Marieke Blom

De strijd om de arbeidsmarkt is al lang gestreden

30 april 2018 05:16

Het wordt een hete zomer. Morgen, op 1 mei, de Dag van de Arbeid, start de FNV 'het Offensief'. In elk geval tot Prinsjesdag zal de vakbond werkgevers en kabinet inpeperen dat de verhouding tussen flexibel en vast werken anders moet. De strijd om zekerheid is geopend.

Waar maakt de FNV bezwaar tegen? Het flexibele deel van de arbeidsmarkt omvat bijna vier op de tien werkenden, als we de zelfstandigen meetellen. Het aandeel werkenden met weinig zekerheid is groot, na jaren van sterke groei en er is al veel geschreven over de persoonlijke gevolgen daarvan.

Een ander verschil zit hem in de beloning: door omweggetjes via verschillende ca's kan een uitzendkracht of een payroller hetzelfde werk doen als een werknemer, maar voor een lager salaris of met bijvoorbeeld minder pensioenopbouw.

Wie heeft er last van? Vooral de laagopgeleiden. Slechts de helft van hen heeft tegenwoordig nog een vast contract. Bij de hoogopgeleiden is dat zeventig procent.

Maar die statistiek zegt nog niet alles, want de bak 'flexibel' is divers: het kan gaan om een nulurenoproepcontract via een uitzendbureau, een payrollcontract, een zzp-contract of om een 'jaarcontract met uitzicht op vast'. De mate van zekerheid die al die contracten bieden lopen behoorlijk uit elkaar.

Je raadt het reeds: hoogopgeleiden met een flexibel contract krijgen vooral jaarcontracten – meestal met uitzicht op vast. De meest onzekere varianten van flexibel werk (nuluren, oproep, uitzendwerk) zijn vooral voorbehouden aan laagopgeleiden. Voor een deel komt dat door alle jongeren met een bijbaantje op oproepbasis, maar ook zonder die vertekening nemen vooral de laagopgeleiden de meeste flexibiliteit voor hun rekening.

De arbeidsmarkt is in tweeën gescheurd op grond van opleidingsniveau. En de ironie is natuurlijk dat wie zekerheid nodig heeft, die niet krijgt en wie best zonder zou kunnen juist wél.

De basis voor de scheuring ligt al in 1999. Toen trad de Wet flexibiliteit en zekerheid in werking. Daarin werden de mogelijkheden verruimd voor het afsluiten van tijdelijke contracten en het gebruik van uitzendovereenkomsten.

In de twee decennia erna vormden allerlei olifantenpaadjes de Nederlandse arbeidsmarkt om tot een ingewikkeld labyrint van vele contracten en regelingen.

Het is nu juist de enorme diversiteit in de flexibele contracten en in de cao's die het aanpakken hiervan ingewikkeld maakt. Want om met bijvoorbeeld de wet Arbeidsmarkt in Balans enige grip te krijgen op de arbeidsmarkt, moet er op al die varianten en omwegen iets geregeld én na invoering gehandhaafd worden. En die ene wet, die gaat bovendien weer niet over de zzp-ers, de pensioenen en de aow-leeftijd. Dat zit in andere wetten en regels. Al die regelgeving samen bepaalt hoe duur een vast contract is, en dus welke routes populair worden.

De strijd om zekerheid is al in de vorige eeuw gestreden, ongetwijfeld zonder dat mensen zich realiseerden hoe vergaand en scheef de gevolgen zouden zijn. Het labyrint zal vernieuwd worden, sommige routes worden minder aantrekkelijk, maar vervolgens is het vooral afwachten waar de nieuwe olifantenpaadjes ontstaan. Het is slecht nieuws voor de 80 tot 90 procent van de flexwerkers die aangeven dat ze liever een vast contract zouden hebben.

Eén Offensief kan misschien een hete zomer maken. Maar dat een offensief het vaste contract weer echt tot de norm maakt, die kans lijkt me nihil.