Roderick Veelo

Amsterdam verder zonder VOC en ruggengraat

11 april 2019 06:19

Onder hoge druk veranderen ondernemers in Amsterdam de naam van hun café. Er wordt gedreigd met brandstichting. Het is de druppel in een emmer dreigementen die in anderhalf jaar tijd tot de rand toe werd gevuld. Vijfentwintig jaar bestaat het VOC Café. De veiligheid van het personeel gaat voor en hun levenswerk moet door. Dan maar toegeven aan terreur.

Het VOC Café is mooie horeca in een van de oudste gebouwen van de hoofdstad, de Schreierstoren (1487) tegenover het Centraal Station. Je kunt er prima eten en drinken. Er wordt ook getrouwd en er is een aparte ruimte, waar we met RTL Z nog wel eens tussen eeuwenoude muren hebben zitten brainstormen over onze toekomst.

Anderhalf jaar geleden begonnen de dreigementen. Via Facebook maakte iemand bezwaar tegen de naam van het café en de verwijzing naar de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Er volgde een oproep het café te bestoken met e-mails en de eigenaren te wijzen op de 'gewelddadige en oorlogszuchtige' kanten van de VOC.

Volgens de linkse actiegroep Doorbraak is de VOC geen naam om reclame mee te maken en geven de eigenaren van het café de slachtoffers van de VOC (1602-1800) een trap na.

De Verenigde Oostindische Compagnie was een particuliere handelsonderneming met een aanzienlijke militaire uitrusting. Rond 1700 was de helft van het personeel soldaat. Het geweld werd in ruime mate gebruikt in oorlogen over handelsroutes en de zeggenschap over de kolonies tussen Kaap de Goede Hoop en de Straat van Magellaan.

De bedreigers van het VOC Café leggen de nadruk op het Nederlandse slavernijverleden. Een populair thema dat vaker wordt ingezet in een poging namen en afbeeldingen van historische figuren uit het straatbeeld te verwijderen.

De maritiem historicus Matthias van Rossum heeft in zijn studie 'Kleurrijke tragiek' (2015) becijferd dat de VOC gedurende haar bestaan zo'n 50.000 slaven heeft verhandeld. Vanuit ons huidig perspectief zijn dat er 50.000 teveel, maar voor de VOC was de slavenhandel zeker geen core business. Het kwam neer op 0,5 procent van de totale winst.

Het leed dat de Compagnie verder aanrichtte vinden we onder meer bij Portugezen en Chinezen. Bij de slag om Ceylon (1658) hebben de Hollanders duizenden Portugezen omgebracht. En de Bataafse Furie is het verhaal van de wraak op de Chinezen van Batavia. Een vergelding die bijna 10.000 Chinezen niet hebben overleefd.

Ik geloof niet dat de Portugese en Chinese toeristen in Amsterdam zich wegens deze historische drama's gekwetst voelen en met een grote boog om het VOC Café heen lopen. Wanneer zij in een toeristengids stuiten op de resten van ons VOC-verleden, dan is er - voor wie het nodig heeft - een schrale troost voorhanden: die Hollanders kregen er in de Oost soms ook ongenadig hard van langs.

Maar goed, dat boeit de bedreigers van het VOC Café niet. Zij vinden gewoon dat die naam verdwijnen moet. Net zoals ze eisen dat de Coentunnel anders heet, Zwarte Piet verboden wordt en er in TivoliVredenburg geen kinderen meer cowboytje en indiaantje mogen spelen.

Om anderen hun wil op te leggen gebruikt het gilde der onverdraagzamen de laffe maar effectieve methode van de intimidatie. In het geval van het VOC Café werd er via sociale media een campagne gestart om het café te mijden en was er een oproep slechte recensies te schrijven om de klandizie weg te jagen.

Het Facebookbericht van de anonieme held Johnnie Wandelaar was de druppel: "Dit café aanbidt slavernij met in hun naam een onderneming die slavenhandel dreef. De fik erin (burn the place)."

Na anderhalf jaar zorgen en slaaptekort halen de café-eigenaren bakzeil en verdwijnt de naam. Een kostbare klus. De gevel moet anders, het logo moet van de glazen, van de vlaggen, van al het materiaal. De website moet om, evenals de marketing. De naamsverandering loopt in de duizenden euro's.

En het kost niet alleen geld, maar ook tijd. Het stel hoopt dat de bedreigers dat snappen en hen die tijd ook geven. Hardwerkende ondernemers op hun knieën voor dreigementen van politieke extremisten. Dat noemen we terreur.

En waar is de politie? Waar is het bestuur van de 'lieve stad'? Waar is de burgemeester van de stad van hoop

Het café-echtpaar heeft aangifte van bedreiging gedaan. Van de politie hebben ze daarna niks meer gehoord. Geen bericht van het Openbaar Ministerie. En niets vernomen van burgemeester Halsema.

Als ik burgemeester was en een van de oudste monumenten in mijn stad wordt bedreigd met brandstichting was ik op z'n minst poolshoogte komen nemen. In de Amsterdamse gemeenteraad heeft vooralsnog alleen Forum voor Democratie schriftelijke vragen aan het college gesteld naar aanleiding van een alarmerend stuk over deze zaak in Het Parool.

Dit gaat niet over het koloniale verleden of de naam van een café. Dit gaat over de rechtsstaat, die mensen beschermt en paal en perk stelt aan hen die met chantage en dreigementen anderen hun wil wensen op te leggen.

En het gaat over een overheid die de rechtsstaat handhaaft. Die geen oogjes dichtknijpt omdat ze het politieke ongemak en het gehamer op collectieve schaamte een keer aan zich voorbij wil laten gaan. Of nog erger, dat ze de naamsverandering eigenlijk wel toejuichen.

Ik begrijp de behoefte aan rust bij de uitbaters Sebastiaan Povsé en Amber Wolffenbuttel, maar toegeven aan terreur is vragen om meer. "Activisme en de druk opvoeren helpt dus", kraait het post-koloniale verzet al.

Inderdaad, chantage en terreur loont in Amsterdam. Het was anders gegaan als het café-echtpaar er niet alleen voor had gestaan en zich gesteund had gevoeld door een gemeentebestuur met ruggengraat.