendien delen lang niet alle hier al langer woonachtige burgers de zo geroemde progressieve idealen als vrouwenrechten en de acceptatie van homoseksualiteit, zoals we iedere dag bij radicaal rechtse Twitteraars en Facebookers kunnen constateren.

Tot slot hebben Nederlanders met een migratieachtergrond net als andere burgers het volste recht om bepaalde tradities, zoals Zwarte Piet, ter discussie te stellen.

Zolang een deel van de bevolking echter vasthoudt aan een kunstmatige tegenstelling tussen 'zij' en 'wij',  draagt het zo, bedoeld of onbedoeld, bij aan allerlei vormen van uitsluiting. Niet zo vreemd dus dat veel kinderen van immigranten verklaren meer dan genoeg gedaan te hebben om te integreren en dat de meerderheid nu aan zet is.

Hier is een schone taak weggelegd voor de media en politici die nu eindelijk eens over Fortuyn-trauma heen moeten komen en op moeten houden nieuwe Nederlanders als een aparte categorie te behandelen. Dat doet niet alleen recht aan hun feitelijke integratie, maar draagt ook bij aan een prettiger en gezonder maatschappelijk klimaat.

Leo Lucassen is hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis en Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.