Analyse

Deugt de vertrekbelastingwet voor Unilever? 'Zit juridisch grotendeels goed in elkaar'

27 augustus 2020 11:15 Aangepast: 27 augustus 2020 11:31
Het hoofdkantoor van Unilever in Rotterdam. Beeld © Peter Hilz

De voorgestelde vertrekbelastingwet voor grote bedrijven is volgens Unilever een juridisch mijnenveld dat gedoemd is om te sneuvelen, maar twee hoogleraren zijn daar lang niet zo zeker van. De belangen zijn groot: als de wet wordt aangenomen, blaast Unilever de verhuizing van zijn Rotterdamse hoofdkantoor af.

Het draait allemaal om een initiatiefwet van GroenLinks. Hele grote bedrijven die Nederland willen verruilen voor een land zonder dividendbelasting, moeten over al hun opgebouwde winsten bij vertrek 15 procent dividendbelasting betalen.

Daarmee wordt vertrekken een uitermate dure aangelegenheid, het zou Unilever bijvoorbeeld zo'n 11 miljard euro kosten

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Vertrekken is betalen: 'Eindafrekening voor belastingontwijkende bedrijven'

Dat bedrag hoeft het bedrijf trouwens niet in een keer op te hoesten. Iedere keer dat Unilever in de toekomst dividend uitkeert, moet het dan belasting daarover afdragen. Daardoor wordt de schuld uitgesmeerd over vele jaren om uiteindelijk  naar 0 te dalen.

In strijd met internationale verdragen

Als de wet er komt, blaast het bedrijf de verhuizing af. Maar, zo claimt Unilever: het wetsvoorstel rammelt aan alle kanten.

Hij zou in strijd zijn met de Europese verdragen die vrije vestigingskeuze en vrij verkeer van kapitaal mogelijk maken. De wet zou ook indruisen tegen het belastingverdrag tussen het VK en Nederland en de terugwerkende kracht waarmee de wet gaat gelden is volgens Unilever onrechtmatig.

Maar hoogleraren Peter Kavelaars (Fiscale Economie, Erasmus Universiteit) en Jan van de Streek (Belastingheffing van concerns, UVA) zijn lang zo zeker niet dat de bezwaren van Unilever hout snijden. "Hoewel het een onaangenaam wetsvoorstel is denk ik dat het juridisch grotendeels wel goed in elkaar zit", aldus Kavelaars.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Unilever: vertrek hoofdkantoor uit Nederland van de baan als wet GroenLinks het haalt

Exitheffingen zijn toegestaan

Beide hoogleraren zien in principe geen grote spanning met de Europese verdragen. Hoewel exitheffingen een barrière opwerpen om van de ene lidstaat naar de andere te verhuizen, zijn ze wel degelijk toegestaan.

"Mits uitstel van betaling wordt verleend voor de verschuldigde belasting zonder daaraan voorwaarden te verbinden. Dat is in beginsel het geval hoewel de vraag kan worden opgeworpen of dit in voldoende mate is geregeld, dat zou een punt van strijdigheid met het EU-recht kunnen zijn, maar ik acht de kans niet heel groot", oordeelt Kavelaars.

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Voorgestelde vertrekbelasting kan ook Shell miljarden kosten

Bezwaren niet kansrijk

Ook andere bezwaren van Unilever achten de experts niet zo kansrijk. Zo vindt het bedrijf dat de wet Unilever met een 'buitensporige last' opzadelt en dat de terugwerkende kracht waarmee wet gaat gelden niet deugt.

"Dat is niet het sterkste bezwaar", zegt Van de Streek, die GroenLinks-Kamerlid Bart Snels heeft geadviseerd bij het schrijven van de wet. "Cruciaal is: is het in strijd met het recht op ongestoord eigendom?"

Dat recht bepaalt dat niemand zomaar eigendom van iemand anders mag afpakken, ook de staat niet. Als de overheid met terugwerkende kracht dingen belast, dan moeten bedrijven als Unilever dat wel weten, zegt Van de Streek.

De hoogleraar denkt dat daaraan wel is voldaan, omdat de wet – als die wordt aangenomen – met terugwerkende kracht gaat gelden vanaf het moment dat hij is aangekondigd, op 10 juli.

"De terugwerkende kracht is natuurlijk weinig sympathiek, maar op basis van de huidige stand van de rechtspraak zie ik daar geen onoverkomelijk probleem in", vult Kavelaars aan.

Het grote struikelblok: het belastingverdrag met de Britten

Maar het is te vroeg voor GroenLinks om te juichen, want het belastingverdrag tussen het VK en Nederland zou wel degelijk een struikelblok kunnen zijn, denken de experts.

"Strijdigheid met een belastingverdrag zou mogelijk wel een punt kunnen zijn omdat Nederland zich heffingsbevoegdheid toe-eigent die het op dit moment niet (volledig) heeft", zegt Kavelaars.

Het staat buiten kijf dat Nederland dividenden die worden uitgekeerd mag belasten, daarover geen twijfel. Daar kleeft wel een grote 'maar' aan: "We kunnen wel zeggen: we mogen dividenden belasten, maar dit is een heel groot fictief superdividend", zegt Van de Streek.

De exittaks zou namelijk niet daadwerkelijk uitgekeerd dividend belasten, maar alle fictieve winst die in het bedrijf aanwezig is die in theorie ooit aan aandeelhouders uitgekeerd gaat worden.

Fictief superdividend

De vraag is of het belasten van dividenden zoals altijd gebeurt in feite hetzelfde is als het belasten van een heel groot fictief superdividend. Mocht dat niet het geval zijn, dan is de wet in strijd met het verdrag met de Britten omdat we dan de afspraken schenden over wat we wel en wat we niet zouden belasten, zeggen beide hoogleraren.

Of dat ook echt zo is? Daar zal uiteindelijk de Hoge Raad over moeten oordelen, als het ooit tot een zaak komt. Van de Streek durft niet te zeggen welke kant het muntje dan valt.

Aangroeimodel

Hij legt uit dat er twee precedenten die belangrijk kunnen zijn voor de wet, waarin de Hoge Raad verschillend oordeelde. 

In een geval werd de heffing niet toegestaan, maar in het tweede geval wel. Daar probeert GroenLinks bij aan te haken door een zogenoemd aangroeimodel in de wet te verwerken. Alleen winsten die in Nederland zijn opgebouwd, komen in aanmerking voor de exittaks.

Dat doet het door winsten die een bedrijf - dat juist náár Nederland wil verhuizen - in het buitenland heeft opgebouwd, vrij te stellen van belasting in Nederland, legt Van de Streek uit.

In strijd met staatssteunregels?

Volgens Unilever is de voorgestelde vertrekheffing mede daardoor nu juist weer in strijd met de Europese staatssteunregels. "De wet is alleen gericht op grote bedrijven en bevat een belastingvrije step-up voor verhuizing naar Nederland, maar belast verhuizingen uit Nederland."

Van de Streek erkent dat er op dit punt wat schuurt, maar vermoedt dat door wat technische aanpassingen deze bezwaren wel weggenomen kunnen worden. Bijvoorbeeld door de 'step-up', de vrijstelling dus, niet voor alle bedrijven te laten gelden, maar ook alleen voor grote bedrijven of alleen voor bedrijven die naar Nederland komen uit een land dat zelf zo'n exitbelasting kent.

Kavelaars is op dit punt nog wat stelliger: "Strijdigheid met staatssteunregels is mijns inziens niet aan de orde. Het Europees Hof van Justitie heeft nog nimmer geoordeeld dat een exitheffing in strijd is met een staatssteunbepaling is en dat zie ik hier ook niet."

Miniatuurvoorbeeld
Lees ook:

Unilever hoopt op 22 november helemaal Brits te zijn

Toch blijft de wet hier en daar voor wrijving zorgen. Zo wordt de rekening van de dividendbelasting bij de uitkerende vennootschap gelegd, terwijl normaal gesproken de dividendbelasting wordt betaald door de aandeelhouder, merkt Kavelaars op. Het bedrijf dat dividend uitkeert, houdt de belasting slechts in, en maakt het – in feite namens de aandeelhouders – over aan de staat.

"Dat zou opmerkelijk zijn", beaamt Van de Streek. "De belasting zou nog steeds voor rekening van de aandeelhouders moeten komen. Als daar een probleem zit, moet het beter doordacht worden." 

Zijn inschatting is wel dat dat opgelost kan worden: het bedrijf in kwestie zou het geld alsnog in rekening kunnen brengen bij de aandeelhouders, wat hem betreft. Hoewel dat wel een complexe aangelegenheid kan worden.

Dubbele belasting

Kavelaars maakt zich, los van de juridische houdbaarheid, wel zorgen over een mogelijk bijeffect van de wet. Volgens hem is het onwaarschijnlijk dat de exitheffing in het VK verrekend kan worden door Unilever, maar tegelijkertijd wordt het uitgekeerde dividend bij de ontvangers wel gewoon belast als inkomen.

"Het zou aldus gemakkelijk tot dubbele heffing kunnen leiden", concludeert hij. Zowel Unilever áls de aandeelhouder betalen dan in feite belasting over hetzelfde dividend.

De spoedwet ligt op dit moment voor bij de Raad van State. De verwachting is dat die voor 1 september zijn advies uitbrengt.

 

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

Dit is een artikel van