Mathijs Bouman

Zwalkende Britten maken Brexit-onderhandeling moeilijk

22 juni 2017 14:05

Eerst was het een angstbeeld, toen werd het griezelige realiteit, maar inmiddels begint het al meer op een gênante grap te lijken. De Britten willen de Europese Unie verlaten, maar een vol jaar nadat kleine meerderheid van de Britse kiezers voor de Brexit stemde is de manier waarop ze dat willen doen volstrekt onduidelijk en hebben de Britten zelfs hun inzet voor de onderhandelingen nog niet rond.

Die onderhandelingen – om de grap compleet te maken – zijn afgelopen maandag wel al van start te zijn. De Britse premier belooft haar bevolking de beste deal die mogelijk is, maar heeft zichzelf door verkiezingen uit te schrijven en die vervolgens te verliezen, grandioos in de eigen voet geschoten. Haar onderhandelingsmandaat is onduidelijk want zonder absolute meerderheid in het Britse Lagerhuis, moet ze voor iedere afspraak in Brussel eigenlijk eerst langs bij het parlement.

Theresa May’s onderhandelingsstrategie bestaat uit niet veel meer dan het dreigement dat ‘geen deal beter is dan een slechte deal’. Zo hoopt ze de druk op Europa te houden: geef me een goede deal, of het Verenigd Koninkrijk verlaat over twee jaar de EU zonder afspraken.

Maar een effectief dreigement heeft op z’n minst de schijn van geloofwaardigheid. Zonder deal wordt handel drijven met de EU voor de Britten veel moeilijker, kunnen Britse banken geen diensten meer leveren, en gaat mogelijk zelfs het Europese luchtruim dicht voor de Britten. Voor dat laatste is in elk geval Ryanair cfo Neil Sorahan bang. ‘In het ergste geval zal er een periode lang geen vluchten mogelijk zijn tussen het VK en Europa’, zei hij dit voorjaar.

Martin Wolf, columnist van de Financial Times, vatte de no-deal-optie onlangs krachtige samen:  ‘insane’ noemde hij dit idee -  gestoord. 

Een zwakke Britse regering, zonder duidelijke doelstelling en met een ongeloofwaardige strategie, het lijkt een feestje voor de EU-onderhandelaars. Maar het omgekeerde is waar. Voor goede, effectieve onderhandelingen heb je juist een stevige tegenstander nodig, die weet wat z’n belangen en doelstellingen zijn en die een voorspelbare, stabiele strategie hanteert. Alleen met zo’n onderhandelingspartner kun je stapsgewijs aan een voor beide partijen aanvaardbaar resultaat werken.

Daarom moeten ook de Europese onderhandelaars hopen dat de Britten binnenkort hun ‘act together’ krijgen. Als ze daaraan kunnen bijdragen, dan moeten ze dat niet laten. Bijvoorbeeld door met constructieve voorstellen te komen, die de Britten al een eindje tegemoet komen, of op z’n minst inschikkelijk te zijn als het gaat om het bepalen van de onderhandelingsagenda. Vooral geen zout in de Britse wonden te strooien en zeker niet smalen en lachen om de zwakke, zwalkende May die eerst tegen Brexit was, toen juist voor en het nu eigenlijk gewoon niet meer weet.