Henri Bontenbal

Het dier is een ding geworden

13 maart 2016 11:41

Sinds de zomer hebben wij thuis twee kippen. Twee zusjes zijn het en we hebben ze Marianne en Esther genoemd (misschien wel hierom). Sinds Marianne en Esther een soort van onderdeel van ons gezin uitmaken, ben ik toch weer opnieuw gaan nadenken over de manier waarop we omgaan met dieren. 

Marianne en Esther hebben een prima leven bij ons. Althans, dat denken wij. Ze krijgen genoeg te eten – inclusief het avondeten dat overblijft. Heel circulair allemaal. Ze hebben een mooi hok en in het weekend laten we ze loslopen in de tuin. In ruil voor deze kost en inwoning confisqueren wij de eieren. Het zijn niet zulke grote, maar toch.

Thumbnail

Marianne en Esther (zie foto) hebben geluk. Zij hebben het namelijk een stuk beter dan hun soortgenoten. Zo worden in Nederland jaarlijks zo’n 45 miljoen pasgeboren kuiketjes versnipperd en vergast, omdat ze van het mannelijke geslacht zijn. Vijf-en-veertig-miljoen stuks. Door de hakselaar. Wie op een vrije zaterdagochtend ook maar een uurtje op internet zoekt naar de misstanden in de intensieve veehouderij zal vermoedelijk met minder smaak z’n eitje bij het ontbijt afpellen.

De kratten met kuikens, de lopende banden, overvolle stallen, bebloede en gestreste varkens bij de slachterij.

Nu was ik niet van plan in deze column een tirade te gaan afsteken tegen de agrarische sector in Nederland. Dat zou te makkelijk zijn. Het zou ook geen recht doen aan alle boeren die met hart en ziel voor dier en milieu hun (familie)bedrijf runnen. Deze column gaat over mij en over u.

Want hoe komt het dat we ons niet meer interesseren voor datgene dat achter ons pondje kipfilet schuilgaat? Waarom accepteren we dat miljoenen dieren in ons land als ding behandeld worden en niet als dier? Waarom kijken we zo makkelijk weg? Waarom zijn we niet bereid niet meer te betalen voor een goed stukje duurzaam vlees? Waarom willen we niet betalen voor dierenwelzijn?

Nu ben ik uiteraard niet de eerste die hierover heeft nagedacht. De analyse die mij het meest overtuigt lees ik in de brief van de paus. Daarin schrijft hij uitgebreid over wat hij noemt het 'technologisch paradigma'. Wij zijn op een beperkte manier naar de wereld en onszelf gaan kijken, schrijft de paus, namelijk door de lens van de wetenschappelijke methode. Onze houding is er een van bezit, beheersing en manipulatie geworden.

De paus schrijft: "Het ingrijpen van het menselijk wezen in de natuur heeft altijd plaatsgevonden, maar lange tijd heeft dit het karakter gehad van een begeleiden, een ondersteunen van de door de dingen zelf geboden mogelijkheden. (…) Daarentegen is wat nu belangrijker is, al het mogelijke uit de dingen te halen door overal de menselijke hand op te leggen, die de neiging heeft de werkelijkheid zelf van hetgeen zij voor zich heeft, te negeren of te vergeten."

De natuur en het dier zijn dingen geworden, die wij naar believen manipuleren, verhakselen, uitputten en consumeren. We missen het  besef dat deze werkelijkheid buiten onszelf een intrinsieke waardigheid heeft. Of zoals de Britse filosoof Roger Scruton in een essay over het eten van dieren zegt: we missen de 'piëteit', de eerbied. Hij schrijft:

"Ik heb sterk de behoefte om nog een ander aspect van de menselijke natuur in het centrum van onze relatie met onze natuurlijke omgeving te plaatsen (…): piëteit. Ik bedoel dit als uitgangspunt om onze zwakke, afhankelijke toestand te erkennen en om de wereld om ons heen met eerbied en nederigheid onder ogen te komen."

Terug naar onze kippen. Marianne en Esther zijn ons kleine protest tegen de absurde manier waarop we met de natuur en dieren omgaan. Het ligt voor de hand ze te slachten als ze geen eieren meer leggen. Maar misschien zijn we tegen die tijd wel helemaal vegetariër geworden, geven we hen absolutie en krijgen ze een fijn pensioen.