Lars Duursma

Geen donor? Prima. Maar dan wel consequent zijn

19 februari 2018 06:36

Ze hadden er weinig tijd voor nodig. Binnen 24 uur nadat de Eerste Kamer de nieuwe donorwet had aangenomen, lieten ruim 30.000 mensen direct registreren dat ze beslist géén organen willen afstaan. Per saldo betekent dat nog steeds een toename van ruim elf miljoen potentiële donoren. En toch steekt het. Want hoe rechtvaardig is het dat mensen die er bewust voor kiezen geen organen af te staan, zelf wel aanspraak maken op de organen van anderen?

Wat mij vooral opviel in de discussie over de nieuwe wet, is hoeveel het ging over de donoren en hun nabestaanden. Over een andere groep ging het merkwaardig genoeg nauwelijks: de 150 Nederlanders die elk jaar overlijden terwijl ze op de wachtlijst staan voor een orgaan. Vaders, moeders, kinderen – allen worden ze genadeloos uit het leven gerukt, terwijl ze vaak nog een heel leven voor zich hadden. En over hún nabestaanden ging het al helemaal niet.

Dat kille cijfer van 150 maskeert bovendien een werkelijkheid die veel schrijnender is: de meeste mensen die een orgaan nodig hebben, staan niet op de wachtlijst. Om in aanmerking te komen voor een nieuw orgaan, moet je namelijk doodziek zijn, maar wél gezond genoeg om de ingreep en de periode erna te overleven. Van de ‘gelukkigen’ die de wachtlijst halen, moeten elk jaar een kleine honderd er voortijdig af omdat hun conditie inmiddels te zeer is verslechterd.

Het afgelopen decennium is er van alles geprobeerd om het aantal donoren te vergroten: er kwam betere voorlichting, de coördinatie van de hele donorketen werd verbeterd en er werden barrières weggenomen voor donatie bij leven. Zonder succes.

We krijgen nu eindelijk het systeem dat in landen als België, Frankrijk, Spanje, Italië, Oostenrijk, Noorwegen, Finland, Slovenië, Hongarije, Tsjechië en Kroatië allang haar vruchten afwerpt: je bent een potentiële donor, tenzij je aangeeft dat je niet wil. Met veel waarborgen: als ook maar één van je nabestaanden bezwaar maakt, zullen artsen niet overgaan tot donatie – zelfs niet als je dat zelf wel graag wilde.

Hoewel verre van perfect, vormt deze wet een enorme stap in de goede richting. Het is een stap die voor de vele mensen die afhankelijk zijn van een donororgaan letterlijk het verschil kan betekenen tussen leven en dood.

Dat door de nieuwe wet meer mensen zich zouden registreren als niet-donor, viel te verwachten. Vanaf de zomer van 2020 is iedereen die niets registreert immers donor – mits je nabestaanden daarmee akkoord gaan. Uit eerder onderzoek kwam bovendien een markant gegeven naar voren: daar waar negen van de tien Nederlanders graag een donororgaan ontvangen als dat nodig is, zijn slechts zes van de tien bereid tot donatie. Dat wringt.

Op iedere suggestie om het ontvangen van donororganen uitsluitend toegankelijk te maken voor wie zelf donor is, rust een aardig taboe. Vroeger deed ik er zelf vrolijk aan mee. "Volstrekt onethisch!" riep ik direct als iemand het voorstelde. En: "Als je dat doet, geef je niet-donors die een orgaan nodig hebben de facto de doodstraf. Vind je nou werkelijk dat de keuze om geen donor te zijn erger is dan de misdaden van Robert M. en Volkert van der G.?"

Ik vergeleek het weleens met een cruiseschip waar zojuist een meisje overboord is gevallen. Stel je eens voor dat de enige man die het doorheeft, er bewust voor kiest om niets te doen. Terwijl hij naast een reddingsboei staat, kijkt hij toe hoe het meisje verdrinkt. Tot hij even later zelf overboord valt. Maar dan nu het dilemma: zou jij deze man een reddingsboei toewerpen? Ik wel. We moeten met z'n allen immers beter zijn dan een houding van 'oog om oog, tand om tand'. Beter dan 'lekker puh'. Niemand verdient de doodstraf.

De werkelijkheid is helaas veel complexer dan dit voorbeeld. Want iemand die onderaan de wachtlijst staat voor een orgaan, hééft van de samenleving de facto al de doodstraf gekregen. Vertaald naar het cruiseschip zou de vraag dus niet moeten zijn of je die man een reddingsboei toewerpt, maar of je zo iemand een reddingsboei toewerpt ten koste van iemand anders. Ten koste van iemand die even daarvoor wel bereid was om het leven van een ander te redden.

Zelfs met de meest geavanceerde technologie liggen de jaarlijkse overlevingskansen van een 25-jarige nierpatiënt die afhankelijk is van nierdialyse, lager dan die van haar 80-jarige opa. De kans dat opa 81 wordt, is dus groter dan de kans dat zij zonder donornier de 26 haalt.

In zo'n situatie mogen we wat mij betreft best bespreekbaar maken of het gerechtvaardigd is dat niet-donoren net zo veel kans maken op een orgaan als degenen die zelf wél donor zijn. Juist ook omdat het niet zijn van donor met de nieuwe wet niet langer het gevolg kan zijn van luiheid of laksheid, maar altijd het resultaat is van een welbewuste afweging.

Als het gaat om wie in aanmerking komt voor het ontvangen van een donororgaan, hoeven we niemand bij voorbaat uit te sluiten. Maar wat mij betreft komen alle mensen die er bewust voor kiezen om zelf geen organen af te staan wel onderaan de wachtlijst.

Volg Lars op Twitter of meld je aan voor gratis overtuigtips.

Lars Duursma is oprichter van Debatrix. Hij coacht CEO’s en geeft lezingen door heel Europa op het gebied van framing, storytelling en overtuigingskracht.