Bedrijven

Zeven vragen over de CO2-heffing: 'Veel ophef, niemand gaat snel betalen'

04 juli 2019 10:27 Aangepast: 04 juli 2019 10:30
Raffinaderij in Rotterdam Beeld © Getty

Het zou voor industriereuzen zoals Tata Steel 'desastreus' zijn, maar toch komt er voor de grote vervuilers vanaf 2021 een CO2-belasting. Wie te veel uitstoot, gaat betalen, is de boodschap van het kabinet. Maar de achterdeur naar uitzonderingen blijft ook open. Wat zijn de plannen?

RTL Z sprak erover met Peter Kavelaars, hoogleraar fiscale economie (Erasmus Universiteit) en Faiza Oulahsen (Greenpeace). Zij zat met de sector industrie aan de overlegtafel van het Klimaatakkoord.

Miniatuurvoorbeeld
Lees meer:

Kabinet presenteert klimaatakkoord: dit is wat we ervan gaan merken

1. CO2-belasting, wat is het?

Een belasting, heffing of minimumprijs voor CO2. Er wordt geschermd met verschillende termen, maar ze komen allemaal op hetzelfde neer: bedrijven moeten gaan betalen voor de CO2 die zij uitstoten. Waarom? Omdat koolstofdioxide het voornaamste broeikasgas is dat ervoor zorgt dat de aarde opwarmt en het klimaat verandert.

Investeringen in fossiele energie moeten minder of zelfs niet rendabel worden gemaakt. Dat kan via een negatieve financiële prikkel: een belasting ofwel een 'bodemprijs' voor CO2.

"Willen we de klimaatdoelen halen, dan is een CO2-heffing een no-brainer", zegt Oulahsen, die het ook liet onderzoeken. Ook verschillende economen, De Nederlandsche Bank en politieke partijen zoals GroenLinks zijn optimistisch over zo'n heffing.

2. Wat wil het kabinet?

Er zijn verschillende varianten van belasting: op alle vervuilers, of een bepaalde groep. Op alle uitstoot, of alleen een deel. In het Klimaatakkoord valt te lezen dat het kabinet ervoor kiest om een deel van de vervuilers voor een gedeelte van de uitstoot te belasten.

Er komt een zogenoemde 'heffingsvrije voet': tot een bepaald maximum hoeven bedrijven nog niet te betalen. Gaan ze daar overheen, dan moeten ze over elke extra ton CO2 belasting gaan betalen. In 2021 ligt het bedrag per ton op 30 euro en dat loopt op naar 150 euro in 2030.

De grootste vervuilers moeten gaan betalen. Er ligt al een wetsvoorstel voor de elektriciteitssector. Al in het regeerakkoord van het huidige kabinet werden hiertoe plannen gesmeed. Maar de industrie, als een van de grootvervuilers, kon niet achterblijven.

3. Wie gaan er betalen?

Grootvervuilers in Nederland zijn onder meer de ijzer- en staalindustrie, de raffinaderijen, petrochemie en de kunstmestindustrie. De industrie is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek verantwoordelijk voor bijna een kwart van de totale uitstoot.

Een relatief kleine groep neemt het leeuwendeel: "Driehonderd bedrijven in de sector zijn goed voor 90 procent van de uitstoot", zegt Oulahsen.

Aan de industrietafel zat volgens Greenpeace een 'bont gezelschap' van namen zoals Shell, BP, Tata Steel en Dow Chemical maar bijvoorbeeld ook Yara Nederland en OCI Nitrogen (kunstmest). "Bedrijven uit de regio's Rotterdam-Moerdijk en IJmuiden. Bedrijven in de papierindustrie, maar ook voedingsbedrijven en in mindere mate ICT-bedrijven", aldus Oulahsen.

Volgens de overheid gaat het in totaal om zo'n driehonderd bedrijven 'die nu ook te maken hebben met het Europese emissiehandelssysteem' en bijvoorbeeld de Nederlandse afvalverbranders.

4. Het emissiehandelssysteem, hoe zit het met de Europese regels?

De Europese Unie is in 2005 gestart met een emissiehandelssysteem (Emissions Trading System, ETS). Hoe meer een bedrijf uitstoot, hoe meer het moet betalen. Daarvoor moeten de bedrijven zogenoemde emissierechten kopen.

De CO2-prijs was ooit hoog, 30 euro per ton in 2008, maar schommelde mede door de economische crisis jarenlang tussen de 3 en 9 euro per ton. "Het systeem functioneert niet voldoende", vindt Oulahsen. "Er gelden enorm veel uitzonderingen die het principe van een prijsprikkel doodslaan."

Het Europese systeem geldt eveneens voor de grootste vervuilers. De bedrijven moeten jaarlijks net zoveel emissierechten inleveren als ze aan broeikasgassen uitstoten. Een deel van de rechten wordt 'gratis' toegewezen. Als een bedrijf rechten overhoudt of tekortkomt, kan het de rechten verhandelen of aankopen.

Inmiddels is het beter gesteld met de prijs van die rechten, weet hoogleraar Kavelaar. "De prijs ligt nu rond de 26 euro en de verwachting is dat deze verder stijgt", zegt hij.

5. Hoe verhouden de EU-regels zich tot het Nederlandse beleid?

De Nederlandse heffing komt als het ware bovenop de Europese regels. Pas als de Nederlandse CO2-prijs de Europese prijs overstijgt, gaan bedrijven extra betalen. En dus ook pas op het moment dat de heffingsvrije voet wordt overschreden.

Volgens Kavelaar zal de Nederlandse heffing daarom, zeker in de eerste jaren, neerkomen op enkele euro's extra voor elke ton CO2 boven de heffingsvrije voet. "Er zal nog wel de nodige discussie zijn. Tarieven kun je altijd nog aanpassen."

In 2021 ligt de heffing per ton op 30 euro en dat loopt op naar 150 euro in 2030, is het idee. Rekeninghoudende met het ETS-systeem en de CO2-prijs van 26 euro, begint de heffing dan bij zo'n 4 euro per 2021. Tenminste, als de Europese prijs niet verder schommelt.

"Eerlijk gezegd snap ik alle drukte niet zo", zegt Kavelaar. "Mensen snappen denk ik niet hoe het systeem werkt. In feite legt Nederland met deze heffing een soort bodem, waaronder de prijs niet mag komen. Per saldo ga je voorlopig niet heel veel meer betalen."

6. Waarom is dit dan een probleem voor veel bedrijven (en de Nederlandse economie)?

De ondernemingsraden van de een aantal 'grote vervuilers', waaronder ExxonMobil, Tata Steel en Zeeland Refinery, toogden woensdag naar Den Haag om minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat een brandbrief aan te bieden.

Ze zijn onder meer bang voor hun concurrentiepositie. Bedrijven zouden kunnen wegtrekken naar landen waar minder strenge regels gelden. Zo kan er creatief worden omgegaan met de boekhouding en vindt er per saldo geen CO2-reductie plaats.

Deze zogenaamde weglekeffecten kunnen volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB), die de klimaatplannen doorrekenden, worden afgevangen. Bijvoorbeeld met subsidies voor bedrijven die wel groene maatregelen nemen.

Tata Steel-ceo Theo Henrar is desondanks fel tegen een heffing. "Als die er komt, moeten we tot 2 miljard euro belasting betalen. Dat betekent dat wij failliet gaan."

Miniatuurvoorbeeld
Lees meer:

Chemie- en staalbedrijven tegen CO2-taks: 'Wij zijn niet de grote vervuilers'

7. Hoe nu verder?

Een CO2-taks is een effectief middel om uitstoot te beperken, berekenden de planbureaus. Een zogenoemde vlakke taks, die voor alle economische sectoren gelijk is - zoals GroenLinks en PvdA wensen - werkt nog beter zeggen de bureaus.

Het kabinet stevent nu af op een CO2-heffing voor de industrie die oploopt van 30 euro per te veel uitgestoten ton CO2 in 2021 tot 150 euro in 2030. Voor 2030 moet de industrie 14,3 megaton CO2 minder uitstoten, er is een kans van 75 procent dat het kabinet dat met deze plannen haalt.

Maar er zijn zorgen alom. Van ondernemers die vinden dat de taks er helemaal niet moet komen tot milieuclubs die juist meer willen. "Voldoende CO2-reductie is alleen haalbaar als het kabinet zich ook aan de doorgerekende plannen houdt", zegt Oulahsen. "Het lijkt er nu op dat de deur naar het maken van uitzonderingen open blijft staan."

Ze wijst onder meer op het feit dat er bij de uitwerking van de heffingsplannen wordt bekeken hoe de maatregelen in lijn kunnen worden gebracht met de investeringen die bedrijven willen doen.

Ook wijst ze erop dat bedrijven in de eerste jaren nauwelijks hoeven af te dragen. "Het kabinet laat ruimte voor trucjes, daarmee heb je geen garantie dat de doelen worden gehaald. Ik vraag me af: is dit een serieus plan of een heffing voor de bühne?"

Het laatste woord is er nog niet over gezegd.

Altijd weten wat er speelt?
Download de gratis RTL Nieuws-app en blijf op de hoogte.

Playstore Appstore

`