Nieuwe rekenrente

Pensioenpremies flink omhoog: tot honderden euro's meer betalen

03 september 2020 18:24 Aangepast: 14 september 2020 17:01
In juni 2019 waren er nog louter lachende gezichten bij de presentatie van het pensioenakkoord. Beeld © ANP

Door de lage rente en nieuwe rendementseisen voor pensioenfondsen gaan werknemers volgend jaar tientallen tot honderden euro's meer betalen aan pensioen. De precieze premiebedragen zijn er nog niet, wel is duidelijk dat veel fondsen niet ontkomen aan drastische premiestijgingen.

Dat blijkt uit een rondgang van RTL Z.

Het ABP stelt de premie pas in november definitief vast, maar berekende al dat de premies met de nieuwe rekenregels een kleine 7 procent omhoog zou moeten. Bij het andere grote pensioenfonds PFZW houden ze rekening met ruim 10 procent.

Voorlopige berekeningen

Bij kleinere fondsen zijn de procentuele stijgingen nog groter. Het pensioenfonds in de schoonmaak (Bpf) becijferde dat de premie met 30 procent moet stijgen om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Het pensioenfonds voor de media, PNO, kondigde een stijging aan van 25 procent, het pensioenfonds voor de detailhandel zou de premie eigenlijk met 20 procent moeten laten stijgen.

Bij de metaalpensioenfondsen PMT en PME vervallen de vroegpensioenregelingen volgend jaar. Daardoor kan een  eventuele premiestijging of verlaging van de opbouw redelijk worden afgewend. Op basis van voorlopige berekeningen gaan ze bij PMT echter alsnog uit van een stijging van 26 procent, bij PME 14 procent. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

'1,6 miljoen Nederlanders gaan meer pensioenpremie betalen'

Premie verhogen of pensioenen versoberen

Reden voor de premiestijgingen zijn de huidige rentestanden op de financiële markten. Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) schrijft op basis van die rentestanden elke vijf jaar een rekenrente voor; de nieuwe rekenrente geldt vanaf januari 2021. Met die rekenrente kunnen pensioenfondsen bepalen of ze voldoende geld in kas hebben om in de toekomst hun pensioenen uit te keren. 

De pensioenfondsen moeten rekenen met een verwacht rendement en door de lage rentestanden is die volgend jaar lager dan dit jaar. Met andere woorden: het verwacht rendement daalt. Daarom staan pensioenfondsen nu voor de keuze: ofwel de inkomsten vergroten (premiestijging) ofwel de uitgaven verminderen (de pensioenen versoberen).

Door de opbouw van de pensioenen te versoberen, krijgen werknemers later een lager pensioen of wordt er minder nabestaandenpensioen uitgekeerd. Een combinatie van premiestijging en verslechtering van het pensioen is ook mogelijk.

Gevolgen voor werknemers

Werknemers gaan netto minder loon overhouden als de premies (sterk) stijgen. 

Bovendien betalen werkgevers vaak het grootste deel (2/3) van de pensioenpremie. Dat betekent dat de ruimte voor loonsverhogingen een stuk kleiner wordt als de werkgever (veel) meer premie moet gaan betalen.

Een rekenvoorbeeld:

  • Een werknemer van RTL verdient bruto 36.500 euro op jaarbasis
  • De werknemer betaalt nu 6,2 procent pensioenpremie (1321 euro per jaar bruto). Met een premiestijging van 25 procent wordt dat 330 euro meer.
  • De werkgever betaalt 12,5 procent premie, ofwel 2665 euro per jaar. Met de stijging wordt dat 3331 euro.

Zo stabiel mogelijk

Het pensioenakkoord dat vakbonden, werkgevers en het kabinet in juli sloten moet aan deze systematiek van premiestijging en/of versobering een einde maken. De hoogte van de pensioenen wordt dan niet meer gegarandeerd, waardoor de fondsen minder grote buffers moeten aanleggen. Maar dat stelsel gaat pas over 6 jaar in.

Minister Koolmees riep de fondsen op om tot die tijd de opbouw en de premies zo stabiel mogelijk te houden, maar dat gaat voor veel pensioenfondsen niet lukken.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Pensioenkorting hangt als donkere wolk boven grote pensioenfondsen

Boven de 90 procent

De vakbonden hopen dat de minister van Sociale Zaken maatregelen neemt om forse ingrepen te voorkomen. Samen met de werkgevers overleggen ze met het ministerie over de overgangsperiode naar het nieuwe akkoord. Een woordvoerder van het ministerie laat weten dat voor ingrijpen een wijziging van de Pensioenwet nodig is en dat is een lang traject.

Minister Koolmees heeft overigens wel bepaald dat pensioenfondsen vanwege de uitzonderlijke omstandigheden door corona niet hoeven te korten op de pensioenuitkeringen, als de dekkingsgraad aan het eind van het jaar boven de 90 procent zit. Normaal moeten pensioenfondsen de pensioenen verlagen als ze onder een dekkingsgraad van 104 procent zitten.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van