Menu Zoeken Mijn RTL Nieuws

Columns Europese Verkiezingen

Columns Europese Verkiezingen

RTL Z komt tot en met de Europese verkiezingen van 22 mei dagelijks met 1 of 2 opinërende stukken van toonaangevende columnisten. In deze story zijn alle columns chronologisch verenigd. Praat ook allemaal mee, met de columnisten.

RTL Z komt tot en met de Europese verkiezingen van 22 mei dagelijks met 1 of 2 opinërende stukken van toonaangevende columnisten. In deze story zijn alle columns chronologisch verenigd. Praat ook allemaal mee, met de columnisten.

RTL Z komt tot en met de Europese verkiezingen van 22 mei dagelijks met 1 of 2 opinërende stukken van toonaangevende columnisten. In deze story zijn alle columns chronologisch verenigd. Praat ook allemaal mee, met de columnisten.

Topnieuws
meer stories
Meest gelezen : Geld & Werk
22 mei 2014 13:46

Columns Europese Verkiezingen

Één stoplicht staat op rood, een ander springt op groen – in Europa is altijd wat te doen. Ik hoor het Herman Finkers nog zeggen. Over het uitgaansleven in Almelo dan, natuurlijk. Maar de parallel met Europa is dichterbij dan u denkt. Lees de column van Sjoerd den Daas in onze serie over de Europese Verkiezingen.

In 2012 nog, was ING 's werelds grootste financiële instelling. De Internationale Nederlanden Groep. Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden. Hoewel de I in de tussentijd misschien beter vervangen zou kunnen worden door een E, blijft het concern een grote jongen. Natuurlijk, de Europese Nederlanden Groep. Dat bekt niet zo lekker, maar dekt wel beter de lading. ABN Amro is inmiddels vooral Nederlands. SNS REAAL? Die was het al. Maar voor de Rabobank, en ook voor ING geldt dat ze even zo goed nog op de Autobahn en op de Route du Soleil rijden.

In zo'n - toch vooral Europees - speelveld wil je zeker weten dat er toch vooral veilig doorgereden kan worden. Niet alleen door de Nederlandse bestuurders. Veiligheid wordt juist ook bepaald door die andere weggebruikers. Door banken, maar vooral ook door bedrijven en burgers. Maar daarvoor is het van levensbelang dat ze APK gekeurd zijn. De eerdere APK’s, dat moge duidelijk zijn, waren onvoldoende in staat om het probleem al bij de wortel te onderkennen. 

Uiteraard - de motorkap werd opengegooid door de toezichthouder, de EBA. Maar banken gingen niet de brug op. Omdat er misschien wel teveel auto’s tegelijkertijd naar de garage moesten, op het moment dat de garage dat niet aankon. Zo kon het gebeuren dat het Spaanse Bankia en ook het Belgische Dexia bijna freewheelend door de stresstesten heen kwamen. Kort daarna moesten beide banken alsnog aankloppen bij de staat. Echt grote slachtoffers zijn ons daarbij bespaard gebleven. Maar je moet er niet aan denken dat – midden op de snelweg – de remschijven van die bumperklever achter je, het begeven. Omdat jíj de pineut bent.

In het geval van de bankensector is dat nog altijd de belastingbetaler. Maar de eurogroep – onder leiding van Jeroen Dijsselbloem – en ook het Europees Parlement, hebben gas gegeven de laatste tijd. In z'n vijf, geholpen door bittere noodzaak, is de bankenunie opgetuigd. Iets wat ik enkele jaren geleden voor onmogelijk had gehouden. Alle balansen worden doorgelicht en het toezicht wordt Europees. Frankfurt kijkt mee bij onze banken. Geen populaire boodschap, misschien. Maar wel één, die er voor zorgt dat de kans dat wíj opnieuw moeten opdraaien tijdens een nieuwe bankencrisis, stukken kleiner wordt. Of het hoofdkantoor nu in Amsterdam of in Barcelona staat. Iedereen doet – op hoofdlijnen in elk geval – hetzelfde examen.

Ongelukken kun je nooit voorkomen. Ook APK-gekeurde auto’s kunnen uit de bocht vliegen. En natuurlijk blijft het risico bestaan dat bestuurders te hard, of door rood rijden. Maar laten we in elk geval hopen dat de APK die voor al onze auto's geldt, ook voor de banken op een geloofwaardige manier wordt uitgevoerd. Want alleen bij een geslaagde Asset Quality Review en de daarop volgende stresstest, kan de schade, die heeft geleid tot de grootste financiële crisis sinds de jaren '20, in de toekomst zoveel mogelijk voorkomen worden. Dat zouden wij, als Nederland, op eigen houtje niet kunnen.

Ik kan niet overzien waar we nu uiteindelijk precies voor stemmen. Voor Europa? Tegen Europa? Iedereen heeft zo zijn of haar eigen beweegredenen. Maar ik constateer wél dat er veel gebeurd is, de laatste jaren. Het Europees Parlement heeft, zeker ook bij de totstandkoming van de Bankenunie, een belangrijke rol gespeeld. Zaligmakend is het nog allerminst. Maar er zijn in elk geval op bankengebied belangrijke stappen gezet.

Een aantal banken zal de komende tijd voor een rood stoplicht komen te staan. Een test waar iedereen voor slaagt, is weinig geloofwaardig. De banken die zakken, zullen op zoek moeten naar extra kapitaal. Om oude gaten te dichten, om etterende wonden weg te snijden. Maar Herman Finkers heeft gelijk. Dat kan ik niet ontkennen. Waar één stoplicht op rood staat, springt een ander op groen. En dan kan de Europese bankensector hopelijk weer doen waar het voor bedoeld is. Geld aantrekken en uitlenen.

Sjoerd den Daas is economie verslaggever voor RTL Nieuws en RTL Z.

21 mei 2014 08:31

Columns Europese Verkiezingen

Stem voor een gezonde bankenunie

Rens van Tilburg (1974) is econoom en werkt als onderzoeker van de financiële sector bij de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en het Sustainable Finance Lab (SFL) aan de Universiteit Utrecht.

Vijf jaar lang stond Europa in brand. De Amerikaanse bankencrisis ontaarde in een crisis van de gezamenlijke Europese munt. Lees de column van Rens van Tilburg in de serie over Europese Verkiezingen.

Twee jaar geleden stond de euro op omvallen, banken dreigden hun thuislanden mee het ravijn in te slepen. 1600 miljard euro hadden de landen van de Europese Unie reeds uitgetrokken voor steun aan hun banken en niemand wist hoeveel verliezen de Spaanse en Italiaanse banken nog verborgen. Het was daarom dat in de zomer van 2012 de euroleiders besloten tot een bankenunie. Even later beloofde ook ECB-president Draghi ‘alles wat nodig is’ te zullen doen om de euro te redden. De markten kalmeerden, de euro was gered.

Je zou verwachten dat bij de eerstvolgende verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) de veiligheid van het bankwezen het verkiezingsthema zou zijn. Niets is minder waar. Dat het zo stil is over de banken komt door de combinatie van dalende rentes op de staatsschuld van de zuidelijke eurolanden, de ook daar aantrekkende economische groei en het akkoord dat het EP op 20 maart sloot met de Raad van Ministers. Met dit Single Resolution Mechanism (SRM) werd de bankenunie compleet gemaakt, dat was althans wat de ministers en europarlementariërs ons vertelden. Eurocommissaris Barnier beloofde dat het tijdperk van de dure bankreddingen (‘bail outs’) hiermee voorbij is. Na het Single Supervisory Mechanism (SSM) dat één toezichthouder bracht voor de eurozone (de ECB), is er nu ook één handboek om banken in nood op een ordentelijke manier te ontvlechten (en één bestuur die dat toepast). Eerder al werden de nieuwe verhoogde kapitaalseisen ingevoerd (CRDIV) en besloten dat niet de belastingebtaler maar de schuldeisers van banken (BRRD) voortaan voor de verliezen van banken opdraait. De laatste 5 jaar is een indrukwekkende hoeveelheid nieuwe wetgeving tot stand gekomen. Het EP bleek relatief ongevoelig voor de financiële lobby en scherpte veel van deze wetten verder aan.

Toch kan de belofte aan de belastingbetaler niet waargemaakt worden. De ‘bail in’ van de schuldeisers van banken is misschien geloofwaardig bij één middelgrote bank, of wellicht een paar kleintjes. Bij een systeemcrisis als die van 2008 zal deze echter geen uitkomst bieden. De financiers van andere banken zullen namelijk direct nattigheid voelen en hun geld terugtrekken. Daardoor gaan banken massaal onderuit en daarmee de economie. De belastingbetaler zal dan toch weer niets anders resten dan in de buidel te tasten. Dat hij hier juridisch gezien niet meer toe verplicht is, is dan een wel heel schrale troost. De bankenunie dreigt ons zo in een slaap te sussen waar we in de toekomst ruw uit gewekt zullen worden.

Het komende EP zal moeten besluiten over twee kwesties die van doorslaggevend belang zijn om de bankenunie veiliger te maken: verhoging van de kapitaalseisen (‘leverage ratio’) en de scheiding van zaken- en nutsbanken. Banken moeten (nog) veel meer eigen vermogen hebben zodat ze minder snel failliet gaan. In 2016 is een herziening van de huidige kapitaalseisen voorzien. Daarnaast moeten banken kleiner en simpeler worden. ‘Too big to fail’ is simpelweg ‘too big’. Dit kan worden bereikt door het voorstel van de Europese Commissie, voor het scheiden van het zaken- en nutsbankieren, te versterken.

Voor het scheiden van zaken- en nutsbanken hoeft Europa zijn hoop niet te vestigen op de liberale ALDE fractie in het EP. De VVD  beperkt zich in haar verkiezingsprogramma tot een oproep voor ‘een versterkt toezicht op banken en andere financiële instellingen.’ Ook D66, samen met de VVD onderdeel van de ALDE fractie, vindt de bankenunie wel voldoende. Het voorstel van het D66-kamerlid Wouter Koolmees om een harde grens te stellen aan de omvang van banken haalde het D66-programma ook niet. Het CDA wil splitsing nog wel ‘overwegen’ zodat banken ‘niet langer spaargeld voor de handel voor eigen winst en risicovolle handelsactiviteiten gebruiken’. Niet onbelangrijk, want de christen democraten zijn onderdeel van het machtige conservatieve EPP-blok in het EP.

De PvdA, SP en GroenLinks spreken zich zonder voorbehoud uit voor de scheiding. Het zijn ook deze partijen die de komende jaren willen werken aan hogere kapitaalseisen voor banken. D66 eist ‘solide kapitaalseisen’, maar het blijft de vraag of dit ook hogere kapitaalseisen zijn. Het meest uitgesproken is GroenLinks. Waar de kapitaalseis nu 3% van de bankbalans is, en Jeroen Dijsselbloem namens Nederland op 4% wil inzetten, bepleit GroenLinks een ratio van 10%. Gezien de verliezen in 2008 en 2009 is dat geen overbodige luxe.   

Kortom, er valt op 22 mei zeker wat te kiezen als het gaat om de veiligheid van de bankenunie. Laat het zwaar meewegen, want Europa is kwetsbaar voor problemen in haar grote bankensector. Europa is al kwetsbaar vanwege de opgelopen staatsschulden, de al hoge werkloosheid en de aangescherpte begrotingsregels die stimulering van de economie bij een volgende crisis nog lastiger zullen maken. Het Europese project om veiligheid in het continent te brengen mag daarom niet aan de financiële sector voorbijgaan.

Rens van Tilburg (1974) is econoom en werkt als onderzoeker van de financiële sector bij de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en het Sustainable Finance Lab (SFL) aan de Universiteit Utrecht. 

20 mei 2014 11:37

Columns Europese Verkiezingen

...

Waar gaan die verkiezingen eigenlijk over?’, vroeg mijn vriendin toen ze vorige week de enveloppen met stembiljetten openmaakte. ‘Over de redding van Griekenland?’ ‘Uhm, nee, dat niet.’
‘Dat noodfonds?’ ‘Nee’. ‘De euro?’ ‘Nou... nee, ook niet echt.’ ‘Wat dan wel??’
 

‘Over grasmaaiers.’

‘Huh, waar heb je het over man?’

‘Ja, over grasmaaiers. Hoeveel herrie die mogen maken.’

Als verslaggever sloeg ik de afgelopen jaren heel wat nachten over, in Brussel, op al die crisistoppen. Griekse mega-reddingspakketten, Cypriotische spaarders die de klos waren, de euro die meerdere malen op klappen stond. Ik was erbij. En ja, dat is het Europa dat we de laatste jaren vooral kennen. En sommigen verafschuwen.

Maar daar gaat het nu dus niet over.

We stemmen voor het Parlement. En dat is een andere pilaar in het bijna onuitlegbaar ingewikkelde Europese bouwwerk. Het gaat nu niet over noodfondsen of kwijtschelden van leningen aan Griekenland. Daar heeft het parlement helemaal niks over te zeggen. De PVV’ers die een zeteltje krijgen kunnen straks niet stemmen of Nederland de euro verlaat. Of  dat we Griekenland niet meer steunen. Zulke onderwerpen komen daar niet op de agenda. Maar wel die grasmaaiers dus.

Is dat erg? Volgens mij niet.

Zaken die niet stoppen bij de landsgrens samen afspreken, dat lijkt me heel nuttig. Hoe lang een vrachtwagenchauffeur achter het stuur mag zitten, zodat ik niet wordt geschept door een slaperige Pool in de dooie hoek.  Ja, regel maar. Dat het veiligheidssysteem van mijn hogesnelheidstrein ook aan de andere kant van de grens nog werkt. Mobiel bellen vanuit de skilift voor dezelfde prijs als thuis. Makkelijk geld overmaken naar de Belgische rekening van mijn broer. Ja! (hoewel dat iban-nummer natuurlijk belachelijk lang is).

En die grasmaaiers dus. Ook daar heeft het Parlement ooit een regel voor verzonnen. Overal in Europa mag een grasmaaier maximaal 96 decibel geluid maken. Nou hoor ik u al denken: hebben ze niks beters te doen, waarom?! Nou, voor ons! Zodat Duitsland niet meer onterecht Britse, zogenaamd lawaaierige maaiers kon blokkeren.  Meer grasmaaierkeuze voor ons, een betere prijs. Prima.

Neemt niet weg dat ook ik mijzelf naar het stemlokaal moet slepen. Want god, wat zijn deze verkiezingen saai: de onderwerpen, de kandidaten, de debatten.  Zelf hebben de parlementariërs dat overigens ook door hoor. Ze maakten er al dit we’re not sexy and we know it’ filmpje over. Je mag het bekijken, maar ik waarschuw, ook dat – toch ludiek bedoelde filmpje – is dodelijk saai.

‘Oke’, vroeg m’n vriendin.  ‘Maar op wie moet ik stemmen dan?’ 

Bart Reijnen volgt de Europese crisis op de voet als economieverslaggever voor RTL Nieuws en RTL Z.

19 mei 2014 17:24

Columns Europese Verkiezingen

De voorstanders van de EU vallen uiteen in twee categoriën. Aan de ene kant heb je de ‘federalisten’, aan de andere kant heb je de ‘realisten’ of ‘gematigden’. Lees de analyse van jurist en publicist Thierry Baudet over de Europese Verkiezingen.

Aan de kant van de ‘federalisten’ heb je mensen als Guy Verhofstadt, Jean Claude Juncker en Martin Schulz. Zij willen toe naar een ‘United States of Europe’; een Europese staat, compleet met ministers die een regering vormen, een president en een leger. Aan de kant van de ‘realisten’ of ‘gematigden’ staan de mensen die niet willen aanvaarden dat er gekozen zou moeten worden voor die grote sprong voorwaarts. We vinden hen terug bij VVD, PvdA en CDA, op de universiteit, in de toplagen van ministeries, in de hoofdredacties van kranten en discussieprogramma’s. Pragmatisch te werk gaan, zonder ‘vergezichten’, zoals Mark Rutte het zegt. Hoe breed de groep van ‘gematigde voorstanders’ ook is: hun standpunt is onmogelijk. Ze dromen van iets dat in de werkelijkheid niet kan bestaan.

Je kunt geen monetaire unie hebben zonder politieke unie, omdat door de gedeelde munt wanbeleid centraal moet worden bijgestuurd. De euro dwingt tot Europese begrotingsdiscipline, en daarmee tot een Europese minister van Financiën die alle plannen moet kunnen afkeuren waar grote bedragen mee zijn gemoeid – bijvoorbeeld rondom hypotheekrenteaftrek, zorgstelsel, pensioenen of participatie in een vredesmissie. De bankenunie waarover gesproken wordt dwingt tot Europese depositogaranties – dus tot collectief risico dragen – en op termijn tot harmonisatie van de verschillende nationale faillissementswetten.

Ondertussen maakt het verschil in rentes waarmee landen moeten lenen op de kapitaalmarkt euro-obligaties wenselijk. Dat betekent dat Brussel een eigen begroting kan gaan maken. En geld, opgehaald via de uitgifte van die obligaties, kan gaan spenderen, zonder dat nationale parlementen daar nog iets over te zeggen hebben. Een Europese federale staat is dan een feit.

Ook de open grenzen dwingen tot een federale Europese staat. Nationaal immigratie- en asielbeleid wordt hierdoor immers onmogelijk. Wie in het ene land wordt toegelaten, kan vrij doorreizen naar het andere land. Vroeg of laat vraagt dit om een centrale coördinatie. Op zijn beurt betekent dit weer dat gemeenschappelijke verdediging van de buitengrenzen noodzakelijk wordt, hetgeen inhoudt: collectieve grensbewaking – uiteindelijk in de vorm van een militair apparaat dat loyaal is aan Brussel. Dat betekent een Europees ministerie van Defensie. Bovendien dwingen de open grenzen tot een Europese opsporingsdienst, een soort FBI. Anders glippen criminele bendes van het ene land naar het andere, en ontsnappen daarmee aan vervolging. Zo komen we via open grenzen uit bij een Europees Openbaar Ministerie en een Europese minister van Justitie. Wederom zien we: een federale staat.

Ten slotte kun je ook niet ‘als één blok’ opereren op het internationale toneel – zoals de derde belangrijke doelstelling van de EU luidt – zonder centraal buitenlands beleid. Er is al een ‘Hoge Vertegenwoordiger’ benoemd die namens de EU de betrekkingen met andere mogendheden onderhoudt. Men is druk doende met de integratie van nationale ambassades tot EU-ambassades – die vroeg of laat centraal aangestuurd moeten gaan worden. Handelsverdragen met derden worden al door de EU gesloten. Eén Europese minister van Buitenlandse Zaken komt vroeg of laat in het vizier. Consequente doordenking betekent ook hier dus: een federale staat.

Via kleine, ogenschijnlijk pragmatische stapjes leidt de EU onvermijdelijk tot een federale staat. Er is geen ontkomen aan. Haar functioneren is instabiel, steeds is nieuwe bevoegdheidsoverdracht noodzakelijk, totdat het eindstation is bereikt: de vorming van een nieuwe staat. Natuurlijk, dat kun je willen – maar zeg dat dan ook eerlijk. Al die deftige krantenlezers en hoogleraren Europese studies en politicologie, al die ambtelijke bestuurders en journalisten, al die mensen die mij ‘wel erg uitgesproken’ vinden, die zichzelf complimenteren met hun ‘realisme’, hun ‘nuance’, hun ‘matiging’ en ontwikkelde inzicht in de complexiteit der dingen: ze missen eigenlijk gewoon het overzicht. Ze hebben niet door wat er gaande is.

De EU kan niet anders dan een federale staat worden. Anders implodeert zij. Maar een federale staat zal nooit kunnen werken op het Europese continent. De verschillen zijn daarvoor te groot. Er is geen volk. We verstaan elkaar niet. Het leidt tot bureaucratisch despotisme. Daarom is het enige – daadwerkelijk realistische – alternatief een geordende ontmanteling of, indien we geen andere landen meekrijgen: unilaterale uittreding.

Lees hier de vorige veel gelezen column van Thierry Baudet over de verkiezingen: 'Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

19 mei 2014 15:41

Columns Europese Verkiezingen

Kruisjes zetten

René Lukassen is financieel economisch journalist voor RTL Nieuws en RTL Z.

Wie in campagnetijd niet één maar twee keer een kritisch verhaal maakt over één en dezelfde politicus laadt de verdenking op zich van vooringenomenheid. Ik neem die verdenking voor lief, omdat ik de vragen die de verhalen oproepen belangrijker vind dan de mogelijke verwijten. Lees de column van economie-redacteur René Lukassen in onze serie over de Europese Verkiezingen.

RTL liet vorige week zien hoe één van de kandidaatvoorzitters voor de Europese commissie vier bijbanen heeft. We onderzoeken nog hoe dit bij andere europarlementariërs zit, maar met de leden die een gooi doen naar het voorzitterschap van de commissie wilden we niet te lang wachten.

Het verhaal leidde tot de nodige ophef, en tot verwijten. Maar de vragen die het bij mij oproept, werden tot dusver niet beantwoord.

Bijvoorbeeld de vraag waar een europarlementariër de tijd vandaan haalt voor bestuurlijke en toezichthoudende functies bij financiële reuzen als APG. Zijn de uitdagingen in het europarlement dan toch niet zo groot als gedacht? Hoe slaagt iemand erin al die banen goed te vervullen? Want de eisen die we anno 2014 aan bestuurders en politici stellen zijn - terecht - hoog. Er is zoiets als een vertrouwenskloof tussen politiek en burgers en die kloof overbrug je niet door je voor verschillende keren half werk meerdere keren bovenmodaal te laten betalen, toch?


Hoe gaan bijklussende europarlementariërs eigenlijk om met potentiële belangenconflicten? Ik weet dat commissarissen bij bedrijven soms niet mee mogen stemmen, of zelfs maar praten, als zo'n belangenconflict op de loer ligt. Maar hoe zit dat in het Europees parlement? Het wordt me uit de gedragscode niet duidelijk.

Nog meer vragen drongen zich op na het tweede verhaal. De kandidaatvoorzitter gaf een onjuiste voorstelling van zaken over de inkomsten uit zijn nevenactiviteiten. Omdat de gedragscode 'verre van duidelijk noch consistent is opgesteld' zette hij een verkeerd kruisje. Maar als iets onduidelijk is, dan vraag je toch even hoe het zit? 

Of tekent deze kandidaatvoorzitter straks namens Europa ook het - omstreden - vrijhandelsakkoord met Amerika zonder dat hij precies weet waar hij mee instemt? Om zich, als het verkeerd of scheefloopt, te verdedigen met het argument dat het akkoord zo onduidelijk en inconsistent is opgesteld?

Al deze en andere vragen komen in het publieke debat niet aan de orde en dat baart mij zorgen. Ik ken geen van de vier kandidaatvoorzitters en zal de laatste zijn om zomaar vraagtekens te zetten bij iemands integriteit. Maar mag ik iedereen die donderdag gaat stemmen nog eens vragen om goed na te denken voordat hij zelf een kruisje zet?

René Lukassen, economie-redacteur RTL Nieuws en RTL Z.

 

PS: ik zelf stem donderdag blanco. Ik leg hier in gedichtje uit waarom.

 

Herinnering aan Brussel

Denkend aan Europa

zie ik hordes politici

onnodig van Brussel

naar Straatsburg gaan 

stapels ondenkbaar

hoge papierbergen

als glimmende gebouwen

in kantoorwijken staan

en in die verguisde

Unie begraven

groeit de

onvrede in ons land

het onbegrip over

Brusselse bemoeizucht

de ogenschijnlijk

vrijgraaiende hand

van schaamteloos

ruziënde parlementariërs:

hij tegen haar

zij tegen hem

denkend aan Europa

zou het zo maar kunnen,

dat ik 22 mei

gewoon weer blanco stem.

19 mei 2014 11:27

Columns Europese Verkiezingen

Bloemetjes op het stembiljet

Perry Feenstra is chef van RTL Z. Hij schrijft met regelmaat over onderwerpen uit het nieuws waar hij zich druk over maakt.

Perry Feenstra, chef economie van RTL Nieuws/RTL Z, schrijft over wat hem bezig houdt in zijn werk en privéleven.

Ja, ik wel. Ik zie het wel zitten, Europa. Ik ben voor samenwerken. Ik ben voor de krachten bundelen. Ik ben voor één vuist maken. Ik droom er zelfs van. Dat het ooit zal lukken om echt samen te werken, om samen gelukkig te zijn. Dat we elkaar het licht in de ogen gunnen en dat de zwakkere op de steun kan rekenen van de sterkere. En precies daarom zal ik mijn dochtertje meenemen het stemhokje in. Opdat ze haar mooiste bloemetjes ooit zal tekenen. 

De Europese verkiezingen zijn totaal zinloos. Ze boeien niet, ze doen er niet toe, ze staan voor niets. De Europese verkiezingen zijn zonde van de tijd. Wie voor Europa is, heeft er niets aan. Wie tegen Europa is, heeft er niets aan. Europa verandert geen biet door welke uitslag van de Europese verkiezingen dan ook. Als de verkiezingen ergens voor staan, dan staan ze in de weg. De Europese verkiezingen staan het Europese ideaal in de weg. 

Er is geen Europees politicus die helder kan uitleggen waarom u en ik moeten gaan stemmen. Dat is ook niet te doen. Het debat rond de verkiezingen gaat over van alles, behalve over waar deze verkiezingen iets mee te maken hebben. We stemmen niet voor of tegen de euro. We stemmen niet voor of tegen meer transparantie. We stemmen niet voor of tegen Straatsburg. We stemmen niet voor D66 en dus niet voor de VVD. En nee, we stemmen niet voor of tegen verdere integratie.

De meest puntige reden is de meest abstracte: het is uw recht; dit is het moment om iets over Europa te zeggen, om mee te beslissen. Maar er wordt niets meebeslist. Op welke opbouwende partij u ook stemt, het maakt niets uit. Niet voor niets dreigt een fors deel van de kiezers op destructieve partijen te gaan stemmen. Ook dat zet democratisch weinig zoden aan de dijk, maar het geeft wel lekker een signaal af: ,,Fuck de eurofielen, ik ben tegen, eigen volk eerst… enneh…. Verder weet ik ook niet hoe het moet.’'

Het is tijd voor Europa om terug te gaan naar de basis. Samenwerken omdat dat iedereen verder helpt. Niet omdat het moet. We hebben geen haast. Sierlijk dansen kan niet zonder passen op de plaats. Heel voorzichtig zaken aan elkaar knopen; stapje voor stapje. Monetair lijken we dankzij de crisis eindelijk de goede weg te vinden. Maar politiek is het, als u het mij vraagt, tijd voor een grote reset. Te beginnen met het afschaffen van het Europees Parlement. Dan kijken we daarna wel weer verder.  

Ik ben voor Europa, ik hou van samenwerken, ik betaal graag mee aan het welzijn van de berooide Griek. Ik ben voor een Europa waar alle Europeanen trots op kunnen zijn. Laat Rutte en de zijnen daar maar naar eer en geweten aan werken. Met vallen en opstaan bouwen aan een betere toekomst voor alle dochtertjes van vier in heel Europa. Mijn stem gaat donderdag verloren. Maar Europa krijgt er bloemetjes voor terug.

Perry Feenstra, is de chef economie van RTL Nieuws / RTL Z

 

Eerder verscheen in onze serie over de Europese Verkiezingen:

Joop Hazenberg: 'De haat naar Europa'

Thierry Baudet: 'Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

Hans de Geus: 'Gij zult rood staan'

Hella Hueck: Feiten vertellen niet de waarheid

Tom van der Lee: "EU moet ongelijkheid aanpakken"

Alexander Sassen van Elsloo: Uit euro en de EU: extreme opvattingen?

Frederieke Hegger: Onderbuikgevoelens

Willem Middelkoop: De euro blijft. Wen er maar aan

Edin Mujagic: EU-federalist of landverrader

Mathijs Bouman: Als Europa ondemocratisch is, dan is Nederland dat ook

Lex hoogduin: En nu verder

18 mei 2014 12:51

Columns Europese Verkiezingen

We kunnen vaststellen dat de eurocrisis sinds de inmiddels beroemde uitspraak van Mario Draghi van nu bijna twee jaar geleden voorbij is. De Europese Centrale Bank (ECB) zou alles doen om de euro overeind te houden en dat heeft gewerkt. Lees de column van Lex Hoogduin in onze serie over de Europese verkiezingen.

De eurocrisis is dus al eventjes voorbij. En die zeer hoge werkloosheid dan in het eurogebied? En de nog steeds hoge schulden dan? Particulier en van overheden. En de aangetaste koopkracht? Enzovoort. Allemaal waar. Maar die problemen zijn vooral een uitloper van de wereldwijde financiele crisis van 2007/2008. Ze zijn nog niet voorbij. En dat is niet zo vreemd. Het is bekend uit de geschiedenis dat het herstel na een financiele crisis vele jaren vergt.

De eurocrisis zelf was een uitloper van de financiële crisis. Laatstgenoemde crisis bleek de grootste crisis sinds de Grote Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw te zijn.  Landen in het eurogebied werden in zeer verschillende mate getroffen. Duitsland bijvoorbeeld relatief beperkt en Ierland en Spanje bijvoorbeeld zeer fors.

De euro was niet de oorzaak van de financiële crisis. Landen met een andere munt, zoals het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, zijn er ook door getroffen. En in nogal wat landen harder dan Duitsland,  het grootste land uit het eurogebied.  We kunnen het niet weten, maar het is plausibel dat Spanje en Ierland ook met een eigen munt een diepe financiële crisis zouden hebben gehad.

Ook Nederland is zeer fors getroffen door de financiële crisis. En kampt nog steeds met een aantal structurele problemen, ondanks het conjuncturele herstel van dit moment. Maar deze problemen zijn van nationale makelij. En vragen vooral een nationale aanpak.  Denk aan het pensioenmodel, de woningmarkt, het belastingstelsel, de zorg, het verouderde poldermodel, de politieke instabiliteit en fragmentatie, de onevenwichtige economische en financiële structuur van ons land, met bijvoorbeeld hoge particuliere bruto schulden en tegelijkertijd grote pensioenvermogens en gering vertrouwen in instituties en in elkaar en beperkte ambities, de nog steeds te hoge overheidsschuld en –tekort. Een lange lijst van problemen, die vooral Nederlands zijn en door ons moeten en kunnen worden aangepakt. De EU stelt daarbij in een aantal gevallen randvoorwaarden, die Nederland zelf mede heeft vastgesteld en goedgekeurd.  Ze helpen meer dan dat ze hinderen om verstandig beleid in eigen land te voeren.  

Ook wij zouden met de gulden niet aan een diepe financiële crisis zijn ontsprongen. En het is op zijn zachtst gezegd dubieus of we dan krachtiger zouden zijn hersteld dan nu het geval is. Mijn inschatting is dat het beleid opportunistischer zou zijn geweest. Met misschien betere resultaten op de korte termijn, maar zeer waarschijnlijk veel slechtere op de langere termijn.

De financiële crisis was een zeer grote zogenoemde asymmetrische schok voor het eurogebied. Het zou een wonder zijn geweest als dat geen problemen voor de euro had opgeleverd. Tegelijkertijd bracht ze een aantal problemen in de constructie van de euro zelf aan het licht. Onvoldoende betrokkenheid bij Europese integratie en medeburgers in andere landen bij grote groepen van de bevolking, onvoldoende naleving en handhaving van de “spelregels” van de euro uit het Verdrag van Maastricht en afwezigheid van een Bankenunie.

De financiële crisis leidde tot de eurocrisis, omdat de gezamenlijke landen uit het eurogebied er twijfel over lieten ontstaan dat ze de grote problemen zouden oplossen met de euro als munt. Dat leidde tot een onvoldoende krachtige aanpak van de problemen. Steeds genoeg doen om acute problemen de kop in te drukken, maar te weinig om het vertrouwen te geven dat we er samen en met de euro uit zouden komen. Tot midden 2012.

Zo vlak voor de Europese verkiezingen, kunnen we vast stellen dat de onderliggende kracht van het EU integratieproces is gebleken. De euro en het EU integratieproces hebben een orkaan doorstaan. Met horten en stoten. En dat is een opluchting. Want het EU integratieproces, dat in de jaren vijftig van de vorige eeuw startte, heeft de er aan deelnemende landen vrede en welvaart gebracht. Door een kader te bieden en te ontwikkelen om de onderlinge verschillen en conflicten te kanaliseren en de voorwaarden voor groei van de welvaart te scheppen. Als dat zou zijn gesneuveld, zou de Europese ordening en orde van na de Tweede Wereldoorlog zijn aangetast. Met onvoorspelbare, maar potentieel desastreuze gevolgen.

Maar er is geen enkele reden voor zelfvoldaanheid. De acute crisis is voorbij en er zijn maatregelen genomen om de gebleken gebreken te repareren. Maar zijn deze voldoende? Hoe kunnen ze worden versterkt? Hoe kan de EU inspelen op de nieuwe kansen en bedreigingen van de 21ste eeuw? Extern en intern? Wat is de waarde van dat moeizame integratieproces? Daar moet het Europese debat wat mij betreft vooral over gaan. Daar moeten de komende  EU verkiezingen over gaan. Het EU integratieproces kan verder. Het moet verder. De geschiedenis is nooit af.

Lex Hoogduin

17 mei 2014 16:42

Columns Europese Verkiezingen

“De Europese Unie is volstrekt ondemocratisch. Daarom ga ik op 22 mei tegen de EU stemmen.” De man die dit tegen mij zei – of beter: schreeuwde, met spuugvlokjes op de lippen – had zelf niet door hoe grappig paradoxaal zijn uitspraak was. Democratisch stemmen tegen een volstrekt ondemocratisch instituut, je moet er maar opkomen. Lees de column van Mathijs Bouman in onze serie over de Europese Verkiezingen.

Helaas is hij niet de enige Nederlander bij wie het besef van het democratisch gemis in Europa wat is doorgeschoten. De hele publieke opinie lijkt van ‘Europa zou wat democratischer moeten’ te zijn overgegaan op ‘de EU is volstrekt ondemocratisch’.

Ik ben econoom, geen politicoloog. Dus officieel heb ik er geen verstand van. Maar toch denk ik dat men het democratisch tekort van de EU overdrijft. In de praktijk is er ongetwijfeld veel aan te merken op het democratisch gehalte van de unie, maar als je naar de structuur kijkt, lijkt de opzet  een mengsel van de Nederlandse democratie en die van de Verenigde Staten. Allebei toch bepaald geen dictaturen.

Nederland heeft een direct gekozen Tweede Kamer. De EU heeft een direct gekozen  Europees Parlement (EP). Alleen wordt het EP via een districtenstelsel gekozen, waarbij het inwonersaantal van de lidstaten het aantal zetels bepaald. Op dezelfde manier als in de VS het Huis van Afgevaardigden wordt gekozen.

Nederland heeft een getrapt gekozen Eerste Kamer. De leden worden gekozen door leden van de Provinciale Staten, waarbij provincies met meer inwoners meer stemrecht heeft.  De EU heeft de Raad van Ministers, die ook getrapt gekozen zijn: ieder land kiest z’n eigen parlement, en dat parlement vaardigt ministers af aan de Raad. Inwonersaantal speelt daarbij geen rol. Het is één land, één stem.

Dat laatste lijkt op de Amerikaanse Senaat, waar voor iedere staat twee senatoren levert, ongeacht het inwonersaantal. Tot 1913 werden die senatoren overigens ook getrapt gekozen, door de gekozen leiders van de staat. Sindsdien kiezen de burgers zelf.

De Raad van Ministers is wel veel machtiger dan de Nederlandse Eerste Kamer, en heeft ook meer directe invloed dan de Amerikaanse Senaat. Maar de ministers zijn elk verantwoording schuldig aan hun democratische gekozen nationale parlementen.

Het ‘dagelijks bestuur’ van Nederland is in handen van het kabinet, waarvan de leden zijn benoemd door de Koning. Het kabinet streeft naar meerderheidssteun van het parlement, maar kan in principe ook zonder die steun regeren. De leden van het kabinet hoeven zelf niet te zijn gekozen. Ze hoeven niet op een kieslijst te staan.

In het huidige kabinet Rutte-Asscher, zitten een flink aantal ‘ongekozen’ ministers. Bijvoorbeeld vice-premier Lodewijk Asscher zelf. Hij stond niet op de PvdA-kandidatenlijst, dus bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 heeft niemand op hem gestemd. Hetzelfde geldt voor de ministers Ivo Opstelten, Henk Kamp, Jet Bussemaker en LiliannePloumen. Op de staatsecretarissen Sander Dekker, Eric Wiebes, Sharon Dijksma, enMartin van Rijn, heeft ook niemand gestemd. Het zijn allemaal “ongekozen bureaucraten”.

De Europese Commissie (EC), het dagelijks bestuur van de EU, bestaat ook uit “ongekozen bureaucraten”. De Eurocommissarissen zijn voorgedragen door de (gekozen) Raad van Ministers en de EC met worden goedgekeurd door het (gekozen) Europees Parlement. De Commissievoorzitter moet door het EP apart worden goedgekeurd.

Bij de huidige verkiezingen doet het EP een poging om ook de benoeming van de voorzitter naar zich toe te trekken, door met eigen kandidaten (o.a. Schultz (socialisten), Juncker (christen-democraten), Verhofstadt (liberalen)) de verkiezingen in te gaan. Het is nog de vraag of de Raad zich het benoemingsrecht zo makkelijk uit handen laat nemen. Maar als de opzet slaagt, is de EU weer iets democratischer.

Natuurlijk, dit is allemaal theorie. In de praktijk zijn het vaak de Fransen en Duitsers die buiten de vergaderingen om, hun dealtjes al gesloten hebben. Te vaak mag de Raad en het EP alleen nog maar tekenen bij het kruisje. Het ondemocratische van de EU bestaat er dan ook vaak uit, dat sommige nationale politici de besluitvorming manipuleren. Wie daar wat aan wil doen zou moeten pleiten voor macht naar het Europees Parlement en de Europese Commissie, niet minder.

Maar de mopperende man uit het begin van deze column, is helemaal niet geïnteresseerd in meer Europese democratie. Wat hem vooral stoort is dat er in Brussel soms besluiten worden genomen die niet direct in het belang van Nederland zijn. Hij mist geen democratie, hij mist het Nederlandse vetorecht. Het recht om Europese besluiten te kunnen dwarsbomen.

Maar een veto voor Nederland, betekent een veto voor alle 28 lidstaten. Het zou de besluitkracht van Europa tot nul reduceren. Niet doen, dus.

En dan nog dit: dat ik zoveel woorden gebruik om aan te tonen dat Europa niet zo ondemocratisch is als men beweert, zal voor sommigen het bewijs zijn dat ik het wel moet zijn. Het hele erge. Een eurofiel.

Onzin. Ik vind ‘eurofiel’ een naar scheldwoord. En ik ben geen eurofiel, want ik hou niet van de EU en ik hou niet van de euro. De paar keer dat ik in Straatsburg was, bij het Europees Parlement, voelde ik bepaald geen liefde. En ook in Brussel gaat mijn hart zelden sneller kloppen.

Maar ik denk dat Nederland het alleen niet redt in een wereld waarin het economische zwaartepunt zich snel naar het oosten verplaatst. Ik denk oprecht dat we onze belangen beter kunnen dienen binnen de EU, dan er buiten. Solo gaat het niet meer. Noem mij geeneurofiel, noem mij een solo-scepticus.

Econoom Mathijs Bouman is ondermeer beurscommentator voor RTL Z

17 mei 2014 12:12

Columns Europese Verkiezingen

Van Dale omschrijft debat als ‘gedachtewisseling, bespreking van het voor en tegen’. Volgens deze definitie mogen we veel verkiezingsdebatten eigenlijk geen debat noemen. De deelnemers zijn doorgaans vooral bezig met moddergooien naar elkaar, elkaar in de rede vallen, roepen dat de anderen er niets van begrijpen en andersdenkenden belachelijk te maken. Lees de column van Edin Mujagic in onze serie over de Europese verkiezingen.

Gevolg: iemand die zegt dat we samen moeten werken in Europa is meteen EU-federalist of landverrader; iemand die kritisch is over de EU daarentegen is meteen een populist en wil zich achter de dijken terugtrekken.

Wat ook niet helpt is dat de argumenten van beide kampen uiterst simplistisch zijn maar wel gebracht worden als dé oplossing voor álle problemen die we hebben. Wie geen weet zou hebben van de Europese geschiedenis voor ca. 1990 en de pleidooien waarom we meer moeten samenwerken in de EU aanhoort, zou bijvoorbeeld denken dat de Europeanen elkaar daarvoor te lijf gingen met middeleeuws wapentuig, de euro al minstens 300 jaar bestaat en de eurolanden er niet zonder kunnen, dat ze niet met elkaar handelden en economie jaar in jaar uit kromp. Kortom, dat het een en al ellende was op het continent.

In de andere hoek van de ring vinden we tegenstanders van de EU en de euro. Die doen alsof we vóór ca. 1990 in een paradijs woonden en geen (grote) problemen kenden. Uit de euro stappen en uit de EU treden wordt dan ook voorgesteld als dé oplossing voor al onze problemen zonder ook maar één nadeel. Zwitserland en Noorwegen worden veelvuldig bijgehaald als voorbeelden van landen die het beter doen dan wij. Dat is vaak zo, maar om dat feit op te hangen aan het feit dat ze geen euro hebben… die redenering impliceert bijvoorbeeld dat het eigen economisch beleid van die landen, of overvloed aan gas en olie (Noorwegen), er niets toe doet. Over vele problemen die beide landen óók kennen, daar wordt doorgaans over gezwegen.

Bij deze ‘debatten’ sneuvelen dan ook vaak de feiten. Zoals bijvoorbeeld dat samenwerking in Europa toch echt de basis heeft gelegd voor vrede in ons werelddeel. Het oprichten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in 1952 – zeven jaar eerder moordden we elkaar nog hartstochtelijk uit – zorgde ervoor. De EGKS betekende dat de productie van kolen en staal onder gemeenschappelijk bestuur kwam. Geen kolen en staal betekende geen wapens en munitie en ook geen oorlog.

Een ander feit is dat vrede níet vanzelfsprekend is. Neem dat maar aan van iemand die in 1991 nog, net als de Nederlanders nu, vrede als vanzelfsprekend zag op de Balkan en een zorgeloos leven leidde. Op 31 mei 1992 moest ik echter wél met een witte band om mijn arm lopen; het was de moderne versie van de gele Jodenster en waren duizenden mannen en jongens opgesloten in Auschwitz-achtige concentratiekampen. Dat allemaal speelde zich af op nog geen twee uur vliegen van Nederland en een paar honderden kilometer (minder dan de afstand tussen Groningen en Maastricht) van de grens van de EU. Maar het is óók een feit dat een steeds verdere en diepere samenwerking in de EU niet nodig is om de vrede te handhaven. Sterker nog, die vrede loopt gevaar bij geforceerde samenwerking die in ogen van velen tot federalisering en centralisatie leidt in Europa. De kern van het probleem in voormalig Joegoslavië was de wens van enkele deelstaten alles centraal te regelen. Daartegenover stonden deelstaten die juist minder zaken centraal wilden regelen.  

Een ander feit betreft de financiële verhouding tussen Nederland en de EU. Het klopt dat Nederland al jaren een netto-betaler is, wat betekent dat we meer afdragen aan ‘Brussel’ dan wat we er direct uit terugkrijgen. Daarbij vergeet men vaak, of weet men het simpelweg niet, dat Nederland tussen 1976 en 1991 een netto ontvanger was! Een saillant detail is dat Italië tussen 1985 en 1992 een netto-betaler was, wat betekent dat we toen geld kregen van Italië. De jaren zeventig waren de jaren van hoge werkloosheid en hoge inflatie. Begin jaren tachtig zat de Nederlandse economie echt in de put.  Wij hebben hulp gekregen van de EU toen we het, economisch gezien, het hardst nodig hadden.

Ik ben niet voor of tegen Europese samenwerking omdat je er per definitie niet alleen voor of tegen kúnt zijn, het is geen binair spel van enen en nullen. Wie alleen naar de recente debatten kijkt, zou echter wel denken dat het wel zo een spel is. Veel Nederlanders hebben dat heel goed door. Zij zien ook dat er nogal wat verschil bestaat tussen wat veel politieke partijen zeggen en doen in Brussel. Door dit alles besluiten velen niet te gaan stemmen. Na de verkiezingen gaan diezelfde politieke partijen vervolgens hun zorgen uitspreken over het feit dat de opkomst zo laag is geweest en gaan ze de schuld overal zoeken…behalve bij zichzelf.

De EU mag níet een Unie zijn die allerlei zelfbenoemde visionairs, politici of wie dan ook willen maar een Unie die een meerderheid van de bevolking van de EU wil. Als het project ‘EU’ ergens aan ten onder gaat in de toekomst, dan zal dat zijn aan het totaal negeren van wat de Europeanen zelf willen. Beter zullen we er niet van worden ben ik bang.

Edin Mujagic 

Mujagic is monetair econoom aan de Universiteit van Tilburg.

 

Eerder verschenen in deze serie:

Joop Hazenberg: 'De haat naar Europa'

Thierry Baudet: 'Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

Hans de Geus: 'Gij zult rood staan'

Hella Hueck: Feiten vertellen niet de waarheid

Tom van der Lee: "EU moet ongelijkheid aanpakken"

Alexander Sassen van Elsloo: Uit euro en de EU: extreme opvattingen?

Frederieke Hegger: Onderbuikgevoelens

Willem Middelkoop: De euro blijft. Wen er maar aan

16 mei 2014 11:23

Columns Europese Verkiezingen

De euro blijft. Wen er maar aan

Willem Middelkoop is oprichter van het Commodity Discovery Fund, schrijver en spreker. Voor RTL Z schrijft hij over de rol van economie in de wereldpolitiek.

De afgelopen 300 jaar verdwenen honderden geldsystemen door hyperinflatie of monetaire herstructureringen. Sommige valuta bestonden maar een paar maanden. Andere bijna 200 jaar. Lees de column van Willem Middelkoop in onze serie over de Europese verkiezingen.

De oude vertrouwde gulden voert de lijst van langstlevende valuta aan. Met de omwisseling naar de fysieke euro in 2002 kwam er een einde aan een monetaire ‘loopbaan’ van 188 jaar. Deze gulden was de meeste tijd keurig goudgedekt en tot ver in de jaren tachtig betaalden we gewoon nog met guldens en rijksdaalders die voor 72 procent uit zilver bestonden. Een slimme Texelse ondernemer vertelde me onlangs dat hij jarenlang alleen de onedele munten bij de bank inleverde en alle zilveren munten uit de kasstroom filterde om in melkbussen te bewaren. Slim: zilveren guldens zijn nu ruim 2 euro waard, op basis van de huidige zilverprijs. Over geldontwaarding gesproken. De heimwee naar de gulden is, mede door de eurocrisis, goed te begrijpen. Maar of we dat nu leuk vinden of niet, de euro blijft.

Ik moet denken aan een discussie over het lot van de euro met vriend Thierry Baudet zo rond 2010. De eurocrisis was net uitgebroken omdat Griekenland failliet dreigde te gaan. Ik stelde dat het onvoorstelbaar was om binnen vijftien jaar te stoppen met de euro, een prestigieus politiek project. In het wereldwijde financiële systeem, met de wendbaarheid van een supertanker, is men liever ten hele verdwaald dan dat ten halve gekeerd. Onverstandig, maar wel de realiteit. Thierry hield vol dat een terugkeer naar de afzonderlijke oude succesvolle munten technisch goed mogelijk moest zijn. Klopt, maar in de financiële en geopolitieke wereld gelden andere wetten dan die van de normale logica. Zaken als eergevoel en politieke opportuniteit blijken meestal leidend. De euro is er niet gekomen omdat burgers of bedrijven dat zo handig vonden, maar omdat de Duitse eenwording voor de Fransen alleen acceptabel was als Duitsland de sterke D-Mark (54 jaar oud) zou opgeven. 

De enige bedreiging voor de euro is van electorale aard. Alleen als er in een belangrijk EU-land een anti-EU-partij aan de macht zou komen, zou een schakel kunnen breken. Maar dat risico is (voorlopig?) vooral van theoretische aard. Zolang in ons land Wilders geen absolute meerderheid in de Kamer krijgt, is het bijvoorbeeld vrijwel ondenkbaar dat zijn anti-eurohouding tot een terugkeer naar de gulden leidt. Een zeer brede regenboogcoalitie is aannemelijker dan dat Den Haag Wilders de sleutel van de kluis overhandigt.

Dat betekent niet dat we geen grote monetaire veranderingen gaan meemaken. Achter de schermen wordt hard gewerkt aan een monetaire ‘reset’. Op Kerstavond presenteerde het IMF een studie waarin een westerse schuldsanering onafwendbaar wordt genoemd. Daarnaast zijn er verregaande plannen om de dollar als anker voor het wereldwijde financiële systeem te vervangen voor de SDR’s van het IMF.  Dit IMF-geld bestaat nu voor 43 procent uit dollars, 37 procent uit euro’s, 12 procent uit ponden en 8 procent uit Japanse yens. Met de verwachte toevoeging van Chinese renminbi’s en mogelijk zelfs de Russische roebel wordt de komende jaren een echte wereldmunt gecreëerd om grondstoffen supranationaal mee af te rekenen. Maar zelfs als deze monetaire herschikking het komende decennium zal worden doorgevoerd, blijft de euro, net als de dollar, gewoon bestaan.

Wel is het denkbaar dat de eurozone zal worden opgesplitst in een noordelijk economisch krachtige zone (Neuro?) en de zwakkere knoflooklanden (Zeuro?). Dat zou een duaal economisch en monetair beleid mogelijk maken waardoor de zuidelijk landen per saldo een gedevalueerde munt kunnen krijgen, om zo de economie sneller te kunnen laten herstellen. Niet één, maar twee verschillende euro’s. Een rampscenario voor eurohaters.

Willem Middelkoop is oprichter van het Commodity Discovery Fund en schrijver van onder meer The Big Reset (nu ook in het Nederlands: De Big Reset.) Daarnaast is hij lid van de Advisory Board van de OMFIF, een Britse monetaire denktank.

 

Eerder verschenen in deze serie:

Joop Hazenberg: 'De haat naar Europa'

Thierry Baudet: 'Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

Hans de Geus: 'Gij zult rood staan'

Hella Hueck: Feiten vertellen niet de waarheid

Tom van der Lee: "EU moet ongelijkheid aanpakken"

Alexander Sassen van Elsloo: Uit euro en de EU: extreme opvattingen?

Frederieke Hegger: Onderbuikgevoelens

15 mei 2014 10:53

Columns Europese Verkiezingen

Onderbuikgevoelens

RTL Z-redacteur Frederieke Hegger over de economie van de toekomst, duurzaamheid en de keuzes die we elke dag maken.

Het lijkt de grootste vijand van EU-liefhebbend Brussel: de onderbuik. Het startpunt voor anti-Europese gevoelens. De plek waar het vuurtje wordt opgestookt. Waar ons verstand niet meer het werk doet en we ons laten meeslepen door populisten. Lees de column van RTLZ-verslaggever Frederieke Hegger in onze serie over de Europese verkiezingen.

De onderbuik lijkt voor iets naars te staan. Voor het niet-rationale, voor het gevoel. “Stem niet met emotie“, lijkt men te willen zeggen.

‘Slecht’ nieuws: we kiezen bijna altijd op basis van emotie. Of het nu in de supermarkt is (en we onbewust een warm authentiek Italiaanse-moeders-die-in-een-grote-pan-roeren-beeld krijgen bij een pak Bertolli pasta) of in het stemhokje. Ook taalwetenschapper George Lakoff blijft herhalen: we stemmen op basis van wat we voelen bij een partij, niet op basis van wat rationeel gezien ons (economisch) meer gaat opleveren. De Republikeinen in Amerika wisten daar volgens Lakoff lange tijd veel beter op in te spelen dan de Democraten. Zij snapten dat ‘angst’ inboezemen (‘war on terror’, kent u hem nog) of juist hoop geven veel meer impact heeft dan rationale argumenten over wat de Amerikaanse portemonnee het meest ten goede zou komen.

De onderbuik, daar kunnen we dus niet omheen en dat realiseren zich inmiddels zowel de ‘eurofielen’ als de ‘eurosceptici’. Vandaar ook het verschrikkelijke ‘EU is verworden tot een dictatuur’ versus ‘zonder de EU krijgen we weer oorlog’ debat. Beide ‘kampen’ kiezen regelmatig voor klassieke termen uit de oorlogsretoriek om zo de strijd om de onderbuik te winnen. En dat raakt, ook bij een 27 jarig jonkie voor wie het concept ‘oorlog’ een ver-van-haar-bed-show is, toch nog een gevoelige snaar. Die oorlog ebt nog generaties lang na; op 4 mei zat ik ook weer trillend voor de tv. Natuurlijk wil ik geen oorlog; dat wil niemand. Wat een lage streek eigenlijk: dreigen met oorlog zodra een kiezer zich niet voldoende vertegenwoordigd voelt. “Oh u vindt Europa niet democratisch genoeg en wilt de politiek wat dichterbij huis? Dan zal ik u eens wat vertellen over de jaren ‘40 van de vorige eeuw.” Laag.

Ik vraag me regelmatig af: is een onbereikbaar, bureaucratisch en vooralsnog behoorlijk ondemocratisch bestuurlijk orgaan nu het enige dat we kunnen optuigen om zo’n verschrikkelijke oorlog te voorkomen?

Lijkt me niet.

Zijn het allemaal dictatoriale monsters in Brussel?
Lijkt me ook zeker niet.

Die oorlogsretoriek (van voor én tegenstanders) mag van mij dus heel snel de prullenbak in, maar de onderbuik niet. Sterker nog: volgens mij moeten we die koesteren.

Want is het niet juist op de belangrijkste, mooiste en ergste momenten dat niet de ratio, maar de emotie - de onderbuik- haar werk doet. Die je vertelt ‘dit voelt niet goed’ of juist ‘dit is wat ik moet doen’. Of die maakt dat je je realiseert: dit is een bijzonder moment. Wanneer je besluit met iemand de rest van de leven door te brengen of wanneer je juist een andere weg inslaat. Wanneer iemand roept ‘minder, minder, minder’ en je voelt ‘dit kan niet’. Wanneer een vriend vreselijk onrecht wordt aangedaan. Wanneer je boven op een berg staat in de vroege ochtend, de zon opkomt en er even geen woorden zijn.

Emotie.

Ons beeld van Europa wordt door mede bepaald door emotie. Door passie. Voor mensen, ideeën en een bepaald soort samenleving. Voor democratische waarden, voor vrijheden en samenwerking. Maar ook angst. Om controle over je samenleving te verliezen, voor polarisatie en armoede. Of juist kwaadheid. Over onnodige bureaucratie, (alweer) armoede en onbereikbare politici.

Het feit dat de een de negatieve emoties sterker voelt dan de ander, impliceert volgens mij geen domheid of populisme. Waarom staat een passie voor meer centralisatie in Europa in het publieke oog voor meer intellect en de angst om geen democratische stem meer te hebben binnen je samenleving voor meer domheid? Wat een arrogantie.

Gevoelens die gaan over je zeggenschap in de samenleving en de democratische legitimiteit van de EU; ze zijn waanzinnig belangrijk en mogen er gewoon zijn.

Kortom, laat u komende week niet ophitsen door woordtovenaars, maar laat wel uw gevoel spreken.

Frederieke Hegger is economische journalist voor RTL Z en  RTL Nieuws. Met liefde voor crisis, geopolitiek, nieuwe economie, grassroots en sustainability. Mailen mag altijd: [email protected] Frederieke is ook fanatiek op Twitter.

Eerder verschenen al in deze serie:

Joop Hazenberg: 'De haat naar Europa'

Thierry Baudet: 'Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

Hans de Geus: 'Gij zult rood staan'

Hella Hueck: Feiten vertellen niet de waarheid

Tom van der Lee: "EU moet ongelijkheid aanpakken"

Alexander Sassen van Elsloo: Uit euro en de EU: extreme opvattingen?

14 mei 2014 09:00

Columns Europese Verkiezingen

De EU parlementsverkiezingen kennen maar 3 smaken: meer EU, minder (andere) EU en geen EU. Ieder partij draagt zo haar redenen aan om voor een van deze drie smaken te gaan. Sommige partijen stellen onomwonden dat ze uit de EU en uit de eurozone (EMU) willen treden. Deze standpunten worden door velen als extreem omschreven, maar is dat wel zo? Lees de column van Alexander Sassen van Elsloo in onze serie over de Europese verkiezingen.

Maar voordat ik deze twee standpunten zal toelichten, wil ik graag iets kwijt over de 3 smaken.

Allereerst, is de smaak "minder EU" onzinnig. Net zo goed als een vrouw niet een beetje zwanger kan zijn, zijn er in feite maar twee lange termijn keuzes: in of uit. Neem bijvoorbeeld de SP, die willen een andere EU, maar wel de euro behouden. De euro is onhoudbaar, maar als iemand al in de euro gelooft, dan moet deze persoon ook de EU superstaat willen. Immers, zonder deze EU superstaat is de euro al helemaal gedoemd te mislukken. Het standpunt van de SP is dus vlees noch vis. 

Erger nog zijn de verschillen tussen wat wordt gezegd door de partijen en wat ze in EU verband uitvoeren. Door het debiele fractiesysteem van de EU zitten zowat alle partijen bij een Europese fractie. Zo zit de VVD en D66 bij de liberale fractie genaamd ALDE, waar Guy Verhofstadt de scepter zwaait. Doordat in deze fractie een hoge mate van stemdiscipline heerst (iedereen moet hetzelfde stemmen) is het effect dus dat VVD=D66=ALDE=Guy Verhofstadt. Het is niet alleen een voorbeeld hoe nationale verschillen (zoals tussen D66 en VVD) verdwijnen op EU niveau, maar ook hoe hypocriet de VVD is. Zij claimen een eurokritische partij te zijn, maar steunen Guy Verhofstadt, de grootste aanhanger van de EU superstaat.

Met deze twee aanmerkingen kan de kiezer het kaf van het koren scheiden. Er zijn maar 2 smaken, in of uit, en sommige partijen liegen over de smaak die zij aanhangen (kijk naar de EU fractie waartoe zij behoren en of ze stemorders hanteren). Voor veel kiezers is dit een keuze tussen iets bekends (in de EU blijven) en iets extreems (uit de EU/EMU). Maar is deze laatste keuze wel zo extreem?

Eurozone

Ik vind dat de euro onhoudbaar is. De reden hiervoor is er een van koude logica. Een muntunie kan niet anders dan een one-size-fits-all beleid voeren. Dit werkt prima, zolang alle leden van deze muntunie min of meer hetzelfde zijn. Dit is echter absoluut niet het geval; er zijn immers grote verschillen op gebied van cultuur, taal, demografie, educatie, geografie, politiek et cetera. Als je zulke verschillende leden hebt, dan geeft een one-size-fits-all beleid per definitie verschillende uitkomsten op. Zie het zo, als het doel is om 18 verschillende mannen er mooi uit te laten zien is, dan is een Hugo Boss pak een goed idee. Maar als deze 18 mannen allemaal dezelfde maat (bijvoorbeeld het gemiddelde) pak krijgen dan is het resultaat juist tegengesteld; het pak zal enkelen wellicht goed passen, maar voor de meerderheid is het te groot, te klein, te breed, te smal en zo verder. Hierdoor is de missie (de 18 mannen er goed uit laten zien) mislukt. Er is dus maatwerk (ieder eigen maat pak) om deze mannen er allemaal mooi uit te laten zien. Zo ook is het met de eurozone, door één beleid te voeren (kan niet anders in een muntunie)groeien de eurozone economieën dus niet naar elkaar toe, maar juist uit elkaar. Het bewijs hiervan wordt ook geleverd als men kijkt naar de alsmaar toenemende economische verschillen (groei, werkeloosheid, concurrentiekracht, en zo verder) in de EMU. Uiteindelijk zullen de verschillen zo groot worden dat de eurozone daardoor uiteen zal spatten. Wil men dit voorkomen dan moet er jaarlijks (!) niet alleen enorme bedragen van Noord naar Zuid gegeven worden, maar dan is de EU superstaat ook onontkoombaar. Immers, zonder zo’n superstaat kan de euro nooit in stand worden gehouden; zonder de EUsuperstaat kan het Noorden niet vanzelfsprekend het Zuiden subsidiëren. Mijn opinie is dan ook om gecontroleerd en gecoördineerd (met Duitsland) de eurozone te verlaten. Dit zal kosten met zich meebrengen, maar erin blijven totdat de boel barst zal niet alleen veel meer kosten, maar ook een enorme sociale onrust met zich me brengen. Exit uit de euro is dus geen wens maar een noodzaak.

EU

Ik vind de EU niet de geschikte vorm van Europese samenwerking. Ik hou van Europa en wil dat Nederland handel drijft en samen werkt met andere landen in Europa (en de rest van de wereld). Deze samenwerking moet alleen plaatsvinden daar waar nodig en niet supranationaal geregeld worden. Supranationaal betekent dat er een instantie boven de natiestaten wordt gezet. De soevereiniteit (zeg maar zelfbeschikking) van Nederland wordt dus weggeven aan deze instantie (EU). Wij willen dat landen individueel verdragen met elkaar afsluiten. Dit geeft iedere staat de flexibiliteit om een overeenkomst te sluiten die de belangen van haar burgers het best behartigt. Nu bepalen 725 Europarlementariërs met wie, hoe en wanneer Nederland met een ander land mag handelen. Dit is natuurlijk niet in het belang van Nederland. Onze 26 Nederlandse vertegenwoordigers in het EP kunnen op papier niets inbrengen tegen de 725 andere parlementsleden, maar het is erger; onze EPers, althans de meesten, stemmen in het belang van de EU (EU fractie) en niet in het belang van de Nederlandse burger. Dit is echt schandelijk.

Alternatief

Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: welvaart & vrede. De interne markt is wat welvaart heeft gebracht. Deze economische voorspoed, tezamen met NAVO hebben weer voor vrede gezorgd. In haar foute vaststelling dat de natiestaat de oorzaak is van de Wereldoorlogen, wil de EU de natiestaat opheffen, om deze te vervangen door een imperium. En als er iets is wat de alle oorlogen van Europa in gemeen hebben, is het wel imperialisme.

Om deze (en andere) redenen ben ik actief geworden voor de politieke partij Artikel 50. Ik sta daar op plek 2 van de kieslijst voor het Europees Parlement. Deze klassiek liberale partij wil sterke soevereine staten die op gelijke basis met elkaar samenwerken en handelen. Dus geen EU-superstaat, met een EU-leger, een bankenunie, een EU-belastingdienst, et cetera. De Fransen bepalen niet wat er in Nederland moet gebeuren, net zo min als dat Nederland bepaalt wat er in Frankrijk moet gebeuren. De standpunten “uit de EU” en “uit de eurozone” zijn dan ook niet extreem maar juist rationeel.

Alexander Sassen van Elsloo is oprichter van Sassen Research & Consultancy Company, columnist en kandidaat voor de politieke partij Artikel50. Hij zit ook op de Twitter: https://twitter.com/sassenvanelsloo

 

Eerder verschenen al in deze serie:

Joop Hazenberg: 'De haat naar Europa'

Thierry Baudet: 'Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

Hans de Geus: 'Gij zult rood staan'

Hella Hueck: Feiten vertellen niet de waarheid

Tom van der Lee: "EU moet ongelijkheid aanpakken"

13 mei 2014 11:16

Columns Europese Verkiezingen

De 85 rijkste mensen in de wereld – het aantal passagiers in één dubbeldekker – bezitten evenveel als 3,5 miljard van de armste mensen. Met dit opmerkelijke feit gooide Oxfam aan de vooravond van het jaarlijkse World Economic Forum in Davos, dé ontmoetingsplek van de mondiale financieel-economische elite, een forse steen in de vijver. Lees Tom van der Lee in onze serie over de Europese verkiezingen.

Sindsdien is het debat over de groeiende ongelijkheid binnen zowel arme als rijke landen niet meer van de voorpagina’s weg te slaan. Twee weken geleden opende de Volkskrant nog met de allernieuwste CBS cijfers: de rijkste 1% in Nederland bezit 23% van al het vermogen. Toch opmerkelijk voor een land dat op een aantal Scandinavische landen na in de subtop zit van landen met een lage inkomensongelijkheid.

Veel ophef veroorzaakt ook het onlangs in het Engels vertaalde boek van de Franse econoom Thomas Piketty: “Capital in the Twenty-First Century”. Dit 696 pagina’s tellende boek voert nu de bestsellerslijst van Amazon aan en wordt door Nobelprijs winnende economen vergeleken met “The Wealth of Nations” van Adam Smith en “Das Kapital” van Karl Marx. Op basis van een zeer uitgebreide dataset van empirisch materiaal toont Piketty aan dat het rendement op kapitaal per jaar harder groeit dan de economie, waardoor ongelijkheid blijft stijgen en we hard op weg zijn terug te keren naar de extreme ongelijkheid van de ‘Gilded Age’ aan ’t einde van de 19e eeuw.

Het is op zich geen probleem als in een jaar inkomen uit vermogen harder groeit dan inkomen uit arbeid, maar als dit vele jaren achter elkaar gebeurt, schiet ons financieel economische systeem uit de bocht, met ondragelijke schuldenlast, massawerkloosheid en een krimpende middenklasse als gevolg.

Te grote inkomensongelijkheid is immers ook één van de belangrijkste oorzaken van de kredietcrisis. Invloedrijke economen (Stiglitz, Krugman en Bernstein) hebben overtuigend aangetoond dat het geen toeval kan zijn dat de hoogste inkomensongelijkheid in de VS zich voordeed vlak voor de grote depressie van 1929 en de kredietcrisis van 2009. Mijn stelling is dat het ook geen toeval kan zijn dat de eurolanden met de hoogste inkomensongelijkheid - Griekenland, Portugal, Spanje, Ierland en Italië - het hardst getroffen werden door de Eurocrisis. Bovendien groeide die ongelijkheid door tijdens de crisis; tussen 2007 en 2011 met 6,6 procent in Ierland, 6 procent in Spanje, 2,5 procent in Griekenland en 1,5 procent in Italië. In Duitsland en Nederland echter was sprake van een lichte daling van de inkomensongelijkheid in die periode van respectievelijk 0,2 en 0,6 procent.

De ironie wil dat de vele jaren van loonmatiging in landen als Duitsland en Nederland, vooral het rendement van investeerders spekte, en als vliegwiel fungeerde in het opjagen van de kapitaalstroom naar Zuid-Europa. Daar ontstond een zeepbel, omdat de reële productiviteitsgroei daar die kapitaalstroom – en de daarop verwachtte rendementen – niet bij kon benen. Een veel evenwichtiger inkomensontwikkeling zowel binnen als tussen Noord- en Zuid-Europa is nodig, willen we een herhaling van de eurocrisis voorkomen. Want een groei die zich eenzijdig richt op het verhogen van bedrijfswinsten, in plaats van een welvaartsstijging voor iedereen, is per definitie instabiel.

Achtereenvolgende Nederlandse kabinetten hielpen zeer actief mee in het vergroting van de kapitaalstroom van Noord- naar Zuid-Europa voorafgaand aan de eurocrisis, faciliteerden zuidelijke multinationals al vele jaren bij het fiscaal zeer aantrekkelijk wegsluizen van hun winsten en hielpen hen vervolgens na de crisis ook nog met hun succesvolle pogingen om noodzakelijke lastenverzwaringen van bijvoorbeeld een Griekse, Portugese of Spaanse overheid te ontlopen. Ondertussen moesten deze landen wel keihard bezuinigingen op sociale voorzieningen, ambtenaren en pensioenen en werd de belasting op arbeid en consumptie (btw) opgevoerd, waardoor de denivellering nog verder steeg. Extra triest is dan wel dat onze financiële en politieke elite de schuld voor de crisis vooral bij de zuidelijke landen zelf legde. Alsof Nederland zijn handen in onschuld kon wassen.

Het is zonneklaar dat wij het uit moreel oogpunt alsook uit oogpunt van een duurzame economie met een stabiele financiële sector, aan onszelf en toekomstige generaties verplicht zijn om in te grijpen. We moeten in Europa met grote spoed de belasting op arbeid verlagen en die op kapitaal, grondstoffen en milieuverbruik opvoeren. De aanpak van extreme ongelijkheid en fiscale vrijbuiterij dient topprioriteit te krijgen. In een wereld waarin de 85 rijkste mensen evenveel bezitten als 3,5 miljard van de armste mensen moet dit vanzelfsprekend zijn.

Gelukkig lijkt dit besef nu zelfs tot de 'machtigen' der aarde te zijn doorgedrongen. Dat een paus die zichzelf Franciscus noemt hierin vooroploopt, is niet zo verrassend. Wat wel opzien baart is dat Barack Obama tegenwoordig stelt: Inequality is ‘the defining issue of our time’. De grote vraag is of dit over enkele weken ook het speerpunt wordt van de nieuwe Europese Commissie en het nieuwe Europees parlement.

Tom van der Lee is Directeur Campagnes Oxfam Novib

 

Eerder verschenen al in deze serie:

Joop Hazenberg: 'De haat naar Europa'

Thierry Baudet: 'Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

Hans de Geus: 'Gij zult rood staan'

Hella Hueck: Feiten vertellen niet de waarheid

12 mei 2014 14:26

Columns Europese Verkiezingen

Elke crisis levert een aantal onheilsprofeten op, en de huidige is daarop geen uitzondering. U kent ze wel, de huizenprijzen gaan nog een keer halveren, de werkloosheid zal nog een keer verdubbelen, de EU gaat uit elkaar vallen, de banken gaan allemaal failliet, immigratie zal ons overspoelen en de Euro zal ten onder gaan. Lees Robin Fransman in onze serie over de Europese verkiezingen.

De verschillende noodscenario’s krijgen dit keer hippe namen: Brexit, Nexit, Grexit, Ixit, Frexit, Pexit, Spexit, Dexit.

Zo een crisis doet iets met mensen. Het begint vaak met wanhoop. Men ziet geen licht aan het eind van de tunnel en ziet alleen nog een zichzelf versterkende spiraal naar beneden. Dat is de basis voor de eerste voorspellingen van het einde der tijden. En die zijn reuze populair. Ze worden goed gelezen, getweet, geretweet, ge-liked, en het levert vele uitnodigingen voor debatten en media optredens op. Het levenselixer van de onheilsprofeet.

Dat moet worden vastgehouden en de meningen moeten daarom steeds extremer worden; met nog meer overdrijvingen en hyperbolen gepaard gaan. Een scheldwoord af en toe, een belediging hier en daar, dat scoort.

De problemen ontstaan als de Armageddon uitblijft. De onheilsprofeet ziet zich bedreigd door elk beetje goed nieuws dat voorbij komt. Zijn identiteit loopt gevaar, z’n business model loopt vast, zijn diepste wezen wordt aangetast door het uitblijven van z’n profetieën. Al het slechte nieuws wordt groot gebracht, liefst met een pervers genoegen. Het goede nieuws verzwegen en gebagatelliseerd. De onheilsprofeet verlangt naar de spreekwoordelijke dood, want daarin ligt zijn grote gelijk.

Wanhoop slaat om in woede. Het voorspelde Armageddon blijft uit, maar de schade die we al hebben is eigenlijk al het uitkomen van de voorspellingen. De onheilsprofeet is boos op de elite, want het is allemaal een groot complot, de schuld van het grootkapitaal en natuurlijk van de Lobby. Het volk wordt in de maling genomen, bedonderd en bestolen.

En wij, we kijken er naar. Sommigen geamuseerd, sommigen met afschuw, en sommigen met grote waardering. Er is veel vraag naar onheilsprofeten, maar het duurt gelukkig vaak niet lang.

Uiteindelijk is de onheilsprofeet een slechte kenner van de menselijke deugd. Ze zien de wereld als statisch, waarin vooraf al te bepalen is waar systemen en processen toe leiden. Maar mensen, systemen en processen passen zich aan, ze veranderen en het beleid verandert mee. En zo is een onheilsprofetie meestal een self-denying prophecy. Zo bekeken heeft Marx het kapitalisme gered. Zijn ze toch nog nuttig.

De onheilsprofeten vergeten dat een crisis vooral een verdelingsprobleem is. De lasten van de crisis slaan altijd ongelijk neer, want mensen kunnen niet een beetje werkloos zijn.  Bijna 90% van de Europeanen heeft echter wel een baan, een inkomen, en redelijke vooruitzichten. Zeker, van alles kan beter en democratischer, maar de macht vertrouw ik toch liever toe aan een heilsprofeet dan aan een brenger van de Kladderadatsch.

Straks kunt u stemmen voor de Europese Verkiezingen. Gaat u stemmen voor wanhoop en woede, of voor hoop en optimisme. Kies zorgvuldig, want het is wellicht een uiting van uw identiteit.

Robin Fransman is financieel commentator en voormalig adjunct-directeur van het Holland Financial Centre. Fransman is zeer actief en ook bereikbaar via Twitter: @RF_HFC

 

Eerder verschenen al in deze serie:

Joop Hazenberg: 'De haat naar Europa'

Thierry Baudet: 'Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

Hans de Geus: 'Gij zult rood staan'

Hella Hueck: Feiten vertellen niet de waarheid

12 mei 2014 08:35

Columns Europese Verkiezingen

Feiten vertellen niet de waarheid

Hella Hueck is freelance journalist en werkt onder meer voor Omroep WNL en RTL Z. 

De Europese Unie is ondoorzichtig. Informatie waaruit moet blijken hoe effectief Europees beleid is, blijft 'classified' of 'secret'. Toch moet de journalistiek een eigen drive hebben om de macht te controleren, ook de Brusselse. En daar slagen we nog nauwelijks in, meent Hella Hueck in onze serie over de Europese verkiezingen.

Mijn kinderen waren na twee dagen stromende regen binnen zitten zó balorig geworden, dat ik ze zondag meesleepte naar het Eye Museum in Amsterdam. (Ze hadden al heel wat TV gekeken het weekend, maar hoe maak je nou zo’n film?) In het museumwinkeltje was een notitieboekje te koop waar op stond: “Facts don’t tell the truth.”

Pfff. Als feiten niet de waarheid vertellen, waar ben ik met mijn vak dan in vredesnaam mee bezig, dacht ik. Journalisten zweren bij feiten. We willen de waarheid vertellen. Kijk RTL Nieuws en je weet écht hoe het zit. Toch?

Het subtiele verschil tussen wat feit en waarheid is werd me ’s avonds duidelijk bij de première van Euromania in De Balie. Het gaat over de journalistieke zoektocht van filmmaker Peter Vlemmix naar de toenemende macht van de Europese Unie. Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat 80% van onze wetgeving uit Brussel komt? (Is 80% een feit? [1]) Hoeveel macht hebben we nou over gedragen? Kunnen we nog terug?

Hij interviewt bewust naïef, met een afgezakte spijkerbroek, zoals alleen de Amerikaanse documentairemaker Michael Moore dat kan. Vlemmix schuift aan bij onder andere Nigel Farage van de eurokritische Britse partij UKIP,  geografisch historicus Ewald Engelen en Harry van Bommel van de SP. Dat is waar voor mij de documentaire schuurt. We worden in de documentaire meegenomen in ZIJN waarheid. Nou voel ik persoonlijk ook een groot onbehagen over uitdijende Europese instituten. Maar noem je documentaire geen ‘zoektocht’ als je vooral zeer Europa-kritische sprekers aan het woord laat.  

Maar dat is dan mijn enige kritische noot over een documentaire, waarvan ik vind dat je hem moet zien. Want Vlemmix brengt goed in beeld hoe ondoorzichtig de EU is. Hoe steeds weer grote beslissingen genomen worden (met instemming van ons parlement!) zonder dat de burger echt betrokken wordt. Maar vooral:  hoe weinig controle er is. Nauwelijks zicht op uitgaven die gedaan worden en inzage op hoe effectief beleid is. Informatie is ‘classified’, ‘internal’, of ‘secret’ en blijft in de la liggen. In ieder geval niet toegankelijk voor journalisten en burgers.  

Mijn eigen wake up call was toen Vlemmix aan Chris Ostendorf van de NOS vroeg: Hoe vaak heb jij als correspondent in Brussel een verhaal gemaakt over de invloed van de 15.000 – 30.000 lobbyisten die hier zijn [2]? Niet één, moest Ostendorf toegeven. Ik zou voor de zekerheid ons archief moeten doorploegen, maar bij mijn weten hebben wij zo’n verhaal ook nog nooit gemaakt.

Is dat erg? Besteedt de journalistiek wel genoeg aandacht aan Europa? De Eurofiel zal vinden van niet: als het journaille alleen maar aandacht schenkt aan de Haagse kaasstolp doen we geen recht aan wat er allemaal in Brussel gebeurt. Eurosceptici zijn juist blij met weinig journalistieke aandacht voor Europa: veel aandacht voor de nationale politiek past in het wereldbeeld dat wat hier besloten wordt het meest relevante is. Wat de waarheid is, hoe je de feiten interpreteert, dat is aan jou. Facts don’t tell the truth. Maar de journalistiek moet een eigen drive hebben om de macht te controleren, ook de Brusselse. Daar slagen we nog maar nauwelijks in. Gek eigenlijk. Since when was power boring?     

 

[1] Waar komt die 80% eigenlijk vandaan? In 1988 zei Jacques Delors, toen voorzitter van de Europese Commissie, dat na tien jaar 80% van de wetgeving uit Europa zou komen. Dat getal is een eigen leven gaan leiden. Veel belangrijker is wat de impact is van wetgeving die op Europees niveau van kracht wordt: stel dat de Europese Commissie besluit dat je moet stoppen voor een rood stoplicht. Dat is een regel die voor ons hier in Nederland helemaal geen gevolgen heeft. Maar ook over de impact hebben we nog maar weinig betrouwbaar onderzoek. De Londen School of Economics uit in dit stuk zijn frustraties: veel ‘onderzoek’ is politiek gedreven en statistisch niet betrouwbaar. Politici willen niet de feiten op een rijtje willen hebben, maar hun beleid verdedigen. Wat is feit en wat is waar?

[2] Tussen de 15.000 en 30.000, daar zit nogal wat licht tussen! We weten niet hoeveel lobbyisten er zijn. Er is sinds 2011 een register voor, maar aanmelden is niet verplicht…

Eerder verschenen al in deze serie:

Joop Hazenberg: 'De haat naar Europa'

Thierry Baudet: 'Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

Hans de Geus: 'Gij zult rood staan'

 

09 mei 2014 18:48

Columns Europese Verkiezingen

Europese burgers die vol goede verwachtingen het beste voor hebben met Europese samenwerking worden wel erg op de proef gesteld. Toch moeten we voorwaarts, meent Hans de Geus in onze serie over de Europese Verkiezingen.

Tijdens het hardlopen of afwassen fantaseer ik vaak wat ik zou doen als ik de baas was van de wereld. Heel kinderachtig en ik zal u hier niet lastigvallen met al mijn onuitvoerbare plannen en idealen. Maar wat wel mooi is, denk ik dan hoopvol, is dat we in Europa de mogelijkheid hebben gecreëerd om met zijn allen en zijnde de grootste economie ter wereld nou eindelijk eens wat grensoverschrijdende problemen aan te pakken op een manier die recht doet aan onze eigen, op een rijke historie en diverse culturen gebaseerde, gedeelde waarden.

Een gezamenlijk energieplan, fiscale harmonisering, bevorderen en delen van kennis en innovatie, een betere kwaliteit van bestuur, uitvoering en toezicht door specialisatie en schaal. Dat is waar we het allemaal voor doen.

Dat dat niet altijd even goed lukt is heel jammer, en waar pas echt het bloed mee onder de nagels vandaan wordt getrokken is de doorzichtige Euro-PR waar weldenkende burgers vervolgens mee worden beledigd. Houd daarmee op en leg gewoon uit dat het moeilijk is.

Maar laat ik deze column niet die kant opgaan, de feiten zelf zijn al lastig genoeg. Een paar voorbeelden:

- Wij worden geacht rood te staan op de bank.

Overheden moeten op middellange termijn hun uitgaven en inkomsten vrijwel in evenwicht hebben. Die afspraak ging erin als zoete koek omdat het zo plausibel klinkt. Maar het is verre van logisch en getuigt van grote onkunde. In een gesloten economie tellen per definitie de  overschotten en tekorten van de overheid en de private sector op tot nul. Kijk maar. Als een overheid geen tekort mag hebben, en bedrijven daarnaast de laatste tijd in de praktijk nogal veel blijken te sparen, betekent dat dat gezinnen gedwongen worden om rood te staan [1]. Niemand die de moeite nam dat er even bij te vertellen, bij dat mooie begrotingspact van ons. Wel een cruciale reden waarom de groei maar niet op gang komt en gezinnen in de knel raken.

- Wat gebeurt er met mijn stem?

Over een vermeend democratisch tekort wordt veel geklaagd, maar ik moet u bekennen dat ik daar geen zinnig woord over kan zeggen omdat ik de procedures en samenhang tussen de verschillende instituties niet kan overzien. Maar áls je dan eens ergens induikt, kom je rare dingen tegen. In een stemming door het Europees Parlement om de door de commissie voorgestelde klimaatdoelen ambitieuzer te maken, bleek dat bínnen fracties tegengesteld werd gestemd. Hans van Baalen, die nu eens wél de moeite neemt om te stemmen, stemde tégen, maar zijn VVD fractiegenootjes Manders en Mulder stemden vóór. Hier na te kijken (even Nederland selecteren in het vakje ‘all member states’). Dan ziet u ook dat Corien Wortmann van het CDA/EPP tégen was, maar de rest van haar fractie vóór (per ongeluk op het verkeerde knopje gedrukt?) Mooi dat parlementariërs onafhankelijk en naar geweten stemmen – dat zou in Den Haag meer moeten gebeuren – maar voor burgers is dit niet te volgen. Wat gebeurt er met je stem? [2] Het valt niet te weten.

- Dubbelhartig over soevereiniteit

Toevallig komt Hans van Baalen ook hier als voorbeeld van pas, want het stoort dat hij binnen een partij die met de mond nationale soevereiniteit benadrukt, er geen been in ziet te stemmen voor maatregelen waar macht van de gehéle EU uit handen wordt gegeven aan bijvoorbeeld een Rus of aan investeerders-tribunalen. Pennywise, poundfoolish de achterban naar de mond pratend. Wees eerlijk over drijfveren en verder strekkende gevolgen van maatregelen.

- Race-to-the-bottom

Zo maar een economisch feitje: de industriële productie in Duitsland is onverwacht gedaald in maart. Maar nu komt het. Een oorzaak is, volgens de uitstekende ING analist Carsten Brzeski: “the Eurozone recovery is not (yet) strong enough to have a positive impact on the German industry”. Laat tot u doordringen wat hier staat. Jarenlang moesten tekortlanden bezuinigen, mensen ontslaan, lonen verlagen, nationaal erfgoed privatiseren, alles om Duitse banken en spaarders uit de wind te houden. Spanjaarden, Grieken, ze moesten allemaal als Duitsers doen: zuinig aan, hard werken, exporteren. En nu wordt verwacht dat men eens flink BMW’s en Audi’s gaat kopen om Duitsland verder te helpen. De berooide delen tellen niet meer op tot een bloeiend geheel. Vergelijk het met een tafel die wiebelt. Elk rondje saneren is als het afzagen van een stukje tafelpoot om een wiebelende tafel te stabiliseren. Na de zaagbeurt merk je: verrek, hij wiebelt nóg! Andere 3 poten stukje korter. Etcetera, totdat de tafel geen poot meer over heeft. Tegenspoed zit ingebakken in het Groei- en Stabiliteitspact: we saneren en flexibiliseren elkaar in een neerwaartse spiraal richting werkloosheid en verarming.

Ik sluit maar snel af. Met een oproep aan het Europees apparaat: Help mij me niet mee te laten slepen in Eurocynisme. Houd het schaakbord speelbaar voordat boze krachten het voortijdig met stukken en al omwerpen, want dat levert geen winnaar op. Zelfs geen remise.

 

[1] Afgezien van internationale handel. Met een groot exportoverschot kunnen alle sectoren in een land tegelijkertijd sparen, want dan verhuizen de tekorten naar de landen waar we handel mee drijven. Maar aangezien we de EU graag als een grote interne markt zien is hier de aanname dat we met zijn allen per saldo geen handelsoverschot met China, VS of Mars willen hebben.

[2] Dit is tevens een oproep aan de Brusselse verslaggevers bij de dagbladen: licht er eens een casus uit. Hoe is een besluit tot stand gekomen? En schets periodiek wat er speelt, welke kant beweegt de tanker op, wat viel er op aan het gedrag van fracties en parlementariërs?

Hans de Geus is commentator bij RTLZ en op twitter te volgen via @hansdegeus

 

Eerder verscheen al in deze serie.

Joop Hazenberg: De haat naar Europa

Thierry Baudet: Eurofielen en het antwoord dat nooit gegeven wordt'

09 mei 2014 11:49

Columns Europese Verkiezingen

‘We moeten het beter uitleggen’. Voorstanders van de Europese Unie wringen zich in allerlei bochten, maar een echt antwoord hebben ze niet, meent Thierry Baudet.

Ultieme test
Wanneer ik spreek met voorstanders van het Europese project stel ik hen altijd de vraag: ‘wat zou iemand moeten aantonen, of wat zou er moeten gebeuren, om u van uw overtuiging af te brengen?’ De vraag komt van Karl Popper, die in het vermogen deze vraag te beantwoorden de ultieme test zag voor een rationele, wetenschappelijke benadering. Falsificatie noemde hij dat. Wie een stelling poneert – bijvoorbeeld dat Europese integratie noodzakelijk of belangrijk is – dient daarbij aan te geven wat er zou moeten worden aangetoond of gebeuren om die stelling onderuit te halen. Kan iemand dat niet, dan heeft hij geen rationele of wetenschappelijke opvatting, maar een religieuze of ideologische.

Marxisme ontmaskerd
Popper wist met deze vraag het Marxisme te ontmaskeren. De gedachte dat de geschiedenis de uitdrukking is van een ‘klassenstrijd’ en dat er vroeg of laat een ‘wereldrevolutie’ zal komen, kan op geen enkele wijze worden gefalsificeerd. Het is een gesloten theorie, met een visie op het verleden (‘onderdrukking’) en een visioen van de toekomst (‘revolutie’), en niets kan die theorie doen wankelen. Het Marxisme levert een verklaring voor alles dat er kan gebeuren. Als de arbeidersklasse in opstand komt is dat een bevestiging van de marxistische theorie. Als de arbeidersklasse niet in opstand komt, dan is dat evengoed een bevestiging van de marxistische theorie. Kennelijk wordt de arbeidersklasse dan namelijk nog onderdrukt. ‘We moeten het beter uitleggen’, luidt de eenvoudige conclusie. Wat er ook gebeurt, aan het gelijk van Karl Marx hoeft nooit te worden getwijfeld.

Rond
Precies hetzelfde zien we bij het Europese idee. Op mijn vraag wat iemand zou moeten aantonen, of wat er zou moeten gebeuren, om voorstanders van hun overtuiging af te brengen, krijg ik dan ook nooit antwoord. In plaats daarvan volgt een rituele herhaling van het officiële EU-verhaal. In het verleden was er ‘oorlog’, in de toekomst zal er ‘eenwording’ zijn. Als je dan wijst op het veel grotere belang van de NAVO voor die vrede, op de Koude Oorlog, op het ontstaan van een democratisch Duitsland, op de demografische en technologische ontwikkelingen, enzovoorts, dan luidt het antwoord: maar de EU leidt tot welvaart. Wie dan laat zien dat handel drijven ook zónder Brusselse bureaucratie mogelijk is en dat de euro verschillende lidstaten aan de rand van de economische afgrond heeft gebracht, die krijgt te horen dat het werkelijke belang van de EU gelegen is in het vormen van een ‘blok’ tegen ‘opkomende machten’ als China en Brazilië. Wie zijn gesprekspartner vervolgens voorlegt dat de EU juist de grote, unieke kracht van Europa – namelijk de bestuurlijke en culturele diversiteit – ondermijnt, en dat alle bepalende gebeurtenissen in de Europese geschiedenis, zoals reformatie, Verlichting, en industriële revolutie, juist door die bestuurlijke decentralisatie konden plaatsvinden, dan luidt het antwoord dat we toch niet moeten vergeten dat we al zestig jaar vrede hebben. Zo zijn we weer rond.

Twee snelheden
Stemt de bevolking tegen verdergaande Europese eenwording, bijvoorbeeld via referenda, dan is de conclusie: ‘we moeten het beter uitleggen’. Lopen Brusselse systemen vast, zoals bij de euro, dan ‘is de invoering te vroeg gekomen’. Wijs je er ten slotte op dat de Scandinavische landen nooit akkoord zullen gaan met een federaal Brussel, dan klinkt het pleidooi voor een ‘Europa van twee snelheden’.

Einddoel
Twee snelheden - het klinkt als een open wereldbeeld. Maar het betekent: we rijden op dezelfde weg, in dezelfde richting, alleen de één gaat sneller dan de ander. De eurofiel kan zich geen twee bestemmingen voorstellen. Er is immers maar één bestemming: de geschiedenis heeft maar één richting. Sommigen lopen voorop (ene snelheid), anderen hobbelen achteraan (tweede snelheid) – maar laat niemand zich vergissen in het einddoel.

Gesloten denken
Dat de bevolkingen het niet willen, dat Brussels centralisme niet werkt, dat de economiën van Zuid-Europa instorten, dat in Portugal en Spanje honderdduizenden mensen de straat op gaan, dat zich in Griekenland een Weimar-scenario voltrekt – de voorstander van het Europese project trekt er maar één conclusie uit: meer Europa. Zijn wereldbeeld is even hermetisch als dat van de marxist, en het laat zich op geen enkele wijze door de werkelijkheid bijsturen. Meer dan een halve eeuw na publicatie van Karl Poppers The Open Society and its Enemies is het gesloten denken nog steeds onder ons – springlevend en gedragen door het grootste deel van onze hopeloze elite.

 

Thierry Baudet is jurist en publicist. Volg hem op Twitter

08 mei 2014 12:49

Columns Europese Verkiezingen

De haat richting Brussel is doorgeslagen, maar de Europese democratie moet flink veranderen, wil het project op lange termijn overleven, zegt Joop Hazenberg.

Zakkenvullers. Corrupte bende. EUSSR! De haat richting de Europese Unie is niet van de lucht. Veel van het geklaag en de krachttermen is van hetzelfde slag als de boze burger over Den Haag spuit. Maar als het om Brussel gaat, is het een slagje erger. Zeker in deze Europese verkiezingstijd.

Als EU Watcher - freelance onderzoeker gevestigd in Brussel - bevind ik me tussen twee werelden. Enerzijds loop ik rond in de 'eurobubble', de kongsie van Europees Parlement, Commissie, maatschappelijke organisaties, duizenden lobbyisten, journalisten en ander loslopend wild. Een fantastische wereld waar ik me als 'verkenner van de nieuwe wereld' als een kind in een snoepwinkel voel. Hier wordt geschiedenis gemaakt - eurocrisis, Oekraïne, handel, interne markt, energie - you name it. 

Aan de andere kant sta ik continu in contact met mensen die niet dagelijks met de EU bezig zijn. Burgers, jongeren, ambtenaren, lezers en leken. Ik discussieer met ze op Twitter, geef mijn mening op opiniepagina's (zoals laatst in de NRC), modereer verkiezingsdebatten en houd presentaties over wat in Brussel allemaal gebeurt. 

Wat me steeds weer opvalt is dat de eurobubble alle kenmerken van de befaamde Haagse kaasstolp heeft. Intern gericht, genoegzaam en zelfvoldaan, de 'inwoners' zijn afhankelijk van elkaar, en geluiden van buiten dringen nauwelijks door.

Instortend vertrouwen
Buiten de Brusselse kaasstolp is het beeld totaal anders. Het vertrouwen van Europese burgers in de EU is de afgelopen vijf jaar compleet ingestort. In Nederland ging het percentage van 50 naar 28 procent, in Spanje van 80 naar 46 procent. Als ik dat opbreng in Brussel krijg ik steevast het antwoord: 'ach, het vertrouwen in nationale politiek is ook laag.' Alsof het om een generiek probleem gaat. 

Ik denk dat de mensen die in de Europese instellingen werken, of er bij betrokken zijn, onvoldoende beseffen hoe groot de breuk is tussen volk en Europa. Er is zelfs een flinke haat aan het ontstaan die het Europese integratieproces volledig kan ondermijnen. Dat merk ik zelf ook al: hoewel ik hier in Brussel als freelancer actief ben, word ik heel vaak beticht van het zijn van 'eurocraat', lid van de 'superstaat-elite', ben ik een 'smerige subsidietrekker' enzovoorts. Het onderscheid tussen beschouwer en lid van een criminele bende is moeilijk te maken. 

Waarom is die haat zo groot? Ik zie de woede zelfs langskomen in commentaren van hoogopgeleide vrienden op Facebook, die ook spreken over zakkenvullers en Brusselse kloothommels. 

De kanker van de eurocrisis
Ten eerste: angst. Een interne markt met onder meer vrij verkeer van personen leidt tot nogal wat veranderingen op het straatbeeld. Bij mij om de hoek zit een Poolse supermarkt. Willen mensen dat? Eigenlijk niet. De nadelen van Europese integratie zijn immers zichtbaarder dan de voordelen, zoals Nederlandse ondernemers die massaal naar de nieuwe lidstaten zijn getrokken om daar te investeren. 

Twee: de eurocrisis. Die is niets minder dan een kanker die de EU zal verwoesten, vertelde een Franse pro-Europeaan me. Hij heeft gelijk. De eurozone is van meet af aan verkeerd opgezet, landen als Griekenland hadden nooit moeten worden toegelaten, en daar betalen we nu de prijs voor - onder meer met enorme overdracht van soevereiniteit naar Brussel en Frankfurt. Intussen zijn 27 miljoen mensen werkloos. De foute opzet van de eurocrisis is daarvan de oorzaak: landen als Spanje en Italië hoefden jarenlang niet te hervormen dankzij goedkoop en veilig geld uit het noorden. 

Drie: Europese democratie is een lachertje. Zeg eerlijk, hoeveel europarlementariërs kent u? Wat zijn hun taken en wat hebben zij de afgelopen vijf jaar voor u gedaan? Ja, het Europees Parlement heeft de afgelopen jaren steeds meer macht gekregen, maar het is nog steeds een gemankeerde democratie. De Commissie is geen regering maar voornamelijk een bureaucratisch apparaat. En ook al zullen partijen als de PVV en Front National veel stemmen krijgen, dan nog zal het integratieproces onverminderd doorgaan. Bovendien haken mensen af: iedere nieuwe verkiezingsronde van het Europees Parlement levert een lager opkomstpercentage op.

Ik vind de haat richting Brussel doorgeslagen, zeker omdat mensen vaak niet goed geïnformeerd zijn over wat hier gebeurt en dat er wel degelijk wordt gevochten om Europa beter en sterker te maken. Maar leuke dingen doen voor de burger, zoals goedkoop bellen in het buitenland, is niet voldoende. De Europese democratie moet flink veranderen, wil het project op lange termijn overleven. Zoals Jan Techau van Carnegie Europe tegen me zei: 'Je kan op deze manier niet verder. Maar ik zie niemand met serieuze voorstellen komen.'

 

Joop Hazenberg is EU Watcher, volg hem op Twitter of bezoek zijn website