Kitty Koelemeijer

Aandeelhouders moeten nu over de brug komen

06 april 2020 11:27

De coronacrisis is onvergelijkbaar met alle voorgaande crises. Zowel naar de oorzaak als naar de wereldwijde sociaaleconomische impact. Minister-president Rutte noemde de coronacrisis zelfs ‘een van de zwaarste periodes buiten oorlogstijd’.

De crisis die voor Europa begon met beperkte beschikbaarheid van aanbod uit Azië, heeft geleid tot noodzakelijke maatregelen van overheidswege met ingrijpende gevolgen voor veel economische sectoren. Het onmiddellijke gevolg daarvan is een afname van cashflow en werkkapitaal en daarmee begint de ellende.

Want crediteuren moeten worden betaald terwijl de omzet sterk gedaald is en debiteuren kunnen of willen niet betalen. En het einde van de ‘intelligente lockdown’ is vooralsnog nog niet in zicht.

Het grote afwentelen

Het cashflowprobleem zorgt ervoor dat ondernemingen allerlei capriolen uithalen om hun positie te verbeteren. Het meest zichtbaar is dat nu in de retailsector. Als een van de eerste, maar zeker niet als enige.

Er wordt al weken schande gesproken over de vele winkelketens die de betalingstermijn aan hun leveranciers eenzijdig verlengen of huurkorting afdwingen. Ondernemingen die zo groot zijn dat ze een langere betalingstermijn kunnen opleggen aan leveranciers of huurkorting kunnen eisen wentelen daarmee hun problemen af op schakels in de keten vóór hen.

En die fabrikanten, groothandelaren, logistieke dienstverleners, vastgoedexploitanten en andere toeleveranciers moeten maar zien hoe zij aan hun geld komen, om op hun beurt aan hun verplichtingen te voldoen. Ook in andere economische sectoren speelt dit probleem, met alle gevolgen van dien.

Genereuze overheid en welwillende banken

De overheid komt met een genereus pakket financiële steunmaatregelen. “We hebben diepe zakken en die mogen helemaal leeg”, zo klinkt het. “Maar het kan niet alle pijn wegnemen.” 

Zo zien veel van de 900.000 zzp’ers die hun onderneming als hoofdinkomen hebben ondanks overheidssteun hun inkomen dalen en houden de hand op de portemonnee. Uitstel van belasting- en rentebetalingen voorkomt niet dat investeringen worden uit- of afgesteld.

Banken zijn het volgende station, maar ook zij kunnen geen ijzer met handen breken. Veel ondernemingen zullen moeilijk extra financiering kunnen krijgen. Want de toekomstige resultaten moeten het wel toelaten. Ook al wordt de business weer als vanouds, wat in veel gevallen niet zo zal zijn.

Ook vragen banken doorgaans, naast kostenbesparingen en overheidsgarantie een bijdrage van de aandeelhouders. Het gevolg is dat het verzoek om extra financiering voor menige onderneming zal worden afgewezen of slechts met een hoge risico-opslag wordt toegekend.   

Dividendstop gaat niet ver genoeg

Normaal gesproken zou het deel van de winst die overblijft na dividenduitkering voldoende moeten zijn om de continuïteit van een onderneming te garanderen. Maar we leven niet meer in normale tijden; geen onderneming had zich op de coronacrisis kunnen voorbereiden.

De verantwoordelijkheid van aandeelhouders, ook die van niet-beursgenoteerde ondernemingen, moet nu verder gaan dan het accepteren van uit- of afstel van dividend in het crisisjaar.

Dat geldt zeker voor die private equitybedrijven die in het verleden grote sommen dividend hebben uitgekeerd en nu afwachten tot betere tijden aanbreken. Onder de aandeelhouders van deze bedrijven zijn nota bene grote pensioenfondsen die maatschappelijke verantwoordelijkheid hoog op de agenda hebben staan.

De coronacrisis wordt onvermijdelijk gevolgd door een financieel-economische crisis waarin voor veel ondernemingen redding alleen mogelijk zal zijn door een eigen vermogensinjectie of het inbrengen van onderpand door de aandeelhouder.

Het is nu belangrijker dan ooit dat aandeelhouders deze stap daadwerkelijk zetten. Een moreel beroep haalt weinig uit, vrees ik. Tenzij de coronacrisis wordt beschouwd als een vorm van natuurlijke selectie zou kunnen worden overwogen aandeelhouders ertoe aan te zetten een onderneming te redden. 

Dat kan voor private equity bijvoorbeeld door de renteaftrek onder voorwaarden te verruimen tot boven 30 procent van het brutoresultaat. Ook voor anders gefinancierde ondernemingen zouden incentives moeten worden bedacht. Dat is nodig en op korte termijn effectiever dan het doen van een beroep op nog in te stellen (Europese) noodfondsen.

Het herstel van onze economie hangt ervan af. Het geld is er, nu de wil nog.