Hans Stegeman

De consument heeft altijd gelijk

26 februari 2019 06:04

Opzienbarend nieuws vorige week: het consumentenvertrouwen in Nederland is voor het eerst in vier jaar weer in de min gedoken. Volatiliteit in het sentiment van consumenten is weliswaar niet ongewoon, maar toch meenden vele deskundigen, commentatoren en beleidsmakers dat daar nu toch echt geen aanleiding voor is. Immers, de economie groeit gestaag en de werkloosheid is historisch laag.

Als we de ontwikkeling van het consumentenvertrouwen in het verleden bekijken, is er echter alle reden om bezorgd te zijn over de toekomst. Zoals altijd zijn er verschillende redenen waarom we ons zorgen moeten maken.

Vooruitkijken in plaats van omzien

Eenieder die zegt dat consumenten het niet snappen, begrijpt zelf niet goed wat de cijfers in deze index eigenlijk zeggen. Keer op keer is gebleken dat het consumentenvertrouwen een vrij goede vooruitlopende indicator is op een omslag in de economie.

Neem bijvoorbeeld 2008. In het begin van dat jaar daalde het vertrouwen van consumenten van een dikke plus in de zomer van 2007 naar, toen voor het eerst sinds enige tijd, weer een min in februari 2008. Ogenschijnlijk zonder enige aanleiding. De economie draaide uitstekend en de werkloosheid bedroeg slechts 3,6 procent.

Een half jaar later was het echter goed mis. Het consumentenvertrouwen kwam vervolgens niet meer boven de nul uit tot en met 2014.

Ook begin jaren negentig, aan het begin van deze eeuw en in 2011 daalde het consumentenvertrouwen fors en bleek dit telkens de voorbode van economisch zware tijden.

Nu, in februari 2019, draait de economie naar behoren en staat de werkloosheid opnieuw op een zeer laag niveau. Toch daalt ook nu het consumentenvertrouwen, voor het eerst sinds 2015, weer tot onder de nul. Hebben wij opnieuw te maken met een voorbode voor zwaar weer?

Onzekerheid op de arbeidsmarkt en achterblijvende lonen

De geschiedenis moge zichzelf dan nooit herhalen, toch is het altijd gevaarlijk om te zeggen dat het deze keer anders is. Net als in 2008 zijn de internationale economische omstandigheden onzeker. En net als in 2008 is de internationale schuldenberg hoog, hoger nog dan toen. Specifiek voor de Nederlandse consument komt daar, net als toen, de nog altijd voortslepende pensioendiscussie nog eens bij.

Een duidelijk verschil met tien jaar geleden is dat de gemiddelde werknemer de afgelopen jaren minder heeft geprofiteerd van de hoogconjunctuur dan in de jaren voorafgaand aan de financiële crisis van tien jaar geleden.

De brutolonen stegen in de vijf jaar voor die grootste crisis met gemiddeld drie procent. De afgelopen vijf jaar was dat gemiddeld slechts een procent.

Wat nu ook echt anders is, is de onzekerheid op de arbeidsmarkt. Een steeds groter deel van de banen is flexibel. Tijdelijke contracten of als zzp'er van opdracht naar opdracht hoppen. De toegenomen inkomensonzekerheid die hiervan het gevolg is, kan leiden tot een snellere verslechtering van het sentiment, omdat de gevolgen van een economische neergang eerder voor meer mensen voelbaar zijn.

Onzekerheid over instituties

Maar het zou ook nog wel eens zo kunnen zijn dat de snelle daling in het consumentenvertrouwen van de afgelopen maanden is ingegeven door een heel andere, maar vrij fundamentele discussie: de klimaatdiscussie.

Ik heb het dan niet over de redenen voor maatregelen of over de maatregelen zelf. Het grootste effect op het sentiment zou wel eens kunnen komen van de polarisatie in de discussie. Vooral over de geloofwaardigheid van de argumenten en zelfs van instituties. Onze politici werken daar helaas hard aan mee.

Het helpt niet als er continu discussie blijft bestaan over wetenschappelijk onbetwiste feiten. Het helpt ook niet als onafhankelijke instituten worden beschadigd, zoals het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dit bureau kreeg heel politiek Den Haag over zich heen omdat ze haar berekening van energiekosten op een oudere aanname had gebaseerd en vervolgens de uitkomst onwelgevallig bleek. Dezelfde politici die over het PBL heen vielen wisten echter dat de berekening op deze oudere aanname was gebaseerd.

Zo beschouwd is het consumentenvertrouwen niet alleen maar een indicator voor de staat van de economie, maar ook voor het vertrouwen in instituties. En dan zijn de vooruitzichten eigenlijk dus nog somberder.

Beleidsmakers kunnen de daling in het consumentenvertrouwen daarom maar beter heel serieus nemen. Als aanwijzing voor economisch magere tijden, maar ook om op het eigen handelen te reflecteren.