Roderick Veelo

Boekverbranden voor de goede zaak

22 juni 2017 05:56

Studenten die docenten het lesgeven onmogelijk maken en hun ontslag op staande voet eisen. Medestudenten met een afwijkende mening die in de klas geïntimideerd worden. Het vrije debat op Amerikaanse scholen en universiteiten ligt zo onder vuur, dat de Senaat er deze week een hoorzitting over hield.

De senatoren maken zich zorgen over de gang van zaken op de campussen, omdat die inmiddels op voet van oorlog staat met het recht op vrije meningsuiting, gewaarborgd in de Amerikaanse grondwet.

Als je de verslagen leest en de praktijk van de intimidatie ziet, valt vooral de onverdraagzaamheid op waarmee de 'strijders voor sociale gerechtigheid' hun opvattingen kracht bij zetten. Het doet denken aan het fanatisme van de rode gardisten tijdens de culturele revolutie in China. Het probleem is niet wat de studenten vinden, maar dat zij hun eisen met geweld proberen af te dwingen.

Het probleem is urgent geworden, omdat het aantal universiteiten waar studenten de vrije meningsuiting als gevaar beschouwen groeit. De 'strijders voor sociale gerechtigheid' voeren voor hun onverzoenlijkheid aan, dat de vrije meningsuiting van de een de onvrijheid van een ander betekent. Daarom is zwijgen beter dan kwetsen. 

Los van mijn idee dat we hier te maken hebben met een gotspe van jewelste, is het ook een drogreden van formaat. Want op basis hiervan de vrije meningsuiting aan banden leggen, veronderstelt dat iedereen van elkaar weet wat kwetst en wat niet. En dat een rechter ook op de hoogte kan zijn van al onze individuele gevoeligheden. Dat is meer dan onwaarschijnlijk.

De echte reden om de vrijheid van spreken en schrijven aan banden te leggen is een stuk minder sociaal betrokken. Het fanatisme, de woede en de intolerantie komen uiteindelijk voort uit het onvermogen de andere opinie te verdragen. De bron van die woede is de angst voor de andere mening. In het psychologisch woordenboek heet dat opinievrees.

Mensen die lijden aan opiniefobie zijn vanzelfsprekend tegen de vrije uitwisseling van ideeën en argumenten, omdat zij de overtuiging hebben dat voor de ene opvatting wel plaats is en voor een andere niet.

De drang om anderen de mond te snoeren is van alle tijden en niet voorbehouden aan een groep hysterische Amerikaanse studenten. Zij plaatsen zichzelf in het dubieuze gezelschap van dictators, religieuze dogmatici en mensen die bereid zijn tot moord om een ander het zwijgen op te leggen. Een stelletje onverdraagzame angsthazen bij elkaar.

Datzelfde geldt voor de Canadese en Duitse parlementariërs, die via wetgeving voorsorteren op welke ideeën en gedachten geschikt zijn voor het debat en welke niet. De censuurwet in Duitsland vindt de grondwet op z'n pad en lijkt het niet te gaan halen. Maar in Canada is de intellectuele vrijheid voor een open debat over religie inmiddels begraven.

De censors van onze tijd gaan verkleed als strijders voor sociale rechtvaardigheid, als liberale politici of intellectuele anti-racisten. Deze boekverbranders hebben allemaal hun eigen nobele dekmantel voor hun gezamenlijke aandoening: de angst voor de ongewenste mening.