Leo Lucassen

Waarom migranten de sociale zekerheid niet bedreigen

21 oktober 2019 06:26

Als het CBS over een paar maanden de bevolkingsbalans weer opmaakt, zal blijken dat Nederland in de afgelopen vier jaar zo'n 400.000 inwoners rijker is geworden. Die groei is vrijwel geheel aan immigratie toe te schrijven en vooral dat laatste baart menigeen zorgen.

Die zorgen variëren van een apocalyptische omvolkingshysterie bij extreem rechts tot angst dat het kleine beetje natuur dat Nederland nog rijk is door voortgaande urbanisatie en asfalt teloor gaat. Maar de meest dominante kritiek luidt, zeker sinds de 'vluchtelingencrisis' in 2015, dat het stelsel van sociale zekerheid niet bestand is tegen deze 'massamigratie'.

Zo waarschuwde Halbe Zijlstra in 2015, toen nog fractieleider van de VVD, dat Nederland al die vluchtelingen niet aan kon, niet alleen omdat ze er heel andere waarden op na zouden houden, maar ook omdat ze een veel te groot beslag op bijstand en woningwetwoningen zouden leggen. Sindsdien duikt het argument van de verzorgingsstaat onder druk voortdurend op, en niet alleen bij rechtse politieke partijen.

Vorige week zaterdag reageerde voormalig Tweede Kamerlid van de PvdA, Jacques Monasch, op een tweet van Jan Latten dat in de eerste acht maanden van dit jaar de bevolking met 76.000 mensen was toegenomen met de tekst: "Zonder rem is elk beleid dweilen met de kraan open." Volgens Monasch, en hij is bepaald niet de enige, ook niet ter linkerzijde, hollen nieuwkomers de sociale zekerheid uit, en zorgen ze daarmee voor grote problemen in de zorg, de woningmarkt, en het onderwijs.

Kijken we naar wie er de afgelopen vier jaar naar Nederland zijn gekomen, en naar de wet- en regelgeving, dan blijkt het beeld echter veel minder somber. Zeker, het aantal statushouders - asielzoekers die als vluchteling worden erkend en mogen blijven - en familieleden (‘nareizigers’) is sinds 2015 fors gestegen.

In de jaren 2016-2018 ging het in totaal om zo'n 70.000 mensen. En die kosten, zeker de eerste jaren, veel geld, in de vorm van bijstand, huisvesting en scholing. Afhankelijk van hoe efficiënt het integratiebeleid ter hand wordt genomen, duurt het tussen de vijf à 10 jaar voordat de meerderheid werk heeft gevonden. Intussen zijn de aantallen asielzoekers echter alweer sterk gedaald, van 43.000 in 2015 tot 20.000 in het vorig jaar, waarbij de kans op afwijzing is gestegen van 20 procent in 2015 naar 65 procent in 2018

Of je nu voor of tegen de opvang van vluchtelingen bent, dit zijn geen aantallen waar het sociale stelsel van door zijn hoeven zakt. In de jaren negentig van de vorige eeuw, met een minder soepel draaiende economie, ging het om veel hogere aantallen.

En die andere driekwart die recentelijk naar de kusten van de Noordzee zijn gekomen vormen al helemaal geen bedreiging voor de sociale zekerheid. Deels zijn het buitenlandse studenten, die juist geld meenemen, of gezinsleden van hier woonachtige vreemdelingen. Maar de meerderheid bestaat uit arbeidsmigranten van binnen en buiten de EU.

Of het nu om hooggeschoolde Aziaten gaat bij ASML in Veldhoven of om Polen in de landbouw en de logistiek, allemaal bouwen ze geleidelijk rechten op. Pas na een half jaar wit gewerkt te hebben, en buiten hun schuld werkloos geworden, hebben ze recht op een uitkering. Die is niet erg hoog en in tijd zeer beperkt.

Onder bepaalde voorwaarden kunnen zij in aanmerking komen voor bijstand, maar daarmee lopen ze een serieus risico hun verblijfsvergunning te verliezen, zowel EU-burgers als 'derdelanders' (van buiten de EU). Bovendien blijkt uit een promotieonderzoek van Petra de Jong, onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), eerder dit jaar dat Europese migranten die van het ene naar het andere EU-land migreren, dat niet doen met het oog op uitkeringen of toeslagen. Ze zijn op zoek naar werk of avontuur en hebben vaak geen idee waar ze recht op hebben. En tot slot is het verloop onder arbeidsmigranten uit Polen en Roemenië erg groot en een deel binnen een jaar al weer verdwenen.

Kortom, in vergelijking met een halve eeuw geleden is de verzorgingsstaat in hoge mate 'immigratieproof' gemaakt en is er geen reden om op die gronden immigratie te ontmoedigen. Het aanwijzen van nieuwkomers als oorzaak van wachtlijsten voor sociale huurwoningen (waarvan de afgelopen jaren slechts 10 procent naar statushouders ging) miskent de echte oorzaak. En die is gelegen in de verwaarlozing van de Nederlandse volkshuisvesting en de inkrimping van de sociale huursector ten faveure van de markt.

Iets dergelijks geldt voor het uitkeringsstelsel. Terwijl de vermogensongelijkheid de afgelopen decennia is toegenomen, heeft de verzorgingsstaat menige veer moeten laten. Niet door immigratie, maar door politiek-ideologische gedreven beleid. Nu de kritiek op het neo-liberalisme weer toeneemt en zelfs de leider van de VVD bedrijven oproept de lonen te verhogen, is het hoog tijd om niet naar makkelijke zondebokken te wijzen, maar te streven naar een grotere solidariteit onder iedereen die in Nederland woont en werkt.