Marieke Blom

Allemaal een tiny house en lummelen maar – in de vakantie

30 juli 2018 06:22

Nog even en ik sta op de camping. Ik was er de borden af, met de hand. Ik leef traag en beleef het genoegen van 'terug naar de basis'. Uren ben ik zoet met dingen die ik thuis in een handomdraai doe. Ik voel aarde aan mijn voeten. "Meer dan dit heb ik niet nodig", zal ik denken. Dat weet ik zeker, want vorig jaar dacht ik het ook.

Ik zie en hoor het overal om me heen. "Wat is het toch eigenlijk een gekte allemaal in de stad", zegt de buurman op de camping. "Hier voelen we weer dat we met heel weinig toe kunnen." Het is dat gevoel, dat aan de basis ligt van de tiny house-beweging: in piepkleine huisjes, liefst midden in de natuur, kun je je onttrekken aan de gekte van de maatschappij.

Twee behoeftes lopen er in elkaar over. We willen minder schade aan de planeet, maar bovenal snakken we zelf naar meer rust. Ik zie overal mensen met zelfhulpboeken over hoe je rust en ruimte in je hoofd kun creëren. Ik zag groot enthousiasme toen afgelopen weekend een MIT-hoogleraar in NRC verkondigde dat we meer moeten lummelen. Dat wil zeggen: meer tijd verspillen, zonder doel (en minder online zijn). Op Twitter (online dus!) riep zijn verhaal een golf van vreugde op. We moeten terug naar de basis, waarin we meer lummelen en wonen in een tiny house, vat ik het gevoel maar even samen.  

Ja, ik begrijp het gevoel. Maar nee, het is niet erg doordacht.

Ten eerste maken de mensen die 'terug gaan naar de basis' bijna allemaal een heel vrije keuze. De verhalen komen vooral van hoogopgeleide mensen, die alles binnen bereik hebben en daarom (even) alles kunnen loslaten. Als het nodig is, of als de zomer voorbij is, kunnen ze terug naar een ruim en warm huis, een ziekenhuis of weten ze dat ze de 'normale' arbeidsmarkt weer op kunnen. Ze kunnen eruit stappen én zonodig weten ze dat ze terug kunnen vallen. De 'basis' waarnaar wij terug gaan ligt op zo'n veilige en gerieflijke ondergrond, veel decadenter wordt het niet.

En bovendien, stel je de wereld voor, als iedereen in een tiny house ging zitten lummelen. Dus ook de leraren, brandweermannen, verpleegkundigen, bouwvakkers en politieagenten. Iedereen die in Azië onze kleding en smartphones maakt. En om het beeld compleet te maken: stel je voor dat onze ouders en voorouders allemaal hadden besloten dat 'lummelen in een tiny house' wel goed genoeg was geweest. Eerste conclusie: ze zouden zich dat niet kunnen veroorloven. Belangrijker: het is juist het harde en betrokken werk van velen, dat onze maatschappij die veilige en gerieflijke ondergrond maakt, waarbinnen wij kunnen besluiten om terug te gaan naar de basis.

Begrijp me niet verkeerd: laten we vooral manieren verzinnen om de schade aan de planeet te beperken. Laten we beter met tijd en druk omgaan. Maar ons allemaal lummelend terugtrekken in een tiny house, creëert niet de wereld waar we zo naar verlangen.

Nou ja, tenzij we het voor even doen. We noemen het vakantie. Ons tiny house is een caravan of een chaletje. We lummelen ons hoofd leeg, wetend dat dit echte rijkdom is. En dat lege hoofd (zegt die MIT-professor), dat blijkt uiteindelijk dus productiever. Zodat het daarna weer lekker aan de slag kan. Nog heel even en ik doe mee.