Leo Lucassen

Het schizofrene Europese migratiebeleid

23 september 2019 06:38

In de Hongaarse stad Mór, zo’n dertig kilometer ten westen van Budapest, hangt sinds kort aan een van de huizen een Mongoolse vlag. De bewoners zijn Borolzoi en Narandelger Chinbat, die sinds kort in een fabriek voor autostoelen werken.

Het stel maakt deel uit van een snel groeiende groep arbeidsmigranten uit Aziatische landen (naast Mongolië, China, India en Vietnam), Servië en de Oekraïne. Werden er in 2015 in Hongarije nog 12.000 verblijfsvergunningen aan niet EU- burgers uitgereikt, in 2018 was dat aantal al vervijfvoudigd tot 61.000, aldus een artikel in de The Wall Street Journal van 8 september dit jaar.

Op zichzelf hoeft die spectaculaire groei niet te verbazen. Ook in andere Oost-Europese landen zoals Polen en Slowakije neemt het aantal 'derdelanders' snel toe. De bevolking krimpt er immers al jaren en het tekort aan arbeid wordt nog versterkt door de voortgaande, tamelijk substantiële emigratie (300.000 Hongaren in het afgelopen decennium) van jonge Hongaren en Polen naar West-Europa, waar ze veel meer kunnen verdienen. Daarnaast voelen velen zich steeds minder thuis door de xenofobe en antidemocratische wind die er in hun geboorteland waait.

Dat de komst van arbeidsmigranten vloekt met de door premier Orbán belichaamde, sterk islamofobe, anti-immigratie stemming, is ook veel Hongaren niet ontgaan. Zo krijgt Orbán sinds de verruiming van de arbeidsmigratie in 2018 de wind van voren van de extreemrechtse Jobbik partij. In Polen, vier keer zo groot, gaat het met bijna 700.000 verblijfsvergunningen in 2017, om nog veel grotere aantallen.

Waar de oostgrens van de EU dus tamelijk poreus aan het worden is, wordt die in het zuiden steeds rigoureuzer afgegrendeld. Met als gevolg dat er al sinds 2015 tienduizenden vluchtelingen in Griekenland verkommeren, Turkije Syrische vluchtelingen terug naar oorlogsgebied stuurt en de EU met man en macht tot diep in Afrika asielzoekers en arbeidsmigranten tegen probeert te houden. Met alle dodelijke en onmenselijke gevolgen van dien.

De oorzaak van deze schizofrene situatie is gelegen in drie tamelijk hardnekkige misverstanden. Ten eerste, dat er miljoenen Afrikanen en Aziaten op het punt zouden staan om Europa te bereiken en dat dit onorthodoxe maatregelen rechtvaardigt. Ten tweede dat asielzoekers uit islamitische landen niet kunnen of willen integreren en er alleen maar op uit zijn te profiteren van onze verzorgingsstaat. En tot slot dat door de opwarming van de aarde het aantal klimaatvluchtelingen razendsnel zal toenemen, met – uiteraard – Europa als eindbestemming.

Alle drie de aannames zijn door wetenschappers en experts echter onderuit gehaald. Veel van de Afrikaanse en Aziatische migranten zouden misschien het continent wel willen verlaten, maar hebben daar niet het geld en de contacten voor en migreren vooral binnen de eigen regio. En zo'n 80 procent van degenen die wel verder weg van huis geraken, zoals jonge mannen uit West-Afrika die via de Sahara landen als Libië, Algerije en Tunesië willen bereiken, zijn helemaal niet van plan naar Europa door te reizen. Al sinds de jaren zeventig zoeken verreweg de meesten werk in Noord-Afrika.

En dan zijn er de asielzoekers, de meerderheid uit Afghanistan, Irak en Syrië. Zij hopen een rustig, stabiel land met een goed functionerende rechtsstaat bereid te vinden hen op te nemen, zodat ze weer een nieuw leven op kunnen bouwen. Onderzoek naar landgenoten die in de jaren '90 kwamen laat zien dat zij niets liever willen dan de draad weer op te pakken en het label van vluchteling kwijt te raken.

Helaas ontbrak het destijds, en ook nu, aan een goed doordacht en effectief beleid om hen aan het werk te helpen. Onder meer omdat dat een (nooit aangetoonde) 'aanzuigende' werking op anderen zou hebben. En wat die zo gevreesde klimaatvluchtelingen betreft: onderzoek wijst uit dat die vooral in de eigen regio blijven, omdat ze hopen toch weer terug te kunnen en omdat ze geen geld hebben om een lange reis te ondernemen.

Nog afgezien van humanitaire en juridische (het vluchtelingenverdrag) argumenten is er met een krimpende Europese bevolking en tekorten op de arbeidsmarkt veel voor te zeggen om het roer van het uiterst restrictieve (en dodelijke) Fort Europa beleid om te gooien. Dat betekent concreet dat we moeten gaan nadenken over een structurele opvang van vluchtelingen in plaats van onze grenzen zodanig te externaliseren dat mensen alleen nog maar voor veel geld en gevaar voor eigen leven het territorium van een EU lidstaat kunnen bereiken.

Maar evenzeer over de – al dan niet tijdelijke - toelating van lager geschoolde arbeidsmigranten tot de arbeidsmarkt van de Europese Unie. Dat moge in deze tijden van xenofobie wellicht wereldvreemd, utopisch (of volgens sommigen knettergek) klinken, maar het is  – mits goed vormgegeven – verre te verkiezen boven de jaarlijks duizenden doden in de Middellandse Zee en de Sahara en martelingen in Libische detentiekampen.

Zo'n herijking zou bovendien een nuttig medicijn kunnen zijn tegen het schizofrene migratiebeleid van EU-lidstaten en tegen de xenofobische wind die nu al enige decennia door Europa waait.