Matthias Pauw

De puinhopen van vier jaar Wiebes

20 juni 2018 15:09

Eric Wiebes kwam ruim vier jaar geleden politiek Den Haag binnengerold als opvolger van de mislukte staatssecretaris Frans Weekers. De eigenzinnige wethouder uit Amsterdam had een belangrijke taak: de bende bij de Belastingdienst opruimen.

Die verkeerde bij Wiebes' aantreden in deplorabele staat. De ICT-systemen waren hopeloos verouderd, de dienst opereerde als een zelfstandig eiland binnen de overheid en de werkwijze van het personeel was uit de tijd.

Aan de kersverse staatssecretaris om de boel te redden, te beginnen bij een uitstroomregeling. En daar begon de echte ellende voor Wiebes. Die regeling liep volledig uit de hand, waardoor duizenden ambtenaren binnen een mum van tijd de fiscus wilden verlaten met een grote zak geld.

Dat de regeling zo gierend uit de klauwen liep, hield de staatssecretaris veel te lang stil, wat hem woede van de Kamer kwam te staan. Maar de intelligente en geestige Wiebes had zijn krediet nog niet verspeeld en beloofde beterschap. Maar het kwam niet.

Bij zijn afscheidsdebat als staatssecretaris waren de conclusies hard en pijnlijk: van de reorganisatie was nog maar bitter weinig terecht gekomen, het grootste deel van het budget was opgeslurpt door de vertrekregeling en de ICT-problemen waren nog altijd niet opgelost.

Misschien waren dat heldendaden die niet verlangd konden worden van Wiebes, maar ook na zijn vertrek kwamen er lijken uit de kast. Tijdens zijn bewind bleek de inning van de erfbelasting vrijwel tot stilstand te zijn gekomen, wederom door problemen met de ICT.  

De fiscus inde vorig jaar 450 miljoen aan schenk- en erfbelasting niet: de problemen waren bekend, maar werden verzwegen. Ondanks de tientallen debatten die gevoerd waren over openheid en informatievoorziening aan de Kamer. Zelfs Wiebes' opvolger Menno Snel kwam tot de conclusie dat de Kamer niet voldoende was geïnformeerd.

De nieuwe Wiebes: held en schlemiel van Groningen

Inmiddels was staatssecretaris Wiebes gepromoveerd tot minister van Economische Zaken. En weer wachtte hem bij zijn aantreden een loodzware klus: Groningen. De door aardbevingen geplaagde provincie snakt naar verlichting en voelde zich niet gehoord door voorganger Henk Kamp.

Al snel bleek dat er met Wiebes een nieuwe wind was gaan waaien. Waar iedereen verwachtte dat hij in maart zou aankondigen dat de gaswinning gehalveerd zou worden, kwam hij met een knaller: uiterlijk in 2030 komt er geen pufje gas meer uit de Groninger bodem. Een held was geboren.

Ook zette hij vaart achter het herstel van zo'n 1600 beschadigde woningen. In Groningen waren ze blij met de empathische en meedenkende minister, maar het was van korte duur.

In weerwil van eerdere afspraken besloot Wiebes toch dat het schadeherstel maar moest wachten tot er een rapport ligt van de Mijnraad. Hiermee haalde Wiebes zich niet alleen de woede op de hals van de Nationaal Coördinator Groningen, maar ook van de burgers.

Volgens Hans Alders, de inmiddels opgestapte NCG, zette het 'eenzijdige besluit' een streep door de gemaakte afspraken en liet Wiebes toch weer zijn oren hangen naar de NAM. Het overleg met de lagere overheden en de belanghebbenden is inmiddels geklapt door de vertrouwensbreuk.

Wiebes: oliemannetje van een onverdedigbare maatregel

En dan is er nog de dividendbelasting: het door het kabinet onderschatte politieke mijnenveld waarin ook Wiebes rond blijkt te lopen.

Na narrige en vinnige debatten met de Tweede Kamer, waarin premier Rutte en staatssecretaris Snel keer op keer weigerden om stukken te openbaren die het nut zouden aantonen van het afschaffen van de dividendbelasting, werden ze op 24 oktober dan toch publiek: onverwacht bleek ook Wiebes een twijfelachtige rol gespeeld te hebben bij de besluitvorming hierover.

Het afschaffen van de belasting kost de staat 1,4 miljard euro per jaar (of mogelijk nog meer) en komt alleen ten goede aan een select groepje buitenlandse aandeelhouders en belastingdiensten. Vooral onder druk van bedrijven als Shell en Unilever pleitte de VVD tijdens de onderhandelingen voor het schrappen van de belasting. Met succes, bleek later, maar de coalitiepartners moesten worden overtuigd.

Dat deed minister-president Mark Rutte met een memo in de hand, waar inhoudelijk maar weinig van deugde. De schrijver van het 'partijstuk': Eric Wiebes.

In het stuk noemt Wiebes een handvol namen van bedrijven die Nederland links zouden laten liggen vanwege de dividendbelasting of het vestigingsklimaat. Uit onderzoek van RTL Z bleek dat dat onzin was.

De artikelen waar Wiebes naar verwees, bleken keer op keer niet de stelling van Wiebes te ondersteunen. Daarbij permitteerde de toenmalig staatssecretaris zich zelfs om te verwijzen naar een opiniestuk (dat alsnog zijn stelling niet bleek te ondersteunen).

Maar ook die gifbeker bleek nog voller te zitten dan aanvankelijk het geval leek. Uit onderzoek van Follow The Money naar hetzelfde memo bleek dat de enige wetenschappelijke onderbouwing in het stuk óók niet in de haak was. En zo kwam aan het licht dat het op zijn minst onzorgvuldige – of misschien zelfs bewust misleidende – werk van Wiebes de basis vormde om een controversiële fiscale maatregel er doorheen te rommelen.

Volgende week wacht het kabinet weer een debat over de dividendbelasting, waar ook de rol van Wiebes aan de orde komt.

De grote vraag is nu: hoelang kan de voormalige belofte van de VVD nog blijven dansen op de smeulende resten die hij in vier jaar heeft achterlaten?