Hans Stegeman

De onterechte adoratie en kritiek op de Donut Economie

03 januari 2018 17:27

Ik heb me de afgelopen weken erg verbaasd over de felheid en de defensieve reacties van diverse economen op het boek van Kate Raworth, de Donut Economie. Zie bijvoorbeeld de negatieve reacties in het AD en het FD.

Maar ik was ook verbaasd over de enthousiaste reacties van niet-economen: zo veel nieuws stond er wat mij betreft nu ook weer niet in het boek. Vanwaar toch dat defensief aan de ene kant en adoratie aan de andere kant?

Over het boek

Ik heb het boek afgelopen voorjaar gelezen toen het net uit was. Ik werd niet afgeleid door de uitspraken van de schrijfster, of door de vele positieve en negatieve reacties die het boek inmiddels ten deel zijn gevallen. Ik kon in alle rust mijn eigen oordeel vellen: leuk boek, duidelijk geschreven voor een breder publiek.

Ik heb het niet gelezen als kritiek op de economische wetenschap. Wel deels als kritiek op de vertaling van economische theorie in economische beleid.

De inhoud

Wat is nu eigenlijk de boodschap van het boek? Raworth’s belangrijkste stelling is dat het standaardinstrumentarium van economen in de praktijk vaak niet voldoet. Een aantal van haar stellingen en meningen wijken af van de mainstream opvattingen.

Zelf vind en vond ik dat niet het meest opvallend. Alle argumenten zijn gebaseerd op economische wetenschap, zij het niet altijd mainstream. Twee voorbeelden daarvan uit de praktijk.

Raworth pleit ervoor economische groei niet centraal te stellen. Economen zijn het er (in ieder geval in theorie) doorgaans over eens dat welvaartsmaximalisatie niet zo veel met groei van de economie te maken heeft. 

Maar in de praktijk blijkt het ingewikkeld een werkbaar alternatief voor economische groei als beleidsdoelstelling te formuleren. Het is te makkelijk en te verleidelijk om vele beleidsafwegingen afhankelijk te maken van het effect op economische groei. In veel macromodellen die de plannen van beleidsmakers doorrekenen is dat nou net de kernvariabele.

Een tweede voorbeeld van een weerbarstige praktijk is de door Raworth bepleite circulaire economie: een economisch systeem waarbij het zo optimaal mogelijk benutten van natuurlijke hulpbronnen centraal staat.

De transitie naar een circulaire economie laat zich bepaald niet gemakkelijk vangen in het standaard instrumentarium van economen. Het gaat niet alleen over in geld te vangen en dus te beprijzen variabelen, maar ook en wellicht vooral over nieuwe organisatie- en samenwerkingsverbanden. Kortom, een systeemverandering.

Standaard macromodellen hebben daar de nodige moeite mee. Complexiteitstheorie, waar ze een hoofdstuk aan wijdt, kan hier bijvoorbeeld meer inzicht bieden.

Vanwaar die enthousiaste reacties?

Maar waarom dan toch de omarming van dit boek? Dat is vrij makkelijk uit te leggen: timing, toegankelijkheid en handelingsperspectief. Het boek gaat over de uitdagingen van onze tijd, uitdagingen waarvan iedereen inmiddels wel door heeft dat die niet vanzelf worden opgelost, zoals klimaatverandering.

En dan wel zo uitgelegd dat het voor de gemiddelde krantenlezer prima te volgen is. Raworth komt met sprekende beelden om te laten zien wat 'niet-standaard' betekent. Deze afbeeldingen helpen het denkkader juist voor niet-economen te vergroten.

Waarom die zuurheid?

Veel economen zijn daardoor duidelijk op hun teentjes getrapt. Ze vinden dat Raworth (vooral in interviews naar ik begrijp) een karikatuur maakt van de economische wetenschap. Dat ze onvolledig of (nog erger!) selectief citeert uit de literatuur van het vakgebied. Voor economen die dag en nacht met hun vak bezig zijn, kan dat een stevig affront zijn.

Ik denk echter dat we die zuurheid uiteindelijk anders moeten duiden. Er is blijkbaar een groot gat tussen de manier waarop economie door een groot deel van de economen als wetenschap wordt beoefend, wat door hen 'economische wetenschap' wordt genoemd, en de praktische vertaling en communicatie van de uitkomsten van die wetenschap.

Dat is het gat waarin Raworth is gesprongen. De elf pagina's met referenties mogen dan verre van volledig zijn, ze bestaan wel bijna volledig uit werk dat gepubliceerd is door economen.

Handelingsperspectief

Misschien is het verschil van inzicht wel het meest duidelijk uit te leggen aan de hand van een boek waar veel economen heel erg dol op zijn: Economics for the common good van Nobelprijswinnaar Jean Tirole. In het hoofdstuk over klimaatverandering legt hij heel geduldig en keurig uit dat de beste oplossing toch echt het beprijzen van de broeikasgassen is.

Een andere manier is er volgens hem niet. Tja, dit is de oplossing die we al jaren zonder succes proberen. En dat gebrek aan succes analyseert Tirole dan ook nog eens keurig!

Nieuwe economie

Daartegenover staat dat het boek van Raworth. Ze geeft je aan de hand van voorbeelden het idee dat er wel degelijk werkbare oplossingen zijn. Dat we een handelingsperspectief hebben door de economie anders te organiseren. Hoewel haar oplossingen mogelijk nog niet genoeg doordacht zijn, is haar boodschap prettiger en nodigt uit tot verdere discussie.

Betekent die boodschap een volledig nieuwe economie? Nee. Betekent dit kritiek op de economische wetenschap? Ook niet. Kritiek op beleid? Ja.

Volgende week is Raworth in Nederland. Ik ben erg benieuwd naar de houding van economen: richten ze zich vooral op het nog meer gaten schieten in de donut, of gaan ze de discussie aan om vervolgens samen naar oplossingen te gaan zoeken.