Roderick Veelo

Nederland: vrijplaats voor oorlogsmisdadigers

03 maart 2016 06:03

Executies, marteling, corruptie. Je kunt het allemaal op je geweten hebben en toch met open armen ontvangen worden in Nederland. Een gotspe, vindt columnist Roderick Veelo.

Er lopen zeker dertig mensen vrij rond in Nederland, waar genoeg bewijs tegen is om vast te stellen dat ze oorlogsmisdadigers zijn. Die misdaden hebben ze begaan in Nigeria, Eritrea, Soedan, op de Kaukasus en twintig van hen komen uit Syrië.

Er zijn er die het lang niet voor mogelijk hielden, maar deze asielzoekers zijn met de vluchtelingenstroom deze kant op mee gereisd. Hun reputatie is bevestigd door andere asielzoekers en door het speurwerk van particulieren. De IND onderschrijft die informatie en gaat er vanuit dat de asielzoekers verantwoordelijk zijn voor executies, martelingen en andere gruweldaden.

En nu? Nu niets.

De bewijslast is voldoende om hen uit te sluiten van een verblijfsvergunning, maar volgens asielonderminister Dijkhoff is er onvoldoende bewijs om hen te vervolgen. Wat? Zo snel als de openbaar aanklager de Nederlander Jitse Akse kon vast zetten wegens vechten tegen de vijand, zo moeilijk lijkt het deze verdachten te vervolgen.

Terugsturen is uit den boze, omdat vluchtelingenverdragen niet toestaan mensen terug een oorlog in te sturen, ook al hebben ze daar zelf enthousiast aan meegedaan. En dus mogen deze oorlogsmisdadigers hier illegaal - maar in vrijheid - verblijven, zónder status, maar mét bed, bad en brood. Dat deze heren thuis niet stil gezeten hebben, doet vermoeden dat ze de dag hier ook wel doorkomen. In het gunstigste geval met af en toe een zwart betaalde klus voor een extra zakcentje. Volgens Dijkhoff krijgen de verdachten ieder half jaar een uitnodiging (welk adres?) voor een kop koffie en een gesprek over een vrijwillig vertrek (waarheen?). Hoe gaat zo’n gesprek? "Vertrekken? Laat mij eens nadenken...." 

Omdat in deze vluchtelingencrisis je de vergelijkingen met de Tweede Wereldoorlog om de oren vliegen, staat u mij de volgende analogie toe. Beulen, kampbewakers en ander nazituig werd het in '44-'45 in Duitsland te heet onder de voeten en wisten naar Zwitserland of Spanje te vluchten en velen daarna naar Zuid-Amerika. Als de ijdele hoop van Nederland om weer neutraal te blijven door de Duitsers was gehonoreerd, hadden we ze ook hier ontvangen. Bij Lobith terug de oorlog induwen? Uit den boze. Vervolgen? Te ingewikkeld.

Nou bleken die nazibeulen goed voor zichzelf te kunnen zorgen en na de oorlog nog best een riant bestaan op te kunnen bouwen. In een aantal gevallen hinderlijk onderbroken door de Israëlische geheime dienst en het voortreffelijke speurwerk van nazi-jager Simon Wiesenthal.

De kans dat de oorlogsmisdadigers van nu hun vervolging ontlopen is groot. Nederland biedt hen die kans. Een kans die niet beperkt blijft tot deze dertig. Het wordt bellen met de collega's die hun werk nog aan het afmaken zijn in Aleppo, Raqqa, Eritrea en Nigeria. Geen verblijfsvergunning, maar je kunt hier wel veilig schuilen, op adem komen en als de oorlog lang genoeg duurt misschien profiteren van een volgend generaal pardon. En anders zoek je in alle rust een nieuwe bestemming.

We staan erbij en kijken ernaar: Nederland als vrijplaats voor oorlogsmisdadigers. Het is een gotspe.

Welke verdragen moeten er veranderen? Met welke juridische ingreep krijgt het recht zijn loop? Ik heb het gevraagd aan advocaat André Seebregts: