Menu Zoeken Mijn RTL Nieuws

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

De nieuwe pensioenwet is in de maak en zorgt voor veel hoofdbrekens bij de pensioenfondsen. Het ABP is bang dat de pensioenen veel duurder worden als de plannen van het kabinet doorgaan.

De nieuwe pensioenwet is in de maak en zorgt voor veel hoofdbrekens bij de pensioenfondsen. Het ABP is bang dat de pensioenen veel duurder worden als de plannen van het kabinet doorgaan.

De nieuwe pensioenwet is in de maak en zorgt voor veel hoofdbrekens bij de pensioenfondsen. Het ABP is bang dat de pensioenen veel duurder worden als de plannen van het kabinet doorgaan.

Topnieuws
meer stories
Meest gelezen : Geld & Werk
09 september 2013 15:39, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

ABP vreest duurder pensioen

ABP vreest duurder pensioen

De nieuwe pensioenplannen van het kabinet dreigen de pensioenen veel duurder te maken. Dit concludeert pensioenfonds ABP na een eigen analyse.

Het pensioenfonds voor ambtenaren becijfert dat de pensioenpremie sterk omhoog zal gaan nu deze in de kabinetsplannen wordt vastgesteld op basis van de actuele rente. ,,Dit leidt tot grote instabiliteit", meent het ABP. De premiestijging varieert van 37 procent tot 47 procent afhankelijk van het gehanteerde pensioensysteem.
 
Een van de kabinetsvoorstellen is dat pensioenfondsen mogen overstappen op een ander pensioensysteem, waarbij zij meer risico's mogen nemen bij beleggingen. Het nieuwe systeem biedt echter minder garanties voor de deelnemers.
 
Als het wetsvoorstel voor versobering van de pensioenopbouw hierbij betrokken wordt, betalen de deelnemers per saldo nog steeds 14 procent meer premie, zegt het grootste pensioenfonds van Nederland. ,,Voor die toegenomen premie krijgen actieve deelnemers een kwart lagere pensioenopbouw. Een euro pensioen wordt daarmee 50 procent duurder", aldus het ABP.
 
Het ABP beveelt het kabinet dan ook aan om over te stappen van dagkoersen naar een evenwichtige en stabiele premievaststelling.
23 juli 2013 14:51, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Werkgevers betalen steeds meer pensioenpremies

Werkgevers betalen steeds meer pensioenpremies

De werkgeversverengiing AWVN lijkt niet heel tevreden over het huidige pensioenlandschap: de werkgevers betalen van alle pensioenpremies namelijk al 62% (was 60%) en "tegenover hogere premies staat in vrijwel alle gevallen een minder riante regeling".

De werkgevers betalen het grootste deel van de stijging van de pensioenkosten, aldus AWVN in een persbericht. 

De werkgeversbijdrage steeg van 14,7 procent naar 16 procent van het ‘pensioenloon’, dat is het loon boven de eerste 15.000 euro franchise, die gelijk staat aan de latere AOW-uitkering. Werknemers betalen met 9,19 procent ook  iets meer dan de 8,87 procent van vorig jaar.

Een en ander blijkt uit een trendonderzoek van werkgeversvereniging AWVN naar de veranderingen in de Nederlandse pensioenregelingen.

In een toelichting kwalificeert AWVN de algehele trend als ‘minder voor meer’: tegenover hogere premies staat in vrijwel alle gevallen een minder riante regeling.  De gemiddelde pensioenopbouw, het percentage van het brutoloon dat fiscaalvriendelijk in de pensioenregeling kan worden gestopt, is in een jaar tijd gedaald van 2,0 naar 1,93 procent.

16 juli 2013 14:07, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Pensioenbeheerder: vraagtekens bij uitwerking pensioenakkoord

Pensioenbeheerder: vraagtekens bij uitwerking pensioenakkoord

Syntrus Achmea, met tientallen miljarden euro's aan beheerd pensioenvermogen een grote speler in pensioenland, is niet blij met de voorstellen voor het nieuwe pensioencontract. “De uitwerking van het nieuwe toetsingskader roept vraagtekens op.”

Syntrus Achmea, met  tientallen miljarden euro's aan beheerd pensioenvermogen een grote speler in pensioenland, is niet blij met de voorstellen voor het nieuwe pensioencontract. “De uitwerking van het nieuwe toetsingskader roept vraagtekens op.”

Dat schrijft Syntrus in een openbare brief. Syntrus Achmea beheert 64 miljard euro voor pensioenfondsen en institutionele beleggers. Ook wordt de volledige administratie van ruim 70 Nederlandse pensioenfondsen beheerd.

Syntrus Achmea wil, net als de Pensioenfederatie, komen tot een variant op het nieuwe pensioenakkoord, de Nominaal Plus variant. De pensioenuitvoerder heeft geen zin in een keiharde keuze tussen een nominaal (FTK1) of een reëel pensioen (FTK 2) die nu wordt voorgesteld door het kabinet.

Ze schrijven daar in de openbare brief over;

“De uitwerking van het nieuwe toetsingskader roept vraagtekens op. In het nominale contract vergroot de beleggingsspagaat zich. Daarnaast kan de toepassing van een vaste herstelperiode in dit contract leiden tot grote schokken in de uitkeringen. In het reële contract worden de schokken geleidelijker verwerkt, maar daar moet wel minimaal een 100% prijsindexatie-ambitie worden gehanteerd en zijn er mogelijk invaarproblemen.”

Syntrus Achmea hoopt dat staatssecretaris Klijnsma in een nieuwe uitwerking van het wetsvoorstel onderdelen van het nominal en reële contract gaat verenigen.

Kritiek

De pensioenbeheerder stelt dat het nieuwe stelsel niet duidelijker gaat worden voor de deelnemers. De doelstelling van betere communicatie naar de deelnemer wordt waarschijnlijk niet gehaald. En dat was juist het doel van het nieuwe pensioenakkoord.

Syntrus Achmea heeft nog meer kritiek op het nieuwe FTK, ondermeer over de bewegelijke rekenrente en de onmogelijkheid van evenwichtige belangenafweging:

-       De kostendekkende premie kent strengere eisen en zal bij een gelijkblijvende ambitie en zekerheid fors hoger uitvallen. Doordat de mogelijkheid tot demping van de premie wordt beperkt, is het de vraag in hoeverre het nieuwe toetsingskader bijdraagt aan stabiliteit. Het nieuwe pensioen zou minder afhankelijk moeten worden van dagkoersen, aldus het kabinet in het voorstel.

-       Door de wijze van vaststellen van de discontovoet (ofterwijl,rekenrente) voor het reële contract is de dekkingsgraad en sturing nog sterk afhankelijk van de nominale rente, maar nauwelijks voor de inflatie. Dit is opvallend, want in de opzet van het reële contract is koopkrachtbehoud toch leidend?

-       Het collectief overzetten van de huidige pensioenen naar het nieuwe systeem wordt mogelijk gemaakt, maar vraagt wel een goede onderbouwing van evenwichtige belangenafweging. Het is de vraag of – gegeven de beperkte vrijheid bij de vormgeving van het nieuwe contract – evenwichtige belangenafweging voldoende bereikt kan worden en dus of invaren in de praktijk hierdoor niet wordt belemmerd.

Lees hier de openbare brief ‘Pas nominale contract aan.’

15 juli 2013 12:00, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Clementie voor pensioenfondsen die in de problemen komen

Clementie voor pensioenfondsen die in de problemen komen

In de uitwerking van het nieuwe pensioencontract komt DNB vandaag met een handreiking voor de pensioenfondsen. Alle fondsen die vanaf 1 juli in de problemen zijn gekomen, of nog komen, hoeven volgend jaar niet extra te korten. Ook hoeft de pensioenpremie dan niet omhoog.

In de uitwerking van het nieuwe pensioencontract komt DNB vandaag met een handreiking voor de pensioenfondsen. Alle fondsen die vanaf 1 juli in de problemen zijn gekomen, of nog komen, hoeven volgend jaar niet extra te korten. Ook hoeft de pensioenpremie dan niet omhoog.

Dat meldt DNB vandaag in haar nieuwsbrief ‘ overgangsjaar 2014’

De pensioenfondsen die al jaren in een herstelplan zitten, als het ABP en Zorg & Welzijn,  moeten eind dit jaar nog wel nog steeds op een dekkingsgraad van ruim 104% komen. Elk procent dat ze daaronder staan, en de fondsen zitten nu rond de 100%, moet op 1 april worden gekort op de pensioenen.

Maar daarna is het gedaan met de kortingen. Kiest een fonds net als bv Zorg en Welzijn daarna voor het reële pensioencontract dan worden eventuele tekorten verrekend met het nieuwe pensioen. De pensioenen zullen volgens het nieuwe contract niet worden verlaagd. Volgens onze columnist Ilja Boelaars worden de pensioenen daarna zelfs snel verhoogd met 1,5% per jaar.

Nominaal

Blijft een fonds een nominaal contract voeren (FTK 1) en heeft het fonds geld tekort, dan zal bij invoering van de nieuwe pensioenwet in 2015 er alsnog een lange­termijn­herstelplan moeten worden ingediend, maar daarin ook weer de berekening van mogelijke kortingen.

--------------------------------

Voor de liefhebbers, lees hieronder de uitleg van DNB:

Herstelplan

Vraag 1 – Ontheffing nieuw kortetermijnherstelplan in 2014

Moet een fonds een nieuw kortetermijnherstelplan indienen, als het fonds in 2014 (opnieuw) in dekkingstekort komt? 
Antwoord 1 – Nee, een fonds hoeft in beginsel geen nieuw kortetermijn herstelplan op te stellen en in te dienen, indien het fonds in dekkingstekort komt in 2014. Wettelijk is een fonds dit wel verplicht. Echter, DNB kan op aanvraag van een fonds op grond van artikel 141 lid 2 Pensioenwet tijdelijk een ontheffing verlenen van de plicht tot het indienen van een kortetermijnherstelplan. DNB verleent in 2014 in beginsel een dergelijke tijdelijke ontheffing tot invoering van het nieuwe toetsingskader tenzij dit niet in het belang is van de aanspraak- en pensioengerechtigden.

Fondsen die een nominaal contract blijven voeren voor de opgebouwde pensioenen, moeten bij invoering van het nieuwe toetsingskader, indien op dat moment nog een dekkingstekort bestaat, alsnog een korte­termijn­herstelplan indienen. Na overgang op het nieuwe toetsingskader wordt de wettelijke hersteltermijn gerekend vanaf de feitelijke datum aanvang van het dekkingstekort (in 2014 of eerder, te rekenen vanaf het eerste kwartaaleinde van het kwartaal waarin het tekort is ontstaan). Fondsen die overgaan op een reëel contract (incl. invaren), moeten alsdan laten zien hoe met het aanwezige dekkingstekort wordt omgegaan na invaren in het reële contract (op basis van het wettelijk kader relevant voor invaren in dit contract).

Ongeacht een ontheffing voor het indienen van een (nieuw) herstelplan, dient het fonds de herstelmaatregelen te nemen, zoals vastgelegd in de actuariële en bedrijfstechnische nota (inclusief financieel crisisplan) en/of een geldend langetermijnherstelplan. Ongeacht een ontheffing, dient een fonds in dekkingstekort te voldoen aan de overige wet- en regelgeving en de rapportage­verplichtingen specifiek voor fondsen in herstel, zoals onder meer de jaarlijkse evaluatie (onderdeel van de vierde­kwartaal­rapportage) en de eis dat een fonds in een herstelsituatie het risico niet doelbewust mag vergroten (artikel 16 van het Besluit FTK). Ook dient het fonds maandelijks te rapporteren over de dekkingsgraad. 
Een eventuele ontheffing laat ook onverlet dat belanghebbenden in 2014 goed zullen moeten worden geïnformeerd over de financiële situatie van het fonds.

Vraag 2 – Ontheffing nieuw langetermijnherstelplan in 2014

Moet een fonds een nieuw langetermijnherstelplan indienen, als het fonds in 2014 (opnieuw) in reservetekort komt? 
Antwoord 2 - Nee, een fonds hoeft in beginsel geen nieuw langetermijnherstelplan op te stellen en in te dienen, indien het fonds in reservetekort komt in 2014. Wettelijk is een fonds dit wel verplicht. Echter, DNB kan op aanvraag van een fonds op grond van artikel 141 lid 1 Pensioenwet een tijdelijke ontheffing verlenen van de plicht tot het indienen van een langetermijnherstelplan. DNB verleent in 2014 in beginsel een dergelijke tijdelijke ontheffing tot invoering van het nieuwe toetsingskader, tenzij dit niet in het belang is van de aanspraak- en pensioengerechtigden.

Fondsen die een nominaal contract blijven voeren voor de opgebouwde pensioenen, zullen bij invoering van het nieuwe toetsingskader, indien op dat moment nog een reservetekort bestaat, alsnog een lange­termijn­herstelplan in moeten dienen. Na overgang op het nieuwe toetsingskader wordt de wettelijke hersteltermijn gerekend vanaf de feitelijke datum aanvang van het reservetekort (in 2014 of eerder, te rekenen vanaf het eerste kwartaaleinde van het kwartaal waarin het tekort is ontstaan). Fondsen die overgaan op een reëel contract (incl. invaren), zullen alsdan moeten laten zien hoe met het aanwezige tekort wordt omgegaan na invaren in het reële contract op basis van het wettelijk kader relevant voor invaren in dit contract. 
Ongeacht een ontheffing voor het indienen van een (nieuw) herstelplan, dient het fonds herstel­maat­regelen te nemen, overeenkomstig het beleid vastgelegd in de actuariële en bedrijfstechnische nota (inclusief financieel crisisplan) of een geldend langetermijnherstelplan. Ongeacht een ontheffing, dient een fonds in reservekort te voldoen aan de overige wet- en regelgeving en de rapportage¬verplichtingen specifiek voor fondsen in herstel, zoals onder meer de jaarlijkse evaluatie (onderdeel van de vierde­kwartaal­rapportage) en de eis dat een fonds in een herstelsituatie het risico niet doelbewust mag vergroten (artikel 16 van het Besluit FTK). Ook dient het fonds maandelijks te rapporteren over de dekkingsgraad. 
Een eventuele ontheffing laat ook onverlet dat belanghebbenden in 2014 goed zullen moeten worden geïnformeerd over de financiële situatie van het fonds.

Vraag 3 - Wanneer toch een nieuw herstelplan in 2014?

Is het mogelijk dat een fonds toch een nieuw herstelplan moet indienen in 2014?
Antwoord 3 - Ja, het is mogelijk dat een fonds naar de mening van DNB niet voldoet aan de vereisten voor een ontheffing gesteld in artikel 141. Zo kan geen ontheffing worden verleend, indien dit niet in het belang van de aanspraak- en pensioengerechtigden zou zijn. Voor een langetermijnherstelplan geldt voorts de eis dat de doeleinden van het herstelplan anderszins worden bereikt. 
Met oog op de gestelde eisen in artikel 141 PW moet een fonds binnen een maand na constatering van het reserve- of dekkingstekort een onderbouwd verzoek om ontheffing voor indiening van een nieuw of aangepast herstelplan indienen bij DNB. Indien niet aan de voorwaarden in artikel 141 wordt voldaan, verleent DNB geen ontheffing en dient het fonds binnen de wettelijke termijn alsnog een herstelplan in te dienen; de wettelijke indieningstermijn wordt alsdan gerekend vanaf het moment dat DNB uitsluitsel heeft gegeven over het ontheffingsverzoek.

Voorbeelden van situaties waarin van het fonds een extra zorgvuldige onderbouwing wordt verwacht dat uitstel van een herstelplan tot het moment van invoering van het nieuwe toetsingskader geen nadelige gevolgen heeft voor de aanspraak en pensioengerechtigden, zijn onder andere: 
- Er is sprake van een dusdanig slechte financiële positie dat herstel binnen de wettelijke hersteltermijn naar verwachting niet mogelijk is zonder onevenredig hoge kortingen; 
- Mede gezien de financiële positie is zelfstandig voortbestaan van het fonds mogelijk in het geding; 
- Het fonds heeft geen beleid danwel onvoldoende concreet beleid ingeval van dekkingstekort vastgelegd in de abtn (financieel crisisplan). Zie hiervoor ook debeleidsregel financieel crisisplan
- Het fonds voldoet niet aan de eisen voor een hersteltermijn van drie jaar (zie artikel 140 PW lid 2).

Vraag 4 – Ontheffing herstelplan ook in 2013?

Moet een fonds een nieuw kortetermijnherstelplan indienen, als het fonds in 2013 opnieuw in dekkingstekort komt?
Antwoord 4 - Nee, in beginsel geldt voor fondsen die na 1 juli 2013 (opnieuw) in een tekortsituatie komen dezelfde ontheffingsmogelijkheid als is aangekondigd voor 2014. Zie voor de voorwaarden die hiertoe worden gesteld de beschrijving in Q&A 1, 2 en 3. 
Wel is het hierbij een aandachtspunt of een eventueel voorgaand herstelplan daadwerkelijk is beëindigd. Voor de meeste fondsen met een kortetermijnherstelplan geldt dat de maximale wettelijke hersteltermijn afloopt per eind 2013. In het huidige toetsingskader kan een fonds een herstelplan alleen beëindigen vóór afloop van de wettelijke maximale hersteltermijn, indien sprake is van robuust herstel. Hiertoe geldt dat een herstelplan pas kan worden opgeheven indien gedurende drie kwartaaleinden wordt voldaan aan de eisen in artikel 131 PW respectievelijk artikel 132 PW. Ook na deze periode kan een fonds er overigens voor kiezen om een herstelplan door te laten lopen. Indien het herstelplan niet formeel is beëindigd, herleeft het herstelplan, als opnieuw sprake is van een tekort. In dat geval kan, indien de financiële positie opnieuw verslechtert, dus ook sprake zijn van een tussentijdse korting of een eindkorting in de periode 2013-2014, ondanks het feit dat de financiële positie gedurende een korte periode wel heeft voldaan aan de vereisten uit artikel 131 PW. Overigens geldt de drie kwartaaleindennorm niet indien een korttermijnherstelplan – eventueel na toepassing van een eindkorting - eindigt in verband met het bereiken van de maximale wettelijke hersteltermijn. Indien een pensioenfonds na afloop van de maximale wettelijke hersteltermijn opnieuw in een tekortsituatie terecht komt, moet een nieuw herstelplan ingediend worden en geldt een nieuwe hersteltermijn. Zie ook Q&A
Indien het fonds het kortetermijnherstelplan heeft opgeheven, omdat sprake was van voldoende robuust herstel of indien er andere redenen zijn waardoor het herstelplan niet kan herleven bij een nieuw tekort, kan het fonds (overeenkomstig Q&A 1) ook in 2013 een ontheffing aanvragen voor het opstellen en indienen van een nieuw herstelplan.

Premie

Vraag 5 – Premie 2014 en bijdrage aan herstel

Mag een pensioenfonds waarvan het kortetermijnherstelplan (wettelijk) eindigt per 31 december 2013 voor 2014 een premie vaststellen die niet voldoet aan de eis van bijdrage aan herstel?
Antwoord 5 - Ja, een fonds dat vóór aanvang van het premiejaar uit dekkingstekort is, hoeft niet meer te voldoen aan het beleid van DNB dat de premie moet bijdragen aan herstel[1]. Een pensioenfonds dat voordat het in tekort kwam de premie dempte, kan deze demping dus weer (volledig) toepassen. Dit geldt ook, indien het fonds op het moment dat de premie eind 2013 met betrekking tot kalenderjaar 2014 wordt vastgesteld, feitelijk nog in dekkingstekort is (maar waarvoor het kortetermijnherstelplan wettelijk afloopt vóór aanvang van het premiejaar). Er is immers voldoende zekerheid dat per 31 december 2013 – vanwege het aflopen van het kortetermijnherstelplan en de eventuele eindkorting die 31 december 2013 onvoorwaardelijk wordt – geen sprake meer kan zijn van een dekkingstekort.

Overigens geldt te allen tijde dat pensioenfondsen hun eigen beleid moeten uitvoeren. Indien bijvoorbeeld als onderdeel van een langetermijnherstelplan het beleid is vastgesteld, dat wordt afgeweken van de methodiek voor demping van de (kostendekkende) premie die normaal wordt gehanteerd, of een herstelopslag op de premie wordt toegepast, dan dient het fonds dat beleid uit te voeren. 
Fondsen waarvan het kortetermijnherstelplan (wettelijk) afloopt na 31 december 2013 maar vóór 1 juli 2014 en die op het moment van premievaststelling nog in dekkingstekort zijn, krijgen eveneens de mogelijkheid om een premie vast te stellen die niet voldoet aan de eis van bijdrage aan herstel. 
Voor fondsen waarvoor bij premievaststelling nog sprake is van een dekkingstekort en waarvan de wettelijke hersteltermijn voor het kortetermijnherstelplan doorloopt tot ná 1 juli 2014 zullen ook voor 2014 moeten voldoen aan de bijdrage-aan-herstel-eis.

Vraag 6 – Premie 2014 en een nieuw dekkingstekort

Moet een pensioenfonds de premie gedurende 2014 verhogen als in de loop van 2014 een dekkingstekort optreedt?
Antwoord 6 - Nee, in beginsel is het niet vereist dat het pensioenfonds in de loop van het kalenderjaar de premie verhoogt, indien sprake is van een nieuw dekkingstekort. Wel dient het fonds het vastgelegde premiebeleid uit te voeren. 
Veel pensioenfondsen hebben een beleid waarbij de premie jaarlijks op een vast moment wordt vastgesteld voor het hierop volgende kalenderjaar en zijn de omstandigheden op het moment van premievaststelling relevant. Van pensioenfondsen wordt verwacht dat zij dit beleid – inclusief het moment voor vaststelling – concreet hebben uitgewerkt in de ABTN. Pensioenfondsen die in het beleid hebben opgenomen dat zij de premie vaker dan eenmaal per jaar of gedurende het jaar vaststellen, moeten mogelijk wel rekening houden met de bijdrage van de premie aan herstel.

Vraag 7 – Demping kostendekkende premie 2014

Mag een fonds in 2014 overstappen op een gedempte kostendekkende premie of de dempingsmethode voor de kostendekkende premie aanpassen? 
Antwoord 7 - Ja, een fonds mag voor 2014 de methodiek voor vaststelling van de (gedempte) kostendekkende premie aanpassen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • DNB verwacht van fondsen die overstappen op een gedempte kostendekkende premie of de dempingsmethode wijzigen een gedegen analyse, onderbouwing en vastlegging (zie de Q&A ‘Overstap naar een gedempte kostendekkende premie’).
  • Daarnaast geldt voor het tussenjaar 2014 dat de methode van premiedemping op basis van een verwacht rendement alleen openstaat voor fondsen die deze methode reeds gebruikten (ongeacht of het fonds tijdens het kortetermijnherstelplan bijvoorbeeld tijdelijk een herstelopslag op die gedempte premie heeft gehanteerd). Overstap op deze methode is niet meer toegestaan. De reden hiervoor is dat een pensioenfonds op basis van een gedegen lange­termijn­analyse een dempingsmethode en dempingstermijn voor langere tijd moet kiezen en deze in beginsel niet meer moet wijzigen. Alleen zo kan worden gewaarborgd dat de realisatie op langere termijn niet afwijkt van de verwachting. Omdat aangekondigd is dat deze methode met ingang van 1 januari 2015 komt te vervallen, kunnen fondsen die hier in 2014 (voor één jaar) voor kiezen, niet aan deze eis voldoen. Aanvullend geldt voor CDC-fondsen die reeds werken met premiedemping op basis van verwacht rendement dat het vaststellen van een nieuwe premie voor een nieuwe premievaste periode die tot voorbij 1 januari 2015 loopt, niet mag plaatsvinden op basis van verwacht rendement. Wel mogen deze fondsen de bestaande gedempte premie op basis van verwacht rendement blijven hanteren tot aan 1 januari 2015. Zie ook de Q&A CDC-regelingen.
  • Van pensioenfondsen wordt verwacht dat zij informatie over het toetsingskader vanaf 2015 meenemen, als zij de methodiek voor vaststelling van de kostendekkende premie willen aanpassen voor 2014. Zo ligt het voor fondsen die de kostendekkende premie dempen op basis van een voortschrijdend gemiddelde van de rente, niet voor de hand om de middelings­periode te verlengen naar een middelingsperiode die niet meer wordt toegestaan in het nieuwe toetsings­kader.

Vraag 8 – Premiedaling in 2014

Mag de premie in 2014 dalen ten opzichte van eerdere jaren? Bijvoorbeeld als gevolg van een wijziging van de pensioenregeling of omdat de eis van bijdrage aan herstel vervalt? 
Antwoord 8 - Ja, het ligt voor de hand dat een pensioenfonds de premie verlaagt, indien in de aangepaste regeling sprake is van een lagere pensioenopbouw en/of een hogere pensioenleeftijd. Dit is toegestaan mits de premie kostendekkend blijft. Voor fondsen in een herstelsituatie gelden daarbij de volgende voorwaarden:

  • Maatregelen opgenomen in de abtn danwel het langetermijnherstelplan – waaronder een afwijkende methodiek voor de (kostendekkende) premie of een herstelopslag op de premie– dienen in beginsel te worden uitgevoerd.
  • Het is fondsen in een tekortsituatie niet toegestaan de financiële opzet dusdanig aan te passen dat herstel van de financiële positie wordt vertraagd danwel het risico op een tekort (of vergroting hiervan) doelbewust wordt vergroot (art 16 lid 2 Besluit FTK). DNB verwacht daarom van pensioenfondsen met een herstelplan dat zij een zorgvuldige onderbouwing geven en de gevolgen van een premieverlaging voor het verwachte herstel en de risico’s in kaart brengen, in het bijzonder als de premiedekkingsgraad[2] door de wijziging afneemt. 
    Het is fondsen dus in beginsel toegestaan de premie voor 2014 te verlagen ingeval de pensioenopbouw voor 2014 wordt verlaagd (dat wil zeggen een lager opbouwpercentage en/of een hogere pensioenleeftijd), bijvoorbeeld vanwege aanpassing van de regeling aan het aangepaste Witteveenkader. Ingeval van een tekortsituatie is het met oog op de tweede voorwaarde voldoende als het fonds aantoont dat de premiedekkingsgraad ten minste gelijk blijft. Met andere woorden: de premie per euro pensioen blijft ook na aanpassing van de regeling tenminste gelijk. Voor het vergelijk van de premiedekkingsgraad voor en na aanpassing van de regeling wordt uitgegaan van dezelfde berekeningsdatum (rentetermijnstructuur) en de premie na eventuele aanpassing van de herstelopslag.

Continuïteitsanalyse

Vraag 9 – Continuïteitsanalyse alleen bij ingrijpende wijzigingen

Is een pensioenfonds in 2014 nog verplicht om te beschikken over een recente continuïteits­analyse? 
Antwoord 9 - Nee, DNB zal in aanloop naar het nieuwe toetsingskader alleen nog in bijzondere gevallen een fonds vragen om een nieuwe continuïteitsanalyse op te stellen. Het gaat hierbij om fondsen waarvoor sprake is van:

  1. een ingrijpende wijziging in de huidige of verwachte financiële positie van het fonds (zoals bedoeld in artikel 22 lid 2 van het Besluit FTK) of
  2. een verplichting tot indienen van een nieuw herstelplan.

In andere gevallen zijn pensioenfondsen dus niet verplicht de (driejaarlijkse) continuïteitsanalyse te actualiseren.

Een ingrijpende wijziging in de huidige of verwachte financiële positie van het fonds kan het gevolg zijn van bijvoorbeeld:

  • een ingrijpende wijziging van de pensioenregeling (zoals het overstappen op een CDC-regeling);
  • een ingrijpende wijziging van de financiële opzet van het fonds;
  • een grote collectieve waardeoverdracht of fusie / splitsing van het fonds;
  • beëindiging van pensioenopbouw en/of beëindiging van toetreding tot het pensioenfonds;

Indien sprake is van een ingrijpende wijziging in de situatie van het fonds, dient het fonds dit te melden bij de toezichthouder, zodat vastgesteld kan worden of een nieuwe continuïteitsanalyse is vereist of dat de gevolgen voor de (toekomstige) financiële positie mogelijk op een andere manier kunnen worden beoordeeld. 
Een recente continuïteitsanalyse is vereist, indien het fonds een nieuw herstelplan moet indienen (zie verder Q&A 1, 2, 3 en 4).

Vraag 10 – Continuïteitsanalyse en aanpassing regeling aan Witteveenkader

Is een fonds verplicht om een nieuwe continuïteitsanalyse in te dienen bij aanpassing van de regeling aan het nieuwe Witteveenkader per 1 januari 2014? 
Antwoord 10 - Nee, in beginsel is dat niet nodig, maar dit is afhankelijk van de specifieke aanpassing van de regeling en de wijze waarop het fonds de premie hierop aanpast. Indien het fonds alleen de opbouwpercentages en/of de pensioenleeftijd aanpast aan het Witteveenkader per 1 januari 2014 (en dus geen andere wijzigingen doorvoert in de regeling) en de premie dusdanig vaststelt dat de premiedekkingsgraad tenminste gelijk blijft (zie hiervoor ook Q&A 8), is geen nieuwe continuïteitsanalyse vereist. 
Indien sprake is van meerdere wijzigingen in de regeling of een daling van de premiedekkingsgraad zoals hierboven omschreven, dient het fonds dit te melden bij de toezichthouder, zodat vastgesteld kan worden of een nieuwe continuïteitsanalyse is vereist of dat de gevolgen voor de (toekomstige) financiële positie mogelijk op een andere manier kunnen worden beoordeeld.

________ 
[1] De premie voldoet aan de bijdrage-aan-herstel-eis als de feitelijke premie exclusief bijdrage voor directe uitvoeringskosten gedeeld door de actuarieel benodigde premie (op basis van de actuele rentetermijnstructuur) ten minste gelijk is aan de minimaal vereiste dekkingsgraad (ca. 105%). 
[2] De premiedekkingsgraad is de verhouding tussen de feitelijke premie exclusief marge voor directe uitvoeringskosten en de actuarieel benodigde premie voor nieuwe pensioenopbouw (vastgesteld op basis van de actuele marktrente.

‘Casinopensioen’ keert sneller uit: jongeren gedupeerd

Ilja Boelaars is gecertificeerd financieel risico manager en promovendus economie aan de University of Chicago. 

Jongeren worden 'weer ietsje' gedupeerd als hun pensioenfonds kiest voor het nieuwe ‘reële ambitie’ pensioen. Onder die nieuwe pensioenovereenkomst, die RTL al het casinopensioen noemde, zullen pensioenfondsen sneller geld mogen uitkeren aan gepensioneerden. Lees de analyse van Ilja Boelaars: pensioen bij Zorg en Welzijn stijgt 1,5%.

Jongeren worden 'weer iets' gedupeerd als hun pensioenfonds kiest voor het nieuwe ‘reële ambitie’ pensioen. Onder die nieuwe pensioenovereenkomst, die RTL al het casinopensioen noemde, zullen pensioenfondsen sneller geld mogen uitkeren aan gepensioneerden. Lees de duidelijke analyse van Ilja Boelaars.

Het kabinet kwam afgelopen vrijdag eindelijk naar buiten met de uitwerking van het pensioenakkoord uit 2010 en 2011. Volgens de nieuwe plannen mogen pensioenfondsen binnenkort gaan kiezen voor een nieuw soort “pensioenovereenkomst”. Naast de huidige “uitkeringsovereenkomst” komt er de nieuwe “reële ambitieovereenkomst”. 

De pensioenovereenkomst is grof gezegd de set van regels die bepaalt hoeveel premie er betaald moet worden, hoeveel geld een pensioenfonds in kas moet hebben, wanneer pensioenen eventueel verhoogd mogen worden en wanneer pensioenen juist moeten worden afgestempeld.

Deze regels zijn o.a. bepalend voor hoe risicovol het pensioen is en hoe het geld in de collectieve pensioenpot wordt verdeeld over verschillende generaties. RTL berichtte de afgelopen dagen, op basis van uitgelekte documenten, al uitgebreid over het eerste aspect: de risico’s. Zij typeerde de twee pensioenovereenkomsten beeldend als “rustig-aan-pensioen” en “casinopensioen”.

Afgelopen vrijdag ging het kabinet akkoord met de voorstellen en werden de documenten openbaar. Daardoor kunnen we nu ook iets zeggen over het verdelingsaspect. Wat blijkt? In de nieuwe “reële ambitieovereenkomst” mogen pensioenfondsen op korte termijn meer geld gaan uitkeren. Daardoor blijft er minder in kas voor de toekomst en zijn jongeren zoals altijd weer de pineut. (Voor de technisch geïnteresseerden: hieronder volgt een toelichting hoe dit zit.)

Het Kabinet schrijft hier zelf over: “Jongere generaties gaan er in de basisvariant iets op achteruit.” Het is werkelijk om moedeloos van te worden. Dat woord ‘iets’. Het gaat inderdaad om enkele procenten, maar in pensioenland betekent dit dat het al gauw om vele duizenden euro’s per persoon gaat!

Vorig jaar gingen jongeren er bovendien ook al ‘ietsje’ op achteruit toen de rekenrente volstrekt willekeurig werd opgehoogd met de zogenaamd UFR. En eind 2011 gingen jongeren er ‘een beetje’ op achteruit doordat DNB besloot dat de rekenrente gemiddeld mocht worden over drie maanden. En daarvoor, in 2009, gingen jongeren er ‘enigszins’ op achteruit doordat Minister Donner besloot dat pensioenfondsen twee jaar langer de tijd kregen om hun tekorten weg te werken c.q. door te schuiven.

Vergeet ik nog de verlaging onlangs van de fiscale voordelen, de VUT-premies, de doorsneepremie, de herstelpremies, de tijdelijke opbouwverlagingen… Daar kan het nieuwe casinopensioen met extra snelle uitkering ook nog wel bij, moet men gedacht hebben op het ministerie.

Toelichting: sneller uitkeren met “reële ambitieovereenkomst”:

Uiteraard moeten generatie-effecten van nieuw beleid eigenlijk door een geavanceerd model worden doorgerekend door het Centraal Plan Bureau. Wat volgt is slechts een voorbeeld-berekening die op de achterkant van een sigarendoosje past. Dit geeft hoe dan ook in mijn ogen wel een redelijke indruk of pensioenfondsen op korte termijn meer of minder gaan uitkeren.

Berekening op achterkant bierviltje: pensioen stijgt 1,5%

Laten we als voorbeeld even Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW) in gedachte nemen. Van dit fonds is bekend dat zij al besloten heeft over te stappen naar de nieuwe pensioenovereenkomst. Wat gebeurt er zodra dit fonds deze stap maakt?

PFZW staat momenteel op een dekkingsgraad van 102%. Laten we voor het gemak even aannemen dat dit nog iets verbetert de komende tijd en dat zij bij de overgang naar de nieuwe pensioenovereenkomst op 105% staat. Volgens de huidige pensioenovereenkomst (het “rustig-aan-pensioen” in RTL-termen), is 105% de minimale vereiste dekkingsgraad. Dat betekent dat het pensioen in het komende jaar noch verhoogd, noch verlaagd hoeft te worden.

Stel nu dat PFZW echter overgaat naar de “reële ambitieovereenkomst”, dan gebeuren er een aantal dingen. Omdat de toekomstige pensioenen in deze overeenkomst automatisch met de inflatie stijgen, daalt de rekenrente met 2 procentpunt. Vervolgens mag de rekenrente weer verhoogd worden met een risico-opslag. Deze is (afhankelijk van de looptijd) zo’n 1,5 procent. De rekenrente daalt netto dus met 0,5 procentpunt (= 2% – 1,5%). De gemiddelde looptijd (duration) van de pensioenen bij PFZW is tegen de 20 jaar en dus daalt de dekkingsgraad grofweg met 10 procentpunt (= 0,5 procentpunt maal 20) tot 95 procent.

Er is in de nieuwe situatie dus een tekort van 5 procent. Volgens de regels van de nieuwe pensioenovereenkomst mag dit tekort over 10 jaar worden ‘uitgesmeerd’. Dat betekent dat de pensioenen de komende 10 jaar met ongeveer 0,5 procent per jaar moeten worden verlaagd. Echter, tegelijkertijd geldt in de nieuwe overeenkomst dat pensioenen elk jaar automatisch met de inflatie meestijgen. Pensioenen worden dus jaarlijks 0,5 procent gekort, maar vervolgens ook weer met 2 procent verhoogd. Saldo: de pensioenen stijgen het eerste jaar meteen met 1,5 procent. Terwijl ze in het oude contract gelijk bleven. Dat is goed nieuws voor gepensioneerden!

Dat verschil is er vervolgens niet alleen in het eerste jaar, maar ook in de jaren die volgen stijgen de pensioenuitkeringen onder de nieuwe overeenkomst harder dan onder het “rustig-aan-pensioen”. Om het totale effect te kunnen inschatten zullen we een serieuze berekening moeten maken. Die is schijnbaar al gemaakt door het CPB, zo blijkt uit de kabinetsstukken, maar die cijfers hebben we nog niet kunnen zien. Voorlopig moeten we het dus doen met het bovenstaande en de stelling van het kabinet dat “jongere generaties er in de basisvariant iets op achteruit [gaan].

12 juli 2013 23:49, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Pensioenfederatie ziet niets in pensioenakkoord

Pensioenfederatie ziet niets in pensioenakkoord

De pensioenfederatie, de vertegenwoordiger van de pensioenfondsen, is het niet eens met het pensioenakkoord van staatssecretaris Klijnsma. Volgens de federatie worden de pensioenfondsen voor een onmogelijke keuze gesteld.

De pensioenfederatie, de vertegenwoordiger van de pensioenfondsen, is het niet eens met het pensioenakkoord van staatssecretaris Klijnsma. Volgens de federatie worden de pensioenfondsen voor een onmogelijke keuze gesteld.

In het nieuwe pensioenakkoord moeten pensioenfondsen kiezen tussen een nominaal pensioen, waar de uitkering wordt gegarandeerd en niet risicovol wordt belegd. Of ze kiezen voor een zogeheten 'reëel contract', waar alle pensioenen jaarlijks met de inflatie omhoog gaan, en risicovoller mag worden belegd. Die keuze is volgens de federatie onmogelijk.

In het eerste geval moeten de pensioenfondsen zo voorzichtig  beleggen om de nominale uitkeringen te kunnen garanderen dat een inflatiecorrectie er zeer waarschijnlijk niet in zit, de indexatie raakt zelfs uit zicht voor janren. In het tweede geval kunnen rendementen tegenvallen, en moeten direct de pensioenen worden verlaagd.

De pensioenfederatie zegt in haar documenten dat een evenwichtige belangenafweging voor alle deelnemers hiermee niet kan worden gemaakt. De federatie streeft naar een tussenvorm. De pensioenpolder wil dat een rigide scheiding tussen een nominaal en een reëel contract moet worden voorkomen. In de voorstellen van Klijnsma is dat echter niet mogelijk.

12 juli 2013 22:04, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Deelnemers hebben niets te zeggen over nieuw pensioen

Deelnemers hebben niets te zeggen over nieuw pensioen

Gaat uw pensioenfonds kiezen voor een onzeker uitkeringspensioen of voor een onzeker, reëel ambitiecontract? U heeft er niets over te zeggen.

Gaat uw pensioenfonds kiezen voor een onzeker uitkeringspensioen of voor een onzeker, reëel ambitiecontract? U heeft er niets over te zeggen, het gaat hier om een collectief systeem, maar inflatie-compensatie kunt u de komende jaren sowieso wel vergeten.

Vanmiddag is er meer duidelijk geworden over het nieuwe pensioenstelsel dat per 1 januari 2015 moet ingaan. (klik hier voor alle documenten)

Keuze: rustig-aan-pensioen (FTK 1) of casinopensioen (FTK 2)

Pensioenfondsen moeten komend jaar kiezen tussen 2 varianten: een variant met een gegarandeerd pensioen, een vast bedrag, en grote buffers bij uw pensioenfonds (nominaal, FTK 1) of een variant met pensioenen waarbij uw koopkracht moet worden gegarandeerd, maar waar minder buffers beschikbaar voor zijn bij uw fonds (reëel ambitiecontract, FTK2).

Wat een fonds ook kiest, u als individuele deelnemer (werknemer of gepensioneerde) kan niet zelf beslissen. U heeft weinig invloed omdat hier sprake is van collectieve contracten. Bent u in vaste dienst bij een bedrijf die verplicht meedoet met een bedrijfstakpensioenfonds als het ABP of Zorg en Welzijn, dan kunt u ook niet weg bij het pensioenfonds, u moet meedoen. Het pensioenstelsel blijft een verplicht, solidair, stelsel. Een deelnemer kan niet individueel kiezen.

Weinig verschillen, maar het pensioen stijgt niet

Opvallend is dat de uiteindelijke pensioenen waarschijnlijk niet veel van elkaar zullen verschillen tussen de 2 systemen en ook niet ten opzichte van uw huidige pensioen of opbouw.  De buffers zijn in beide nieuwe stelsels (nominaal en reëel) bij de start nog veel te laag om de eerste jaren überhaupt over de verhoging van pensioenen na te denken, dat is een verschil met nu waar indexatie vanaf 2014 in zicht begint te komen.

In het nominale stelsel (FTK 1) moet de dekkingsgraad eerst stijgen van de huidige gemiddelde 100% naar 125% voordat een fonds echt mag indexeren. Ook mag een fonds pas indexeren als het zeker is dat het in de toekomst ook kan. In het nieuwe nominale stelsel volgt daarom pas veel later indexatie voor de inflatie dan in het huidige systeem omdat de buffers écht moeten worden opgebouwd.

In het reële stelsel (FTK 2) liggen de dekkingsgraden bij de start rond 70% en mag een fonds pas indexeren op 100%. De pensioenen zijn de afgelopen jaren achtergebleven bij de inflatie, waardoor de dekkingsgraad voor het reële systeem flink achterloopt in koopkracht. Invaren (overnemen) van de oude rechten kan niet anders dan met korting op de beloofde indexatie. Hier duurt het dus ook nog jaren voordat de pensioenen eindelijk weer eens gaan stijgen. Daalt de dekkingsgraad dan in de toekomst weer onder de 100%, dan wordt er meteen gekort in het reëele stelsel. De korting wordt wel uitgesmeerd over 10 jaar.

Premies hoger

In beide systemen moeten wel de pensioenpremies flink omhoog. Anders kunnen de fondsen nooit 97,5% uw pensioen garanderen in FTK1 of kunnen de fondsen nooit de beloofde inflatie aan u betalen in FTK 2. De premie wordt sowieso kostendekkend. Opvallend zegt u? Zeker, de pensioenpremies liggen nu eigenlijk te laag om aan alle toezeggingen te voldoen.

De pensioenpremies gaan per jaar met zo’n 3 miljard euro omhoog. Overigens verlaagt het kabinet de maximaal mogelijke fiscaal vriendelijke pensioenopbouw van werknemers binnenkort met 20%. De maximum opbouw zakt van 2,25% naar 1,75% van uw pensioengevend salaris. Dit bespaart 9 miljard euro aan premies per jaar. Per saldo wordt er zo een besparing van 6 miljard euro gerealiseerd, en volgt er een premiedaling tot 20% voor de werknemers en hun werkgevers.

Reële ambitiecontract favoriet in Den Haag

In het nieuwe reële systeem, het favoriete systeem van de ambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken, zullen vaker dan voorheen kortingen op de pensioenen voorkomen, maar wel veel lager dan de klappen die er nu worden uitgedeeld. Volgens SZW is het reële contract (FTK 2)op lange termijn een zekerder, duidelijker contract dan het nominale (FTK 1), met een voor iedereen stabiel pensioen. De rendementen moeten dan wel meevallen. Sociale Zaken zou het liefst zien dat de pensioenfondsen allemaal kiezen voor het FTK2.

Eigenlijk zouden ze op het ministerie het liefst maar één pensioencontract (FTK 2, het reële) hebben willen voorstellen. Maar hebben ze uitgevoerd wat de sociale partners hebben afgesproken. Juridisch was het ook niet haalbaar om niet een nominaal pensioencontract, wat het meeste lijkt op het huidige pensioensysteem, voor te stellen.

Tussenweg

De pensioenfondsen willen zelf een tussenweg, en zitten helemaal niet op deze verplichte keuze en gedwongen beleggingsrisico's in het FTK2 te wachten. Ze willen de voordelen van beide contracten samenvoegen. Een soort nominaal plus. Na een spannende pensioendag vandaag in Den Haag lijkt die mogelijkheid er misschien wel in te zitten

Alles bij elkaar, het is en wordt ingewikkeld. De komende 2 maanden mag iedereen meepraten met het kabinet over dit wetsvoorstel van het nieuwe pensioenstelsel. En daarna moeten de pensioenfondsen kiezen. Succes!

Wilt u ook meepraten, klik hier een geef uw mening

De afgelopen 1,5 week heeft RTLZ veel over het nieuwe pensioencontract en over de reacties uit polder geschreven en uitgezonden op tv. Klik hier voor al onze verhalen en video's.

12 juli 2013 21:05, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Vijf vragen over nieuwe pensioenregels

Het kabinet is het vrijdag eens geworden over nieuwe spelregels voor de pensioenfondsen. Die moeten in 2015 ingaan. Vijf vragen over het hoe en waarom van deze regels.

Het kabinet is het vrijdag eens geworden over nieuwe spelregels voor de pensioenfondsen. Die moeten in 2015 ingaan. Vijf vragen over het hoe en waarom van deze regels.

 

1. Waarom zijn er nieuwe pensioenregels nodig?

 

De pensioenfondsen zijn de afgelopen jaren in zwaar weer beland. Ze hebben te kampen met een stijgende levensverwachting, waardoor ze meer geld nodig hebben. En ze hebben te maken met de financiële crisis, waardoor hun beleggingen onder druk staan. Ook de lage rentestand speelt hen parten. Bij veel fondsen is de dekkingsgraad - die aangeeft of ze op lange termijn de pensioenen nog kunnen betalen - onder het voorgeschreven niveau gezakt. Zij hebben daarom op hun pensioenuitkeringen moeten korten.

 

2. Wat houden de nieuwe regels in?

 

De eisen voor de pensioenfondsen worden strenger. Ze mogen bijvoorbeeld hun pensioenuitkeringen alleen nog aan de inflatie aanpassen als vast staat dat ze dat ook in de toekomst kunnen blijven betalen. Nieuw is dat de pensioenfondsen kunnen overstappen op een ander systeem. Ze mogen dan wat meer risico’s nemen bij hun beleggingen, maar kunnen daardoor ook minder garanties bieden. Kort gezegd komt het er op neer dat fondsen die het oude systeem blijven hanteren minder vaak hoeven te korten, maar als ze moeten korten zal dat wel forser zijn dan bij fondsen die overstappen op het nieuwe systeem.

 

3. Wie bepaalt of fondsen overstappen op het nieuwe systeem?

 

Pensioenfondsen worden bestuurd door vakbonden en werkgevers. Zij bepalen in het bestuur wat er gebeurt. In de nieuwe regels zijn allerlei voorwaarden opgenomen die ervoor moeten zorgen dat het 'invaren’ in het nieuwe systeem zorgvuldig gebeurt.

 

4. Wat betekent de nieuwe opzet voor de pensioenpremies?

 

Die zullen daardoor stijgen, want de eisen waaraan de fondsen moeten voldoen worden strenger. Maar tegelijk met de nieuwe regels wordt ook een verlaging van de pensioenopbouw van kracht. Werknemers kunnen vanaf 2015 jaarlijks minder sparen voor hun pensioen. Het kabinet gaat ervan uit dat iedereen later met werken stopt, zodat er uiteindelijk toch genoeg pensioen opgebouwd kan worden. De verlaging van de pensioenopbouw zorgt voor een forse daling van de pensioenpremies, verwacht het kabinet. Per saldo zullen die premies komende jaren met zo’n 6 miljard euro dalen. Garanties hiervoor kan het kabinet echter niet bieden.

 

5. Hoe gaat het nu verder?

 

De nieuwe spelregels worden nu naar de pensioensector gestuurd. Die mag haar zegje doen. Eind dit jaar gaat er een definitief wetsvoorstel naar de Tweede Kamer.

12 juli 2013 16:43, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

ABP: nieuwe casinopensioen brengt niet gewenste stabiliteit

ABP: nieuwe casinopensioen brengt niet gewenste stabiliteit

ABP, het pensioenfonds van ambtenaren, plaats 'kanttekeningen bij de huidige voorstellen' van staatssecretaris Klijnsma in het nieuwe casinopensioen.

ABP, het pensioenfonds van ambtenaren, plaats 'kanttekeningen bij de huidige voorstellen' van staatssecretaris Klijnsma in het nieuwe casinopensioen.

Het nieuwe voorstel van Klijnsma zou niet de gewenste stabiliteit brengen in de pensioensector. Terwijl dat juist wel het doel is van de nieuwe pensioenwet.

Dat zit als volgt: in het nieuwe casinopensioen wordt gerekend met de actuele rente, en niet, zoals voorheen, met een 10-jaars gemiddelde. Omdat de actuele rente behoorlijk kan schommelen, zal dus ook de premie constant meebewegen.

"Met de voorgestelde systematiek kan de ABP-premie flink stijgen en kunnen bovendien grote schommelingen in de jaarlijkse premie optreden", aldus ABP in een reactie.

 

12 juli 2013 15:11
"De essentie van dit pensioenstelsen is dat je eerlijk aan mensen aangeeft hoe het met hun pensioen gaat. Dat je niet tegen mensen zegt: 'dit is het bedrag dat we altijd kunnen geven'. Pensioenfondsen moeten veel reeëler aan hun achterban vertellen wat ze aan het einde van de rit kunnen krijgen, en wat dat betekent voor de premie" 
Jetta Klijnsma Nieuw casinopensioen
12 juli 2013 14:53, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Rutte: 'Bezwaren op pensioenakkoord ketelmuziek'

Rutte: 'Bezwaren op pensioenakkoord ketelmuziek'

Minister-president Mark Rutte reageert in zijn wekelijkse persconferentie op het nieuwe pensioenakkoord. Hij zegt het volgende:

Minister-president Mark Rutte reageert in zijn wekelijkse persconferentie op het nieuwe pensioenakkoord. Hij zegt het volgende:

"De Nederlandsche Bank laat zien dat met de voornemens voor dit ontwerp er ruimte ontstaat voor zes miljard aan premieverlaging. Het is uiteindelijk een samenspel van een aantal op elkaar inwerkende actoren, werkgevers en werknemers."

"Tegelijkertijd is ook daar de realisatie groot dat je bij pensioenen twee dingen tegelijk moet doen: dat er voldoende in de kassen zit om de wensen van pensioenen te honoreren, maar het moet niet ten koste gaan van de jonge generatie...Ik begrijp dat er vanuit verschillende partijen ketelmuziek komt."

 

12 juli 2013 14:13, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Klijnsma houdt vol: pensioenpremies kunnen omlaag

Klijnsma houdt vol: pensioenpremies kunnen omlaag

De pensioenpremies zullen door de nieuwe pensioenregels, die in 2015 ingaan, wel omlaaggaan. Dat verwacht staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken, zei ze vrijdag na de ministerraad.

De pensioenpremies zullen door de nieuwe pensioenregels, die in 2015 ingaan, wel omlaaggaan. Dat verwacht staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken, zei ze vrijdag na de ministerraad.
 
Klijnsma is minder somber dan de pensioenfondsen. Die voorspelden deze week dat de nieuwe regels juist tot een premiestijging leiden. Die zou groter zijn dan de premieverlaging die het kabinet voorziet als gevolg van de verlaging van de pensioenopbouw, die ook in 2015 van kracht wordt.
    Klijnsma zegt te vertrouwen op becijfering van De Nederlandsche Bank, die een positief saldo laat zien van de pensioenmaatregelen van het kabinet. De schatkist zou daardoor op termijn op 3 miljard extra kunnen rekenen.
    Het kabinet werd het vrijdag definitief eens over de nieuwe pensioenregels. Die gaan nu naar de pensioenwereld voor consultatie. Voor de kerst ligt er een wetsvoorstel in de Tweede Kamer, zei Klijnsma.
 
    
12 juli 2013 13:57, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Kabinet akkoord met omstreden casinopensioen

Kabinet akkoord met omstreden casinopensioen

Ondanks heftige protesten uit de pensioensector is de ministerraad vanmiddag akkoord gegaan met de plannen voor een totaal nieuw pensioensysteem van staatssecretaris Klijnsma.

Ondanks heftige protesten uit de pensioensector is de ministerraad vanmiddag akkoord gegaan met de plannen voor een totaal nieuw pensioensysteem van staatssecretaris Klijnsma.

Later vanmiddag zullen de plannen officieel worden gepresenteerd door het ministerie van Sociale Zaken. De komende 2 maanden mag dan iedereen meepraten met het consultatiedocument over de nieuwe pensioenwet, die moet ingaan op 1 januari 2015.

RTLZ heeft de afgelopen week al veel over dit onderwerp gepubliceerd. Vooral de verplichte keuze die de pensioenfondsen voor al hun deelnemers moeten maken tussen een behouden –doe-maar-rustig pensioen of een casinopensioen is omstreden. De pensioensector gaat daarom proberen te komen tot een tussenweg.

Lees hier al onze verhalen over het nieuwe pensioencontract.

Naar verwachting rond 16 uur gaat het ministerie van Sociale Zaken alle documenten online zetten, dan zullen ondermeer ook de Pensioenfederatie en het ABP hier op onze website reageren.

 

 

10 juli 2013 18:35, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Stijgt of daalt de premie bij nieuw pensioencontract?

Stijgt of daalt de premie bij nieuw pensioencontract?

De NOS en het NRC komen vandaag met berekeningen van het ABP dat de pensioenpremies omhoog moeten volgens de nieuwe pensioenwet. Maar klopt dat wel? Nee, dat klopt niet.

De NOS en het NRC komen vandaag met berekeningen van het ABP dat de pensioenpremies omhoog moeten volgens de nieuwe pensioenwet. Maar klopt dat wel? Nee, dat klopt niet.

In het nieuwe pensioensysteem gaan alle partijen veel duidelijker met elkaar afspreken wat de ambities zijn (bijvoorbeeld altijd koopkrachtbehoud, of altijd een gegarandeerde pensioenuitkering), wat de pensioenpremies zijn die daarbij horen en wie de risico’s dragen, meestal de deelnemers.

De pensioenpolder heeft daarbij uitdrukkelijk afgesproken dat de pensioenpremies niet gaan stijgen in het nieuwe pensioensysteem.

Beloftes

Maar bij beloftes die vanaf 2015 gelijk zouden liggen met de huidige pensioenbeloftes moeten de premies in het nieuwe regime inderdaad eigenlijk wel stijgen.

Twee belangrijke redenen:

1. De discontovoet daalt met grofweg 0,5 procentpunt, er komt namelijk een inflatieafslag van 2% en een risico-opslag van 1,5% in het reeële pensioencontract. (zie deze vertrouwelijke stukken op onze website)

2. De gedempte kostendekkende premie verdwijnt. Veel fondsen rekenen nu nog met langjarige gemiddelden van de rente of zelfs met verwachte rendementen bij het bepalen van de premie. De exacte impact hiervan is onduidelijk en verschilt per fonds, maar kan heel fors zijn.

De beloftes en de keuzes in het nieuwe systeem zijn echter zo moeilijk en nog onduidelijk, dat een duidelijk beeld voor de nieuwe pensioenpremies nog niet te maken is.

De woordvoerder van het ABP stelt daarom ook aan RTLZ: “Wij gaan niet in op voorstellen die het kabinet nog in beraad heeft en ook niet op eventuele gevolgen daarvan. Berekeningen kan ik dus niet verstrekken." 

"Ik ken de bronnen van de NOS niet, maar ik weet heel zeker dat ze onze berekeningen niet hebben.”

Minder opbouw

Het kabinet is overigens wel aan het bezuinigen. De maximale jaarlijkse opbouw van je pensioen is nu nog 2,25% van je (pensioengevend) salaris en dat wordt 1,75%. Werknemers mogen 20% minder pensioen opbouwen. Daarvoor hoeven zij en hun werkgevers ook minder pensioenpremies in te leggen. De werknemers krijgen daardoor meer nettoloon en de overheid meer inkomstenbelasting omdat er minder pensioenpremies kunnen worden afgetrokken van de belastingen.

 

10 juli 2013 16:47, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Vals spelen met het casinopensioen?

Vals spelen met het casinopensioen?

Pensioenfondsen krijgen in het nieuwe pensioensysteem meer lucht doordat ze mogen rekenen met een hogere rekenrente. Ze worden beloond voor een riskanter beleggingsbeleid.

Pensioenfondsen krijgen in het nieuwe pensioensysteem meer lucht doordat ze mogen rekenen met een hogere rekenrente. Ze worden beloond voor een riskanter beleggingsbeleid. 

Dat blijkt uit nog vertrouwelijke stukken in handen van RTLZ.

Beloning

De pensioenfondsen mogen vanaf 2015 onder meer kiezen voor een pensioen dat ieder jaar wordt verhoogd met minimaal de inflatie, dit systeem heet het reëel ambitie-contract (de zogehten FTK 2). Om de inflatie te kunnen betalen moeten de pensioenfondsen meer winst maken op hun beleggingen, daarvoor moeten ze meer risico’s nemen. Minimaal de helft van de portefeuille moet bestaan uit risicovolle beleggingen, aandelen.

Beleggen

In deze zogeheten ‘nieuwe reële ambitieovereenkomst’ (FTK 2) geeft de overheid de pensioenfondsen de mogelijkheid te rekenen met een hogere rekenrente als beloning voor de mooie rendementen van de pensioenfondsen. De rekenrente wordt deels gebaseerd op deze riskante beleggingen. Zo wordt rekening gehouden met het feit dat pensioenfondsen risicovol beleggen. Het kabinet gaat er bij de vaststelling vanuit dat een gemiddeld pensioenfonds voor de helft in risicovolle beleggingen belegt. Pensioenfondsen mogen in de praktijk wel zelf kiezen of ze hier van willen afwijken. 

De rekenrente wordt gebruikt voor het berekenen van de dekkingsgraad, de maatstaf van de gezondheid van de pensioenfondsen.

Of alleen een zekere nominale uitkering

Pensioenfondsen die kiezen voor een ‘nominaal stelsel’ (het zogeheten FTK 1), waarbij alleen de uitkering van pensioenen wordt gegarandeerd en niet de inflatie, mogen geen gebruik maken van deze hogere rekenrente.

Rekenrente
Maar hoe werkt de rekenrente? De rekenrente wordt in het plan van Klijnsma, net als nu volgens de huidige pensioenwet, door De Nederlandsche Bank bepaald door gebruik te maken van de risicovrije rente, aangevuld met de systematiek van UFR (Ultimate Forward Rate). Daarbovenop wordt de rekenrente in het nieuwe systeem ook verhoogd met de risicopremie die geldt op risicovolle aandelen.

“Uit de huidige parameters kan worden afgeleid dat de risicopremie op aandelen 3% is”, aldus Klijnsma in de memorie van toelichting op de nieuwe pensioenwet. Omdat de pensioenfondsen naar verwachting voor de helft risicovol gaan beleggen, mogen ze de helft van die 3% extra rendement dus 1,5% optellen bij de rekenrente.

De opslag bovenop de rekenrente wordt voor alle fondsen gelijk. De fondsen kunnen zich niet kunstmatig rijk rekenen door zeer riskant te gaan beleggen.

Opvallend feit is dat de 3% risicopremie op aandelen wordt vastgesteld door een zogeheten ‘Commissie Parameters’. Die commissie moet bestaan uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van pensioenen. Sociale partners krijgen geen rol in de commissie.

 

Vals spelen in het casino

Ilja Boelaars, pensioenspecialist van de D66-jongeren en columnist van rtlz.nl, vindt dit opvallend. “De commissie kan in 1 klap de parameters verhogen, waardoor de dekkingsgraad zo met 10% stijgt of daalt.”

RTLZ noemde het nieuwe reële pensioen eerder al een casinopensioen, maar Boelaars stelt daarover: “dat is dan wel een casino waarin vals kan worden gespeeld.”

Inflatie
Om het nog ingewikkelder te maken verlaagt het kabinet de rekenrente ook nog met een inflatie-afslag. Omdat de pensioenfondsen die kiezen voor de ‘nieuwe reële ambitieovereenkomst’ uw pensioen ieder jaar met de inflatie moeten verhogen, moeten ze zich ook weer wat armer rekenen. Op lange termijn zal de inflatie naar verwachting 2% zijn. De rekenrente wordt daarom met ook 2 procentpunt verlaagd.

Uw pensioen wordt onzekerder en lager
Alles bij elkaar zal de rekenrente dus eerst worden verlaagd, en dan weer verhoogd. Een rekensom maakt het duidelijk: pensioenfondsen die de helft risicovol  beleggen en pensioenen gegarandeerd laten stijgen met de inflatie, moeten volgens de inflatie-afslag de rekenrente met 2% verlagen. Vervolgens mogen ze, juist omdat ze risicovol beleggen, de rekenrente weer met 1,5% verhogen. Al met al komen ze dan 0,5% lager uit. 

Totdat de commissie parameters ingrijpt, en plotsklaps een nieuwe set rendementen adviseert. Dan kan uw pensioen plotseling hard dalen of stijgen. Ook de CPB voorspellingen voor de inflatie kunnen nog roet in het eten gooien. Want bijvoorbeeld een hogere inflatie, betekent ook een hogere aftrek van de rekenrente.

-----------------------------------

Lees hieronder het betreffende hoodstuk uit de nog vertrouwelijke memoire van toelichting op de nieuwe pensioenwet.

5.3 Discontocurve

Marktconsistente waardering blijft het uitgangspunt
In de reële ambitieovereenkomst geldt, net als in de bestaande uitkeringsovereenkomst, dat marktconsistente waardering van beleggingen en verplichtingen het uitgangspunt is. De basis van de discontocurve van de reële ambitieovereenkomst is gegeven door de risicovrije marktrente aangevuld met de systematiek van de ufr, zoals deze ook wordt gehanteerd voor de uitkeringsovereenkomst. Ten behoeve van de reële ambitieovereenkomst worden twee nieuwe componenten toegevoegd aan de discontocurve: een indexatie-afslag en risico-opslag. Deze zullen worden vastgelegd in de lagere regelgeving op basis van artikel 126 van de Pensioenwet. Beide worden toegelicht in het resterende deel van deze paragraaf.
 
Indexatie-afslag voor alle fondsen hetzelfde om prikkels te voorkomen
De indexatie-afslag in de reële ambitieovereenkomst is hetzelfde voor alle pensioenfondsen en wordt gebaseerd op prijsindexatie, ongeacht de feitelijke indexatiemaatstaf die wordt gehanteerd. De feitelijk gehanteerde indexatiemaatstaf, bijvoorbeeld loonindexatie, kan dus afwijken van prijsinflatie waarop de afslag is gebaseerd. Het werken met een uniforme indexatie-afslag is een pragmatische manier om te voorkomen dat er een prikkel ontstaat voor fondsen om de indexatieambitie te verlagen (bijvoorbeeld een verlaging van loonindexatie naar prijsindexatie) om daarmee een lagere indexatie-afslag te krijgen en daarmee de beleidsdekkingsgraad te verbeteren, en daardoor te snel meer indexatie toe te kennen. Een dergelijke situatie zou substantiële generatie-effecten met zich mee kunnen brengen. Een uniforme indexatie-afslag voorkomt deze situatie.
Wellicht ten overvloede zij daarbij opgemerkt dat in de haalbaarheidstoets wel zal worden uitgegaan van de feitelijke indexatie-ambitie van het pensioenfonds.
 
Indexatie-afslag zo objectief mogelijk
De automatische actualisatie van de indexatie-afslag gebeurt zo objectief mogelijk. Idealiter wordt daarbij gebruik gemaakt van marktinformatie, maar daar is niet voor gekozen vanwege een aantal redenen. Zo geeft de Nederlandse overheid geen inflatiegerelateerde obligaties uit waardoor er (vrijwel) geen marktinformatie beschikbaar is voor de toekomstige Nederlandse prijsinflatie. Wel is er markthandel in Europese prijsinflatie maar de omvang van de reële markt is op dit moment klein vergeleken met de nominale markt. Bovendien nemen veel institutionele beleggers in de reële markt vaste posities in: ze houden inflatiegerelateerde obligaties veelal aan tot de einddatum. Samen met de relatief lange looptijd van deze obligaties zorgt dit ervoor dat er relatief weinig aanbod op de reële markt is. Dit brengt het risico met zich mee dat er marktverstoringen optreden wanneer de indexatie-afslag wordt gebaseerd op actuele marktinformatie. Marktverstoringen in de reële rentemarkt kunnen dan zorgen voor een plotselinge daling van de discontocurve van het reële contract en daarmee tot onbedoelde financiële tegenvallers voor pensioenfondsen. Dit zou een onwenselijke situatie zijn met onbedoelde verlagingen van pensioenen.
 
Indexatie-afslag geactualiseerd op basis van CPB-voorspelling
De vaststelling en actualisatie van de indexatie-afslag werkt als volgt. Voor korte looptijden (eerste 2 jaar) wordt de indexatie-afslag gebaseerd op de CPB-voorspelling van de prijsinflatie. Dat zal worden vastgelegd in lagere regelgeving. Voor looptijden langer dan 10 jaar wordt de indexatie-afslag afgeleid van de monetaire beleidsstrategie van de ECB. Daarom wordt gewerkt met een indexatie-afslag van 2%. De afslag wordt gecorrigeerd voor een constante inflatierisicopremie. Deze inflatierisicopremie wordt toegevoegd uit het oogpunt van marktconsistente waardering. Voor looptijden tussen 2 en 10 jaar is er sprake van een lineaire toegroei naar deze lange-termijn inflatievoet.
 
Deze toegroeiperiode is een realistische veronderstelling zolang inflatieverwachtingen relatief stabiel zijn. In de afgelopen twee decennia is dit het geval geweest. Het is uiteraard mogelijk dat er in de toekomst een economische situatie ontstaat waarin dit niet meer het geval is. In die situatie kan de wijze van vaststelling van de indexatie-afslag worden geëvalueerd bij de periodieke evaluatie van de ftk-parameters.
 
Risico-opslag op basis van vuistregel
In de reële ambitieovereenkomst representeren pensioenrechten- en aanspraken een verwachte uitkeringsstroom met daaromheen een gegeven mate van onzekerheid (een risicoprofiel). Een risico-opslag is daarom onderdeel van de discontocurve. De risico-opslag wordt gebaseerd op de vuistregel die is ontwikkeld door Bovenberg, Nijman en Werker (BNW).31 Dit is een formule voor het bepalen van de risico-opslag en is gebaseerd op het risicoprofiel van pensioenaanspraken en -rechten zoals dat is gegeven bij het gebruik van het AFS. De BNW formule levert een analytische benadering van de marktwaarde van de pensioentoezegging. De risico-opslag wordt gebaseerd op de maximale spreidingsperiode van 10 jaar.
 
Risico-opslag voor alle fondsen hetzelfde om prikkels te voorkomen
De risico-opslag is voor alle fondsen gelijk en daardoor niet afhankelijk van de beleggingsmix van een individueel fonds. Er is daardoor geen prikkel voor pensioenfondsen om via een wijziging van het beleggingsbeleid de beleidsdekkingsgraad te verbeteren, zodat wordt voorkomen dat er te snel meer indexatie kan worden toegekend. Die situatie kan substantiële generatie-effecten met zich meebrengen, zie de CPB-bijlage bij de Hoofdlijnennota.32 Om tot een juiste waardering van verplichtingen te komen disconteert een fonds de kasstromen onder de aanname dat het fonds belegt conform het normprofiel.
 
Effect van de risico-opslag afhankelijk van leeftijdsopbouw van fonds
Pensioenen die op korte termijn worden uitgekeerd kennen een hogere mate van zekerheid dan pensioenen die op lange termijn worden uitgekeerd, vanwege het hanteren van de spreidingsperiode van het AFS. De risico-opslag van BNW is daarom looptijdafhankelijk: hoe langer de looptijd, hoe hoger de risico-opslag. Het oplopen van de risico-opslag met de looptijd van de pensioenverplichtingen doet recht aan het verschil tussen “groene” en “grijze” fondsen. Hoe “groener” het fonds, hoe hoger het effect van de (looptijdgewogen) opslag. Omdat er sprake is van een looptijdafhankelijke discontovoet zal de risico-opslag voor fondsen met een relatief jong deelnemersbestand hoger zijn dan voor relatief vergrijsde fondsen.
 
Hoogte van de risico-opslag
De hoogte van de risico-opslag voor lange looptijden is gegeven door de helft van de risicopremie op aandelen. De parameter voor de risicopremie op aandelen wordt vastgesteld door de commissie parameters. Uit de huidige parameters kan worden afgeleid dat dit 3% is.33 Het rekenen met de helft van de risicopremie betekent dat er in de waardering wordt gewerkt met een geüniformeerd risicoprofiel van pensioenaanspraken en -rechten gebaseerd op 50% aandelen, en de andere 50% risicovrij. Dit is ook verondersteld in de berekeningen in de CPB-bijlage van de Hoofdlijnennota.
 
Actualisatie van indexatie-afslag en risico-opslag
De indexatie-afslag wordt elk kwartaal automatisch geactualiseerd aan de hand van de meest recente CPB-voorspellingen. Dreigt de prijsinflatie toe te nemen, dan zal dat automatisch leiden tot strengere vermogensnormen voor pensioenfondsen. Dit voorkomt dat rentestijgingen als gevolg van hogere inflatie structureel leiden tot te snel indexeren, waardoor middelen die voor de financiering van pensioenen op de lange termijn nodig zijn al op korte termijn zouden worden uitgekeerd.
De risico-opslag is vast: er is geen sprake is van actualisatie. Een objectieve rekenregel voor de actualisatie van de risico-opslag kan niet worden vastgesteld, omdat de risicopremie niet objectief waarneembaar is uit financiële markten of andere informatie. Een rekenregel voor actualisatie van de risico-opslag is daarom altijd subjectief, en kan ten koste gaan van de uitlegbaarheid, transparantie en houdbaarheid van het pensioenstelsel.
 
Een stabieler toetsingskader
De dekkingsgraad is gevoelig voor fluctuaties van de marktrente, omdat de risicovrije marktrente de basis is van de discontocurve van de reële ambitieovereenkomst. De volatiliteit van de beleidsdekkingsgraad als gevolg van de fluctuaties in de marktrente wordt gedempt door het toepassen van de ufr en door het toepassen van dekkingsgraadmiddeling. Daarnaast geldt dat pensioenuitkeringen slechts geleidelijk worden aangepast dankzij het hanteren van een spreidingsperiode van het AFS van maximaal 10 jaar. Deze maatregelen leiden tot een stabieler toetsingskader dat de afhankelijkheid van dagkoersen vermindert en duurzame beleidsbeslissingen ondersteunt.
 
Uitgangspunten voor een toekomstige aanpassing van ftk-parameters
Er is geen noodzaak tot periodieke (bijvoorbeeld jaarlijkse) herijking van de indexatie-afslag en de risico-opslag zoals hierboven beschreven. De risico-opslag is gebaseerd op vaste parameters die in beginsel niet worden geactualiseerd anders dan naar aanleiding van een advies van de Commissie parameters. De actualisatie van de indexatie-afslag gebeurt automatisch op basis van het eerder beschreven mechanisme dat gebruik maakt van CPB-voorspellingen. Desondanks is het mogelijk dat er op enig moment in de toekomst een aanpassing plaatsvindt aan ftk-parameters of de wijze waarop de discontovoet wordt vastgesteld.
08 juli 2013 14:21, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Minister: vooral ouderen moeten meer uitgeven

Minister: vooral ouderen moeten meer uitgeven

De oproep van premier Mark Rutte om een huis of een auto te kopen, moeten vooral ouderen zich aantrekken. Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën heeft dat gezegd in een interview met Vrij Nederland.

De oproep van premier Mark Rutte om een huis of een auto te kopen, moeten vooral ouderen zich aantrekken. Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën heeft dat gezegd in een interview met Vrij Nederland.

"Het verhaal van Rutte kan nauwelijks gelden voor jongeren, zeker niet voor jongeren die de afgelopen jaren een huis hebben gekocht. Met name de oudere generaties hebben in de afgelopen 20, 30 jaar een groot vermogen kunnen opbouwen, onder andere in hun huis. Die vermogens zou je willen mobiliseren. Geef het uit, ga het investeren, geef het aan je kinderen", zegt de PvdA-minister.

Fractieleider Henk Krol van 50PLUS zegt dat er inderdaad ,,een beperkte groep ouderen" is die meer zou kunnen uitgeven om de economie te stimuleren. ,,Maar de overheid moet dat dan wel fiscaal aantrekkelijk maken." Zo heeft 50PLUS vorige week nog voorgesteld om schenkingen van grootouders aan kleinkinderen onder een gunstiger belastingregime te brengen.

Liane den Haan, directeur van ouderenbond ANBO spreekt van een ,,ondoordachte, idiote en absurde" uitspraak van de minister. "Volgens de minister hebben ouderen een groot vermogen opgebouwd. Als dat al zo is, dan zit dat vast in een huis", aldus Den Haan. "Bovendien hebben ouderen al fors ingeleverd op hun inkomen door de stapeling van bezuinigingen de laatste jaren."

Bijval krijgt ze van de Protestants Christelijke Ouderenbond (PCOB). "Een gedeelte van de ouderen heeft inderdaad de mogelijkheid gehad een vermogen op te bouwen", zegt een woordvoerder. "Maar dat geldt lang niet voor iedereen. Bovendien moeten mensen de vrijheid hebben om zelf te besluiten hoe ze hun vermogen inzetten". Daar gaat de overheid niet over, aldus de zegsman.

Dijsselbloem toont zich in het interview verbaasd over de kritiek die hij in het voorjaar kreeg na een interview met Reuters en de Financial Times over de redding van Cyprus. Dijsselbloem liet als voorzitter van de eurogroep weten dat beleggers en grote rekeninghouders voortaan zelf voor de kosten moeten opdraaien als hun bank in problemen komt. De uitspraak leidde tot onrust op de financiële markten en leverde Dijsselbloem zware kritiek op, ook in de de media. Hij zou paniek hebben veroorzaakt.

Dijsselbloem: "Ik vond die reacties echt onthutsend. Journalisten - en echt niet de minsten - riepen massaal dat ik mijn mond had moeten houden en had moeten liegen."
 

08 juli 2013 13:43, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Pensioenfondsen staan voor onmogelijke keuze

Pensioenfondsen staan voor onmogelijke keuze

De Nederlandse pensioenfondsen vinden dat staatssecretaris Klijnsma hen belemmert in het schokbestendig maken van het pensioenstelstel. Dat blijkt uit documenten in bezit van RTLZ.

De Nederlandse pensioenfondsen vinden dat staatssecretaris Klijnsma hen belemmert in het schokbestendig maken van het pensioenstelstel. Dat blijkt uit documenten in bezit van RTLZ.

De pensioenfondsen staan voor een alles of niets keuze voor al hun deelnemers. Of een laag stabiel pensioen met uitsluitend risicoloze beleggingen, of een riskant reëel pensioen dat kan worden behaald met 100% risicovolle beleggingen.

De pensioenfondsen willen echter vrijheid houden voor  een evenwichtig beleggingsbeleid met helderheid voor haar deelnemers. Net als in het huidige systeem willen ze gespreid kunnen beleggen met lage en hogere risico’s.

Nieuw stelsel evenwicht?

Het nieuwe pensioenstelsel zou een nieuw evenwicht moeten brengen in ambitie, zekerheid en kosten van de Nederlandse pensioenen. Ook moet er meer duidelijkheid komen voor de werknemers en gepensioneerden.

De veranderingen in pensioenstelsel waar nu door het ministerie van Sociale Zaken aan wordt gewerkt moeten bijdragen aan het schokbestendiger maken van het pensioenstelsel, premiestabiliteit, dekkingsgraadstabiliteit en het verminderen van de beleggingsspagaat van de pensioenfondsen.

Door de voorvoorstellen van staatsecretaris Klijnsma worden de pensioenfondsen belemmerd in de belangenafweging van alle betrokken, aldus de pensioenfederatie in een analyse van de nieuwe pensioenwet.

De gedwongen keuze

De pensioenfondsen moeten voor alle hun deelnemers keihard kiezen voor tussen 2 pensioensystemen. 

FTK1 – ‘rustig-aan-pensioen’

De fondsen kunnen kiezen voor een uitkeringsovereenkomst waarin de uitkeringen worden gegarandeerd. De pensioenfondsen moeten zo voorzichtig (prudent) beleggen om de nominale uitkeringen te kunnen garanderen dat een inflatiecorrectie er zeer waarschijnlijk niet in zit, de indexatie raakt zelfs uit zicht. De dekkingsgraad van de pensioenfondsen moet hier minimaal 125% zijn, waar die nu rond op de 105% ligt. Pensioenuitkeringen moeten daarom eerst met 20% worden verlaagd om ze daarna te kunnen garanderen.

En ondanks dat de pensioenen worden gegarandeerd, is er geen enkele garantie in dit systeem dat de pensioenen ook op peil blijven, heeft de kredietcrisis in de afgelopen jaren duidelijk gemaakt. “Financiële schokken kunnen niet goed worden verspreid in dit systeem”, erkent ook Klijnsma. Een stabiele uitkering is niet zeker.

FTK2 – ‘casinopensioen’

De pensioenfondsen kunnen ook kiezen voor de reële ambitieovereenkomst. De pensioenfondsen moeten in dit systeem alle pensioenen en pensioenaanspraken ieder jaar met minimaal de inflatie verhogen. De ambitie om te indexeren moet worden gefinancierd door te beleggen met meer risico. DNB beloont de fondsen hiervoor ook met een hogere rekenrente omdat de rendementen waarschijnlijk hoger zullen uitvallen dan in het huidige systeem. Maar “een hoger verwacht rendement kan alleen door meer risico’s te accepteren”, aldus Klijnsma in een nog vertrouwelijke brief.

Als de rendementen tegenvallen dan moeten de pensioenfondsen meteen de pensioenen verlagen. Klijnsma erkent zelf ook dat “de feitelijke verlagingen van het pensioen in het nieuwe contract vaker zullen voorkomen dan in het oude contract”.  Pensioenfondsen krijgen daarbij geen andere keuze dan een indexatie-ambitie die tenminste gelijk is aan de prijsontwikkeling.

Spagaat pensioenfondsen

De pensioenpolder wil één integraal pensioenstelsel en niet het belemmerende systeem van het kabinet. De verplichte keuze van pensioenfondsen tussen een systeem met een gegarandeerd pensioen dat steeds minder waard wordt omdat de inflatie niet wordt gecompenseerd, een pensioen waar u steeds minder producten, diensten en/of zorg voor kunt kopen, of een reëel systeem met een laag pensioen bij pensionering dat ieder jaar oploopt met de inflatie, lijkt een onmogelijke.

De pensioenfederatie zegt in haar documenten dat een evenwichtige belangenafweging voor alle deelnemers hiermee niet kan worden gemaakt. De federatie streeft naar een tussenvorm.

De pensioenpolder wil dat een rigide scheiding tussen een nominaal en een reëel contract moet worden voorkomen. In de voorstellen van Klijnsma is dat echter niet mogelijk.

Keuze verplicht

Alle werknemers in loondienst moeten meedoen met de pensioenregelingen. Ook het nieuwe pensioenstelsel is verplicht voor iedereen in vaste dienst. Omdat alle pensioenfondsen verplicht moeten kiezen voor 1 van de 2 pensioensystemen, zorgt dit voor onzekerheid bij alle werknemers en gepensioneerden. “Je moet maar meedoen, je gaat mee in de stroom”, aldus een deelnemer van Zorg en Welzijn. “De keuze wordt 1x gemaakt en individuele deelnemers hebben daar (bijna) geen invloed op. Nieuwe werknemers moeten zelfs maar kijken welk stelsel hen wordt opgelegd om hun pensioengeld te beheren en hun belangen te behartigen .”

Generatieconflict

Klijnsma ontkent met de nieuwe pensioenvoorstellen een potentieel generatieconflict. Ouderen hebben namelijk baat bij een vaste pensioenuitkering omdat ze wegens hun vaste lasten en hun levenswijze geen daling van hun pensioen kunnen veroorloven. Ze zullen wel in koopkracht achteruit gaan omdat hun pensioen niet worden verhoogd voor de stijging van prijzen (inflatie).

Jongeren zullen willen kiezen voor het potentieel hogere pensioen met meer risico’s, omdat zij nog lange tijd te gaan hebben voordat ze met pensioen gaan. Pensioenfondsen moeten echter voor al hun deelnemers kiezen voor één van de nieuwe pensioensystemen.

Inflatie

Kiezen pensioenfondsen voor het reële contract, en moeten ze u de rest van uw leven de inflatie compenseren om uw koopkracht te behouden, dan kunnen ze niet anders dan te starten met een lagere uitkering. Anders kunnen ze nooit waarmaken dat uw pensioen jaarlijks een paar procent stijgt. 

In de historie is inflatie het smeermiddel van de economie. De Europese Centrale Bank heeft zelf als haar doelstelling zo’n 2% inflatie per jaar. Die geldontwaarding gaat echter ten kosten van mensen met een vast pensioen. De inflatie ligt nu zelfs boven de 3%. In slechte jaren kan het overigens ook nog voorkomen dat uw voor koopkracht gegarandeerde pensioen zelfs wordt verlaagd.

Lees hieronder de brief van de Pensioenfederatie en de memoire van toelichting op het nieuwe reële contract van het ministerie van Sociale Zaken:

05 juli 2013 14:24, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Geen korting pensioenen in 2014

Staatssecretaris Klijnsma spaart de pensioenfondsen en vooral de gepensioneerden in de aanloop naar het nieuwe pensioencontract.

Nieuwe rondes van kortingen zullen worden uitgesteld.

Als de pensioenfondsen in 2014 door financiële schokken weer in de problemen komen, dan hoeven ze de tekorten niet meteen weg te werken, aldus de staatssecretaris. “Het wegwerken van deze nieuwe tekorten nemen pensioenfondsen mee in de overgang naar het nieuwe ftk”, schrijft Klijnsma in een nog vertrouwelijke brief aan de Tweede Kamer, die in handen is van RTLZ.

Alle pensioenfondsen moeten van DNB aan het eind van dit jaar op een minimale dekkingsgraad van 104% staan. Volgens het huidige pensioensysteem hebben daarom veel fondsen de afgelopen jaren de pensioenpremies verhoogd, de pensioenopbouw verlaagd en soms zelfs de pensioenen verlaagd.

De pensioenfondsen die aan het eind van het jaar uiteindelijk een onderdekking hebben, moeten meteen nog éénmalig afstempelen, om daarna met een schone lei verder te gaan.

Klijnsma stelt dat ze bestuurlijke rust wil creëren. “Onnodige verstoringen in 2014, bijvoorbeeld in de vorm van aanvullende kortingen, kunnen worden voorkomen”

Daarom wordt ook de Ultimate Forward Rate, de UFR, de kunstmatig hogere rekenrente in 2014 én in de jaren daarna toegepast. Pensioenfondsen hebben daardoor gemiddeld een 2 tot 4 procent hogere dekkingsgraad, wat navenant scheelt in de kortingspercentages. 

Lees hieronder de nog vertrouwelijke kamerbrief:

05 juli 2013 12:17, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Pensioenpolder niet blij met casinopensioen

Pensioenpolder niet blij met casinopensioen

De pensioensector is het niet eens met staatssecretaris Klijnsma over de risico’s die pensioenfondsen moeten nemen, blijkt uit documenten in handen van RTLZ.

De pensioensector is vooral niet blij met de voorstellen van Klijnsma om een keiharde scheiding te maken in het nieuwe pensioencontract tussen een casinopensioen en een rustig-aan pensioen.  Klijnsma dwingt de pensioenfondsen om te kiezen voor een pensioencontract waar de inflatie eigenlijk nooit kan worden betaald (FTK1, een nominaal stelsel in euro’s) of voor een contract waar de inflatie altijd minimaal MOET worden betaald (FTK2, het reële stelsel voor behoud van koopkracht). De voorstellen voor de nieuwe pensioenwet worden vanmiddag besproken in de ministerraad.

De pensioenpolder is wel een absolute voorstander van een nieuw pensioencontract dat transparant en volledig is. Vooral het feit dat binnen het nieuwe pensioencontract de partijen tot afspraken moeten komen over de risico’s van het beleggingsbeleid, wie welke risico’s draagt, de ingelegde premie’s en de ambitie van de pensioenuitkering wordt met tevredenheid ingestemd.

Middenweg

De pensioenpolder zet daarom in op een middenweg, een soort Nominaal Plus stelsel. Daarin worden, net als nu, de pensioenuitkeringen gegarandeerd maar is er toch het streven om de uitkeringen in enige mate aan te passen aan de stijging van de prijzen of de lonen. Ook het opnemen van de huidige pensioenen, het zogenoemde invaren, in het nieuwe contract is dan niet nodig. Dit voorstel wordt momenteel uitgewerkt. Staatssecretaris Klijnsma geeft de polder daar ook ruimte voor.

Ambities

De pensioenfederatie bijvoorbeeld vindt de eis in FTK2 ( Financiële Toetsings Kader waar pensioenfondsen aan moeten voldoen volgens de pensioenwet.), dat pensioenen altijd minimaal met de inflatie moet worden verhoogd, te ambitieus. Het kan volgens de koepel van de pensioenfondsen juist heel goed dat binnen een pensioenfonds, binnen een sector of bedrijf, wordt afgesproken dat de ambitie minder is dan de prijsindexatie. “Binnen het FTK2 is dat dus niet mogelijk. Het FTK1 maakt dat onmogelijk vanwege het sturen op zekerheid”, aldus de Pensioenfederatie. In FTK1 wordt het verhogen van de uitkering met de prijzen of lonen vrijwel onmogelijk.

Verkeerde beloftes

De pensioenfederatie vindt overigens ook de (nominale) zekerheid uit het FTK 1 maar schijn is.

“De crisis heeft geleerd dat zekerheden eigenlijk niet zijn te geven. Daarnaast zijn pensioencontracten met garanties nauwelijks betaalbaar.” De Nederlandse pensioenfondsen vinden dat de gegarandeerde beloftes in FTK1 de deelnemers op het verkeerde been zetten. “Het is allemaal sterk afhankelijk van het rendement op het vermogen en nog veel meer van de rente. We hebben de laatste jaren moeten vaststellen dat de nominale uitkeringen niet gegarandeerd zijn.

Ook in het reële contract, het FTK 2, komen verkeerde beloftes. “De realiteit is dat, als er een pensioencontract overeen wordt gekomen waarin én een nominale uitkering zit én daarenboven een indexatiestreven, er onzekerheid is over de uitkomst van dat contract. Die onzekerheid betreft zowel het nominale deel als de indexatie, aldus de pensioenfederatie.

Ieder fonds een eigen contract

Dat het kabinet in de nieuwe pensioenwet schrijft dat “de ambitie om te indexeren kan worden gefinancierd door te beleggen in titels met een hoge rendementsverwachting”, valt niet helemaal goed bij de pensioenfederatie. “Een hoge risicobereidheid leidt ook tot een hogere kans op tegenvallers

De pensioenfederatie wil daarom per fonds pensioencontracten kunnen opstellen op basis van wat de partijen zich als pensioenpremie kunnen veroorloven en het risico dat een fonds (de deelnemers) bereid is om te nemen, die uitkomsten verschillen per onderneming, bedrijfstak of beroepsgroep.

“Partijen moeten kunnen afspreken dat zij een uitkeringsniveau nastreven dat past bij hun beleggingsbeleid en premie.” De risicobereid per pensioenfonds verschilt namelijk, bijvoorbeeld door de demografische samenstelling de leeftijd van de deelnemers, van het fonds.

Lees hieronder de volledige brief met het standpunt van de Pensioenfederatie.

04 juli 2013 12:52, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Pensioenwet: 'Meer risico en als het fout gaat betalen we zelf'

De hoogte van ons pensioen wordt nog onzekerder. Pensioenfondsen moeten meer risisco nemen bij hun beleggingen, en als die tegenvallen gaat dat ten koste van ons pensioen. Dat blijkt uit een wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma, waar het kabinet morgen over praat. De stukken zijn in handen van RTL Z. Marc de Jong licht het voorstel toe en schetst de risico's die we gaan lopen.

De hoogte van ons pensioen wordt  nog onzekerder. Pensioenfondsen moeten meer risisco nemen bij hun beleggingen, en als die tegenvallen gaat dat ten koste van ons pensioen. Dat blijkt uit een wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma, waar het kabinet morgen over praat. De stukken zijn in handen van RTL Z. Marc de Jong licht het voorstel toe en schetst de risico's die we gaan lopen. 

04 juli 2013 11:54, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Kabinet wil meer risico's nemen met pensioenen

Kabinet wil meer risico's nemen met pensioenen

Ons pensioen wordt mogelijk nog onzekerder. Dat blijkt uit stukken die in handen zijn van RTL Z. Staatssecretaris Klijnsma wil dat pensioenfondsen meer risico's gaan nemen bij hun beleggingen, om te compenseren voor inflatie.

Ons pensioen wordt mogelijk nog onzekerder. Dat blijkt uit stukken die in handen zijn van RTL Z. Staatssecretaris Klijnsma wil dat pensioenfondsen meer risico's gaan nemen bij hun beleggingen, om te compenseren voor inflatie.

De pensioenfondsen mogen ook het bestaande pensioensysteem blijven hanteren. Maar de fondsen moeten dan zo zeker (risicovrij) beleggen, dat het verhogen van de pensioenen met de inflatie vrijwel onmogelijk wordt. 

Door de plannen van Klijnsma wordt het nieuwe pensioencontract dat op 1 januari 2015 moet ingaan een waar casinopensioen. In de wet komt te staan dat pensioenfondsen ieder jaar minimaal de inflatie moeten vergoeden -  minder mag niet - of moeten afstempelen, dat wil zeggen: het pensioen verlagen.

Fondsen moeten meer risico nemen
De pensioenen kunnen worden verhoogd volgens staatssecretaris Klijnsma: “door te beleggen in titels met een hoge rendementsverwachting.”

“Een hoger verwacht rendement kan alleen worden behaald door ook meer risico’s te accepteren,” schrijft ze in een nog vertrouwelijk document in handen van RTLZ. In deze zogenoemde memorie van toelichting op de nieuwe wet, staat dat het voor de deelnemers vooraf al duidelijk is “wat ze kunnen verwachten als het mee- of tegenzit op de financiële markten.

In het nieuwe systeem is het de pensioenfondsen niet toegestaan 'om een indexatiemaatstaf te hanteren die lager is dan de prijsindexatie'. Dat betekent  dat de pensioenen jaarlijks mee moeten gaan met de inflatie. Zo behouden gepensioneerden gagarandeerd hun koopkracht. Nu wordt van een pensioen alleen het bedrag gegarandeerd.

Direct reageren
Pensioenfondsen mogen in slechte tijden de pensioenpremies niet meer verhogen, anders gaan beleggen of jarenlang niet meer indexeren, ze moeten bij tegenvallers meteen de pensioenaanspraken verlagen. Tegenvallers moeten in rekening worden gebracht bij de gepensioneerden en deelnemers. De fondsen mogen de pensioenverlagingen daarna wel uitsmeren over 10 jaar.

In het nieuwe pensioencontract moet volgens het kabinet precies komen te staan welke risico’s worden gelopen en wie het risico draagt, over het algemeen de deelnemer. Doordat de pensioenfondsen mogen kiezen voor meer risico, is er een hogere kans op hoge rendementen waar de deelnemers van kunnen profiteren, hun pensioen en pensioenaanspraken worden dan verhoogd met meer dan inflatie. Tegelijkertijd leidt een hoger risicobereidheid ook tot een hogere kans op tegenvallers.

Toekomstbestendiger worden
De komende 2 maanden zal de volledige pensioenpolder meepraten over de nieuwe wetgeving, die eind dit jaar klaar moet zijn en op 1 januari 2015 wordt ingevoerd. Klijnsma hoopt dat de pensioenen door alle maatregelen toekomstbestendiger worden.

01 juli 2013 18:29, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Pensioenfondsen hebben genoeg van Walmart

De pensioenfondsen PMT, PME, het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij en pensioenuitvoerder MN stoppen met beleggen in de Amerikaanse winkelgigant Walmart en de Indiase gasonderneming Gail India.

 

De pensioenfondsen PMT, PME, het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij en pensioenuitvoerder MN stoppen met beleggen in de Amerikaanse winkelgigant Walmart en de Indiase gasonderneming Gail India.

Ook uitvoerder PGGM geeft aan klaar te zijn met Walmart. Dat lieten de organisaties maandag weten.

De vakbondsvrijheid bij Walmart is onder de maat, stelt MN in een verklaring. ,,Ook is regelmatig sprake van onderbetaling van werknemers. Hoewel bereid tot gesprekken, blijkt Walmart ondanks herhaaldelijk en langdurig aandringen niet bereid haar beleid op relevante onderdelen wezenlijk aan te passen.''

Het Amerikaanse bedrijf is al langer omstreden vanwege de slechte arbeidsomstandigheden. Ambtenarenpensioenfonds ABP schrapte het concern begin 2012 al van de lijst aandelen waarin het fonds wenst te beleggen.

Bij Gail India ontbreekt volgens MN beleid dat moet voorkomen dat de onderneming betrokken raakt bij mensenrechtenschendingen.

01 juli 2013 16:37, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

'Pensioenfondsen achteruit'

'Pensioenfondsen achteruit'

De Nederlandse pensioenfondsen zijn er vorige maand opnieuw iets minder goed voor komen te staan. De gemiddelde dekkingsgraad daalde in juni met 3 procentpunt naar 101 procent.

De Nederlandse pensioenfondsen zijn er vorige maand opnieuw iets minder goed voor komen te staan. De gemiddelde dekkingsgraad daalde in juni met 3 procentpunt naar 101 procent.

Dat blijkt uit de maandag gepubliceerde Pensioenthermometer van Aon Hewitt.

Volgens het adviesbureau moeten pensioenfondsen in de tweede helft van dit jaar een rendement van ruim 3 procent op hun beleggingen behalen, willen zij aanvullende kortingen op de pensioenen voorkomen.

De gemiddelde dekkingsgraad, die aangeeft in hoeverre de pensioenfondsen aan hun verplichtingen kunnen voldoen, bevindt zich al sinds augustus 2011 onder het wettelijk vereiste minimum van 105 procent, met uitzondering van maart en april 2013. Door gunstige aandelenontwikkelingen bereikte de dekkingsgraad toen een niveau van 107 procent.

In mei en juni lag de rekenrente waarmee pensioenfondsen hun verplichtingen moeten waarderen, echter lager dan verwacht, waardoor de waarde van deze verplichtingen verder opliep.

Om de dekkingsgraad structureel te verbeteren, zijn de laatste tijd diverse maatregelen doorgevoerd. Zo moeten pensioenfondsen vanaf januari 2012 rekenen met een 3-maandsgemiddelde marktrente, in plaats van de actuele marktrente. Eind september werd vervolgens een andere rekenmethode ingevoerd, en in april dit jaar voerden 66 pensioenfondsen een korting door op de uitkeringen.

01 juli 2013 11:34, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Personeel Philips gaat pensioenpremie betalen

Personeel Philips gaat pensioenpremie betalen

Philips heeft overeenstemming bereikt met FNV Bondgenoten en andere vakbonden over een nieuwe 2-jarige cao. In de nieuwe CAO gaan de werknemers van Philips voor het eerst zelf premie betalen voor hun pensioen.

Philips heeft overeenstemming bereikt met de vakbonden over een nieuwe 2-jarige CAO. In de nieuwe CAO gaan de werknemers van Philips voor het eerst zelf premie betalen voor hun pensioen. De salarissen gaan mede daarom per 1 oktober met 3 procent omhoog. 
In 2014 volgt nog twee keer een verhoging van 1,5 procent.
 
Ook komt er meer geld voor het werkgelegenheidsplan, waarin vooral aandacht voor jeugdwerkloosheid en wajongers (zieke of gehandicapte werknemers) komt. De structurele salarisverhoging bedraagt daardoor 6,1 procent.
   
Philips levert volgend jaar een eenmalige bijdrage van 600 miljoen euro aan het pensioenfonds van het bedrijf. Die is onderdeel van de hervorming van het fonds, waarbij de pensioenleeftijd op 67 jaar wordt gesteld en een bijdrage van werknemers wordt geïntroduceerd. In de toekomst is Philips niet langer verantwoordelijk voor de financiering van tekorten van het fonds. De hervorming moet nog worden goedgekeurd en gaat naar verwachting op 1 januari volgend jaar in.
 
Eerder dit kwartaal wist Philips al de regels van zijn Amerikaanse pensioenfonds te veranderen. Dit levert het bedrijf in het tweede kwartaal een eenmalige opbrengst op van 78 miljoen euro.
    ,,Het cao-resultaat zal positief worden voorgelegd aan de achterban. Pas als de achterban instemt is er sprake van een akkoord", zegt FNV-bestuurder Ron van Baden.
 
27 juni 2013 14:59, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Samsom hoopvol over pensioenplan in Senaat

Samsom hoopvol over pensioenplan in Senaat

Een kleine meerderheid van de Tweede Kamer heeft het kabinetsplan goedgekeurd om de pensioenopbouw te verminderen.

Een kleine meerderheid van de Tweede Kamer heeft het kabinetsplan goedgekeurd om de pensioenopbouw te verminderen. Alle oppositiepartijen stemden, geheel volgens verwachting, tegen. Daardoor dreigt het plan te sneuvelen in de Senaat, waar het kabinet geen meerderheid heeft.

Maar PvdA-leider Diederik Samsom heeft goede hoop dat het voorstel het toch zal halen in de Eerste Kamer, zei hij na afloop van de stemmingen. Samsom wees erop dat in de Senaat wel vaker voorstellen worden aangenomen die in de Tweede Kamer alleen door de regeringspartijen VVD en PvdA werden gesteund.

Het kabinet wilde de jaarlijkse pensioenopbouw vanaf 2015 verminderen naar 1,75 procent van het inkomen. Op aandrang van de sociale partners kwam er een zeer omstreden regeling bij waarmee de pensioenopbouw op een ingewikkeld manier wordt verhoogd naar 1,85 procent.

26 juni 2013 16:05, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Sociale partners willen geen lagere pensioenpremies

Sociale partners willen geen lagere pensioenpremies

Staatssecretaris Klijnsma omschrijft het wat cryptisch, maar de boodschap is wel duidelijk. De sociale partners stellen dat het verlagen van de pensioenpremies een zaak is van werkgevers, werknemers en de pensioenfondsen en niet van de overheid. Lees verder voor de Kamerbrief.

Staatssecretaris Klijnsma omschrijft het wat cryptisch, maar de boodschap is wel duidelijk. De sociale partners stellen dat het verlagen van de pensioenpremies een zaak is van werkgevers, werknemers en de pensioenfondsen en niet van de overheid.

Lees hieronder de Kamerbrief van Klijnsma.

Mede namens de staatssecretaris van Financiën meld ik u het volgende. Op 25 juni heeft het kabinet met de sociale partners overlegd. Tijdens dit gesprek zijn het verloop van het debat over de wetsvoorstellen die betrekking hebben op het Witteveenkader en de door leden van de Tweede Kamer geuite wensen aan de orde gekomen.

 

Sociale partners hebben tijdens het gesprek aangegeven dat zij staan voor de afspraken in het sociaal akkoord.

Wat betreft de mogelijkheden om pensioenpremies te verlagen hebben sociale partners geconstateerd dat dit een zaak is van pensioenfondsbesturen en de betrokken decentrale werkgevers en werknemers. Daarbij zullen afwegingen moeten worden gemaakt in het kader van het arbeidsvoorwaardenoverleg, de financiële positie van de betreffende fondsen en de economische en werkgelegenheidsontwikkeling in de betreffende sector. Per onderneming, sector en fonds kan dit verschillend uitwerken. Vanzelfsprekend zullen pensioenfondsbesturen zich daarbij bewust zijn van de opdracht de belangen van de verschillende generaties die deelnemen in een pensioenfonds evenwichtig te behandelen. De sociale partners begrijpen de wens van leden van de Tweede Kamer om het premiebeleid bij dit geheel aan afwegingen passend vorm te geven en zullen deze onder de aandacht van de bij hun aangesloten leden brengen. Daarbij zullen zij de regels met betrekking tot de kostendekkende premie uit het nieuwe FTK uiteraard betrekken.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Jetta Klijnsma

26 juni 2013 15:54, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Oppositie steunt ingreep pensioenopbouw niet

Oppositie steunt ingreep pensioenopbouw niet

De oppositiepartijen zullen het kabinetsplan om de pensioenopbouw te verlagen vanavond afwijzen. Het ziet er naar uit dat alleen de regeringspartijen VVD en PvdA voor het kabinetsplan zullen stemmen. Het dreigt daardoor te sneuvelen in de Senaat, waar het kabinet geen meerderheid heeft.

De oppositiepartijen zullen het kabinetsplan om de pensioenopbouw te verlagen vanavond afwijzen. Het ziet er naar uit dat alleen de regeringspartijen VVD en PvdA voor het kabinetsplan zullen stemmen. Het dreigt daardoor te sneuvelen in de Senaat, waar het kabinet geen meerderheid heeft.

Staatssecretaris Frans Weekers (Financiën) heeft woensdagochtend een ultieme poging gedaan D66 en ChristenUnie over de streep te trekken, omdat die partijen nog bereid leken tot steun. Maar dat heeft geen resultaat gehad.

,,Het kabinet kan geen garanties bieden dat een lagere pensioenopbouw leidt tot verlaging van de premies'', zegt D66-Kamerlid Steven van Weyenberg. Dat was voor hem een essentiële voorwaarde om de omstreden maatregel te steunen. Ook ChristenUnie-Kamerlid Carola Schouten is niet van gedachten veranderd.

Het ziet er naar uit dat alleen de regeringspartijen VVD en PvdA voor het kabinetsplan zullen stemmen. Het dreigt daardoor te sneuvelen in de Senaat, waar het kabinet geen meerderheid heeft.

Volgens het regeerakkoord zou de jaarlijkse pensioenopbouw in 2015 dalen van 2,25 naar 1,75 procent. Dat kan omdat mensen later stoppen met werken en dus langer voor hun pensioen kunnen sparen, is de redenering. Na protesten van de sociale partners legde het kabinet 250 miljoen op tafel. Daarmee werd een regeling ontworpen waarmee de jaarlijkse opbouw op 1,85 procent uitkomt.

Over die laatste, zeer ingewikkelde regeling is niemand enthousiast, ook de sociale partners niet. D66 had daar hoe dan ook tegen willen stemmen. Maar Van Weyenberg was eventueel bereid geweest het oorspronkelijke plan uit het regeerakkoord te steunen. Voorwaarde was dat de pensioenpremies fors omlaag zouden gaan.

26 juni 2013 12:20, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Samsom wil pensioenfonds niet dwingen

Samsom wil pensioenfonds niet dwingen

PvdA-leider Diederik Samsom voelt er niets voor pensioenfondsen te dwingen hun premies te verlagen als de jaarlijkse pensioenopbouw lager wordt.

PvdA-leider Diederik Samsom voelt er niets voor pensioenfondsen te dwingen hun premies te verlagen als de jaarlijkse pensioenopbouw lager wordt. Hij zei dat woensdag in de Tweede Kamer, nadat D66-leider Alexander Pechtold een dergelijke oplossing had gesuggereerd.

Het kabinet wil de pensioenopbouw in 2015 verlagen. Mensen kunnen immers langer voor hun pensioen sparen omdat ze langer blijven werken. Het kabinet gaat ervan uit dat deze maatregel leidt tot lagere premies. Dat is goed voor de economie en levert de schatkist 3 miljard euro op.

De sociale partners, die de pensioenfondsen besturen, weigeren echter afspraken te maken over premieverlaging. Een overleg hierover liep dinsdagavond stuk.

Dwang toepassen via wetgeving zou volgens Samsom uit den boze zijn. ,,Dat slaat het hele pensioenstelsel kapot.''

De Kamer praat woensdagavond over de pensioenplannen van het kabinet.

25 juni 2013 22:00, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Pensioenoverleg levert niets op

Het overleg tussen kabinet en sociale partners over de pensioenopbouw heeft niets opgeleverd. "Er is geen wijziging gekomen in het beschikbare budget", aldus het FNV. "Dat betekent dus dat alles bij het oude is gebleven."

Het overleg tussen kabinet en sociale partners over de pensioenopbouw heeft niets opgeleverd. "Er is geen wijziging gekomen in het beschikbare budget", aldus het FNV. "Dat betekent dus dat alles bij het oude is gebleven."
   
Het oorspronkelijke plan, waarbij de pensioenopbouw in 2015 daalt van 2,25 naar 1,85 procent, ligt hierdoor nog gewoon op tafel. Woensdagavond zal de Tweede Kamer erover beslissen. De Kamer is zeer kritisch over het pensioenplan, bleek gisteren. Waarschijnlijk zullen alleen de regeringsfracties VVD en PvdA het steunen. Het dreigt daardoor te sneuvelen in de Senaat, waar het kabinet geen meerderheid heeft.
 
Ook de sociale partners zijn ongelukkig met de gemaakte afspraak. Ze blijven streven naar een betere pensioenopbouw, onderstreepte de FNV-woordvoerster.
 
Het kabinet kondigde in het regeerakkoord aan dat de jaarlijkse pensioenopbouw omlaag gaat van 2,25 naar 1,75 procent van het inkomen. Dat kan omdat iedereen later met werken stopt en dus meer tijd heeft om voor zijn pensioen te sparen, is de redenering.
 
Maar vakbonden en werkgevers waren boos over de afspraak. Het kabinet legde daarom in het sociaal akkoord 250 miljoen euro op tafel om de maatregel te verzachten.
 
Dat leidde tot een ingewikkeld plan waarbij de jaarlijkse pensioenopbouw op 1,85 procent uitkomt. Op dit plan is van alle kanten kritiek. De Raad van State oordeelde er vernietigend over.
 
Op verzoek van de Kamer besloot het kabinet opnieuw met de sociale partners te praten. Staatssecretaris Frans Weekers van Financiën liet maandag doorschemeren dat er financiële ruimte was als de sociale partners zouden toezeggen dat de pensioenpremies fors dalen. Dat is goed voor de economie en voor de schatkist.
 
Maar de pensioenfondsen voelen niets voor premieverlaging. Ze hebben het geld nodig om hun financiële positie te verbeteren. De sociale partners, die de baas zijn over pensioenfondsen, weigeren toezeggingen te doen over premiedaling, bleek dinsdag opnieuw. Daardoor konden er geen nieuwe afspraken over de pensioenopbouw worden gemaakt.
 
 

 

24 juni 2013 22:37, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Opnieuw overleg over pensioenen

Opnieuw overleg over pensioenen

Staatssecretaris Weekers van Financiën gaat weer met de bonden praten over een alternatief voor het omstreden plan om de pensioenopbouw te verlagen.

Staatssecretaris Weekers van Financiën gaat weer met de bonden praten over een alternatief voor het omstreden plan om de pensioenopbouw te verlagen.

Weekers liet tijdens het pensioendebat in de Tweede Kamer doorschemeren dat er andere mogelijkheden zijn dan het voorstel dat er nu ligt.

Het plan, dat in overleg met sociale partners tot stand kwam, leidt tot een jaarlijkse pensioenopbouw van 1,85 procent. Nu mag iedereen nog 2,25 procent van zijn jaarinkomen sparen voor zijn pensioen.

Alleen regeringspartijen voor
Bonden en werkgevers zijn niet blij met het voorstel. En ook de Kamer is niet tevreden, bleek vandaag in het debat over de pensioenen. Alleen regeringspartijen VVD en PvdA zijn voor het plan. Dat betekent een meerderheid in de Tweede Kamer, maar niet in de Eerste Kamer.

Mocht het kabinet het plan toch doorzetten, dan is de kans groot, dat de Eerste Kamer het afschiet. Om dat te voorkomen, gaat Weekers nu met de bonden praten over een alternatief plan.

Pensioenpremie omlaag
Een belangrijk punt in het nieuwe overleg met sociale partners is een verlaging van de pensioenpremies. Daar waren bonden en pensioenfondsen al eerder op tegen, omdat de fondsen het geld goed kunnen gebruiken.

Maar nu is niemand gelukkig met het plan, dus misschien zijn alle partijen bereid wat consessies te doen, die ze eerder niet wilden doen.

Economie-verslaggever Hella Hueck legt het probleem haarfijn uit in deze video:

24 juni 2013 18:05, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Fracties PvdA en VVD steunen pensioenplan

Fracties PvdA en VVD steunen pensioenplan

De Kamerfracties van PvdA en VVD lijken een omstreden kabinetsplan te steunen waarmee de jaarlijkse pensioenopbouw in 2015 wordt verlaagd van 2,25 naar 1,85 procent van het inkomen. De Kamer debatteert vandaag over de pensioenen.

De Kamerfracties van PvdA en VVD lijken een omstreden kabinetsplan te steunen waarmee de jaarlijkse pensioenopbouw in 2015 wordt verlaagd van 2,25 naar 1,85 procent van het inkomen.

De PvdA is heel kritisch, maar de partij hecht er grote waarde aan dat het voorstel tot stand is gekomen in overleg met vakbonden en werkgevers.

Onderdeel van sociaal akkoord
PvdA-Kamerlid Roos Vermeij (foto) vroeg bij de behandeling van het wetsontwerp wel de bevestiging van het kabinet dat het pensioenplan deel uitmaakt van het sociaal akkoord. "Dat telt voor mijn fractie heel zwaar."

Bonden en werkgevers hebben meegewerkt aan de totstandkoming van de pensioenafspraak, maar ze zijn allerminst tevreden over het resultaat. En dat laten ze duidelijk weten. De bonden deden vandaag via een krantenadvertentie nog een oproep aan de Kamer het plan aan te passen.advertentie nog een oproep aan de Kamer het plan aan te passen.

24 juni 2013 17:38, in:

Onmogelijke keuzes in pensioenwet

Het pensioendebat in 5 vragen

Het kabinet wil het belastingvoordeel op onze pensioenopbouw verminderen. En dat heeft grote gevolgen. De Tweede Kamer debatteert nu over de pensioenen en moet deze week een besluit nemen. Marc de Jong van RTL Z legt uit waarover wordt gesproken. 5 vragen over de pensioenen.

Het kabinet wil het belastingvoordeel op onze pensioenopbouw verminderen. En dat heeft grote gevolgen. De Tweede Kamer moet deze week een besluit nemen en debatteert nu over onze pensioenen. Marc de Jong van RTL Z legt uit waarover het precies gaat. 5 vragen over de pensioenen.

1. Hoe zit het met dat belastingvoordeel?

Op dit moment mag je 2,25 procent van je bruto jaarsalaris belastingvrij in je pensioen stoppen. Het kabinet wil dat in eerste instantie beperken tot 2,15 procent. De redenering is dat we 2 jaar langer gaan werken –tot ons 67e- en dus twee jaar langer pensioen opbouwen. Daardoor kan de opbouw per jaar iets omlaag. De komende jaren wil het kabinet verder bezuinigen op het belastingvoordeel. In 2015 mogen we nog maar 1,75 procent van ons bruto jaarsalaris belastingvrij in ons pensioen stoppen. Dat levert het kabinet 3 miljard op.
 

2. Wat zijn de gevolgen?

De gevolgen zijn vooral groot voor jongeren. Wie net begonnen is met pensioenopbouw, bouwt tientallen jaren lang een minder hoog pensioen op. Voor mensen die vlak voor hun pensioen zitten, maakt het niet veel uit. Een paar jaar iets minder opbouwen scheelt een beetje, maar niet veel in het uiteindelijke pensioen.
 

3. Kan ik niet meer sparen dan die 1,75 procent?

Dat kan wel, maar over het deel boven de 1,75 procent betaal je dan gewoon belasting. En dat kan zomaar betekenen dat dat deel van de pensioenopbouw twee keer zo duur wordt.
 

4. Wat vinden de politieke partijen?

Regeringspartijen PvdA en VVD steunen de verlaging van de opbouw, de oppositie is fel tegen. De pensioenen van de jongeren van nu worden uitgehold, zeggen ze. SP-Kamerlid Ulenbelt spreekt van een '33 procent lager pensioen om het gat in de begroting te dichten'.
 

5. Wat vinden de vakbonden?

Die zijn fel tegen de lagere opbouw. In het sociaal akkoord is afgesproken dat de opbouw naar 1,85 procent van het bruto jaarsalaris gaat. Maar de bonden vinden dat nog te weinig. Zij zijn voor een opbouw van 2 procent per jaar, stelden ze vanmorgen in een paginagrote krantenadvertentie. De kans dat de politiek dat plan volgt, is niet zo groot.
4 jaar geleden
twitter thumbnail

“PvdA bij monde van Kamerlid @roosvermeij voor verlaging fiscale pensioenopbouw. Jongeren dus weer de pensioenklos.” @iljaboelaars op Twitter