Gastcolumn

'Waar blijft de aandacht voor de leefbaarheid van onze steden?'

05 november 2020 06:19
Veel jonge gezinnen trekken de stad uit. Beeld © ANP

De coronacrisis leert ons hoe belangrijk het is dat we ons land, onze steden, onze dagelijkse leefomgeving goed inrichten. Toch staat ruimtelijke ordening niet bovenaan de agenda, schrijft Rabobank-econoom Otto Raspe.

In de marge van Prinsjesdag en weggedrukt door de aandacht die de coronacrisis opeist, verscheen afgelopen september de nationale omgevingsvisie (NOVI). Dé langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting van ons land, waaraan maar liefst vijf jaar is gewerkt.

Er is tot op heden maar betrekkelijk weinig aandacht voor dit levenswerk van minister Ollongren. Ruimtelijke ordening is kennelijk niet sexy meer. En dat terwijl het een héél belangrijke nota is. De NOVI gaat namelijk over de kwaliteit van ons leven.  

Prettig wonen

Waarom? Omdat ze bepaalt hoe onze dagelijkse leefomgeving wordt ingericht en georganiseerd. Dus of we prettig wonen, of het er gezond en veilig is, of er goede en bereikbare voorzieningen in de nabijheid zijn. En natuurlijk of de openbare ruimte goed op orde en van hoge kwaliteit is.

In dit coronajaar hebben we gemerkt dat we juist al deze zaken meer moeten waarderen. We werden er letterlijk steeds meer mee geconfronteerd, zeker als ons huis of onze woonomgeving niet aan onze eisen voldeed.

Woontevredenheid verslechterd

Als je niet blij bent met je huis, de plek waar je woont, dan merkte je dat elke dag opnieuw. Niet voor niets zien we ook dat de woontevredenheid dit jaar is verslechterd. Door de beperkende maatregelen staat onze kwaliteit van leven dus onder druk. We moeten de dagelijkse leefomgeving goed organiseren om deze aan te passen aan de social distancing en het meer thuiswerken.

Ollongren maakt een strategische keuze. Ze kiest nadrukkelijk voor de stad: "Het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden". Logisch, als je beseft dat driekwart van de Nederlandse bevolking in stedelijk gebied woont, werkt en leeft. Steden zijn de motoren van onze economie en de mensen die er wonen, vormen de olie die deze motoren soepel laten lopen. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

'Massale toestroom stedelingen naar platteland is een illusie'

We scoren goed, maar niet goed genoeg

Maar ook logisch als je beseft dat Nederlandse steden vergeleken met buitenlandse steden juist de plekken zijn waar de kwaliteit van leven hoog is. Zo blijkt ook uit een recente studie naar de kwaliteit van leven in 83 Europese steden. Nederlandse steden scoren bijvoorbeeld hoog op de kwaliteit van de openbare ruimte, pleinen, parken, en culturele voorzieningen.

Tegelijkertijd zien we dat we bijna nergens in de top-10 voorkomen. En op vragen als 'de stad is een goede plek om te leven voor jonge families met kinderen' en 'het is makkelijk om een goed huis voor een redelijke prijs te vinden' scoren we beneden gemiddeld. Ook in het gebruik van openbaar vervoer is nog veel te winnen.

Steden opnieuw uitvinden

Wij Nederlanders hebben het dus relatief goed op orde. Maar goed, is niet meer goed genoeg. Nu, en in het Nederland ná corona, moeten we juist onze steden opnieuw uitvinden als aantrekkelijke plekken voor wonen, werken en leven.

Ze zijn direct verbonden aan onze kwaliteit van leven. Ollongren heeft de richting aangegeven. Maar we moeten nu aan de slag. Werken aan de ruimtelijke inrichting van onze steden moet weer sexy worden.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van