Andere bedrijven harder geraakt

ING verwacht relatief weinig faillissementen in de horeca

29 juni 2020 12:06 Aangepast: 29 juni 2020 12:17
Tijdens Pasen 2019 zaten de terrassen in Breda nog vol. Beeld © ANP

De economische krimp die Nederland dit jaar om de oren krijgt door de coronacrisis, zorgt de komende maanden en ook volgend jaar voor een toenemend aantal faillissementen. Ondanks dat de horeca zwaar getroffen wordt, zullen in die sector niet opeens honderden bedrijven bankroet gaan.

Die verwachting spreken de economen van ING uit in een nieuwe raming. Voor 2021 verwacht het ING Economisch Bureau dat 1,5 tot 2,5 procent van de Nederlandse bedrijven op de fles gaat. Dat komt neer op 6500 tot 10.000 faillissementen.

Het gros daarvan valt naar alle waarschijnlijkheid niet in door corona zwaar getroffen sectoren als de horeca en de non-food detailhandel, is de verwachting. De economen voeren daar twee redenen voor aan.

'Geordend' opdoeken

Als de economische groei aantrekt, krijgen horecabedrijven bijvoorbeeld al snel meer geld in kas. Zij krijgen vaak direct betaald door hun klanten, terwijl ze hun leveranciers met enige vertraging kunnen uitbetalen. 

Daar komt bij dat horecaondernemers over het algemeen weinig dure machines of andere erg waardevolle spullen in bezit hebben. Dat maakt een faillissement minder aantrekkelijk voor schuldeisers: er valt weinig te halen. Net als de non-food detailhandel kan de horeca relatief eenvoudig zelf het bedrijf opdoeken.  

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Branche in zwaar weer: miljoenen souvenirs liggen te verstoffen door stilvallen toerisme

Kapitaalintensieve sectoren

Dat betekent niet dat het halleluja is voor de horeca, want ook in die vrijwillige bedrijfsbeëindigingen verwacht ING een toename. "Maar daar valt niet zo'n specifieke raming voor te geven, omdat er meerdere redenen aan ten grondslag kunnen liggen", zegt econoom Katinka Jongkind van de bank. 

"Bij pensionering is bijvoorbeeld vaak ook sprake van bedrijfsbeëndiging. Je ziet jaar-op-jaar ook dat die cijfers enorm kunnen fluctueren, terwijl faillissementen echt verband houden met economische krimp en groei." 

Welke bedrijven gaan dan wel bankroet? "De kapitaalintensievere sectoren, zoals bijvoorbeeld in de industrie", zegt Jongkind. "Daar valt voor schuldeisers nog iets te halen." Bij deze sectoren lopen de inkoopkosten snel op als de economie weer aantrekt, terwijl de omzet vaak pas maanden later binnenkomt. 

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Ondanks overheidshulp failliet tijdens coronacrisis: en dan?

Financiële steun

Niet elk bedrijf en elke sector is dus even gevoelig voor een bankroet. ING signaleert daarnaast nog twee redenen die de stijging van het aantal faillissementen van Nederlandse bedrijven binnen de perken houden. 

Een daarvan is de financiële steun die de overheid het bedrijfsleven geeft, juist ook om te voorkomen dat bedrijven op de fles gaan. Met name de horeca en de zakelijke dienstverlening kunnen hier gebruik van maken.

Flexibilisering

De andere reden is de toegenomen flexibilisering van bedrijven waardoor ze sneller kunnen af- en opschalen. Vooral de groothandel, bouw en detailhandel zijn flexibel als het gaat om het beperken van de inkoopkosten.

De horeca en zakelijke dienstverlening hebben vaak een relatief grote flexibele schil aan personeel. Door het aantal werknemers af te laten nemen, kunnen faillissementen worden voorkomen. Al gaat dat wel ten koste van een oplopende werkloosheid, signaleert ING.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van