Henri Bontenbal

Memorie van Grieven

15 april 2016 06:30

Deze week verstuurde de landsadvocaat namens de Staat der Nederlanden haar Memorie van Grieven naar de het Gerechtshof Den Haag in het hoger beroep tegen de uitspraak in de zogenoemde klimaatzaak. In deze zaak die door Stichting Urgenda is aangespannen, kreeg de Staat het deksel op haar neus en werd verplicht om eind 2020 de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen te verlagen met 25% ten opzichte van 1990.

In het verweer van de Staat staat een aantal argumenten die hout snijden. Zoals het verweer dat de aanpak van klimaatverandering vooral een Europese kwestie is en alleen succes heeft met een gezamenlijke aanpak. Ook stelt de Staat terecht dat reductie van CO2-uitstoot in Nederland kan leiden tot extra uitstoot in andere Europese landen. Maar het betoog bevat ook een redenering waarvan de tranen in m’n ogen springen.

De Staat gebruikt namelijk het volgende argument. Ik citeer: “Het ‘emissie aandeel’ van Nederland in de wereld is met 0,35% zeer klein. De reductiekoers in de wereld wordt door nationale maatregelen slechts minimaal beïnvloed. Een modelmatige berekening toont aan dat de extra reductie zoals bevolen door de rechtbank 0.000045 ⁰C minder gemiddelde wereldwijde opwarming tot 2100 tot gevolg zou hebben. Dit effect, dat wegvalt tegen alle onzekerheden die met een dergelijke berekening samenhangen, heeft geen meetbaar effect op het gevaar van klimaatverandering.”

Laat deze redenering even tot u doordringen.

Stelt u zich eens voor dat u zich voor de rechter moet verantwoorden voor de diefstal van 1.000 euro en uw advocaat gebruikt de volgende redenering: “Jaarlijks wordt in Nederland voor 1 miljard euro gestolen. Mijn client heeft dus maar 0,0001% daarvan ontvreemd. Op het totaal is dat dus bijna niks. Trouwens, de schade die deze diefstal op nationaal niveau veroorzaakt, is met enige onzekerheid omgeven en dat betekent dat de schade die mijn client heeft veroorzaakt, geen meetbaar schadelijk effect heeft.” Wat zou de rechter zeggen, denkt u?

Het is vreemd dat de Staat zo’n drogredenering nodig heeft. Elk land zou immers naar vermogen en aandeel in de uitstoot moeten bijdragen aan de oplossing van het klimaatprobleem. Niet voor niets wordt de opgave geformuleerd in procenten en niet in absolute getallen.

Laten we nog even verder kauwen op de zin ‘naar vermogen en aandeel in de uitstoot’. Want wat betekent dit precies? Intuitief lijkt het redelijk om van een rijk land een grotere inspanning te verwachten dan een arm land of een opkomende economie. Daarnaast lijkt het ook redelijk om te kijken naar de uitstoot per capita, dus per hoofd van de bevolking. In de volgende tabel heb ik (enigszins willekeurig) de cijfers voor een aantal landen bij elkaar gezet.


Thumbnail

Wat zien we hier? Inderdaad, het aandeel van Nederland in de mondiale CO2-uitstoot is klein, zo’n 0,44%. Maar gerekend naar de CO2-uitstoot per inwoner, is de uitstoot hoog, vooral wanneer we deze vergelijken met India en Ethiopië. In de derde kolom zien we dat China en India eruit springen qua CO2-intensiteit gerelateerd aan de omvang van de economie. Deze economiën draaien vooral op (vervuilende) industrieën, die voor een deel produceren voor de meer welvarende landen. Tot slot zien we in de laatste kolom dat Nederland het qua GDP per inwoners erg goed doet. Nederland is een rijk land. Wat deze tabel niet laat zien is de totale uitstoot (cumulatief) sinds – noem eens wat – 1950. De ontwikkelde landen, met een zevende van de wereldbevolking, heeft sinds 1950 zo’n 70% van de broeikasgassen geproduceerd. Daarnaast zou je nog van alles kunnen schrijven over het ‘outsourcen’ van emissies.

In 1994 werd onder leiding van de Verenigde Naties een raamwerk afgesproken om klimaatverandering te beperken, de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC). Dit verdrag is door Nederland geratificeerd. De klimaatconferentie zoals vorig jaar in Parijs is gehouden, is een onderdeel van de uitwerking van dit raamwerk. Artikel 3 van het verdrag luidt: “The Parties should protect the climate system for the benefit of present and future generations of humankind, on the basis of equity and in accordance with their common but differentiated responsibilities and respective capabilities. Accordingly, the developed country Parties should take the lead in combating climate change and the adverse effects thereof.”

De woorden ‘common but differentiated responsibilities and respective capabilities’ zijn hierin cruciaal. Over deze zinsnede is al veel debatteerd. (Lees hierover meer in deze notitie van het WRI.) Maar in het licht van dit – door Nederland gesteunde – uitgangspunt is het bovenstaande citaat uit de Memorie van Grieven een flinke misser.

Het is niet alleen een misser, het is ook misplaatst. Kijk eens naar China. In 2015 werd mondiaal een recordbedrag geïnvesteerd in duurzame energie. Van de 329 miljard dollar werd 111 miljard dollar door China geïnvesteerd en 59 miljard door Europa. Inmiddels spendeert China per inwoner evenveel aan duurzame energie dan Europa en vier keer zoveel (!) als dit gerelateerd wordt aan het GDP. Hoezo loopt Europa voorop?

Tot zover mijn Memorie van Grieven.