Gastcolumn

'Amerika mag niet meer zeuren over protectionisme'

30 september 2020 08:59 Aangepast: 30 september 2020 10:11
De Amerikaanse president Trump en zijn Chinese collega Xi Jinping vorig jaar na het sluiten van de handelsovereenkomst. Beeld © ANP

De Amerikanen moeten vooral niet zeuren over oneerlijke handelspraktijken van China, Duitsland of India. Zelf zijn zij namelijk behoorlijk protectionistisch, schrijft Rabo-econoom Hugo Erken in deze gastcolumn.

Nog zes weken te gaan en dan weten we wie de 46e president van de Verenigde Staten is. In aanloop naar de verkiezingen op 3 november zullen Joe Biden en Donald Trump ongetwijfeld fel debatteren over de vraag wie het meest succesvol is in het terughalen van banen naar Amerika.

Beide heren zullen elkaar beschuldigen van ineffectief optreden tegen China, dat in hun ogen op het mondiale handelstoneel de kluit heeft belazerd en grotendeels verantwoordelijk is voor het nog steeds enorme jaarlijkse tekort op de Amerikaanse handelsbalans van 850 miljard dollar. En wellicht dat Trump terloops Duitsland en India nog een veeg uit de pan zal geven. De vraag is echter of het gemopper van de Amerikanen over oneerlijke handelspraktijken terecht is.

Handelstarieven

Als we kijken naar het gemiddelde gewogen handelstarief, dan blijkt inderdaad dat veel landen, waaronder India, China en Mexico, hogere tarieven aan de VS opleggen dan andersom (figuur 1). Het Amerikaanse tarief is vergelijkbaar met dat van de EU en Japan.

Wat echter vaak in de discussie wordt vergeten, is dat zogenoemde 'non-tarifaire maatregelen' (NTM) in de loop der jaren een veel belangrijkere bron van protectionisme zijn geworden (zie bijvoorbeeld deze studie).

Non-tarifaire maatregelen kunnen verschillende vormen aannemen, variërend van (voedsel-)veiligheidsvoorschriften, fysieke douane-inspecties tot en met zelfs een volledig exportverbod. Volgens data van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is het aantal effectieve NTM's gestegen van 3.500 in 2000 naar meer dan 12.500 op dit moment.

Hoge kosten

NTM's zijn overigens niet allemaal duur en schadelijk voor de handel. Sommige NTM's zorgen voor hogere kwaliteitseisen, waardoor exporteurs zelfs hun mondiale marktpositie zien verbeteren. Maar er zijn ook NTM's die bedrijven behoorlijk op kosten kunnen jagen.

Om de economische impact van NTM's in te schatten, wordt in studies de prijsopslag op goederen berekend die de maatregelen veroorzaken. In een belangrijke studie van OECD wordt deze prijsopslag in de VS geschat op 12 procent, terwijl dit voor grote Europese landen circa 10 procent is en voor China zelfs nog iets lager.

VS wordt steeds protectionistischer

Wanneer we het effect van NTM's en douanetarieven bij elkaar optellen, zit de VS in ieder geval niet meer bij de landen met de laagste mate van protectionisme. Hier komt bij dat de VS nog bijna 4.000 NTM's in de pijplijn heeft zitten, tegenover 2.500 in China en 1.900 in de EU, dus de mate van protectionisme zal de komende jaren naar verwachting alleen maar verder toenemen.

Uiteraard zijn er nog veel meer manieren waarop landen internationale handel en concurrentieverhoudingen kunnen beïnvloeden, zoals wisselkoersmanipulatie, schending van intellectueel eigendom of het verstrekken van grootschalige subsidies aan (staats-)bedrijven. Op deze punten is het chagrijn van de Amerikanen jegens China dan ook niet meer dan terecht. Maar het is dus ook niet zo dat de VS zijn handen in onschuld kan wassen als het gaat om vrijhandel.

Dus mocht u van plan zijn in de komende weken een van de presidentsdebatten in de nachtelijke uurtjes te gaan volgen, vergeet dan niet naast de popcorn ook een grote pot zout neer te zetten voor het geval een van de heren weer over oneerlijke buitenlandse handelspraktijken begint.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van